350px|thumb|De Unie van Lublin. Schilderij van Jan Matejko. De Unie van Lublin was een verbond, getekend op 1 juli 1569 in Lublin, tussen Polen, waar toen Sigismund II August I aan de macht was, en het grootvorstendom Litouwen.
Dit verbond leidde tot het Pools-Litouwse Gemenebest. Dit gemenebest werd geleid door een monarch die de titels van Koning van Polen en Groothertog van Litouwen kreeg. De monarch regeerde samen met een Senaat en een parlement (de Sejm). De Unie was een evolutionaire stap in de alliantie en personele unie van Polen en Litouwen, die nodig was door de enigszins geprangde positie van Litouwen, dat al sinds 1558 in de Lijflandse Oorlog met het tsaardom Rusland (Moskovië) verwikkeld was.
Ontstaan thumb|Situatie in 1561: Tsaar Ivan de Verschrikkelijke van Moskou begon in 1557 om geen enkele gegronde reden tribuut te eisen van Lijfland; hij dreigde met een militaire invasie als de Lijflanders niet zouden betalen. De Lijflandse Confederatie besloot zich onder de bescherming van het grootvorstendom Litouwen te plaatsen; Ivan beschouwde dat als casus belli en verklaarde Lijfland de oorlog. De Litouwers bleken in de jaren 1558–1561 maar met moeite in staat om de Lijflanders te helpen tegen de oprukkende Moskovieten, mede omdat bondgenoot Polen in 1559 zich neutraal opstelde en steun weigerde; de noordelijke steden van Estland plaatsten zich daarom onder bescherming van Zweden, terwijl de Denen het eiland Saaremaa bezetten. Nadat Ivan een bondgenootschap sloot met Denemarken en een wapenstilstand met Zweden, begon hij Litouws grondgebied rechtstreeks aan te vallen: in 1563 werd Polatsk door de Moskovieten bezet. Ook hielden ze plundertochten tegen andere Belarusische steden in Litouwen, zoals Vitsebsk, Sjklow en Orsja. Door deze tegenslag groeide onder de lagere Litouwse adel de steun voor een federale unie met Polen om zich samen tegen de Russen te kunnen verdedigen. In 1564 stokte hun opmars echter, maar Ivan sloeg een vredesvoorstel van de Litouwers af.
Ondertussen begrepen de Litouwers dat ze de rechtstreekse hulp van de Polen nodig hadden om de Russen tegen te houden. Ze boden aan om van de tot dan toe (bijna 200 jaar sinds de Unie van Kreva) louter personele unie met hetzelfde staatshoofd tussen Litouwen en Polen een ware federatie van twee landen te maken, met een gezamenlijk leger, (oorlogs)budget en buitenlands beleid. In december 1568 organiseerde Sigismund II August te Lublin daartoe een gezamenlijke landdag, waar afgevaardigden van Litouwen en Polen het al snel eens werden over een gekozen koning-grootvorst zodra Sigismund zou overlijden (wat gebeurde in 1572), een gemeenschappelijk parlement (de Sejm) en verregaande autonomie voor het grootvorstendom Litouwen. thumb|250px|Het Pools-Litouwse Gemenebest rond 1635, na de Smolenskoorlog De Poolse adel was echter slechts bereid tot de Unie onder strenge voorwaarden: de Poolse edelen die landgoederen van het Kroondomein in bruikleen hadden, zouden die permanent in eigen bezit mogen houden, in plaats van teruggeven aan de Kroon als de pachtperiode was afgelopen. De Litouwers waren het daar aanvankelijk mee oneens en verlieten de landdag in Lublin, maar onder druk van de omstandigheden besloten ze terug te keren en toch akkoord te gaan. De Poolse landdag had namelijk intussen – met goedkeuring van koning Sigismund II – decreten aangenomen waarmee verschillende woiwodschappen van het grootvorstendom Litouwen werden overgeheveld naar de Kroon van het Poolse Koninkrijk (de provincie Klein-Polen), te beginnen bij het woiwodschap Podlachië in maart 1569.
