thumb|300px|Zicht op Athene vanaf de Akropolis van Athene, de bekendste plaats van Athene.
De geschiedenis van Athene is een van de langste stadsgeschiedenissen in de wereld. Athene is minstens 7.000 jaar constant bewoond en was de leidende stad van het oude Griekenland in het midden van het 1e millennium v.Chr. Haar culturele verworvenheden tijdens de 5e eeuw v.Chr. lagen mede aan de basis van de Westerse beschaving. Gedurende de middeleeuwen kende de stad een terugval, maar herstelde onder het Byzantijnse Rijk en was relatief welvarend ten tijde van de kruistochten, omdat het kon profiteren van de Italiaanse handel. Na een lange periode van verval onder het Ottomaanse Rijk, maakte Athene in de 19e eeuw haar opmars als hoofdstad van het nieuwe onafhankelijke Griekenland.
Prehistorie Ook al leveren archeologische sporen het bewijs dat tijdens het Neolithicum (± 3500 v.Chr.) de omgeving van de akropolis reeds bewoond was, toch dateren de oudste sporen van bewoning op de akropolis zelf uit de laat-Myceense periode (ca. 1600 - ca. 1100 v.Chr.). In die tijd stond er een paleis, versterkt met cyclopische muren, waarvan nog resten zichtbaar zijn (in de buurt van het Erechtheion).
Mythische geschiedenis Atlantis thumb|188px|De Athena Giustiniani (Romeinse kopie van Grieks origineel, late 5e - vroege 4e eeuw v.Chr., Musei Vaticani, Rome). Volgens Plato's laatste werken Kritias en Timaios bestond de stad Athene al 9000 jaar, vóór Solon (ca. 636-ca.558 v.Chr.) een bezoek aan Saïs in Egypte bracht, dus in het 10e millennium v.Chr. Athene zou dan zo oud zijn als Göbekli Tepe (Turkije) en Oud-Jericho ('de oudste stad ter wereld').
Een priester van Saïs vertelde Solon: 'Ik zal het graag vertellen, Solon. Dat doe ik vanwege jou, vanwege jullie staat, maar vooral om de godin [ Pallas Athena ] te danken die zich over jullie staat en de onze ontfermde, hen voedde en onderricht gaf. Jullie staat duizend jaar eerder, toen de godin het zaad waaruit jullie zouden opgroeien van Gaia en Hefaistos had ontvangen, later die van ons. Ons stelsel is nu, zoals in de heilige teksten geschreven staat, al achtduizend jaar oud. Dus ik heb het over je medeburgers van negenduizend jaar terug.'Timaios, 23D-E, vertaling H.Warren en M.Molegraaf, Bert Bakker, Amsterdam, 2001, p.17
'De teksten vermelden namelijk hoe jullie [Atheense] staat eens een wereldmacht een halt toeriep toen die zo overmoedig was om ergens vanaf de Atlantische Oceaan tegen heel Europa en Azië op te trekken. (..) voor de monding die jullie (..) de Zuilen van Herakles noemen, lag een eiland. Vanaf dat eiland, dat groter was dan Libië en Azië bij elkaar, kon de reiziger van toen oversteken naar de andere eilanden. en vanaf die eilanden kon je heel het tegenovergelegen continent bereiken waar die oceaan ophield. (..) Zij [de koningen] beheersten heel het eiland, vele andere eilanden en delen van het continent. Hun heerschappij reikte zelfs tot onze streken, ze hadden het voor het zeggen in Libië tot aan Egypte toe en in Europa tot Tyrrhenië. Die macht verzamelde op een gegeven moment al haar krachten in een poging om in één klap jullie land, ons land, heel het gebied aan deze kant van de monding te knechten. (..) Vanwege jullie uitstekende instelling en jullie kennis van militaire zaken hadden jullie namelijk op iedereen een voorsprong. Eerst had de [Atheense] staat de leiding over de Grieken, later werd hij door de anderen in de steek gelaten en stond hij er noodgedwongen alleen voor. Daardoor raakte hij aan de rand van de afgrond, maar hij versloeg de invallers en kon dat vieren. (..) Maar in later tijd waren er zware aardbevingen en overstromingen. Er kwam één gruwelijke dag en nacht waarop jullie complete strijdmacht door de aarde werd verzwolgen, terwijl tegelijk het eiland Atlantis door de zee werd verzwolgen en verdween.' (Timaios, 24E-25D)
