Dromiceiomimus is een geslacht van uitgestorven theropode dinosauriërs, behorend tot de Ornithomimidae, dat tijdens het Laat-Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

Het eerste fossiel van Dromiceiomimus werd in 1924 gevonden en kreeg in 1926 de naam Struthiomimus brevetertius, als derde soort van het al bestaande geslacht Struthiomimus. Pas in 1972 kreeg de soort een eigen geslachtsnaam, die 'emoe-nabootser' betekent, toen zij hernoemd werd tot Dromiceiomimus brevitertius. Tegelijkertijd werd een tweede soort benoemd: Dromiceiomimus samueli. Van beide soorten zijn verschillende vrij volledige skeletten gevonden zodat de wetenschappers een goed beeld kregen van hoe Dromiceiomimus eruitzag. Veel geleerden denken dat de later benoemde Ornithomimus edmontonicus dezelfde soort is als Dromiceiomimus brevitertius. Veel wat in de boeken over Ornithomimus te lezen valt, gaat dan eigenlijk over Dromiceiomimus.

Dromiceiomimus was een warmbloedige tweevoeter met een primitief verenkleed die ongeveer vier meter lang werd en een kleine tweehonderd kilogram zwaar. Zijn korte horizontale romp werd in evenwicht gehouden door een rechte korte staart. Hij had een vrij lange nek die een langwerpige kleine schedel droeg. Die had geen tanden maar was voorzien van een scherpe snavel waarmee voedzame stukken plant konden worden afgebeten. De voorpoten waren erg lang met drie dunne lange vingers van dezelfde lengte die lange rechte klauwen droegen en een rechte hoek konden maken met de onderarm. Daarmee konden als met een haak takken naar beneden getrokken worden zodat de kop vruchten of de sappigste blaadjes kon bereiken. Vermoedelijk at Dromiceiomimus ook kleine dieren als hij de kans kreeg en was hij dus een alleseter. Bij volwassen dieren waren de voorpoten voorzien van lange veren om mee te pronken. De achterpoten waren zeer lang en zwaargespierd. Ze maakten Dromiceiomimus tot een van de snelste dinosauriërs, die met wel zeventig kilometer per uur kon vluchten voor grote roofsauriërs als Gorgosaurus.

Vondst en naamgeving In 1924 werden in Alberta door een team van de Universiteit van Toronto bij Bleriot Ferry, nabij de Red Deer River, de resten gevonden van een ornithomimide. In 1926 werden die door William Arthur Parks benoemd als een soort van Struthiomimus: Struthiomimus brevetertius. De soortaanduiding, vanuit het Latijnse brevis, 'kort', en tertius, 'derde', verwees naar de zo extreem toegeknepen bovenkant van het derde middenvoetsbeen, dat dit element sterk verkort werd. Het holotype is specimen ROM 797, gevonden in de Horseshoe Canyon Formation uit het vroege Maastrichtien, ongeveer negenenzestig miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet zonder schedel. De extreme verkorting is uniek onder alle bekende ornithomimide exemplaren en wordt tegenwoordig gezien als misschien een pathologie ofwel ziekelijke afwijking of anders wellicht een gevolg van individuele variatie

In 1930 hernoemde Loris Russell de soort tot een Ornithomimus brevitertius waarbij ze dus in een ander geslacht geplaatst werd en de soortaanduiding correcter gevormd. In 1933 emendeerde Charles Mortram Sternberg het epitheton zelfs formeel tot brevitertius met als argument dat het een evidente verschrijving was. Dat bleek achteraf niet juist te zijn want Parks bleef ook later de vorm brevetertius gebruiken. Op zich zou dat daarom de geldige naam zijn, ware het niet dat namen volgens de huidige regels ook geldig worden als ze overwegend geworden zijn en dat is bij brevitertius het geval.

In 1972 herzag Dale Russell het geslacht Ornithomimus en splitste het. Struthiomimus brevetertius kreeg een eigen geslacht Dromiceiomimus. De geslachtsnaam betekent: 'nabootser van de Emoe', vanuit Dromiceius, de oorspronkelijke geslachtsnaam van de emoe — de huidige is Dromaius — en een Latijns mimus, 'nabootser', een verwijzing naar de uiterlijke gelijkenis tussen de Ornithomimidae en de loopvogels.

