Steven Kees Aaron (Steve) Brown (Roseville, 26 oktober 1954) is een Nederlands ondernemer, programmamaker en auteur van Amerikaanse afkomst.
In de jaren tachtig stond hij aan het hoofd van de controversiële coffeeshop The Happy Family en in de jaren negentig was hij getuige in de rechtszaak tegen Martin Hoogland. Hij erkent in de jaren zeventig, tachtig en begin jaren negentig in de hasjhandel actief te zijn geweest maar heeft de criminaliteit naar eigen zeggen in 1992 de rug toegekeerd. Na een aantal jaren een wekelijks televisieprogramma te hebben gemaakt voor de Amsterdamse lokale omroep SALTO onder de titel Stem van de straat richtte hij in 2017 de politieke partij Stem van de straat op om daarmee te kunnen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018.stevenbrownsblog.wordpress.com, 14 januari 2018 Brown heeft zich laten inspireren door de marktkoopman en zwerver Had-je-me-maar, die in 1921 als lijsttrekker van de anarchistische Rapaille Partij in de gemeenteraad van Amsterdam gekozen werd.Persoonlijke mededeling aan Dolph Kohnstamm via mevr. J. Brand, kandidaat-raadslid voor de partij Stem van de straat, 5 jan. 2018
Jeugd en opleiding Brown kwam als tweejarig kind naar Nederland en woonde in de Amsterdamse buurt De Pijp. Op zijn 16e was hij daar schoorsteenveger. Brown volgde op het Amsterdamse Montessorilyceum twee jaar de hbs en haalde daarna het hbo-diploma sociaal werk. In 1982 haalde hij het diploma van het Instituut Voortgezette Agogische Beroepsopleiding te Amsterdam. Hij behaalde in 2000 zijn propedeuse Nederlands recht (zie ook onder).
The Happy Family Brown was in 1979 op 25-jarige leeftijd de oprichter van de coffeeshopketen 'The Happy Family'. Dit was formeel gezien een stichting voor opvang van randgroepjongeren, die jaarlijks 180.000 gulden subsidie kreeg. Na klachten uit de buurt deed de politie hier in 1982 een inval, waarbij 1,5 kilo hasj en een groot aantal illegaal gekopieerde videobanden in beslag werden genomen. Vanwege de agressieve reacties van zowel personeel als bezoekers van de coffeeshop werden geen arrestaties verricht om de zaak niet verder te laten escaleren. Begin 1984 ontdekte de afdeling financiën van de gemeente Amsterdam in het jaarverslag van de stichting uit 1983 dat er wel erg hoge posten in stonden (zoals hoge baromzetten) en ze vermoedden dat er drugsgeld in was verwerkt. Een onderzoek van de gemeentelijke accountantsdienst en een ander onafhankelijk onderzoek door het accountantsbureau Van Dien en Co. deden de vermoedens rijzen dat The Happy Family in feite niets anders was dan een dekmantelbedrijf voor professionele drugshandel. Omdat The Happy Family een stichting was en dus geen winstoogmerk mocht hebben, startte de belastingdienst ook een onderzoek en concludeerde dat met de handel in softdrugs jaarlijks naar schatting 12 miljoen gulden omzet werd gedraaid, waarvan 4 miljoen netto winst. Deze schattingen stemden ongeveer overeen met die van de gemeente en Van Dien en Co. De bevindingen leidden echter niet tot stopzetting van de subsidies, waarna een ambtenaar het rapport uit frustratie hierover liet uitlekken naar de VVD-politici Paul Luijten en Anne Lize van der Stoel. De VVD-fractie kwam daarop in april 1985 met de '12 miljoen' op de proppen in een raadsvergadering onder het mom van eigen onderzoek, daar de beide gemeenterapporten officieel geheim waren. The Happy Family ontkende de aantijgingen en probeerde via een proces achter de tipgevers van de VVD-politici te komen. Met name Van der Stoel was fel gekeerd tegen het mogelijk subsidiëren van de drugshandel en wist uiteindelijk de geldkraan dicht te draaien, hetgeen Brown haar niet vergaf. In 1996 spande hij tevergeefs een rechtszaak tegen haar aan vanwege vermeende corruptie en banden met de georganiseerde misdaad."Kruistocht Steve Brown tegen Kamerlid", Wilco Boom, Algemeen Dagblad, 26 oktober 1996