'(..) júist de namen van de mannen van vóór Theseus die we ons herinneren, de namen van Kekrops, Erechtheus, Erichthonius, Erysichthon en de meeste anderen, werden volgens Solon door de priesters in hun relaas over de oorlog van destijds vaak genoemd.' (Kritias, 110A,B)
thumb|links|De Akropolis van Athene, gezien vanaf de berg Lycabettus 'Ze zeiden dat de grenzen die het [Atheense land] destijds omsloten om te beginnen tot bij de Isthmos liepen en aan de landzijde tot de toppen van de Kithairon en de Parnes. De grenzen zouden daarna aan de rechterkant tot Oropos zijn afgedaald, terwijl ze links bij de zee tot aan de Asopos liepen. Geen land zou zo vruchtbaar zijn geweest als het onze (..) Het water rondom is overal al vlak bij de kust erg diep. Dat komt door de vele grote overstromingen in die negenduizend jaar, want zoveel tijd is er sindsdien verstreken. De grond, die in al die jaren, door al die rampen van de hogere delen is gespoeld (..) is steeds als een bal verder gerold om in de diepte te verdwijnen. Van die grond is (..) vergeleken met toen niet meer overgebleven dan het skelet van een ziek lichaam. Al het vette en zachte van de grond is rondom weggespoeld, waardoor alleen het magere lichaam van het land overbleef. (..) één nacht met uitzonderlijk veel regen heeft de aarde [van de Akropolis van Athene ] weggespoeld. Dat kwam omdat er gelijktijdig aardbevingen waren en er een zware overstroming was, de derde voor de verwoesting ten tijde van Deukalion. (..) Ze was helemaal met aarde bedekt en van boven vrijwel overal vlak. (..) De hogere delen, rondom de tempel van Athena en Hefaistos, werden uitsluitend door de klasse van strijders bewoond. Ze hadden (..) één muur rond hun buurt gebouwd. Het is zo dat ze aan de noordkant van de Akropolis woonden. (..) Er was maar één bron, op de plaats van de huidige Akropolis. die is door de aardbevingen verstopt geraakt en tegenwoordig resten van de bron alleen wat omliggende stroompjes. (..) Ze hielden goed in de gaten of bij henzelf het aantal mannen en vrouwen dat al of nog oorlog kon voeren de hele tijd zoveel mogelijk gelijk bleef, namelijk rond de twintigduizend.' (Kritias, 110D-112D)
Volgens Diodorus Siculus (ca. 90 - ca. 30 v.Chr.) werd Saïs gebouwd door de Atheners, vóór de Vloed. Terwijl alle Griekse steden, ook Athene, werden vernietigd, wisten Saïs en andere Egyptische steden deze natuurramp te overleven.Bibliotheca Historica, Boek V, 57.3 - 57.5, . Gearchiveerd op 25 mei 2023.
Mythische koningen De Griekse mythologie (onder meer Apollodorus) schrijft de stichting van de stad toe aan Kekrops, die zijn burcht de naam Kekropia gaf. Hij zou de eerste volksteller en wetgever zijn geweest, zo vermaard om zijn rechtvaardigheid dat de goden Poseidon en Athena hem tot scheidsrechter kozen in hun strijd om het bezit van Attica.
Na Cecrops zijn er allerlei legenden, die eveneens de namen van verschillende mythische koningen vermelden, onder wie Erichthonius (een zoon van Hephaistos) en zijn kleinzoon Erechtheus.
Pandion was de zoon van Erichthonius. De Thracische koning Tereus werd zijn schoonzoon, nadat die heldhaftig de aanval had afgeslagen van 'een vreemde troepenmacht komend van overzee', die de Atheense muren deed trillen. De held verkrachtte echter zijn schoonzuster Philomela, waarna de twee zusters hem zijn zoontje Itys voorschotelden en in vogels veranderden. Pandion stierf vroegtijdig van verdriet en werd door Erechtheus opgevolgd (Ovidius, Metamorfosen).
Met de meest beroemde Atheense koning, Theseus, zoon van Aigeus, betreden wij de schemerzone tussen mythe en geschiedenis. Hij zou geregeerd hebben rond 1300 v.Chr. en staat bekend als de stichter van de synoikismos, de staatkundige eenmaking van Attica (al menen historici te kunnen aantonen dat deze veeleer rond de overgang van de 9e naar de 8e eeuw v.Chr. te dateren valt). Volgens de mythe zou hij de Spartaanse Helena als maagd hebben verkracht.
