De spoorlijn Venlo - Eindhoven verbindt Venlo met Helmond en Eindhoven. De spoorlijn is een van de drie deeltrajecten van Staatslijn E tussen Breda en Maastricht. De lijn werd als laatste gedeelte van de Staatslijn in 1866 geopend. De lijn is geen onderdeel van de huidige route tussen Breda en Maastricht: die verloopt via een nieuwere lijn via Weert.
Geschiedenis Terwijl de meeste landen in Europa in 1860 waren voorzien van een uitgebreid spoorwegnet, bleef Nederland in dat opzicht achter. Enkele particuliere maatschappijen, voornamelijk uit het buitenland, hadden enkele spoorlijnen aangelegd, voornamelijk gericht op buitenlandse steden. Dat jaar besloot de regering om de Nederlandse steden te verbinden door middel van een uitgebreid spoorwegnet. In de daaropvolgende jaren kwam de staatsaanleg van spoorwegen in Nederland op gang. Door de aanleg van tien zogenaamde Staatslijnen werd een belangrijk deel van Nederland per spoor ontsloten. Om de Brabantse en Limburgse steden te ontsluiten en om aansluiting te krijgen op diverse eerder aangelegde buitenlandse spoorlijnen werd Staatslijn E tussen Breda en Maastricht aangelegd. Anders dan de andere Staatslijnen bestond Staatslijn E uit drie deeltrajecten.
Het laatst aangelegde deeltraject is de spoorlijn Venlo - Eindhoven. De spoorlijn werd op 1 oktober 1866 geopend. In Venlo sloot de spoorlijn aan op het in 1865 geopende deeltraject naar Maastricht en de gelijktijdig geopende Staatslijn G, naar het Duitse Viersen. In Eindhoven sloot de lijn aan op het deeltraject naar Breda en de eveneens in 1866 geopende spoorlijn naar Hasselt (B).
In 1872 werd vanuit Venlo de spoorlijn Büderich - Venlo geopend. Het traject maakte deel uit van de ambitieuze 'Paris-Hamburger Bahn'. In 1883 werd de Maaslijn richting Nijmegen geopend. De spoorlijn maakte deel uit van de inmiddels derde Staatsaanleg. Het tracé sloot bij Blerick aan op Staatslijn E. De spoorlijn tussen Eindhoven en Venlo was tot die tijd de enige spoorwegverbinding tussen Limburg en de rest van Nederland. Ook in de decennia hierna was het traject de belangrijkste schakel tussen Limburg en de rest van het land. Ook voor het internationale treinverkeer was de spoorlijn van groot belang.
Ontwikkelingen in de 20e eeuw In 1913 werd van het oorspronkelijke tracé van de Staatslijn een groot aantal kilometers afgesneden door de aanleg van de spoorlijn Eindhoven - Weert. In Weert sloot de nieuwe spoorlijn aan op de IJzeren Rijn naar Roermond. Voortaan vond een belangrijk deel van het treinverkeer tussen Limburg en de rest van Nederland plaats via deze nieuwe verbinding. Daarnaast reed een aantal doorgaande treinen via de Maaslijn. Het traject tussen Eindhoven en Venlo was voortaan vooral voor het grensoverschrijdende spoorwegvervoer van belang. Nog voor de Tweede Wereldoorlog werd het spoorwegvervoer richting Straelen opgeheven.
Omdat het traject voor het nationale reizigersvervoer van minder belang was, duurde het tot 1956 voordat de spoorlijn werd geëlektrificeerd. Hiermee werd het mogelijk om internationale treinen over het Nederlandse traject met elektrische locomotieven te rijden. In Venlo werd vervolgens van locomotief gewisseld. Tegelijkertijd met de elektrificatie van het traject werd het station van Venlo verplaatst. Het station werd dichter bij de binnenstad gesitueerd. Dit was mogelijk door het vervallen van de spoorlijn naar Straelen. Vanuit Duitsland was het vanaf 1968 mogelijk om met elektrische tractie te rijden. Door de verschillen in bovenleidingspanning moest altijd van locomotief worden gewisseld.
Het traject tussen Helmond en Horst-Sevenum heeft een baanvaksnelheid van 160 km/h. Deze mogelijkheid wordt alleen benut bij testritten. Voor de normale treindienst geldt een baanvaksnelheid van 140 km/h, hogere snelheden staat het treinbeïnvloedingssysteem ATB EG niet toe.