In dezelfde tijd werd beslag gelegd op ruim 200.000 gulden die de stichting nog tegoed had van de gemeente vanwege een navordering over 1984 van ongeveer 750.000 gulden. Ook hiertegen spande The Happy Family een proces aan, dat ze wist te winnen. Dit vonnis werd later dat jaar weer nietig verklaard. Zelf verklaarde de advocaat van de stichting dat er jaarlijks slechts 650.000 gulden werd omgezet. Omdat de gemeente de hulp aan randgroepjongeren belangrijk vond en de stichting zichzelf kon bedruipen, werd de subsidie voortgezet. Wel was er nu zoveel negatieve publiciteit gegenereerd, dat Brown de activiteiten van de stichting langzaam afbouwde."Mogelijk sprake van corruptie", Bart Middelburg, Het Parool, 17 april 1993
In 1993 zou Brown in het tv-programma Ooggetuige vanuit zijn schuilplaats in Amerika toegeven dat er in die jaren in werkelijkheid zo'n 50 miljoen per jaar werd omgezet"Happy Family verdiende miljoenen met hasjhandel; Fractievoorzitter VVD in Amsterdam haalt haar gelijk", Algemeen Dagblad, 8 april 1993 en dat de subsidies in werkelijkheid opgingen aan dure vakanties en etentjes met zijn vrienden."Amsterdam zet streep onder affaire Happy Family", ANP, 25 april 1994 Hij verklaarde verder dat hij en zijn gezin in de jaren zeventig en tachtig de subsidies van de gemeente alsook een groot aantal liefdadigheidsinstellingen (die gezamenlijk volgens hem in een topjaar opliepen tot 2,2 miljoen gulden) zou hebben misbruikt. Zo zou hij naar eigen zeggen een subsidie die was bedoeld voor een kerstdiner voor randgroepjongeren in werkelijkheid hebben besteed aan een skivakantie voor hem en zijn gezin. In 1996 herriep hij echter deze uitspraak weer en verklaarde dat de uitspraak verkeerd was geïnterpreteerd en deze uitjes in werkelijkheid werden gefinancierd met de hasjopbrengsten. In een interview uit 1995 gaf hij later aan in de jaren zeventig ook geweld te hebben gebruikt bij sommige activiteiten, maar dat dit alleen uit "functioneel oogpunt" was."De echte octopus zit in de top van Justitie", Rinze Brandsma, De Stem, 9 december 1995
De gemeente Amsterdam liet na maatschappelijke en politieke druk in 1993 een accountantsonderzoek uitvoeren door Dijker (en) Doornbosch (een voorloper van PricewaterhouseCoopers). Zij stelden vast dat de stichting de ontvangen subsidies naar behoren had besteed. Een navordering van de belastingdienst leverde geen resultaat op. De dienst werd in het ongelijk gesteld bij het gerechtshof (Zesde kamer Europese Hof van Justitie - Zaak 289/86 dd. 05.07.1988).
Brown ontplooide zijn activiteiten daarop op individuele basis onder andere namen, zoals een stichting voor arbeidsbemiddeling en een vereniging voor de import van kreeft en sla. Hij heeft ook verklaard verantwoordelijk te zijn voor de introductie van de xtc-pil in Nederland.Bert Huisjes, "In afwachting van de kogel; 'Dat ik door kogels zal sterven, is voor mij 110 procent zeker'", Algemeen Dagblad, 3 december 2001
Moordzaak Na de moord op drugshandelaar Tony Hijzelendoorn in maart 1992, werd zowel Martin Hoogland als Steve Brown opgepakt. Hoogland, een voormalig zakenpartner van Brown, werd vrijwel meteen na het arrest door Brown beschuldigd van de moord op Hijzelendoorn, die hij zijn vriend noemde, alsook de moord op drugsbaron Klaas Bruinsma. Brown kwam na drie maanden weer vrij op 17 mei 1992 en kreeg een schadevergoeding van 80.000 gulden. Bas van Hout schreef in zijn boek De jacht op de erven Bruinsma dat dit een deal was tussen justitie en Brown, maar Brown ontkende dit en wist met een rechtszaak in 2001 Van Hout te dwingen de passage over deze vermeende deal uit dit boek te halen."Schadevergoeding voor journalist", Trouw, 20 juni 2001 Hij trad op als getuige in de zaak tegen Hoogland. Zijn verklaring leidde mede tot de veroordeling van Hoogland voor de moord op Hijzelendoorn en Bruinsma, waarvoor overigens vrij weinig hard bewijs was. Brown vertrok naar Amerika.Bart Middelburg, "Of Steve Brown voor rechter zal verschijnen, blijft nog de vraag. Schuldbekentenis roept lange reeks vragen op", Het Parool, 21 januari 1994 Hij dreef hier gedurende twee jaar een toerismezaak, die echter failliet ging. Later keerde hij terug naar Nederland en ging in Eindhoven wonen.
