|} De spoorlijn Maastricht – Venlo is onderdeel van Staatslijn E. Op 21 november 1865 werd het baanvak in gebruik genomen. Maastricht was toen al ruim een decennium het eindpunt van de lijnen uit Aken, Hasselt en Luik, hoewel aanvankelijk gebruik makend van drie verschillende stationsgebouwen. Vanuit Maastricht werd de Staatslijn in noordelijke richting aangelegd ten oosten van de Maas.

Geschiedenis Terwijl in de omliggende landen op toen al een uitgebreid spoorwegnet aanwezig was, lag Nederland op dat gebied nog ver achter. In 1860 besloot de Nederlandse regering om ook de Nederlandse steden te verbinden door middel van een spoorwegnet. In de daaropvolgende jaren volgde de eerste staatsaanleg van spoorwegen in Nederland. Door de aanleg van tien Staatslijnen werd een belangrijk deel van het land per spoor ontsloten. Om de Brabantse en Limburgse steden te ontsluiten en om aansluiting te krijgen op diverse eerder aangelegde buitenlandse spoorlijnen werd Staatslijn E tussen Breda en Maastricht aangelegd. In tegenstelling tot de andere Staatslijnen bestond Staatslijn E uit drie deeltrajecten.

Het deeltraject Maastricht – Venlo werd als tweede deel van de Staatslijn in 1865 geopend. In Venlo sloot de spoorlijn een jaar later aan op het deeltraject naar Eindhoven en de gelijktijdig geopende Staatslijn G naar het Duitse Viersen. Maastricht was op dat moment al een internationaal spoorwegknooppunt. In 1853 werd de spoorlijn Aken - Maastricht geopend, in 1856 gevolgd door de spoorlijn Maastricht – Hasselt. Beide spoorlijnen werden aangelegd en geëxploiteerd door de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. In 1861 werd de spoorlijn Maastricht – Luik geopend. Deze lijn werd aangelegd en geëxploiteerd door de spoorwegmaatschappij Luik – Maestricht. Staatslijn E was hiermee de vierde spoorlijn naar de Limburgse hoofdstad. De spoorlijn was echter de eerste die de stad met de rest van Nederland verbond. De Staatslijn werd net als de meeste staatslijnen geëxploiteerd door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.

Nieuwe verbindingen en elektrificatie In 1883 werd de Maaslijn tussen Venlo en Nijmegen geopend, hiermee werd het mogelijk om vanuit Limburg via Nijmegen naar het noorden en oosten van het land te rijden. Deze route was enkele tientallen jaren vooral van belang voor het vervoer van steenkolen. Ook ontstond er een nieuwe route, via Kesteren en Amersfoort naar Amsterdam. Deze route werd zowel voor goederenvervoer als voor (internationale) reizigerstreinen gebruikt.

In 1896 opende de spoorlijn Sittard - Herzogenrath, welke vanaf Sittard een directe verbinding met de mijnen in de Oostelijke Mijnstreek en verder naar Aken mogelijk maakte.

De spoorlijn Eindhoven - Weert werd in 1913 geopend. Door de opening van deze spoorlijn en de aansluiting op de IJzeren Rijn tussen Weert en Roermond, verschoof een belangrijk deel van het reizigers- en goederenvervoer via Venlo naar deze spoorlijn. Toen in de Tweede Wereldoorlog de verbinding tussen Kesteren en Amersfoort kwam te vervallen, degradeerde het traject Roermond – Venlo definitief tot regionale zijlijn. In 1949 werd het traject Roermond – Maastricht geëlektrificeerd. De spoorlijn Roermond – Venlo bleef alleen met dieseltractie berijdbaar.

In het kader van het ambitieuze Rail 21-project van de NS werden eind jaren tachtig plannen gemaakt om het traject Roermond – Venlo alsnog onderdeel te laten worden van het nieuwe Interregio-Snelnet, een beperktere regionale opvolger van het oude Intercitynet uit 1970. Op de spoorlijn zou eenmaal per uur een Interregio-trein gaan rijden vanuit Maastricht naar Arnhem, verder naar Zwolle en vervolgens naar Leeuwarden en Groningen. Hiervoor moest echter het traject verdubbeld en geëlektrificeerd worden. Net zoals de meeste plannen uit het R 21-project, is ook dit plan niet uitgevoerd. Wel is het traject in 1997 gemoderniseerd en een hogere snelheid toegelaten. De spoorlijn is hierbij onder andere geschikt gemaakt voor de exploitatie met sneltreinen. In 2003 is bij Swalmen een deel van het traject verlegd om ruimte vrij te maken voor de aanleg van de autosnelweg A73. Het bijna twee kilometer lange traject is dubbelsporig aangelegd.

