miniatuur|Votiefsteen godin Nehalennia 150-250 na Chr. miniatuur|Domburgs Nehalennia-altaar afgebeeld in De Romeinsche Beelden en Gedenksteenen van Zeeland uit 1845 miniatuur|Reconstructie van de tempel op Colijnsplaat Nehalennia (ook Nehalenia, Nehalaenniae, Nehalaenia) is een beschermgodin die in het 2e- en 3e-eeuwseLendering (2006). Gallia Belgica door reizigers, vooral zeelui en handelaars, werd vereerd bij de monding van de Schelde.
Nehalennia is alleen bekend van grote hoeveelheden gevonden altaren bij Colijnsplaat en Domburg in wat nu Zeeland is. De votiefstenen stammen van twee in steen gebouwde tempels die lagen aan de Oosterschelde. Dit was toen de hoofdmonding van de Schelde en vormde de grens tussen de civitates der Menapii en Frisiavones. Deze streek was toentertijd een belangrijke schakel in het Romeinse handelsverkeer tussen de Rijnstreek en Britannia. De vereerders van Nehalennia kwamen dan ook uit een groot gebied dat Gallia Belgica, Germania Inferior, Germania Superior en Britannia omvatte.
Er is voorlopig geen uitsluitsel of het om een Keltische of een Germaanse godin gaat of dat zij uit een oudere traditie stamt. Ook in Keulen en zelfs in Tongeren zijn dergelijke altaren opgedoken. Haar cultus is vrijwel zeker ouder dan de periode waaruit de altaren stammen.
Een deel van de enorme collectie staat opgesteld in het Rijksmuseum van Oudheden.
Cultus De cultus van Nehalennia roept nog veel vraagtekens op. Zij was waarschijnlijk gezien haar attributen (hoorn des overvloeds, appels) oorspronkelijk een godin van de vruchtbaarheid. Rond 200, de tijd waaruit de gevonden altaren en beelden stammen, werd Nehalennia echter vooral vereerd als beschermster van reizigers en handelaren in het Noordzeegebied.
De verering van Nehalennia concentreerde zich in tempels in Ganuenta (ten noorden van Colijnsplaat) en Domburg. De tempel in Ganuenta was uitsluitend aan de godin gewijd, terwijl in Domburg ook andere, Romeinse, goden vereerd werden. Hier zijn beelden gevonden van oppergod Jupiter, van Neptunus en de godin Victoria.
De cultus van Nehalennia kende in ieder geval twee vormen. Op de zijkant van een van de gevonden altaren is te zien dat in de tempel van de godin door haar vereerders voedsel werd geofferd. Het meest karakteristieke onderdeel van de cultus is echter het gebruik om aan de godin te beloven dat zij een altaar kreeg wanneer zij de wens van de vereerder zou inlossen. Dankzij deze beloofde altaren kennen wij de naam en cultus van de godin. Op veel altaren staat de naam van de gever en soms ook diens beroep en plaats van herkomst. De tekst op het altaar wordt doorgaans afgesloten met de standaardformule V.S.L.M., een verkorte weergave van Votum solvit libens merito (Heeft zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden).
Andere inheemse godheden die lokaal in die tijd vereerd werden zijn: Burorina, Hludana, Hurstrga, Sandraudiga, Seneucaega, Vagdavercustis en Viradecdis.
Afbeelding en attributen miniatuur|Nehalennia in brons Guido Metsers 1989 Voor de komst van de Romeinen maakten de Kelten vrijwel geen afbeeldingen van hun goden en de tempels waren heel eenvoudige houten constructies, waar nu nog weinig van over is. Op deze plaatsen werd de godin om bijstand gebeden.
Nehalennia wordt meestal zittend op een troon afgebeeld met vruchten, vooral appelsAppels zijn niet uniek voor Nehalennia maar "komen bij allerlei andere godheden voor, speciaal bij de Moedergodinnen". , (2003): p. 91 op haar schoot en een mand vruchten naast haar - die begrepen kunnen worden als symbolen van vruchtbaarheid of vergankelijkheid - en rechts van haar een hond, doorgaans geïnterpreteerd als symbool van trouw.