Stations en gebouwen Net als langs de andere spoorlijnen uit de beginperiode van de eerste Staatsaanleg verschijnen ook langs de spoorlijn Venlo - Eindhoven de standaardstations van de Staatsspoorwegen, de zogenaamde Waterstaatstations. De stations Horst-Sevenum, Deurne en Nuenen kregen een gebouw van het type 5e klasse. Helmond kreegt een gebouw van het type 4e klasse. In Venlo werd een laag en lang stationsgebouw neergezet, bestaande uit stijl- en regelwerk, opgevuld met steen, afgesmeerd met cement. Het station voldeed hiermee aan de strenge bepalingen van de Vestingwet. Ook in andere vestingsteden als Breda, Deventer en Maastricht verschenen dergelijke stationsgebouwen. Na het aanpassen van de wet in 1874 maakten de meeste stationsgebouwen plaats voor nieuwbouw. Het stationsgebouw van Venlo bleef echter nog tientallen jaren in gebruik.
In 1868, twee jaar na de opening van de spoorlijn, krijgt ook Blerick een stationsgebouw. Het is een laag gebouw met een woning. In 1892 wordt het stationsgebouw vervangen door een hoog rechthoekig gebouw. Twee jaar later krijgt ook station America een klein stationsgebouw van één verdieping. In de loop der jaren worden de overige stationsgebouwen uitgebreid. Vooral het gebouw van Helmond wordt sterk vergroot. In 1915 wordt het station Nuenen vernoemd in Nuenen-Tongelre. In 1938 wordt het station gesloten. Ook station America en de meeste stopplaatsen en haltes langs de spoorlijn worden dan gesloten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakt het stationsgebouw van Blerick zwaar beschadigd en wordt gesloopt.
Sloop en nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog Na de Tweede Wereldoorlog werd de spoorlijn richting Straelen niet opnieuw in gebruik genomen maar opgebroken. Hierdoor was het mogelijk om het station van Venlo enkele honderden meters richting de binnenstad te verplaatsen. Tegelijkertijd met de modernisering van de spoorlijn werd in 1958 het nieuwe stationsgebouw in gebruik genomen. Door de benodigde douanefaciliteiten werd het een opvallend lang gebouw. Voor de relatie met het voorplein kreeg het gebouw een enorme luifel, een glazen voorgevel en een zeer brede bordestrap. Twee jaar later kreeg Blerick een nieuw stationsgebouw. Hier werd een gebouwtje van het zogenaamde Standaardtype Vierlingsbeek neergezet.
In 1970 werd het voormalige stationsgebouw van America gesloopt, in 1972 gevolgd door het voormalige stationsgebouw van Nuenen-Tongelre. Vier jaar later werd het nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Deurne vervangen door een min of meer standaardontwerp dat in de jaren 60 en 70 in verschillende afmetingen voornamelijk de oude Waterstaatstations verving.
De Helmondse stations In 1987 wordt het Helmondse Waterstaatstation vervangen door eenvoudige functionele nieuwbouw. Dat jaar wordt ook de eerste voorstadshalte van de stad, station Helmond Brouwhuis, geopend. Het station is bestemd voor de oostelijke nieuwbouwwijken van Helmond. Voor de westelijke nieuwbouwwijken wordt in 1992 station Helmond 't Hout geopend. Dat station heeft een opvallende cirkelvormige plattegrond. Aan de Eindhovense zijde zijn de stationsvoorzieningen ondergebracht, aan de andere zijde alleen een wachtruimte.
In december 2006 wordt twee kilometer ten westen van Helmond 't Hout de halte Helmond Brandevoort geopend. Geheel in stijl van de gelijknamige Vinex-wijk wordt bij het ontwerp van het stationgebouw (twee trappenhuizen en een luchtbrug) en de overkappingen historische bouwstijlen nagebootst. In de zomer van 2007 is het stationsgebouw gereed.
Dienstregeling Tot de opening van de spoorlijn tussen Eindhoven en Weert in 1913, kent de lijn Eindhoven - Venlo veel reizigersvervoer vanuit de Randstad naar zowel Limburg als Duitsland. Ander belangrijk spoorwegvervoer bestaat uit de boottreinen vanuit Vlissingen. Hierna blijven vooral de internationale verbindingen over. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog neemt het belang van de boottreinen en het andere internationale treinverkeer al enigszins af. De doorgaande internationale treinen rijden steeds meer voor het toeristenvervoer.
