Denemarken (Deens: Danmark) is een land in Scandinavië, in het noorden van Europa. Denemarken vormt samen met Groenland en de Faeröer het Koninkrijk Denemarken (Deens: Kongeriget Danmark). Het is het zuidelijkst gelegen land van de Noordse landen en ligt ten zuiden van Noorwegen en ten zuidwesten van Zweden, waarmee het door de Sontbrug verbonden is. Ten zuiden van de enige Europese landgrens die het land rijk is, ligt Duitsland. Het land grenst daarnaast aan de Oostzee en Noordzee.
De hoofdstad van Denemarken is Kopenhagen (Deens: København).
Denemarken heeft een totale oppervlakte van , iets groter dan Nederland en bijna anderhalf keer zo groot als België. Het bestaat hoofdzakelijk uit een groot deel van het schiereiland Jutland en de drie grote eilanden Funen, Seeland en Lolland, die samen met tal van kleinere eilanden de Deense archipel vormen. Van de 6 miljoen inwoners woont het grootste deel in stedelijke gebieden. De bevolkingsdichtheid bedraagt .
De Deense geschiedenis is in belangrijke mate gevormd door de strategische ligging tussen de Oost- en Noordzee, op het Europese vasteland. Deense Vikingen trokken vanaf de 8e eeuw op rooftochten door West-Europa en Noord- en Oost-Engeland. Op het Deense grondgebied ontstond het Koninkrijk Denemarken dat in de loop der eeuwen delen omvatte van zuidelijk Zweden en Noord-Duitsland alsook enkele overzeese gebieden in de noordelijke Atlantische Oceaan. De Kalmarunie verbond vanaf 1397 Denemarken in een personele unie met Zweden en Noorwegen, totdat Zweden de unie in 1523 verliet. De unie met Noorwegen werd in 1814 opgebroken, waarvoor en waarna de Deense staat ook andere gebiedsdelen kwijtraakte (aan Zweden, aan Duitsland en door de onafhankelijkheid van IJsland) en tot zijn huidige omvang slonk. Vanaf de 20e eeuw werd een sociaaldemocratische verzorgingsstaat volgens het Scandinavisch model opgebouwd, waarmee Denemarken zich ontwikkelde tot een hoogontwikkelde gemengde economie.
Denemarken is een parlementaire constitutionele monarchie; het staatshoofd is sedert 14 januari 2024 koning Frederik X. Het land heeft twee volksliederen: een burgerlijk volkslied (Der er et yndigt land) en een koninklijk volkslied (Kong Kristian). Groenland en de Faeröer behoren tot het Deense koninkrijk, maar zijn zelfstandige landen met een eigen bestuur.
Denemarken is lid van de Europese Unie, de Verdragen van Schengen en de Europese Economische Ruimte. Het valt wel buiten de Eurozone; het betaalmiddel is de Deense kroon.
Geschiedenis
miniatuur|links|De grondwetgevende vergadering in 1848 Denemarken werd in het tijdperk van de Vikingen in de 10e eeuw verenigd door koning Harald Blauwtand († 985), die zich tot het christendom bekeerde. Denemarken bestuurde onder Knoet de Grote kort Engeland in de 11e eeuw en werd in 1397 met Zweden en Noorwegen verenigd. De unie met Zweden duurde tot 1523 en de unie met Noorwegen tot 1814. Het stadje Ribe werd reeds in 710 gesticht en is daarmee het oudste stadje van heel Scandinavië.
De Dertigjarige Oorlog van 1618-1648 betekende het einde van de Deense territoriale ambities in Scandinavië. Zweden werd machtiger. Bij het Verdrag van Brömsebro in 1645 verloor Denemarken Halland en in 1657-1660 werd Denemarken onder de voet gelopen. Kopenhagen hield nipt stand, maar Denemarken verloor Skåne en Blekinge.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Denemarken vanaf 9 april 1940 door nazi-Duitsland bezet. IJsland, dat tot dan toe tot Denemarken behoorde, verklaarde zich op 17 juni 1944 onafhankelijk. Op 5 mei 1945 eindigde de bezetting van Denemarken met de capitulatie van de Duitse troepen in het land.
Denemarken maakt sinds 1973 deel uit van de Europese Unie.
Geografie Fysieke kenmerken miniatuur|links|Satellietfoto van Denemarken Denemarken is het zuidelijkste Scandinavische land. Denemarken omvat het grootste deel van het schiereiland Jutland en ongeveer 405 eilanden, waarvan Seeland, Funen, Lolland, Falster, Langeland, Als, Møn, Bornholm en Amager de belangrijkste zijn. Als deel van de Europese Vlakte bestaat het land bijna volledig uit laagland. Meer dan 65 procent is gecultiveerd.