Een hond heeft binnen de Indo-Europese mythologie echter vaak de grimmige rol van hellehond en bewaker van de onderwereld gekregen. In Romeinse bronnen werd de woeste Noordzee bij één gelegenheid beschreven als "geteisterd door honden".ALBINOVANUS PEDO, geciteerd door Seneca in Suasoriae (i. 15), vergelijkt de woede van de zee tijdens de storm die Germanicus in de Noordzee trof (16 na Chr) met die van "de honden van de zee". Appels verwijzen in de Europese mythologie meermalen naar anderwereldse oorden zoals het appelland Avalon en de tuin van Hesperia. En de fruitmand is een afleiding van de hoorn des overvloeds.
De wijze van afbeelden van Nehalennia vertoont overeenkomsten met die van de Matronae, de naam die de Romeinen gaven aan godinnen die, alleen of met drie, voor zij naar hier kwamen al door de Kelten werden vereerd. Zij zijn daarna vaak in pijpaarde afgebeeld, evenals honden, als om haar te begeleiden. In Tongeren zijn graven met als grafgift een hondenschedel gevonden, wat zou kunnen wijzen op een rol van de hond in de cultus rond de Matronae. Attributen van deze godinnen zijn heel vaak dieren, vruchten en hoornen des overvloeds. Dit soort regionale godinnen werd meestal afgebeeld als een op een troon zittende vrouw. Zij werden geacht huis en haard te beschermen, maar ook hele stammen of volkeren.
Een afbeelding van een tronende godin met kinderen aan de borst, met schoothondjes, of met manden fruitMiranda Green. "The Celtic Goddess as Healer." In Sandra Billington (ed). 1996. The Concept of the Goddess. Routledge. . wordt door Lothar Schwinden getypeerd als een moedergodin (zoals de Gallo-Romeinse versie van de Keltische Aveta).Lothar Schwinden. "Muttergöttin der Treverer: Ritona". In Sabine Faust et al. (1996) Religio Romana: Wege zu den Göttern im antiken Trier. Rheinisches Landesmuseum Trier.
Attributen van Nehalennia Op de afbeeldingen komen stereotiep een aantal symbolen in diverse combinaties of andere selectie terug: Schelpdak van de altaarnis: typerend voor altaren van Germaanse-Keltische Matronen (Moedergodinnen) en Romeinse goden.Dr. Marion Euskirchen, Römisch-Germanisches Museum, Keulen Hond: waarschijnlijk een verwijzing naar de waakzaamheid en de trouw van de godin Vruchten (vooral appels): niet exclusief voor deze godin, in een schaal op schoot, een mand aan haar voeten, zijkanten van altaren en bovenop als op een offertafel. Cornucopia: op de zijkant van een aantal altaren, maar ook weleens in de linkerhand. Scheepsroer aan de rechterzijde, of op een zijkant van een altaar. Het roer is soms gecombineerd met een globe, samen de symbolen van Fortuna. Houding met de voet op een schip (overgenomen van Neptunus), wijst erop dat zij gezien werd als heerseres van de scheepvaart. Gedrapeerde doek aan de achterzijde van een altaar: (bij 4 in Domburg, 13 bij Collijnsplaat plus een beeld). Functie onbekend, maar geen toeval. Offertafeltje op de zijflank van en boven op de altaren: met leeuw(inn?)enpoten, daarop broden, vruchten,J.H.F. Bloemers, L.P.J. Louwe Kooijmans & H. Sarfatij, Verleden land, Meulenhoff, 1981, p. 104 een varkenskop, steelpannetje, vaas, mes, op de grond een kan, een houten emmer met opstaand hengsel. Bloemslingers: aan de omlijsting van de beeltenis, die als het ware een tempel in miniatuur voorstelt.
Kleding De kleding waarmee deze godin wordt afgebeeld is zeer specifiek en bestaat uit drie onderdelen: Lang tot de voeten reikend gewaad, daaroverheen een iets kortere mantel, en op die mantel is een schoudermanteltje bevestigd, een pelerientje. Dit is uniek, er is niet één andere godheid die dit kledingstuk draagt. Men concludeert dat het dan ook in het land van Nehalennia zelf werd gedragen door vrouwen.
Archeologische vondsten Er zijn enkele grote beelden die naar deze godin verwijzen In Nederland gevonden. Verder is er een wat grotere collectie votiefstenen uit het water opgevist (300 stuks). Ook van deze laatste zijn er veel vernietigd teruggevonden, maar een aantal is bij de Oosterschelde in zee terechtgekomen en die zijn betrekkelijk heel, zij het dat erosie vaak de hele inscriptie heeft uitgevaagd.
