Sir Andrew (Andy) Barron Murray (Glasgow, 15 mei 1987) is een Brits voormalig tennisser afkomstig uit Schotland. Hij was prof sinds 2005. Hij kwam in 2005 voor het eerst in de top 100, in 2006 voor het eerst in de top 50 en in 2007 voor het eerst in de top 10 van de ATP-ranglijst. Murray bereikte op 7 november 2016 voor het eerst de eerste plaats daarvan.

Murray schreef in zijn carrière tot dusver 45 enkelspeltoernooien (waarvan drie grandslamtitels) en drie herendubbelspeltoernooien op zijn naam. Hij verloor acht grandslamfinales, onder andere vijfmaal op de Australian Open. In 2012 won hij het goud op de Olympische Spelen voor Groot-Brittannië en won hij de US Open. De overwinning op de US Open betekende zijn definitieve doorbraak op een grandslamtoernooi na vier eerder verloren finales. In 2013 overtrof hij deze hoogtepunten met de historische prestatie om na 77 jaarBrit schrijft historie Wimbledon als Britse thuisfavoriet het thuistoernooi van Wimbledon te winnen. In 2016 bereikte hij de finale van Roland Garros voor het eerst en daarmee heeft hij in alle grandslamfinales gestaan. Ook won hij Wimbledon dat jaar opnieuw. Tijdens de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016 lukte het Murray nogmaals om goud te behalen. Daarmee was hij de eerste herentennisser met twee gouden medailles in het enkelspel. Murray veroverde de nummer 1-positie op de wereldranglijst na de toernooiwinst tijdens het ATP-toernooi van Parijs 2016 in november 2016, waarna hij ook de ATP World Tour Finals 2016 won en het jaar als nummer 1 afsloot. In 2024 beëindigde hij zijn carrière op zijn geliefde Wimbledon waarin hij meedeed aan het dubbelspel.

Murray is de jongere broer van dubbelspelspecialist Jamie Murray, met wie hij regelmatig dubbelde.

Persoonlijk Jeugd Murray was van 1992 tot 1999 leerling aan de Dunblane Primary School. In 1996 was hij aanwezig tijdens het bloedbad dat in die school door de massamoordenaar Thomas Hamilton aangericht werd onder leerlingen van een lager jaar. Na de basisschool ging hij in 1999 naar de Dunblane High School. In zijn jonge jaren tenniste hij bij de Next Generation Club in Edinburgh. Toen hij 14 was, verhuisde hij naar Barcelona, waar hij op de Schiller International School ging studeren. Hij ging toen tennissen bij de Sanchez-Casal Academie, waar hij de bijnaam Lazy English kreeg. In 2005 maakte hij zijn school af.

Moeder Judy Andy Murray en zijn anderhalf jaar oudere broer Jamie werden geboren uit het (in 1997 ontbonden) huwelijk van Willy Murray en Judy Erskine. Moeder Judy is van beslissende invloed geweest op de glansrijke tenniscarrière van haar zonen. Al op zeer jonge leeftijd stuurde zij hen op tennisles. Zo werden ze al vroeg professioneel gevormd. Dit had zijzelf in haar sportieve ontwikkeling gemist. Vóór haar huwelijk was zij een gedreven tennisspeelster, die het tot de Schotse nummer 1 had weten te brengen.

Na haar scheiding was Erskine jarenlang coach van een selectie van jeugdig Brits tennistalent, onder wie haar beide zoons. Dit was een bewuste keuze, die van haar vroeg om haar focus breed te houden en niet gefixeerd te raken op de prestaties van haar eigen kroost. Het was haar grootste schrikbeeld om een 'neurotic tennis-mum’ te worden. Gedurende jaren was zij prominent in beeld tijdens de grote toernooien waaraan Andy en Jamie deelnemen.

Wat Andy betreft, lijkt deze situatie wat te zijn veranderd. Moeder Judy kwam minder in beeld tijdens zijn optreden op het Australian Open van 2012, nadat Murray de voormalige Tsjechische topper Ivan Lendl als trainer had aangetrokken.

Vader Murray heeft wel contact met zijn zoons, maar blijft op de achtergrond.

Al enige jaren komt Kim Sears, Murrays vriendin sinds 2006, steeds prominenter in beeld tijdens de grote toernooien.