Het grootste deel van Denemarken wordt gevormd door het schiereiland Jutland. De hoofdstad ligt op het grootste van de Deense eilanden, Seeland. Dit wordt door een smalle zeestraat, de Sont, van Zweden gescheiden. De hoofdstad Kopenhagen is sinds 2000 via de Sontbrug en -tunnel verbonden met de Zweedse stad Malmö. Ook de eilanden Funen, Lolland, Falster, Langeland en het in de Oostzee gelegen Bornholm behoren tot Denemarken. Het eiland Funen is per brug, spoorbrug en tunnel verbonden met Jutland en Seeland. De toekomstige Fehmarnbeltverbinding, een 16,2 kilometer lange tunnel tussen Rødby op Lolland en Puttgarden op het eiland Fehmarn in Duitsland, zal naar verwachting rond 2029 klaar zijn.
De enige landgrens is de grens met Duitsland in het zuiden. Deze landgrens heeft een lengte van 67 kilometer. Ten westen ligt de Noordzee, ten noorden het Skagerrak en ten oosten liggen het Kattegat en de Oostzee. Het verst verwijderd van de kust is men in het midden van Jutland, op 52 kilometer afstand.Jennifer Wattam Klit, Helsingor, Denmark: Hamlet's Home Town, Go Nomad.com
De kustlijn van Denemarken, exclusief Faeröer en Groenland, heeft een totale lengte van 8750 kilometer. De langste rivier is de 158 kilometer lange Gudenå in Jutland. Het hoogste punt van het land is Møllehøj bij Skanderborg, dat 170,86 meter boven zeeniveau ligt.
Klimaat Denemarken heeft een gematigd zeeklimaat. De wind uit de Noord-Atlantische Oceaan (een warme oceaanstroom) zorgt gewoonlijk voor een vrij mild klimaat. Een enkele keer raakt de Oostzee met ijs bedekt, waardoor warmere wateren worden afgesneden en de winter streng is.
In februari schommelt de temperatuur rond de 0 °C. In juli is dat 18 °C. Gemiddeld valt er 600 millimeter neerslag per jaar. De droogste periode is tussen eind april en begin juni. Als de wind 's winters uit het oosten waait, kan het zeer koud worden. De laagste temperatuur ooit gemeten was −31 °C. De hoogste temperatuur gemeten in Denemarken sinds 1874 is 36,4 °C, gemeten op 10 augustus 1975 in de plaats Holstebro. 's Zomers kan de temperatuur door diezelfde oostenwind oplopen tot boven de 30 °C.
Bevolking Naast de Deense meerderheid in Denemarken, zijn er Groenlandse, Faeröerse en Duitse minderheden.
Grootste steden van Denemarken
De dertig grootste steden in Denemarken naar inwonertal zijn: Plaats Inwoners Plaats Inwoners Plaats Inwoners Plaats Inwoners Plaats Inwoners Kopenhagen 548.4431.894.521 in de agglomeratie Kolding 57.087 Hørsholm 45.816 Holstebro 34.024 Svendborg 27.113 Aarhus 242.914 Horsens 52.998 Silkeborg 42.396 Taastrup 32.260 Hjørring 24.892 Odense 166.305 Vejle 50.832 Næstved 41.729 Slagelse 31.918 Frederikshavn 23.331 Aalborg 102.312 Roskilde 46.701 Fredericia 39.513 Hillerød 29.951 Haderslev 21.293 Esbjerg 71.459 Helsingør 46.189 Viborg 35.656 Sønderborg 27.194 Nørresundby 21.120 Randers 60.227 Herning 45.890 Køge 34.937 Holbæk 27.157 Ringsted 20.767 Dit overzicht is gebaseerd op het inwonertal van 1 januari 2010.Danmarks Statistik 2010. Gearchiveerd op 30 september 2022.
Taal De taal in Denemarken is Deens, een Noord-Germaanse taal met een aantal duidelijk onderscheiden dialecten. Duits wordt door een Duitse minderheid in Zuid-Jutland (Noord-Sleeswijk) gesproken, evenals Nedersaksisch. De belangrijkste immigrantentalen zijn het Turks, Urdu, Arabisch, Servo-Kroatisch, Faeröers, Zweeds en Noors.
Religie miniatuur|Harald wordt gedoopt door de monnik Poppo (ca. 970) Denemarken werd vrij laat en vrij langzaam gekerstend. In de 9e eeuw waren delen reeds bekeerd tot het christendom. In 860 kreeg de Frankische bisschop van Hamburg, Ansgar (801-865) toestemming in Ribe een kerk te bouwen. Koning Harald bekeerde zich op het einde van de 10e eeuw en rond 1100 was het christendom algemeen doorgedrongen. In 1104 werd in het toen nog Deense Lund de eerste bisschopszetel voor heel Scandinavië ingesteld.
