De cardiaal-impressocultuur is een groep van verwante neolithische culturen die in het 7e millennium v.Chr. aan de oostkust van de Adriatische Zee, rondom het westelijke Middellandse Zeebekken (incl. Noord-Afrika) en de daarbinnen gelegen eilanden (met uitzondering van de Balearen en Pityusen) waren gevestigd.

Benaming thumb|cardiaal-impressokeramiek uit Spanje Ze werden genoemd naar de versieringstechniek van hun keramiek. Het overheersende element daarin was namelijk de stempelachtige afdrukken, die met een kokkel (Cardium edulis) werden gemaakt. Daarom werd deze cultuur eerst cardiaalcultuur genoemd. Daar er echter steeds meer keramiek werd gevonden die afdrukken bezat van andere objecten, werd de naam impressocultuur voorgesteld. Tot op vandaag worden beide benamingen naast elkaar gebruikt.

De oudste impressokeramiek vindt men vaak in hoogtes of holen (v.b. Gruta do Caldeirão bij Tomar, Portugal) en - enkele uitzonderingen daargelaten - niet ver landinwaarts. Ook in enige Portugese schelpenhopen bevinden zich scherven met veel zeldzame Cardium-indrukken, die ook in Algarve, in Alentejo en aan de Mondegomonding voorkomt. De homogeniteit van impressokeramiek onderscheidde zich van de meestal kleine (insulaire) postimpressoculturen.

Genetica Olalde et al. (2015) onderzocht de overblijfselen van 6 Cardiaal-mensen begraven in Spanje c. 5470-5220 v.Chr. De 6 mtDNA-monsters behoorden tot de haplogroepen K1a2a, X2c, H4a1a (2 monsters), H3 en K1a4a1. De auteurs van de studie stelden voor dat de Cardiaal-mensen en de volkeren van de bandkeramische cultuur afstamden van een gemeenschappelijke landbouwersbevolking in de Balkan, die vervolgens westwaarts naar Europa was gemigreerd, respectievelijk langs de Middellandse Zee en de Donau. Onder de moderne bevolkingen bleek dat de Cardiaal-mensen het nauwst verwandt waren met de Sardijnen en Basken. De Iberische Cardiaal-mensen hadden een aanzienlijke afkomst van jagers-verzamelaars. Deze jagers-verzamelaarsafkomst was echter meer vergelijkbaar met de oostelijke jagers-verzamelaars (EHGs) dan met de Iberische jagers-verzamelaars, en leek te zijn verworven vóór de aankomst van de Cardiaal-impressocultuur in Iberië.

Fernández et al. (2014) vonden sporen van moederlijke genetische affiniteit bij mensen van de Bandkeramische en Cardiaal-impresso-culturen met eerdere volkeren van het West-Aziatische prekeramisch neolithicum B, waaronder de zeldzame mtDNA basale haplogroep N*, en stelden voor dat de neolithische periode werd geïnitieerd door zeevarende kolonisten uit West-Azië.

Mathieson et al.|2018 onderzocht drie Cardiaal-mensen begraven in de Zemunica-grot bij Bisko in het hedendaagse Kroatië rond 5800 v.Chr. De twee geëxtraheerde Y-DNA-monsters behoren tot de haplogroepen C1a2 en E1b1b1a1b1, terwijl de drie extraheerde mtDNA-monsters behoren aan haplogroep H1, K1b1a a en N1a1. Het team onderzocht verder twee Cardiaal-mensen begraven in Kargadur in het huidige Kroatië rond 5600 v.Chr. Het ene mannelijke draagt de vaderlijke haplogroep G2a2a1, en de moederlijke haplogroep H7c, de vrouwelijke draagt H5a. Alle drie behoren tot de groep van de vroege Europese landbouwers (EEF), waardoor ze nauw verbonden waren met de vroege neolithische bevolkingsgroepen van het noordwesten van Anatolië, van het Balkanneolithische tijdperk, gelijktijdige volkeren van de Midden-Europese bandkeramische cultuur en latere volkeren van de Cardiaal-impressocultuur in het Iberisch Schiereiland. Dit zou suggereren dat de Cardiaal-impressocultuurmensen en de bandkeramische-cultuurmensen afstamden van een enkele migratie van Anatolië naar de Balkan, die vervolgens in tweeën splitste en zich verder naar het noorden en westen uitbreidde over Europa.