Beelden miniatuur|Beeld van de godin, kalksteen, 82 cm. Rijksmuseum van Oudheden Leiden Er is één Nehalenniabeeld uit de Oosterschelde in zijn geheel bewaard, zij het in drie stukken. De godin is gezeten op een troon. Zo is er nog een andere zittende Nehalennia, zonder hoofd. Verder zijn er delen van een staand beeld. De vrijstaande beelden hoorden ook bij tempels en hadden waarschijnlijk een centrale functie.
Een aantal kalkstenen beeldjes van ca. 25-30 cm hoogte is van een heel andere orde. Daarvan zijn er vijf (zonder kopje) geborgen. Zij behoren samen met teruggevonden terracottabeeldjes en munten tot de categorie van kleinere votiefgaven.
Dergelijke kleine devotionalia (figurines) zijn in alle tempels uit de oudheid teruggevonden.
Altaarstenen Op 14 april 1970 vond de visser K.J. Bout delen van een Nehalennia-altaar in zijn netten, terwijl hij bij Colijnsplaat aan het vissen was.Nehalennia gered in Colijnsplaat, Nehalenniatempel.nl Gericht onderzoek in 1970 en 1971 (en later nog tot 1974) leverde zo’n 240 altaren en beelden op, votiefstenen en resten van een Romeins bouwwerk. Deze worden bewaard en tentoongesteld in het Rijksmuseum van Leiden. Ze zijn opgevist uit de Schaar van Colijnsplaat, een vaargeul in de Oosterschelde, die ligt op de plaats waar ooit een tempel voor Nehalennia was gebouwd. Men ziet haar zittend op een troon met vruchtenmand op schoot en naast haar een grote mand met vruchten en een hond.
De namen van schenkers van deze altaren laten ook handelaren uit Italië, Keulen, Trier en Brittannië zien die handelden in zout, vissaus en kleding. Andere handelswaar was keramiek van het Rijngebied naar Brittannië, terracottabeeldjes uit Keulen en Trier en wijn uit Zuid-Frankrijk en het Moezel- en Rijngebied. Een inscriptie luidt: "voor Nehalennia heeft Marcus Exingius Agricola, burger uit Trier, zouthandelaar in Keulen, zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden". Het merendeel van de offerstenen die zijn opgedoken werd geschonken door kooplui voor een veilige oversteek naar Britannia.
miniatuur|Kleifigurines In de periode na het jaar 300 verdween de complete tempel in de Schaar van Colijnsplaat, toen in de buurt nog het plaatsje Ganuenta was gelegen. Sinds 1999 is een groep Vlaamse amateurarcheologen van de Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water bezig de zeebodem, waar de tempel in de golven verdween, in kaart te brengen. In 2004 werd in Colijnsplaat een replica van de tempel gebouwd.Website Nehalennia-tempel, Nehalenniatempel.nl
Bij Domburg zijn al in 1647 resten van een Nehalennia-tempel"Nehalennia gered in Domburg" gevonden. Nog twee altaren waren gevonden in Keulen-Deutz maar die zijn in de Tweede Wereldoorlog bij een bombardement vernietigd., "Wijze vrouwen en Godinnen", pag.26
Beroepen op de altaarinscripties Zouthandelaren Handelaar in vissaus Handelaar in aardewerk (uit Keulen) en terracotta beeldjes, (in de Noordzee 20-25 km uit de kust van Essex gevonden: een godinbeeldje, mogelijk uit een scheepsvracht)Stuart P. (2003): p.76-83 Wijnhandelaars Zeevarenden, zoals handelaren (negotiator Britannicianus): op een stuk altaarsteen uit het land van de Veliocasses (Rouen en omstreken) langs de Seine. Ook is er een steen aangetroffen van een schipper die heen en weer voer tussen Boulogne-sur-Mer in het gebied van de Morini en Britannia.
Etymologie miniatuur|De ontdekking van een Nehalenniatempel in Domburg. Negentiende-eeuwse tekening naar een schets uit 1647 Het is onbekend of de naam Nehalennia een Germaanse, Keltische of andere oorsprong heeft. Stammen die toentertijd rondwaarden werden enerzijds door Romeinse geschiedschrijvers aangeduid als Germaans en worden anderzijds vaak door de hedendaagse archeologie geïdentificeerd - of althans gedeeltelijk - als Keltisch. Bovendien moet worden onderkend dat Nehalennia de Latijnse transcriptie is van een naam uit een andere taal, en zodanig verbasterd is, dat veel van de lokale vocalisatie verloren is. Er zijn verschillende etymologische verklaringen voorgesteld.