ADO Den Haag is een Nederlandse betaaldvoetbalclub uit Den Haag, die op 1 februari 1905 werd opgericht. De thuisbasis is het WerkTalent Stadion dat plaats biedt aan 15.000 toeschouwers. De club won tweemaal het landskampioenschap en tweemaal de KNVB Beker.

De clubkleuren van ADO Den Haag zijn geel en groen. Dit geldt ook voor het logo. Centraal hierin staat de ooievaar, de vogel die ook het symbool van de stad Den Haag is.

Geschiedenis Beginjaren ADO is een acroniem dat staat voor Alles Door Oefening. De vereniging Alles Door Oefening werd op 1 februari 1905 opgericht in café Het Hof van Berlijn aan de Haagse Papestraat. In dit pand huist tegenwoordig Muziekcafé De Paap. De jaren na de oprichting waren voor de club bijzonder moeilijk. Veel leden betaalden hun contributie niet en daardoor was er soms niet eens sprake van voetbal. ADO kwam eerst uit in de competities van de Haagsche Voetbal Bond en pas in 1912 volgde promotie naar de derde klasse van de Nederlandsche Voetbal Bond, de voorloper van de KNVB. In 1914 werd het kampioen in die klasse.

Zuiderpark Nadat de club haar intrek in het Zuiderpark had genomen groeide de vereniging en probeerde de club het eersteklasserschap - destijds de hoogste voetbalklasse in Nederland - te bereiken. Dat lukte in 1926 na een promotiecompetitie met het Delftse DHC en het Leidse ASC. Direct daarop stelde ADO een Engelse trainer aan in de persoon van John Donaghy. In de loop van de crisisjaren bleef de club een merendeels onopvallende eersteklasser, soms werd degradatie maar net ontlopen. Dé speler, en later trainer, die in die tijd het beeld van de club bepaalde, was Wim Tap. Als aanvoerder en invloedrijk bestuurslid bouwde Tap aan het roemruchte ADO van de oorlogsjaren. Zo greep het aan het eind van het seizoen 1938-1939 net naast de afdelingstitel door in maart 1939 in Amsterdam van DWS te verliezen. In dat jaar werden de contouren van ADO's kampioensteam al wel zichtbaar.

Kampioensjaren thumb|Bioscoopjournaal uit 1942. In het Haagse Zuiderparkstadion spelen de voetbalclubs ADO en AGOVV om het kampioenschap van Nederland (5-2 in het voordeel van ADO). In mei 1940 eindigde de voetbalcompetitie in een bezet Nederland. De als 'noodcompetitie' bestempelde reeks wedstrijden eindigde voor ADO teleurstellend met weer een gemiste afdelingstitel. Nu was het eveneens Amsterdamse Blauw Wit te sterk. Mede doordat enkele eerste-elftalspelers opgeroepen en gemobiliseerd waren voor de oorlog. In het seizoen 1940/41 werd er 'gewoon' gevoetbald. Er waren wel beperkingen, maar deze waren voor het voetbal nog niet hinderlijk. Zo moest op last van de bezetter voor ieder evenement waar meer dan duizend personen werden verwacht, vergunning worden gevraagd. Dus ook voor de reeks beslissingswedstrijden die ADO met DHC uitvocht om de afdelingstitel in 1941. Na een 1-1 gelijkspel in de eerste wedstrijd op Spangen werd de tweede wedstrijd in de Rotterdamse Kuip gespeeld. Vijfenzestigduizend toeschouwers zagen ADO met een 3-1 overwinning de afdelingstitel pakken. De daaropvolgende landskampioenscompetitie moest ADO uitkomen tegen VSV uit Velsen, Be Quick uit Haren, PSV uit Eindhoven en Heracles uit Almelo. Heracles werd dat jaar echter gekroond tot landskampioen.

In het seizoen 1941/42 klopte wel alles. Ondanks de steeds moeilijker wordende oorlogstijd slaagde ADO er in een soort onoverwinnelijkheid te demonstreren. Vele wedstrijden in de afdelingscompetitie werden met hoge cijfers gewonnen: 4-1 tegen DOS, 5-0 tegen EDO, 5-1 tegen Stormvogels, 3-0 tegen Feijenoord en 4-3 tegen het Haagse VUC. De landskampioenscompetitie gaat in 1942 tegen Heerenveen, AGOVV, Eindhoven en Blauw Wit. In het laatste thuisduel pakt ADO de landstitel door een 5-2-overwinning op AGOVV. Voor ADO scoorden rechtsbuiten Gerrie Vreken en de broers Joop en Piet Eversteyn.