Stations en gebouwen Langs de Staatslijn verschenen, net als langs de andere staatslijnen uit de beginperiode, de standaardstations van de Staatsspoorwegen, de zogenaamde Waterstaatstations. In Sittard en Roermond werd een stationsgebouw van het type vierde klasse gebouwd. De stations Bunde, Beek-Elsloo, Susteren, Echt, Maasbracht-Linne, Swalmen, Reuver en Tegelen kregen een stationsgebouw van het type vijfde klasse.

In Maastricht en Venlo werden lange lage stations gebouwd die voldeden aan de eisen van de Vestingwet. De gebouwen bestonden uit stijl- en regelwerk, opgevuld met steen, afgesmeerd met cement. Ook in andere vestingsteden als Breda en Deventer verschenen dergelijke stationsgebouwen. Na het aanpassen van de wet in 1874 maakten de meeste stationsgebouwen plaats voor nieuwbouw. Het stationsgebouw van de Staatsspoorwegen verving in Maastricht het oude station aan de eerder geopende internationale spoorverbindingen.

In 1881 werd het stationsgebouw van Roermond sterk vergroot, onder andere door de bouw van twee lange zijgevels. Enkele jaren later werd ook het gebouw van Sittard vergroot met twee zijgevels. Ook de meeste andere Waterstaatstations werden in de loop der jaren vergroot. In 1890 kreeg het station Geleen-Lutterade een laag stationsgebouw. Vier jaar later kreeg het in 1889 geopende station Belfeld eveneens een laag stationsgebouwtje. Het stationsgebouw van Maasbracht brandde in 1899] af en werd vervangen door nieuwbouw dat veel weg had van het oorspronkelijke stationsgebouw. Aan een zijde werd echter een lage vleugel gebouwd.

Vervanging, sluiting en heropening stations In 1913 werden de twee overgebleven stationsgebouwen van Maastricht vervangen door een groot en opvallend gebouw, Station Maastricht. Het station werd zowel kop- als doorgaand station. Tien jaar later werd het stationsgebouw van Sittard vervangen door opvallende nieuwbouw. Het was het eerste Nederlandse stationsgebouw met uitsluitend platte daken. Het station Geleen-Lutterade werd in 1930 verbouwd tot een eilandstation met vier gebouwtjes en een grote overkapping. Het oude stationsgebouwtje werd hierbij gesloopt.

Nog voor de Tweede Wereldoorlog werden, behalve Sittard en Roermond, alle stations, net als alle haltes en stopplaatsen langs de spoorlijn gesloten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren een groot aantal stations wegens de brandstofschaarste nog enkele maanden tot jaren open. Na de bevrijding van zuidelijk Nederland werden de stations Bunde en Beek-Elsloo heropend. De stations Geleen-Lutterade, Susteren, Echt, Swalmen, Reuver en Tegelen waren al in 1940 heropend. In 1947 werden de genoemde stations opnieuw gesloten. Twee jaar later werden de acht stations definitief heropend.

Tegelijkertijd met de modernisering en elektrificatie van de Spoorlijn Venlo - Eindhoven werd in 1958 het nieuwe stationsgebouw van Venlo in gebruik genomen. De nieuwbouw ligt dichter bij het centrum dan het eerste station. Door de benodigde douanefaciliteiten werd het een opvallend lang gebouw. Voor de relatie met het voorplein kreeg het gebouw een enorme luifel, een glazen voorgevel en een zeer brede bordestrap.