In 1536 werd, vooral ten gevolge van de prediking door de 'Deense Luther' Hans Tausen, de reformatie van staatswege algemeen doorgevoerd. Vele oude kerkvormen werden wel overgenomen; ook de bisschopswijding bleef gehandhaafd. Net zoals in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein is er in Denemarken sprake van een staatskerk, die echter officieel als Volkskerk (Folkekirke) wordt gekwalificeerd. Deze Evangelisch-Lutherse Kerk wordt als zodanig grotendeels door de staat gefinancierd. Elke kerkelijke gemeente wordt bestuurd door een door de leden gekozen raad. Sinds 1947 worden vrouwen tot het ambt toegelaten.
Het aantal Denen dat lid is van de Volkskerk neemt jaarlijks met zo'n 0,85 procentpunt af. Begin 2014 behoorde 78,4% van de Denen tot de Volkskerk. In Kopenhagen was 60,9% van de bevolking lid van de Folkekirke.Kirkeministeriet: medlemmer af folkekirken Begin 2023 waren die percentages gedaald tot 72,1% respectievelijk 54,4%.Folkekirkens medlemmer Folkekirken
Naast de Volkskerk zijn er kleine minderheden van andere protestanten. Nadat in 1849 het alleenrecht van de lutherse godsdienst werd opgeheven, kon de Katholieke Kerk in Denemarken, die geheel uit het land was verdwenen, op beperkte schaal weer worden opgebouwd. Naar schatting 5,1 procent van de bevolking was in 2021 moslim.
Politiek en overheid Staatsinrichting thumb|Denemarken is samen met Groenland en de Faeröer onderdeel van het Koninkrijk Denemarken. thumb|Het Folketing, het Deense parlement, is gevestigd in het paleis Christiansborg in Kopenhagen. Denemarken is een constitutionele monarchie die volgens de grondwet van 1953 geregeerd wordt. Ook Groenland behoort tot het Deense koninkrijk, evenals de Faeröer. Waar de laatste twee een zelfstandige positie binnen het koninkrijk innemen, wordt het Deense grondgebied er direct door bestuurd.
De wetgevende macht wordt bekleed door het staatshoofd, koning Frederik X van Denemarken, samen met het parlement, het Folketing, dat uit één kamer met 179 direct gekozen leden bestaat. Het parlement wordt samengesteld door een combinatie van meervoudige kiesdistricten en evenredige vertegenwoordiging. Sinds 1909 heeft geen enkele partij de absolute meerderheid gehad. Vanaf 1945 is Socialdemokratiet (Sociaaldemocratische Partij) lange tijd de belangrijkste politieke partij geweest, maar eind jaren negentig begon de trend te keren. Rechtse stromingen als het nationalisme/conservatisme en het liberalisme kwamen sterk op en van 2001 tot 2011 regeerden centrumrechtse coalities met gedoogsteun van de Dansk Folkeparti (Deense Volkspartij). Tussen 2011 en 2015 stonden de sociaaldemocraten weer aan het roer en had Denemarken met Helle Thorning-Schmidt voor het eerst een vrouwelijke premier. Hierna volgde een liberale regering onder leiding van Lars Løkke Rasmussen (2015–2019). Sinds 2019 is Mette Frederiksen premier van Denemarken. Zij leidt sinds 2026 een centrumlinks coalitiekabinet.
De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de monarch en door zijn of haar ministers, die door de eerste minister worden geleid. Deze laatste is tevens het hoofd van de regering. Het kabinet van ministers is verantwoording schuldig aan de Kamer en moet de steun van de meerderheid van dat orgaan hebben. Parlementsleden die tot minister worden benoemd, blijven lid van het parlement.
Bestuurlijke indeling
miniatuur|De 5 regio's van Denemarken Bestuurlijk was Denemarken tot 2007 verdeeld in 13 provincies en één autonome stad, Kopenhagen. Er waren 270 gemeenten. Lokale en regionale overheden hadden een grote mate van autonomie, die reeds was gegarandeerd in de grondwet van 1849. De Denen beschouwen de lokale autonomie als een van de meest verregaande in de wereld.
Sinds 1 januari 2007 bestaat Denemarken uit 5 regio's (regioner) en 98 gemeenten. Het aantal regio's wordt op 1 januari 2027 verminderd tot vier als de regio's Hoofdstad en Seeland samen worden gevoegd tot Oost-Denemarken.
Internationale samenwerking