In 1972 hernoemde Russell Struthiomimus samueli Parks 1928, gebaseerd op specimen ROM 840, in 1926 ontdekt bij Steveville, tot een tweede soort van Dromiceiomimus: Dromiceiomimus samueli. Dit was indertijd het eerste ornithomimide-exemplaar met een complete schedel.

Russell deed in 1972 ook een poging om alle toen bekende ornithomimide fossielen over de soorten van zijn nieuwe indeling te verdelen. Aan Dromiceiomimus brevitertius wees hij verschillende specimina toe: AMNH 5201, een gedeeltelijk skelet zonder schedel dat al in 1916 beschreven was door Henry Fairfield Osborn maar toen toegewezen aan Ornithomimus velox; CMN 12068 en CMN 12069, gedeeltelijke skeletten zonder schedel; CMN 12070, een stel achterpoten en CMN 12228, een skelet met schedel. Van de soort Struthiomimus ingens Parks 1933, gebaseerd op specimen ROM 852, stelde hij dat die identiek was aan, en dus een jonger synoniem van, Dromiceiomimus brevitertius. thumb|Skeletten eerder aan O. edmontonicus toegewezen behoren in feite aan Dromiceiomimus. Dit is een exemplaar, gevonden in 1995, dat veren aan de armen toont Russell kwam tot zijn nieuwe indeling vanuit een verlangen een exactere werkwijze te gebruiken dan het simpelweg op het oog vergelijken van de verschillende fossielen. Daarom paste hij de toen populaire methode van de morfometrie toe waarbij door statistische analyse van de afmetingen en proporties werd bekeken of bepaalde exemplaren bij elkaar uitvielen. Dromiceiosaurus zou zich dan onderscheiden ten opzichte van Ornithomimus door een kortere rug, langere en slankere onderarmen en handen en de vorm van het bekken. Een probleem daarbij was dat vrij veel specimina nodig zijn om de resultaten van zo'n analyse betrouwbaar of significant te maken. Die had hij eigenlijk niet. Dat werd pas als een probleem gevoeld door de opkomst van een andere exacte methode: de kladistiek. Daarin wordt de onderlinge verwantschap van exemplaren vastgesteld door van zo veel mogelijk kenmerken te bepalen of ze aanwezig zijn of niet en dan de stamboom uit te rekenen die zo min mogelijk evolutionaire veranderingen veronderstelt. In zo'n werkwijze zijn juist discrete eigenschappen, die eenduidig waar te nemen zijn, doorslaggevend, niet een statistische samenhang.

In 2004 stelde Peter Makovicky dat Russells statistische ondersteuning onvoldoende was om Dromiceiomimus brevitertius van Ornithomimus edmontonicus te onderscheiden. De vermeende langwerpigheid van de onderarm en aparte vorm van het heupgewricht bleken een gevolg van foute metingen en interpretaties van samengedrukte botten. Voor veel zogenaamd samenhangende kenmerken werden later exemplaren gevonden die wel het ene maar niet het andere kenmerk toonden. Andere kenmerken lijken verklaard te kunnen worden door individuele variatie of allometrie: het veranderen van de proporties tijdens de groei. Makovicky liet daarom Dromiceiosaurus in Ornithomimus edmontonicus opgaan.Makovicky, P.; Kobayashi, Y.; and Currie, P., 2004, "Ornithomimosauria" In: Weishampel, D.; Dodson, P.; and Osmolska, H.;(eds). The Dinosauria Second Edition. University of California Press. 861 pp Daarbij vergat hij echter dat Struthiomimosaurus brevetertius, de typesoort van Dromiceiomimus, prioriteit heeft ten opzichte van O. edmontonicus. Een samenvoeging binnen Ornithomimus zou dus weer Loris Russells Ornithomimus brevitertius moeten opleveren. Daarbij is het dubieus geworden of deze soort wel werkelijk direct verwant is aan de typesoort van Ornithomimus, Ornithomimus velox; invoering in bestaande data-matrices heeft als uitkomst dat de twee geen zustersoorten zijn. Naar de huidige normen is de geldige soortnaam dan Dromiceiomimus brevitertius. Ornithomimus edmontonicus, Struthiomimus currellii Parks 1933 en Struthiomimus ingens Parks 1933 zijn daar jongere synoniemen van. Aangezien Ornithomimus edmontonicus verreweg het beste materiaal vertegenwoordigt dat tot Ornithomimus werd gerekend, heeft het meeste wat de literatuur over dat geslacht vermeldt en het hele beeld dat ervan gevormd is in feite op Dromiceiomimus betrekking.