Op 6 juni 1569 kwamen de Litouwers daarom terug naar Lublin en gingen ermee akkoord dat de woiwodschappen in het huidige Oekraïne, namelijk Roethenië, Belz, Wolynië, Kiow (Kyiv), Podolië, Bratslav en Tsjernihiv, voortaan onder de Kroon van het Poolse Koninkrijk zouden vallen in plaats van het Grootvorstendom Litouwen. De Poolse adel zou daar landgoederen mogen aanwerven en de daar aanwezige boeren als horigen exploiteren, het katholicisme invoeren als bevoorrechte religie en het Latijn en uiteindelijk vooral het Pools als bestuurstalen laten prevaleren boven het Roetheens. Met dit compromis konden de Litouwers de rest van hun grondgebied (met name de huidige Baltische staten, Belarus en het woiwodschap Smolensk) behouden en de militaire steun van de Polen krijgen die ze nodig hadden tegen de Russen.
Op 1 juli 1569 werd zo de Unie van Lublin gesloten die het Pools-Litouws Gemenebest vormde en Polen ook een strijdende partij in de Lijflandse Oorlog tegen Moskovië maakte.
Impact De vorming van het Pools-Litouws Gemenebest in 1569, dat in 1572 bovendien een kiesmonarchie dan wel een gekroonde republiek werd, had ingrijpende gevolgen voor de geschiedenis van Centraal- en Oost-Europa. Ten eerste slaagden de Polen, Litouwers, Lijflanders, Oekraïners en Belarussen samen met de Zweden erin om in 1582/3 de Lijflandse Oorlog te winnen en Ivan de Verschrikkelijke beslissend te verslaan. Moskovië was onder zijn rampzalige tirannieke, terroriserende en continu oorlogvoerende regime een puinhoop geworden. In plaats van na een korte oorlog het zwakke Lijfland in te pikken, had Ivan het Pools-Litouws Gemenebest doen ontstaan als een sterke federatie, gedreven door de noodzaak tot een gezamenlijke verdediging tegenover Rusland. Ten tweede zou er in het Gemenebest, tegen de Europese trend van absolutisme in, hier geen alleenheerser alle macht hebben, maar werd deze verdeeld onder de szlachta oftewel de adel, zo'n 10% van de bevolking, die allemaal gelijkwaardig waren en stemrecht hadden; voor die tijd een proto-democratie. De situatie voor de boeren was een heel stuk minder rooskleurig, aangezien zij door de szlachta uitgebuit konden worden, al hadden zij meer rechten dan in Moskovië. De autonome positie van Lijfland binnen het Gemenebest betekende uiteindelijk dat de Baltische Staten nog eeuwenlang hun zelfstandigheid en eigenheid wisten te behouden.
De nieuwe grens tussen de provincie Klein-Polen en het Grootvorstendom Litouwen zou uiteindelijk grosso modo de staatsgrens en taalgrens worden tussen Belarus en Oekraïne, waar de bevolking voordien allebei Roetheens sprak en schreef. Aanvankelijk werd de Unie van Lublin in Oekraïne goed ontvangen: de lokale Oekraïense aristocratie (vorsten en bojaren) waren eerst tegen de Unie, maar toen die onafwendbaar bleek, kozen edelen zoals Kostiantyn Ostrozky (de steenrijke en machtige woiwode van Kiow en kapitein van Volodymyr) resoluut voor aansluiting bij de Poolse Kroon in plaats van onder het Grootvorstendom Litouwen te blijven. Er zijn geen aanwijsbare taalkundige of culturele redenen waarom de Oekraïense adel hier een ander pad koos dan de Belarusische; de bevolking in beide landen sprak destijds immers dezelfde Roetheense taal. Wat doorslaggevend lijkt te zijn geweest is de andere geopolitieke situaties (Oekraïne had meer last van Krim-Tataarse plundertochten dan van Moskovië, zoals Belarus had) en de beloning voor bewezen trouw aan de Poolse koning.
In de jaren 1570 vochten er eenheden van honderden Oekraïense Geregistreerde Kozakken in dienst van de Poolse koning mee in de Lijflandse Oorlog tegen Moskovië. De komst van de katholieke Poolse adel naar het grotendeels orthodoxe Oekraïne, waar horige boeren door hen werden uitgebuit, zou in de decennia daarna echter tot steeds grotere spanningen leiden, die uitmondden in verschillende Kozakken-opstanden. Door de Chmelnytsky-opstand ontstond uiteindelijk het Oekraïense Kozakken-Hetmanaat.
Zie ook Lijflandse Oorlog (1558–1582/3) Unie van Kreva (1385) Unie van Brest (1595/6)
Categorie:Geschiedenis van Litouwen Categorie:Geschiedenis van Lublin Categorie:Litouws recht Lublin Lublin Lublin Categorie:1569 Categorie:Europees Erfgoed