Vijf individuen die begraven lagen op twee vindplaatsen die in verband werden gebracht met impresso-aardewerk, werden genetisch getest (Grotta Continenza in Trasacco en Ripabianca di Monterado in Ancona). De mannen hadden Y-chromosomen G-L91 (G2a2a1a2), R-M343 (R1b), J-L26 (J2a1) en J-M304 (J*). Deze neolithische individuen konden worden gemodelleerd als een mengsel van ongeveer 5% westelijke jagers-verzamelaars en ongeveer 95% Vroege Anatolische landbouwers (die een aanvullende Kaukasische jagers-verzamelaars-afstamming hadden).

In een grot in de Aragonese Prepyreneeën (Cueva de Chaves, Bastarás, provincie Huesca) werden vijf herders met Cardium-aardewerk begraven. Genetische analyse wees uit dat de Y-haplogroep van twee mannen I2a1b was, terwijl de andere man werd toegewezen aan R1b-M343. Admixture-modellen toonden aan dat hun afkomst voor 4/5 Anatolisch en voor 1/5 Villabruna-achtig was.

De overblijfselen van drie rondtrekkende herders die gevonden zijn in Cova dels Trocs (Sant Feliu de Veri, Bisaurri, in de Spaanse Pyreneeën) werden geanalyseerd; de Y-chromosomen waren R1b1, F* en I2a1a.

Drie individuen die begraven liggen in de rotsschuilplaats Pendimoun (Castellar, Alpes-Maritimes) werden genetisch getest. Het mannelijke individu bleek Y-haplogroep I-M423 (I2a1a2b) te dragen.

Twee individuen uit de Cardiale grot Gruta do Caldeirão (gemeente Tomar in centraal Portugal) werden toegewezen aan Y-chromosoom haplogroep I2a1a.

Vier individuen van de vindplaats Kaf Taht el-Ghar (een grot nabij Tétouan, in het Rifgebergte) werden geanalyseerd. De enige Y-haplogroep die bij de twee mannen werd gevonden was G2a (subclade G2a2b2a1a1c1a). De autosomale componenten van de begravenen waren Anatolische neolithische voorouders (72%), westelijke jagers-verzamelaars (10%) en lokale Maghrebijnse voorouders (18%).

De bewoners van Kehf el Baroud in het huidige Marokko (ca. 3700 v.Chr.) uit het late neolithicum werden gemodelleerd als zijnde voor ongeveer 50% afkomstig van lokale Noord-Afrikaanse afkomst en voor 50% van vroege Europese landbouwers (EEF). Er werd gesuggereerd dat de EEF-afstamming Noord-Afrika was binnengekomen via kolonisten van de Cardiaal-aardewerkcultuur uit Iberië, ergens tussen 5000 en 3700 v.Chr. Zij bleken nauw verwant te zijn aan de Guanchen van de Canarische Eilanden. De auteurs van de studie suggereerden dat de Berbers van Marokko een aanzienlijke hoeveelheid EEF-afstamming bezaten al vóór de vestiging van Romeinse koloniën in Noord-Afrika. Volgens Simões (2023) vertoonden menselijke resten uit de vroegste neolithische contexten in Noordwest-Afrika Europese neolithische afstamming (ca. 5400 v.Chr.), wat erop wijst dat de eerste stadia van het neolithiseringsproces in Noordwest-Afrika werden ingeluid door de migratie van neolithische landbouwers uit Iberië. Het vroegste aardewerk op het Tingitan-schiereiland aan de Afrikaanse zijde van de Straat van Gibraltar was ook van het Cardiaal-type, met duidelijke verwantschap met archaïsch Cardiaal-aardewerk uit Catalonië - Valencia.

Bibliografie , Das ostadriatische Frühneolithikum: Die Impresso-Kultur und die Neolithisierung des Adriaraums, Berlijn, 2001, , Das Frühneolithikum im westlichen Mittelmeergebiet: Die Cardial-Kultur, diss. Universiteit Freiburg, 2001.

Categorie:Neolithische cultuur in Afrika Categorie:Neolithische cultuur in Europa Categorie:Neolithische cultuur in Frankrijk