Carrière Jaarverslagen Jeugd Murray begon met tennissen op driejarige leeftijd. Hij groeide op met tennis en voetbal, en werd zelfs voorgesteld om voor de Glasgow Rangers te spelen.Profiel op atpworldtour.com. Gearchiveerd op 20 mei 2015. In 2003 won hij zijn eerste futurestoernooi in Glasgow, door Steve Darcis te verslaan, en het juniorentoernooi op de Canadian Open. Hij had dat jaar een 9-4-matchrecord in futurestoernooien. In 2004 won hij nog vier futurestoernooien en had hij een 26-3-matchrecord op futurestoernooien. Hij won dat jaar ook de juniorentitel op het US Open (tegen Serhij Stachovsky) en bereikte op dat toernooi met zijn broer Jamie ook de halve finale in het dubbelspel.

2005 In maart 2005 werd Murray geselecteerd voor het Britse Davis Cupteam voor de wedstrijd tegen Israël. Hij was toen met 17 jaar en 293 dagen de jongste speler die ooit in het Britse Davis Cupteam had gespeeld. Hij speelde in het dubbel, samen met David Sherwood. Tot ieders verrassing wonnen zij hun partij. In mei haalde hij ook nog de halve finale in het juniorentoernooi van Roland Garros, waar hij werd uitgeschakeld door de Kroaat Marin Čilić.

In april werd Murray prof en maakte hij zijn ATP-debuut op het ATP-toernooi van Barcelona, waar hij in de eerste ronde verloor van Jan Hernych. Zijn eerste winst op ATP-niveau kwam er op het grastoernooi van Londen, waar hij de derde ronde haalde en in de eerste en tweede ronde respectievelijk Santiago Ventura en Taylor Dent versloeg. Murray kreeg ook een wildcard voor Wimbledon, waar hij zijn grandslamdebuut maakte. In zijn eersterondepartij versloeg hij George Bastl, die meer dan 150 plaatsen boven hem stond op de wereldranglijst. In de tweede ronde versloeg hij de Tsjech Radek Štěpánek. Zo haalde hij, als eerste Schotse tennisser, de derde ronde op Wimbledon. Hij was op dat moment ook nog de enige Britse tennisser in het toernooi. In de derde ronde moest hij het onderspit delven tegen David Nalbandian, nadat hij twee sets tegen nul had voorgestaan. Tijdens de zomer won hij de challengers in Aptos en Binghamton en maakte hij zijn debuut in de Masters Series-toernooien in Cincinnati, waar hij de tweede ronde haalde. Op het US Open verloor hij in de tweede ronde van Arnaud Clément. Begin oktober kwam hij de top 100 van de wereldranglijst binnen, door de finale te halen in Bangkok, waar hij in de voorgaande rondes had gewonnen van George Bastl, Robin Söderling, Robby Ginepri en thuisfavoriet Paradorn Srichaphan. Murray verloor zijn eerste ATP-finale van Roger Federer. Op zijn laatste toernooi van het jaar, in Bazel, wist hij de kwartfinale te halen. Murray sloot het jaar voor het eerst af in de top 100, op plaats 65. Hij had, vergeleken met het jaar ervoor, de grootste sprong voorwaarts gemaakt van alle spelers in de top 100 en was de tweede jongste speler in de top 100 (na Novak Đoković). Hij was ook de eerste Britse tiener die het jaar afsloot in de top 100 sinds Buster Mottram in 1974.

2006 In zijn eerste optreden op het Australian Open verloor Murray van Juan Ignacio Chela. Een paar weken later won hij zijn eerste ATP-titel op het ATP-toernooi van San José. Hij versloeg er de nummer drie van de wereld, Andy Roddick, in de halve finale en was te sterk voor Lleyton Hewitt in de finale, na twee matchpunten van Hewitt te hebben overleefd. Deze overwinning bracht hem voor het eerst in de top 50. De week daarna haalde hij nog de kwartfinale in Memphis, maar in de volgende toernooien verloor hij telkens in de eerste of tweede ronde, zoals op Roland Garros, waar hij sneuvelde in de openingsronde tegen Gaël Monfils. Het grasseizoen ging relatief beter, met een kwartfinale in Nottingham en een vierde ronde op Wimbledon, zijn beste resultaat op een grandslamtoernooi tot dan toe. Tijdens de zomer haalde hij de halve finale in Newport en haalde hij de finale in Washington, die hij verloor van Arnaud Clément. Op de Canada Masters haalde hij de halve finale en op de Cincinnati Masters de kwartfinale. Op dat laatste toernooi won hij in de tweede ronde van Roger Federer. In heel 2006 waren alleen Rafael Nadal en Murray erin geslaagd om Roger Federer te verslaan. Murray bracht ook een einde aan Federers reeks van 55 gewonnen partijen in Noord-Amerika. Na de Cincinnati Masters klom Murray voor het eerst de top 20 binnen. Op het US Open evenaarde hij zijn beste grandslamprestatie en bereikte hij de vierde ronde, waarin hij verslagen werd door de Rus Nikolaj Davydenko. Na het US Open behaalde hij geen grote resultaten meer. Murray sloot het jaar voor het eerst af binnen de top 20, op plaats 17.

