Dorestad was, volgens de geschiedkundige overleveringen, tijdens de vroege middeleeuwen een belangrijke en succesvolle interregionale handelsplaats. De stad lag in wat nu het zuiden van de Nederlandse provincie Utrecht is, aan de Rijn, nabij het huidige Wijk bij Duurstede.J. Dijkstra, J. van Doesburg en M.M. Sier

De bloeitijd van Dorestad moet vanaf het einde van de 7e tot het midden van de 9e eeuw zijn geweest. De plaats zou haar bestaan vooral te danken hebben gehad aan de langeafstands- en regionale handel. Het inwonertal in deze tijd wordt op een paar duizend geschat.Willemsen (2009), "Entree"E. Taverne, blz. 179 Een tijdlang lag Dorestad aan de rand van het koninkrijk Friesland. Zodoende zou er veel uitwisseling hebben plaatsgevonden tussen christelijke Franken en niet-christelijke Friezen en Vikingen.Theuws, blz. 14-16 Het was in zijn bestaan tot aan het begin van de 8e eeuwW.A. van Es en W.J.H. Verwers (2000), blz. 32 ook vaak de inzet in oorlogen tussen de Friezen en de Franken.

Rond het midden van de 9e eeuw raakte Dorestad geleidelijk in verval, om uiteindelijk helemaal te verdwijnen. Ongeveer op dezelfde plek verrees enkele eeuwen later het huidige Wijk bij Duurstede. Dorestad raakte hierna zeer lang in de vergetelheid, totdat er in de 19e eeuw weer melding van werd gemaakt. Tegenwoordig is het Museum Dorestad gewijd aan de geschiedenis van deze verdwenen handelsplaats.

Etymologie De naam Dorostate duikt voor het eerst op aan het einde van de 7e eeuw, en wordt dan genoemd door een geograaf uit Ravenna.Dorestad wordt hier omschreven als patria Frigonum/Frixonum, dus liggende in het land der Friezen.Kosmograaf van Ravenna, Cosmographia I.11, Online excerpt en IV.23 Online excerpt

Algemeen wordt aangenomen dat de plaatsnaam Dorestad, of eigenlijk Dorestate, etymologisch op zijn minst deels van Keltische oorsprong is.L. Tooriaans, blz. 43 De samenstellende delen zijn "dur" (versterking, toegangspoort) en "stade" (oever); de betekenis van het geheel is dus "versterking / poort aan de oever". De plaatsnaam als "dorestate" is vanaf de 7e eeuw uit bronnen bekend, namelijk op Merovingische munten.

Volgens taalhistoricus Lauran Toorians is de naam Dorestat een samentrekking van Germaanse en Keltische woorden, ontstaan in een Romaans taalgebied met een Keltisch substraat, zoals ook Domburg. Het Keltische dworest (doorgang/deur, waaruit "dorus" is ontstaan) in de betekenis van "haven" staat naast het Gallische "duron" voor besloten marktplaats. Samengevoegd met het Germaanse ‘statha’, aanlegplaats, leidt dit tot de betekenis "marktplaats met aanlegplaats".Lauran Toorians (1958) studeerde middeleeuwse geschiedenis en Keltische talen. L. Toorians, De etymologie van Dorestat, Keltisch en Germaans, Jaarboek Utrecht

Later is er nog een iets andere verklaring opgevoerd: Dorestate zou een samenstelling zijn van dworest en het eveneens Keltische achtervoegsel "-atis" (duidt op bewoners); samen is dat "doorgangbewoners" (P. Schrijver, 2014).

Geschiedenis Oorsprong en ligging Wanneer Dorestad is ontstaan, is onbekend. Dorestad komt nog niet voor op de Peutingerkaart, een 3e- of 4e-eeuwse Romeinse reiskaart.

Teruggevonden munten van de hand van Madelinus met de tekst Dorestat fit ("gemaakt in Dorestad") worden gedateerd in de periode 630-640; de plaats moet dus in die tijd al een handelsplek van belang zijn geweest.

De plaats lag vermoedelijk op de plek waar de Lek zich van de Rijn afsplitste. Ten tijde van het ontstaan van Dorestad moet de Rijnoever meteen ten oosten zijn geweest van waar nu de Hoogstraat in Wijk bij Duurstede is. Later meanderde de rivier nog meer oostwaarts, waarna de toenmalige bewoners van Dorestad in de achtergebleven bedding in eerste instantie dammen moeten hebben aangelegd. Op deze dammen kwam bebouwing, ondersteund door palen. Het meeste van de oorspronkelijke stadskern zou later door de rivier zijn weggespoeld.