Het seizoen daarop werd ADO wederom afdelingskampioen. Een beslissingswedstrijd tegen het Schiedamse Hermes DVS was nodig om dit te bepalen. Deze wedstrijd werd in de Kuip gespeeld. ADO won met 2-1 voor meer dan vijftigduizend toeschouwers. De kampioenscompetitie in 1943 werd onder meer gestreden met Heerenveen, Feijenoord en Enschede. Memorabel was de 8-2-overwinning op Abe Lenstra's Heerenveen en de 3-1 uitoverwinning op Feijenoord. ADO werd voor de tweede keer landskampioen in de met 1-0 gewonnen thuiswedstrijd tegen Enschede, door een doelpunt van alweer Gerrie Vreken. Het jaar nadien werd ADO slechts zesde in de competitie en eindigde ADO's korte dominantie van het Nederlands voetbal.

Oorlogsjaren In de oorlogsjaren ontstaat er onrust bij ADO doordat zij de bijnaam 'NSB-club' krijgt. Als een van de oorzaken kan het plaatsen van een foto in een krant worden genoemd. Op het eerste kampioensfeest van ADO staan enkele spelers met een gebalde vuist te zwaaien op het moment dat de geplaatste foto werd genomen. Dit wordt door de Duitsers geïnterpreteerd als een 'communistische groet' en men dreigde de club met opheffing, ontbinding en schorsing. ADO kon dit voorkomen door een wedstrijd te spelen in het kader van de, op nationaalsocialistische leest geschoeide, Winterhulp tegen HBS. De club probeerde op slinkse wijze het publiek niet naar de wedstrijd te laten komen, maar de populariteit van beide clubs bracht nog 2800 gulden op. De door de bezetter aangestuurde pers benaderde de wedstrijd echter in termen als ‘ADO neemt initiatief tot wedstrijd voor Winterhulp’. Tijdens de wedstrijd was er een grote schare NSB'ers in uniform aanwezig. Een tweede incident was het feit dat de toenmalige voorzitter en secretaris van ADO NSB-sympathieën hadden. Een derde dat een van ADO's meest prominente voetballers, Gerrit Vreken, openlijk zijn NSB-sympathie uitte. De club kon echter niets tegen Vreken ondernemen want de bezetter zou het verhinderen of ADO vermoedelijk hard straffen. In publicaties van Frits Barend en Henk van Dorp in Vrij Nederland (1979) Voetballen in de oorlog blogs.vn.nl (gearchiveerd) en sportjournalist Hugo Borst (2005)https://www.adofans.nl/article/07275/Hugo-Borst-Waarheid-over-Vreken-en-ADO.htm. Gearchiveerd op 27 juni 2019 (gearchiveerd) werd de club als geheel gezuiverd van de NSB-blaam.

Profvoetbal Net als vele andere clubs overkwam het ADO ook dat enkele zeer getalenteerde spelers begin jaren vijftig als voetbalprof in het buitenland gingen spelen. Zo raakte de club Theo Timmermans aan Nîmes Olympique kwijt, Bram Appel aan Stade de Reims en Toon Bauman aan Nantes. ADO werd een van de clubs die het profvoetbal in Nederland ondersteunde. Voorzitter Toon Martens was een van de drijvende krachten: mede met enkele anderen stelde hij de KNVB een ultimatum het betaalde voetbal in Nederland in te voeren. Ná de introductie van het betaald voetbal plaatste ADO zich niet direct voor de gevormde eredivisie maar speelde een seizoen in de Eerste Divisie A waar zij in 1957 kampioen van werd. Het daaropvolgende seizoen was succesvol. Zo bereikte men de vijfde plaats op het hoogste niveau en werden grootmachten als Ajax en Feyenoord in het Zuiderpark met klinkende cijfers verslagen (6-3, 3-1). In 1959 verloor ADO in de finale van de KNVB Beker met 4-1 van VVV-Venlo.