2007 In zijn eerste grote toernooi van het jaar, de Qatar ExxonMobil Open in Doha, haalde Murray meteen de finale. In de finale verloor hij van de Kroaat Ivan Ljubičić. Op het Australian Open was hij als vijftiende geplaatst en verloor hij in de vierde ronde van Rafael Nadal. Een paar weken later verdedigde hij met succes zijn titel van het ATP-toernooi van San José. Daarna haalde hij drie halve finales op rij, in Memphis en op de Masterstoernooien van Indian Wells en Miami, waarin hij beide keren verloor van Novak Đoković. In april kwam hij voor het eerst binnen in de top 10. Murray kon zijn opgang echter niet verder zetten omwille van blessures, die hem bijna vier maanden van de baan af hielden. In april miste hij een maand nadat hij een rugblessure opliep op het Masterstoernooi van Monte Carlo en in mei moest hij opgeven op de Hamburg Masters met een polsblessure. Hij maakte zijn rentree op de Canada Masters begin augustus. Op het US Open verloor hij in de derde ronde van de Zuid-Koreaan Lee Hyung-taik. In het najaar zette Murray nog enkele mooie resultaten neer, met een finale in Metz, een kwartfinale op het Masterstoernooi van Parijs en zijn derde ATP-titel op het ATP-toernooi van Sint-Petersburg, waar hij Fernando Verdasco versloeg in de finale. Murray eindigde het jaar net buiten de top tien, op plaats 11.

2008 thumb|150px|In 2008 nam Murray voor het eerst deel aan de Tennis Masters Cup. Murray startte 2008 goed met winst op het ATP-toernooi van Doha, waar hij Stanislas Wawrinka versloeg in de finale. Op het Australian Open lag hij er echter na de eerste ronde verrassend uit, na verlies tegen Jo-Wilfried Tsonga, die het zou schoppen tot de finale. In februari won hij de titel in Marseille en in maart haalde hij de kwartfinale in Dubai en de vierde ronde in Indian Wells. Daarna volgde een reeks mindere resultaten. Op Roland Garros verloor hij in de derde ronde. In eigen land ging het weer beter, met een kwartfinale op het ATP-toernooi van Londen én op Wimbledon, waarmee hij zijn beste grandslamprestatie tot dan toe neerzette. In de zomer haalde hij de halve finale op de Canada Masters en won hij zijn eerste Masters Seriestoernooi in Cincinnati, door Novak Đoković te kloppen in de finale. Murray nam ook deel aan de Olympische Spelen in Peking, maar verloor al in de eerste ronde van het enkelspel van de Taiwanees Yen-Hsun Lu. In het dubbelspel lag hij er met zijn broer Jamie uit in de tweede ronde. In september zette hij zijn sterkste grandslamprestatie van het jaar neer door de finale te bereiken op het US Open. Hij versloeg Rafael Nadal, 's werelds nummer 1, in de halve finale, maar moest in drie sets de duimen leggen voor Roger Federer in de finale. Murray was de eerste Brit in een grandslamfinale sinds Greg Rusedski op het US Open in 1997. Door zijn finaleplaats kwam Murray op de vierde plaats op de ATP-ranglijst. In het najaar zette hij zijn goede vorm door en won hij in oktober achtereenvolgens de Madrid Masters en het ATP-toernooi van Sint-Petersburg. Op het Masterstoernooi van Parijs haalde hij de kwartfinale. Aan het eind van het seizoen mocht Murray voor het eerst deelnemen aan de Tennis masters Cup. Hij won zijn drie groepswedstrijden (van Andy Roddick, Gilles Simon en Roger Federer), maar verloor de halve finale van Nikolaj Davydenko. Murray sloot het jaar voor het eerst af binnen de top tien, op plaats 4. Murray was de eerste Brit in 36 jaar die het jaar eindigde binnen de top vier en was de eerste Britse speler in het "open tijdperk" die vijf ATP-titels in een seizoen kon winnen.

2009