De laatste mythische koning van Athene was Codrus. Hij zou in 1068 v.Chr. door zijn heldhaftige offerdood zijn land hebben gevrijwaard van de invallende Doriërs. Archeologische bevindingen tonen inderdaad aan dat de Dorische migraties haast ongemerkt aan Attica en Athene voorbij zijn gegaan. De dood van Codrus betekende meteen het einde van de monarchie in Athene.
Trojaanse Oorlog Als we Homerus (± 800-750 v.Chr.) mogen geloven (Ilias II, vers 556) namen de Atheners met een delegatie van vijftig schepen deel aan de Trojaanse Oorlog (± 1190-1180 v.Chr.).
Archaïsche tijd: op weg naar de democratie Het verdwijnen van de monarchie leidde uiteindelijk tot een machtsstrijd tussen de oude adellijke families. Om pogingen tot staatsgrepen, zoals de in 630 v.Chr. mislukte samenzwering van Cylon in het vervolg te voorkomen, vaardigde de archont Draco in 624 v.Chr. zijn antirevolutionaire draconische maatregelen uit. Deze wetgeving was zo streng dat ze tot op onze dagen nog steeds spreekwoordelijk is. De macht van de adel werd erdoor beknot, de bloedwraak beperkt, het recht om te straffen kwam aan de staat, maar de maatschappelijke noden van kleine boeren en handelaars vroegen om andere wetten. Die vaardigde Solon uit in 594 v.Chr.: door zijn timocratische staatsregeling kregen alle mannelijke burgers stemrecht en berustte de hoogste macht bij de volksvergadering.
Omstreeks 560 v.Chr. viel de macht in handen van de tiran Peisístratos, onder wiens zegenrijke bewind welvaart en kunst bloeiden. Peisístratos werd opgevolgd door zijn minder getalenteerde zonen Hippias en Hípparchos. Toen deze laatste in 514 v.Chr. vermoord werd, ging Hippias op de vlucht en liep in 510 v.Chr. over naar de Perzische koning.
Na de verjaging van de "Peisistratiden" kon een hervorming van het staatsbestel niet lang meer uitblijven. In 508 v.Chr. ontnam Kleisthenes de adel zijn laatste invloed en voerde een echt democratisch bestuur in. Zijn schervengericht of ostracisme bood de gelegenheid ongewenste staatslieden uit Athene te verbannen. De naam werd ontleend aan het óstrakon (potscherf) waarop de leden van de volksvergadering de naam krasten van de staatsman die ze een gevaar vonden voor de staat. Kleisthenes' democratische hervorming kwam net op tijd om het Perzische gevaar het hoofd te bieden.
Klassieke tijd: bloei en verval Toen Athene weigerde de naar Perzië gevluchte Atheense tiran Hippias weer als machthebber aan te nemen, was dit reeds zo goed als een oorlogsverklaring. Maar vooral omdat het van vitaliteit bruisende en overmoedige Athene in 500 v.Chr. hulp had geboden aan de Ionische opstandelingen, zon koning Darius I op wraak. Tijdens de Eerste Perzische Oorlog wist Miltiades de in 490 v.Chr. bij Marathon gelande Perzen te verslaan. Daarna zorgde de invloedrijke Themistoklès ervoor dat de inkomsten van de nieuw ontdekte zilvermijnen bij Laurion werden besteed aan de uitbouw van een weerbare Atheense oorlogsvloot: hij vermoedde, overigens terecht, dat de Perzen wraak zouden nemen.
Tijdens de Tweede Perzische Oorlog bracht het Perzische leger aanvankelijk Athene enkele rake klappen toe: stad én akropolis werden verwoest in 480 v.Chr.. Maar de oorlogsschepen van Themistokles vormden de hoofdmoot van de Griekse vloot die de Perzen in de zeeslag bij Salamís naar de zeebodem ramde.
In 478 werd de Delisch-Attische Zeebond opgericht, die aanvankelijk bedoeld was als anti-Perzische defensieve alliantie, maar gestadig uitgroeide tot het instrument bij uitstek waarmee de Atheners hun maritieme imperium opbouwden, vooral nadat Pericles in 454 v.Chr. de bondsschatkist van Delos naar Athene had laten overbrengen. Tijdens het bewind van Pericles (461 tot 429 v.Chr.) groeide Athene overigens uit tot een culturele hoogvlieger. Het geld van de Delische Bond werd zonder scrupules besteed aan de realisatie van prestigieuze bouwprojecten op de Akropolis en de versteviging van de Lange Muren, terwijl intussen binnen de wallen van de stad een indrukwekkende reeks van topfiguren uit de artistieke en intellectuele wereld elkaar ontmoetten en inspireerden (de "Eeuw" van Perikles).