Ernst Happel Zonder het direct te beseffen, was het aantreden van de Oostenrijker Ernst Happel in de zomer van 1962 een beslissing die voor de club verstrekkende gevolgen zou hebben. Happels aanpak pakte uitstekend uit bij een elftal dat voor een groot gedeelte bestond uit Haagse straatschoffies. Na een stroef begin eindigde het elftal in 1965 op de derde plaats in de eredivisie. Enkele schoffies uit die tijd waren Harrie Heijnen, Piet de Zoete, Theo van der Burch, Aad Mansveld en doelman Ton Thie. ADO mocht voor het eerst aan een internationaal toernooi meedoen: de International Football Cup. Dit succes herhaalde zich in 1966. De club haalde de halve finale waarin het verloor van FK Inter Bratislava. Als San Francisco Golden Gate Gales nam Den Haag in 1967 deel aan de United Soccer Association in de Verenigde Staten. Onder Happel haalde ADO in de jaren zestig viermaal de finale van de KNVB Beker. In 1963 (tegen Willem II), 1964 (tegen Fortuna '54) en 1966 (tegen Sparta) gingen deze verloren, maar in juni 1968 werd van landskampioen Ajax gewonnen. In het Zuiderpark werd het 2-1. Het daaropvolgende Europa Cup II-debuut eindigde in de tweede ronde met verlies tegen 1. FC Köln. In 1969 vertrok Happel naar Feyenoord en volgde de Tsjech Václav Ježek hem op. In 1971 werd ADO onder zijn leiding bijna kampioen van Nederland. Het team van Happel, aangevuld met de talenten Dick Advocaat, Harald Berg, Harry Hestad en Lex Schoenmaker eindigde uiteindelijk als derde na zeventien wedstrijden ongeslagen te zijn geweest aan het begin van de competitie, met een doelsaldo van +35 (62-27), de beste prestatie ooit van ADO in de Eredivisie.

Fusiejaren ADO Den Haag is de voortzetting van FC Den Haag dat op 1 juli 1971 ontstond uit een fusie van de voetbalclubs ADO uit Den Haag en het Scheveningse Holland Sport. FC Den Haag veranderde het thuistenue in geheel groen met rode broek. Een politiek machtsspel, de weigering van de gemeente het Houtrust-stadion van Holland Sport te renoveren, een tekort aan geld, torenhoge maar ongefundeerde ambities, vele emoties en harde confrontaties in vergaderzalen en via de pers; allemaal redenen en drijfveren voor de ongewenste en toch doorgezette fusie van ADO met Holland Sport. Twee clubs met twee verschillende soorten aanhang en cultuur (één Haags, de ander Schevenings) werden gedwongen samen te gaan. De gemeente Den Haag beloofde met veel subsidiegeld de wonden te zullen helen, waarna de nieuwe club wonderen moest kunnen verrichten op Europees niveau. De fusie met Holland Sport leverde die emoties op én de verwachting van (inter)nationale successen. In afwachting daarvan werd de Noordtribune verhoogd en overkapt.

Na die tijd was er een team dat kortstondig furore maakte - alhoewel niet zó hoog als men in gedachten had - en dit bestond uit spelers die tussen 1995 en 2008 in het trainersvak internationaal carrière maken: Dick Advocaat, Martin Jol en in iets mindere mate Lex Schoenmaker. Daarboven stond de vereenzelviging van ‘Haagse bluf’ in de persoon van Aad Mansveld. Enkele goede aankopen in de personen van bijvoorbeeld Dojo Perazić completeerden FC Den Haag. FC Den Haag eindigde twee keer op rij vijfde, en speelde twee keer op rij Europees voetbal in de seizoenen 1971/72 en 1972/73. De trouwe Scheveningse aanhang van Holland Sport bleek na enkele jaren echter grotendeels te hebben afgehaakt.

In het seizoen 1971/72 werd de vijfde plaats op een overtuigende wijze behaald met 59 goals voor en 33 goals tegen, een doelsaldo van +26, de beste prestatie ooit van FC Den Haag in de eredivisie. Dit was evenwel toch iets minder goed dan de beste prestatie van ADO voorheen, dat in het seizoen 1970/71 een derde plaats realiseerde, met een doelsaldo van +35. Eigen kweek in de vorm van de buffelaars Rob Ouwehand, Aad Kila, Simon van Vliet en Joop Korevaar, de grillige, zeer technische, snelle aanvaller Tscheu La Ling en Henk van Leeuwen in de spits maakte een goed team.

Na een terugval in de eredivisie in de seizoenen 1973/74 en 1974/75 met een respectievelijke dertiende en tiende plaats, won FC Den Haag aan het eind van het seizoen 1974/75 de KNVB Beker in Rotterdam door een 1-0 zege op FC Twente. Het daaropvolgende seizoen 1975/76 behaalde de club grote successen in de eredivisie (met een zesde plaats met 65 goals vóór en 51 goals tegen, doelsaldo +14) en in het Europa Cup II toernooi, waarin de kwartfinales werden bereikt. Zo werd onder meer het Noord-Franse RC Lens uitgeschakeld, middels een 3-2 thuiszege en een 1-3 uitzege. Een thuiswedstrijd tegen West Ham United eindigde in 4-2 winst in maart 1976. In Londen werd twee weken later met 3-1 verloren, waarbij een goal van Van Leeuwen werd afgekeurd en de FC uit het toernooi verdween.