Uit een bewaard gebleven schenkingsoorkonde van Karel de Grote, die is gedateerd 8 juni 777 en opgemaakt in het paleis te Niumaga (vermoedelijk Nijmegen), is geconcludeerd dat Dorestad niet ver van de huidige stad Utrecht vandaan lag.Waar lag Dorestad?, Dorestad onthuld In deze omgeving zijn bovendien Romeinse overblijfselen gevonden, onder meer militaire helmen. Vermoed wordt dat hier in de nabijheid ook een fort Duristate is geweest, vergelijkbaar met het gereconstrueerde castellum Hoge Woerd. Dit fort Duristate was, volgens de kronieken, eind 7e eeuw het decor van de Fries-Frankische oorlogen.De Romeinen, Dorestad onthuld

Dorestad bevond zich juist op de grens van het woongebied van de Friezen en Franken, die elkaar bestreden maar tegelijkertijd onderling handel dreven. Uit de muntslag uit Dorestad is geconcludeerd dat in het gebied waar Dorestad lag, het Frankische recht gold. Een andere belangrijke aanwijzing daarvoor is een door Bonifatius geschreven brief aan de paus (Bonifatius wijst in deze brief de aanspraak van de hand die de bisschop van Keulen maakt op Utrecht.)

Ruimtelijke indeling en gebouwen thumb|De haven van Dorestad zoals die er in de 8e eeuw mogelijk uitzag (schilderij van Everhardus Koster) Mogelijk stond er lintbebouwing langs de rivier, die ongeveer drie kilometer lang was en met honderden huizen en bij elkaar enkele duizenden inwoners.W.A. van Es en W.J.H. Verwers (2000), blz. 33-34 Ook waren er in Dorestad twee grote begraafplaatsen waarvan tijdens de opgravingen duizenden graven tevoorschijn kwamen.W.A. van Es en W.J.H. Verwers (1985), blz. 223 spreekt over ten minste 2350 begravenen met een gemiddelde leeftijd van 25-30 jaar en een hoogste leeftijd van 45 jaar. W.A. van Es, H. Sarfatij en P.J. Woltering (1988), blz. 172 spreekt over duizenden graven, alle west-oost gericht. Een derde grafveld wordt hier genoemd . Meer over de vondsten van de andersoortige begravingen Dorestad zelf was niet omwald. In de wijk De Geer lag een versterking met een grachtenstructuur, mogelijk een vluchtburcht.

De huizen werden van hout gemaakt. Bij de huizen bevonden zich meestal meerdere waterputten, veelal gemaakt van eikenhouten vaten, vermoedelijk hergebruikte wijnvaten. Jaarringonderzoek op het eikenhout van de vaten toont een vermoedelijke herkomst uit Rijnland-Hessen met dateringen van de bomenkap tussen 685 en 835.D. Eckstein (1978), Dendrochronologisch onderzoek naar ouderdom en herkomst van hout uit waterputten, blz. 308-312, in: Spiegel Historiael In een jaarringonderzoek naar aanleiding van de opgravingen tussen 1967 en 1977 op bijna 2000 stuks hout van verschillende boomsoorten, komen dateringen voor van bomenkap in de periode tussen 650 en 850.

De haven moet gebouwd zijn geweest op houten palen en steigers.

De boerderijen konden afmetingen van 25 bij 8 meter hebben met lange gebogen wanden, waardoor de plattegrond enigszins op die van een schip leek. De boerderijwanden waren gemaakt van een vlechtwerk met leem, het dak van riet of stro. De boerderij was qua binnenruimte onderverdeeld en had meestal een inpandige veestal. In Amersfoort is op landgoed Schothorst een boerderij gereconstrueerd, gebaseerd op de opgravingsgegevens.W.A. van Es en W.J.H. Verwers (2000), blz. 35-37W.A. van Es en W.J.H. Verwers (1995)

Economie thumb|De belangrijkste handelsroutes van Dorestad thumb|Munt van muntmeester Madelinus thumb|Muntschat Tzummarum met in Dorestad geslagen munten- Nationale Numismatische Collectie, De Nederlandsche Bank thumb|Spitse glazen drinkbekers van Dorestad. Na het leegdrinken werd de beker omgekeerd neergezet De voornaamste reden dat Dorestad zich als een bloeiende handelsplaats (emporium) kon ontpoppen, lijkt de verkeersgeografische ligging. Dorestad bevond zich op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes over water. Via de ene route had de stad een verbinding via de Kromme Rijn, Utrechtse Vecht en het Almere-meer met de Friese gebieden en Wadden. Het verbond zodoende in breder opzicht het Duitse Rijnland via de Rijn met Scandinavië en het Oostzeegebied. Dorestad wordt hierom ook wel als voorhaven van het Rijnland gezien. De tweede handelsroute liep langs de Lek naar de kust en vormde een verbinding tussen het Rijnland en Engeland. Ook kon men via deze verbinding de Schelde bereiken en daardoor ook Neustrië, het kerngebied van de Salische Franken in Vlaanderen, Brabant en het noorden van Frankrijk.