Na de Tweede Wereldoorlog rijden alle boottreinen vanuit Hoek van Holland. De overige internationale treinen rijden dan vooral vanuit Rotterdam en Eindhoven. Voor het nationale reizigersvervoer rijdt doorgaans één stoptrein per uur. Een aantal van deze stoptreinen rijdt door naar Keulen. Vanaf 1961 rijdt deze trein vanuit Amsterdam via Rotterdam en Eindhoven. In Eindhoven wordt een cross-platform-overstap gerealiseerd met de treinen die vanuit Amsterdam via Utrecht naar Maastricht rijden.
Spoorslag '70 Met de invoering van de nieuwe consequente dienstregeling bij Spoorslag '70 wordt de spoorlijn naar Venlo opgenomen in het Nederlandse intercitynet. Tussen Rotterdam en Venlo gaat eenmaal per uur een intercity rijden die tussen Eindhoven en Venlo alleen in Helmond stopt. Eenmaal per twee uur rijdt deze trein door naar Keulen. Ook de bestaande stoptreinen tussen Amsterdam en Venlo, via Rotterdam, blijven op het traject rijden. Tussen de reguliere treinen rijden tevens de D-treinen Loreley Expres en de Austria Expres van en naar Hoek van Holland. Ook rijdt er op zaterdagen in de zomer een doorgaande trein tussen Vlissingen en Keulen.
In de loop van de jaren zeventig gaan zowel de intercity's als de stoptreinen vanuit Den Haag Centraal rijden. De D-treinen vanuit Hoek van Holland worden in die periode vernoemd in Rhein Expres en Britannia Express. In de loop van de jaren 80 wordt de stoptrein steeds meer opgewaardeerd tot intercity. Halverwege de jaren 80 is de voormalige stoptrein als intercity opgenomen in het spoorboekje, de trein stopt zowel tussen Dordrecht en Breda als tussen Eindhoven en Venlo nog op alle tussengelegen stations. Tussen Breda en Eindhoven rijden beide treinen precies om het half uur. De intercity's rijden nog elke twee uur door naar Keulen. Ook de boottreinen uit Hoek van Holland en de zaterdagse trein uit Vlissingen rijden in die periode nog altijd over de Staatslijn. In de spits rijdt bovendien een aantal stoptreinen uit Tilburg West en Utrecht na Eindhoven door naar Horst-Sevenum. In 1988 verdwijnt de zaterdagse trein van en naar Vlissingen en gaat op werkdagen en zaterdags tussen Eindhoven en Deurne eenmaal per uur een extra stoptrein rijden. De Rhein Expres wordt dat jaar vernoemd in Colonia Expres.
Grote wijzigingen in de jaren 90 In de zomer van 1992 worden de stoppende intercity's gedegradeerd tot sneltrein. Dat jaar verdwijnen ook de beide boottreinen van en naar Hoek van Holland. Drie jaar later buigen de intercity's uit Den Haag na Eindhoven af naar Heerlen. Tussen Eindhoven en Venlo gaat een aansluitende stoptrein rijden. Eenmaal per twee uur rijdt tussen Eindhoven en Keulen een internationale sneltrein. Deze sluit eveneens aan op de intercity uit Den Haag. De sneltreinen blijven wel tussen Den Haag en Venlo rijden en stoppen voortaan alleen nog in Helmond, Helmond Brouwhuis en Deurne. In de spits wordt de stoptreindienst uit Tilburg West doorgetrokken naar Helmond. De pendeltreinen tussen Eindhoven en Deurne en de spitstreinen naar Horst-Sevenum verdwijnen. Tevens komt hiermee na 25 jaar een einde aan de intercitystatus van de stations Helmond en Venlo.
Een jaar later wordt de treindienst alweer grondig gewijzigd. Voortaan rijdt tussen Eindhoven en Venlo eenmaal per uur een sneltrein die alleen in Helmond stopt. Eenmaal per twee uur rijdt deze trein door naar Keulen. Dat jaar wordt ook de stoptreindienst Keulen - Kaldenkerken op de uren dat de treinen Eindhoven - Keulen niet rijden doorgetrokken naar Venlo. De oude sneltreindienst Den Haag - Venlo begint voortaan in Rotterdam Centraal en stopt tussen Eindhoven en Venlo weer op alle tussengelegen stations. Tussen Eindhoven en Deurne rijdt voortaan elk half uur een stoptrein. Eenmaal per uur en in de spits elk half uur rijdt deze vanuit Tilburg West.