Sanering jaren zestig en zeventig In de jaren zestig en zeventig en begin jaren tachtig werd een groot aantal emplacementen opgeschoond en vereenvoudigd, ook werd een groot aantal oude Waterstaatstations gesloopt en vervangen door efficiëntere nieuwbouw. Bij een groot aantal stations werd gebruikgemaakt van standaardhaltegebouwen. Ook langs de spoorlijn Maastricht – Venlo werd een aantal stationsgebouwen vervangen. Bunde kreeg in 1964 een nieuw eenvoudig transparant stationsgebouw. Een jaar later werd het voormalige stationsgebouw van Maasbracht gesloopt. In 1974 werd het stationsgebouw van Tegelen vervangen door een standaardontwerp van het zogenaamde standaardtype Douma. Stations Beek-Elsloo (1975), Geleen-Lutterade (1976) en Susteren (1975) kregen allen een nieuw stationsgebouw van het type Sextant.

Nieuwbouw en verplaatsing stations In 1993 werd het sobere stationsgebouw van Sittard gesloopt om plaats te maken voor opvallende nieuwbouw. Het nieuwe gebouw werd loodrecht op de spoorlijn geplaatst. Behalve de plaatsing van het gebouw vallen de transparantie en het golvende dak op. In 1997 werd het station van Tegelen enkele honderden meters richting het centrum verplaatst. Het station werd hierbij een viaductstation en kreeg hierbij twee liftschachten en trappen naar de perrons. Het stationsgebouw uit 1974 werd na ingebruikname van het nieuwe station gesloopt.

In 2003 werd de spoorlijn in Swalmen enkele tientallen meters richting het westen verplaatst om ruimte vrij te maken voor de aanleg van de autosnelweg A73. Langs de verplaatste spoorlijn kwamen nieuwe perrons. Het oude Waterstaatstation is bewaard gebleven, maar staat nu enkele tientallen meters van de spoorlijn. Drie jaar later werden de stationsgebouwen van Bunde en Geleen-Lutterade gesloopt.

Dienstregeling In de eerste decennia na de opening van de spoorlijn maakten alle treinen van en naar Limburg gebruik van de gehele spoorlijn Maastricht – Venlo. Vanaf de opening van de spoorlijn Eindhoven - Weert rijdt een groot aantal treinen via Weert naar Roermond en nam het belang van de lijn via Venlo af. Tot de Tweede Wereldoorlog reden er echter nog diverse treinen vanuit Amsterdam naar Maastricht over de Maaslijn. Na de oorlog reden er vrijwel geen doorgaande reizigerstreinen meer via Venlo naar Maastricht. Wel gingen steeds meer treinen en treindelen na Sittard over de in 1896 geopende spoorlijn Sittard - Herzogenrath naar Heerlen rijden.

Op zomerse zaterdagen reed (ten minste vanaf 1970Nederlandse Spoorwegen: Spoorboekje 70/71, geldig van 31 mei 1970 tot 22 mei 1971, compilatie Valkenburg Expressen op blz. 295) tot 1988Nederlandse Spoorwegen: Spoorboekje 88/89, geldig van 29 mei 1988 tot 27 mei 1989, compilatie Valkenburg Expressen op blz. 212 of 1989Nederlandse Spoorwegen: Spoorboekje 90/91, geldig van 27 mei 1990 tot 1 juni 1991, compilatie Valkenburg Expressen op blz. 206: Alle Valkenburg Expressen reden nu via Utrecht – Eindhoven de zogenaamde Valkenburg Expres van Zwolle via Venlo naar Valkenburg. Deze trein reed tussen Nijmegen en Roermond in het dienstregelingpad van een reguliere stoptrein. Bovendien reden enkele Valkenburg Expressen van Amsterdam (Zandvoort) en Den Haag (en vanaf 1989/90 ook Zwolle) tot ten minste 1993Nederlandse Spoorwegen: Spoorboekje 93/94, geldig van 23 mei 1993 tot 28 mei 1994, compilatie Valkenburg Expressen op blz. 181 via Utrecht, Eindhoven, Roermond en Maastricht (of Heerlen) naar Valkenburg.

Over het traject Venlo – Roermond reed tot eind jaren vijftig eenmaal per twee uur een doorgaande stoptrein van Enschede via Zutphen en Arnhem naar Roermond. Daarnaast reed er eenmaal per twee uur stoptrein tussen Nijmegen en Roermond. Hierna werd de treindienst ingekort in een stoptreindienst tussen Nijmegen en Roermond, die eenmaal per uur reed en in de spits werd aangevuld met een aantal sneltreinen die tussen Venlo en Roermond alleen in Tegelen stoppen. Een enkele sneltrein stopte ook in Reuver.