Biografieën In 1995 schreef journalist Bas van Hout het boek Steve Brown Beroep: Supercrimineel - De ongecensureerde biografie. over Brown, waarvoor hij een aantal gesprekken met hem voerde. Nog voor het boek uitkwam raakten Van Hout en de vrouw van Brown al in een twist over wat er in het boek moest komen te staan. Vervolgens probeerde Brown volgens Van Hout de publicatie van het manuscript te voorkomen, hetgeen mislukte.Hans Moll, "BAS VAN HOUT: Beroep: Supercrimineel. Steve Brown, de ongecensureerde biografie", NRC, 21 oktober 1995 Sindsdien hebben Van Hout en Brown een slechte relatie, zie ook hieronder. Dit kwam onder meer tot uiting in een pamflet dat in november 1995 werd rondgestuurd door het 'Comité Verontruste Buurtbewoners' in de Eindhovense wijk Blixembosch, waar Brown toen naar eigen zeggen alweer anderhalf jaar woonde. In het pamflet, waarvan de afzenders zich niet bekendmaakten, werden bewoners erop gewezen dat de 'zeer gevaarlijke drugshandelaar Steve Brown' in hun buurt woonde, hij 'vrienden uit Amsterdam' ontving en hij een grote wapenvoorraad thuis zou hebben en dat er dus actie moest worden ondernomen om hem de wijk uit te krijgen. Brown ontkende de aantijgingen en beschuldigde Van Hout ervan de brief te hebben opgesteld, die echter verontwaardigd de beschuldiging van de hand wees.Han Verbakel, "Raadsels rond brief van Comite Verontruste Buurtbewoners - Geen 'supercrimineel' in de buurt", Eindhovens Dagblad, 25 november 1995
In 1995 kwam ook het boek Steve Brown, drugsbaron in spijkerbroek uit van Peter Stuivenberg, het tweede, wel door Brown goedgekeurde boek over zijn leven. In dit boek gaf hij aan uit de criminaliteit te stappen (hetgeen hij reeds in 1992 gedaan zou hebben) en een eigen kledinglijn, 'Happy Fashion' op te willen zetten. Parool-verslaggever Bart Middelburg schreef in zijn boek Hoe de misdaad de media manipuleert in 2002 dat John Mieremet en Sam Klepper (beiden later geliquideerd) destijds hebben geprobeerd om het boek uit de schappen te houden door de hele oplage op te kopen en een rectificatie af te dwingen bij de volgende druk.Bert Huisjes, "Onderwereld gebruikt de media; Misdaadonderzoeker Bart Middelburg beschrijft hun relaties", Algemeen Dagblad, 26 oktober 2002
Mediacarrière en vete met Peter R. de Vries In 1997 presenteerde Brown bij tv-zender Veronica het zesdelige programma Zware Jongens. Ook kreeg hij een column voor het blad Panorama (vanaf 1995). Dit succes werd plotseling beëindigd toen misdaadverslaggever Peter R. de Vries in 1997 infiltreerde en in het geheim filmbeelden maakte van Brown, waarbij hij werd neergezet als een crimineel die cocaïne gebruikte op de Wallen. De Vries beschuldigde Steve Brown in zijn programma ook van oneerlijk gedrag en noemde hem een 'politie-infiltrant'. Dit betekende het einde van Browns mediacarrière: Veronica beëindigde zijn programma en ook Panorama stopte de samenwerking met hem.
Sindsdien was er een vete tussen Brown en De Vries. Met name dat zijn kinderen erop werden aangesproken en de buurt hem sindsdien met andere ogen bekeek, hadden bij Brown kwaad bloed gezet. In 2004 spande hij een rechtszaak aan tegen De Vries, waarbij de laatste veroordeeld werd tot betaling van € 2500 als vergoeding voor immateriële schade aan Brown in verband met het aantasten van zijn persoon door het tonen van beelden van zijn cocaïnegebruik en van handtastelijkheden tussen hem en de cameraploeg van De Vries.
Op 20 juni 2007 viel Brown De Vries aan en gaf hem een schop buiten bij de De Avond van het Spannende Boek in de Melkweg (een avond ter gelegenheid van de uitreiking van De Gouden Strop), hetgeen op video werd vastgelegd door studentenzender Campus TV. Deze video circuleert sindsdien op internet.Peter R. de Vries vs. Steve Brown, YouTubekanaal Campus TV, 31 oktober 2007