Het samenvoegen van al deze taxa betekent dat Dromiceiomimus van veel meer exemplaren bekend is, waaronder voor wat D. brevitertius betreft CMN 8632, het zeer complete holotype van O. edmontonicus en ROM 851, het holotype van Struthiomimus currellii. Aan D. samueli kunnen dan verder toegewezen worden de specimina AMNH 5394, een voetklauw; RTMP 2005.49.21, een handklauw; RTMP 80.28.1 en RTMP 2005.9.4, staartuiteinden; en CMN 12441, RTMP 93.62.1 en RTMP 95.110.1, gedeeltelijke skeletten. De specimina worden voornamelijk over D. brevitertius of D. samueli verdeeld op basis van herkomst: de eerste stamt uit het vroege Maastrichtien, ongeveer 69 miljoen jaar oud, de tweede is bekend uit de Canadese Dinosaur Park Formation van het late Campanien, enkele miljoenen jaren ouder. Er zijn echter ook kleine verschillen in bouw gesuggereerd.

In 2018 weerspraken W. Ian McDonald en Philip John Currie de conclusies van Makovicky. Na een studie van een gedeeltelijk skelet aan Dromiceiomimus toegeschreven, specimen UALVP 16182 in 1967 door Dr. Richard Fox gevonden, meenden ze dat Dromiceiomimus brevitertius en Ornithomimus edmontonicus potentieel toch van elkaar te onderscheiden waren op grond van de verhoudingen tussen de onderbeenelementen.Ian Macdonald & Philip J. Currie, 2018, "Description of a partial Dromiceiomimus (Dinosauria: Theropoda) skeleton with comments on the validity of the genus", Canadian Journal of Earth Sciences DOI: 10.1139/cjes-2018-0162 Dat verschaft een rechtvaardiging voor de gangbare praktijk om veel van het materiaal toch met Ornithomimus te blijven aanduiden maar laat het probleem in stand dat Ornithomimus edmontonicus wellicht niet direct aan Ornithomimus velox verwant is. De studie probeerde dit op te lossen door Ornithomimus te definiëren als een klade bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Ornithomimus edmontonicus en Ornithomimus velox; en al diens afstammelingen. Hoewel dit een rechtvaardiging kan verschaffen voor de beslissing om voor Ornithomimus edmontonicus geen apart geslacht te benoemen, heeft het als consequentie dat binnen een coherente nomenclatuur alle soorten binnen die klade in het geslacht Ornithomimus zouden moeten worden geplaatst, wat de naamgeving potentieel erg labiel maakt.

Beschrijving thumb|Dromiceiomimus met op de voorgrond Sinornithosaurus

Algemene bouw en grootte Zoals alle ornithomimiden is Dromiceiomimus een snelle tweevoeter met lange achterpoten, lange armen en handen, en een lange nek die een kleine langwerpige tandeloze schedel draagt voorzien van een snavel. Hij was warmbloedig en hoogstwaarschijnlijk voorzien van een primitief verenkleed om warm te blijven.

Dromiceiomimus is voor een ornithomimide ongeveer middelgroot. Gregory S. Paul schatte in 2010 de maximale volwassen lichaamslengte op 3,8 meter, het gewicht op honderdzeventig kilogram.Paul, G.S., 2010, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Princeton University Press p. 117

Onderscheidende kenmerken van Dromiceiomimus brevitertius en Dromiceiomimus samueli