Uit de archeologische vondsten en de tolregisters is geprobeerd af te leiden wat voor soort handel er in Dorestad precies werd bedreven. Er lijken zowel goederen te zijn verhandeld voor het dagelijks gebruik alsook luxe en exotische goederen. Wat door archeologen terug werd gevonden was voornamelijk aarde- en glaswerk, zoals Keulse potten uit het Midden Rijn-gebied in Duitsland, en maalstenen uit de Eifel. Verder gaat het om wijn uit Hessen, grote hoeveelheden barnsteen uit de Baltische StatenH. Kars en J.M.A.R. Weavers en uit Scandinavië afkomstige slijpstenen. In de tolregisters van Dorestad staat handel vermeld van pelzen, textiel, verfstoffen, zout, voedsel, honing en ook slaven en jachthonden.

Tevens moeten er ambachten zijn uitgeoefend en producten zijn vervaardigd: onder meer uit glas, hout, steen, leer en al dan niet edele metalen. Uit been en gewei werden kammen en uit brons sieraden en sleutels gemaakt. Van ruwe barnsteen werden voorwerpen vervaardigd als spinklosjes en kralen, waarbij de kralen ook wel van glas werden gemaakt. In de handelsplaats en directe omgeving vond een vrij omvangrijke agrarische productie plaats, met vele boeren die de handelsplaats en haar bewoners van voedsel voorzagen.

Dorestad was wijd en zijd bekend doordat het een eigen munt bezat. Rond 640 was muntmeester Madelinus hier werkzaam. Tot aan circa 690 werden er gouden munten geslagen, daarna veel zilveren sceatta's., blz. 48G.M. de Meyer en C.F.M. Koch, blz. 7 Deze waren een tijdlang het voornaamste betaalmiddel in West- en Noord-Europa. In de Karolingische tijd werden er in Dorestad munten geslagen met een opschrift van Pepijn de Korte, Karel de Grote en Lodewijk de Vrome.H. Enno van Gelder (1978), Munten, in: Spiegel Historiael, blz. 302-304 Muntgeld waarvan wordt verondersteld dat het in Dorestad is geslagen, is tot in Rusland teruggevonden.

De hierboven genoemde oorkonde uit 777 vermeldt ook dat er in Dorestad oeverbelasting (ripaticum) werd geheven.

Functie als vroegchristelijk centrum Naar verluidt speelde Dorestad tevens een belangrijke rol in de kerstening van de regio, meer in het bijzonder de kerstening van de Friezen, en mogelijk op een nog wat grotere schaal. De – later heilig verklaarde – Angelsaksische missionaris Bonifatius (672/675-754), die in 716 vanuit Londen de overtocht maakte naar het Europese vasteland, bezocht volgens de overlevering de Markt van Dorestad alvorens verder te reizen naar koning Radboud in Utrecht. Bonifatius arriveerde op het "drierivierenpunt" waar tegenwoordig de haven van Wijk bij Duurstede is. Hij zou bij elkaar zeker zesmaal in Dorestad zijn geweest.Bonifatius, Gemeente Wijk bij Duurstede

In sommige vroegmiddeleeuwse kerkelijke bronnen wordt vermeld dat Dorestad tientallen kerken had.Rembertus, hoofdstuk XX De 11e-eeuwse monnik Odbert verhaalde dat er maar liefst 55 kerken in Dorestad door de Vikingen waren vernietigd, de hele handelsplaats zou daarbij zijn platgebrand.Odbert (11e eeuw), Passio Friderici Episcopi Traiectensis auctore Odberto, in: editie O. Holder-Egger, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores (in folio), 15 deel 1, blz. 354 Ondanks de grootschalige opgravingen zijn er echter nooit sporen gevonden die daadwerkelijk wijzen op een dergelijke grote brand, noch op het massaal afslachten van vee en mensen, iets anders dat zou hebben hebben plaatsgevonden.A. Willemsen, blz. 161-162L.A. Morden (2007), How much material damage did the Northmen actually do to ninth-centery Europe?, Simon Fraser-universiteit, blz. 182 (thesis). Gearchiveerd op 12 mei 2022. Enkele kooplieden uit Zweden zouden zich in Dorestad hebben laten dopen.