miniatuur| Egyptische hiërogliefen, die hun oorsprong hebben als logogrammen Het logografisch schrift is een hoofdgroep van het schrift. Bij dit soort schrift wordt voor elk woord, grafeem of begrip een apart symbool gebruikt, een zogenaamd logogram of logograaf, een geschreven karakter dat een woord of morfeem vertegenwoordigt.

Chinese karakters (uitgesproken als hanzi in het Mandarijn, kanji in het Japans, hanja in het Koreaans en Hán tự in het Vietnamees) zijn over het algemeen logogrammen, evenals vele Egyptische hiërogliefen en spijkerschrifttekens. Alle bekende logografieën hebben een fonetische component, meestal gebaseerd op het Rebus-principe.

Alfabetten en syllabische schriften onderscheiden zich van logografische systemen doordat ze afzonderlijke geschreven tekens gebruiken om geluiden rechtstreeks weer te geven. Dergelijke karakters worden fonogrammen genoemd in de taalkunde. In tegenstelling tot logogrammen hebben fonogrammen geen inherente betekenis. Schrijftaal wordt op deze manier fonemisch schrijven of orthografisch schrijven genoemd.

Logografische systemen Logografische systemen behoren tot de vroegste schrijfsystemen; de eerste historische beschavingen van het Nabije Oosten, Afrika, China en Midden-Amerika gebruikten een of andere vorm van logografisch schrijven.

Een puur logografisch schrift zou voor de meeste talen onpraktisch zijn, en geen enkele is bekend, behalve een die is bedacht voor de kunstmatige taal Toki Pona, een opzettelijk beperkte taal met slechts 120 morfemen. Alle logografische schriften die ooit voor natuurlijke talen zijn gebruikt, zijn gebaseerd op het Rebus-principe om een relatief beperkte set logogrammen uit te breiden: een subset van tekens wordt gebruikt voor hun fonetische waarden, medeklinker of syllabisch. De term logosyllabisch schrift wordt gebruikt om de gedeeltelijk fonetische aard van deze scripts te benadrukken wanneer het fonetische domein de lettergreep is. Zowel in de Oud-Egyptische hiërogliefen als in het Chinees is er een aanvullende ontwikkeling van determinanten, die worden gecombineerd met logogrammen om hun mogelijke betekenis te beperken. In het Chinees worden ze versmolten met logografische elementen die fonetisch worden gebruikt; zulke " radicale en fonetische" karakters vormen het grootste deel van het script. Beide talen degradeerden het actieve gebruik van rebus naar de spelling van vreemde en dialectische woorden.

Logografische schriften zijn onder andere:

Logoconsonantale schriften Dit zijn schriften waarin de grafemen fonetisch kunnen worden uitgebreid volgens de medeklinkers van de woorden die ze vertegenwoordigen, waarbij de klinkers worden genegeerd. Bijvoorbeeld Egyptisch G38 werd gebruikt om zowel sȝ 'eend' als sȝ 'zoon' te schrijven, hoewel het waarschijnlijk is dat deze woorden niet hetzelfde werden uitgesproken, behalve voor hun medeklinkers. De belangrijkste voorbeelden van logoconsonantale schriften zijn: Egyptische hiërogliefen, Hiëratisch schrift en demotisch: Oud-Egyptisch Logosyllabische schriften Dit zijn schriften waarin de grafemen morfemen vertegenwoordigen, vaak polysyllabische morfemen, maar wanneer fonetisch uitgebreid enkele lettergrepen vertegenwoordigen. Dit zijn onder andere: Anatolische hiërogliefen: Luwisch Spijkerschrift : Soemerisch, Akkadisch, andere Semitische talen, Elamitisch, Hettitisch, Luwisch, Hurrisch en Urartiaans Mayaschrift: Chorti, Yucatec en andere klassieke Maya-talen Chinees schrift: Chinees, Koreaans, Japans, Vietnamees, Zhuang Afgeleiden van het Chinees schrift: Chữ Nôm: Vietnam Dongba-schrift geschreven met Geba-schrift: Naxi (Dongba zelf is pictografisch) Jurchen-schrift: Jurchen Khitan-grootschrift: Khitan Sawndip: Zhuang-talen Sui-schrift : Sui Tangut-schrift : Tangut-taal Yi (klassiek): verschillende Yi-talen

Geen van deze systemen is puur logografisch. Dit kan geïllustreerd worden met het Chinees schrift. Niet alle Chinese karakters vertegenwoordigen morfemen: sommige morfemen bestaan uit meer dan één karakter. Bijvoorbeeld het Chinese woord voor spin, zhīzhū, is gemaakt door het samenvoegen van de rebus zhīzhū (letterlijk 'weet cinnaber') met het insect-determinatief . Zowel * zhī noch * zhū kan afzonderlijk worden gebruikt (behalve om in te staan voor in poëzie). In archaïsch Chinees kan men het omgekeerde vinden: een enkel teken dat meer dan één morfeem vertegenwoordigt. Een voorbeeld is archaïsch Chinees 王 hjwangs, een combinatie van een morfeem hjwang, wat koning betekent (toevallig ook geschreven als ) en een achtervoegsel uitgesproken als /s/. (Het achtervoegsel is behouden in de moderne vallende toon.) In het moderne Mandarijn worden bimorfemische lettergrepen altijd met twee karakters geschreven, bijvoorbeeld huār 'bloem [verkleinwoord]'.

Een bijzonder systeem van logogrammen werd ontwikkeld binnen de Pahlavi-schriften (ontwikkeld vanuit het Aramese abjad), dat gebruikt werd om het Middelperzisch te schrijven gedurende een groot deel van de Sassanidische periode; de logogrammen waren samengesteld uit letters die het woord in het Aramees spelden, maar werden uitgesproken als in het Perzisch (bijvoorbeeld de combinatie zou worden uitgesproken als "sjah"). Deze logogrammen, genaamd (een vorm van heterogrammen), werden achterwege gelaten na de Arabische verovering van Perzië en het overschakelen naar een variant van het Arabisch alfabet.

Logogrammen worden in de moderne stenografie gebruikt om gewone woorden weer te geven. Bovendien zijn de cijfers en wiskundige symbolen logogrammen - 1 'één', 2 'twee', + 'plus', = 'is gelijk aan', enzovoort. In het Nederlands wordt het ampersand & gebruikt voor 'en' en (zoals in veel talen) voor Latijn (zoals in &c voor ), % voor 'procent' ('per cent'), # voor 'nummer', § voor 'sectie', $ voor 'dollar', € voor 'euro', £ voor 'pond', ° voor 'graad', @ voor 'bij', enzovoort.

Semantische en fonetische dimensies Alle historische logografische systemen bevatten een fonetische dimensie, omdat het onpraktisch is om een apart teken te hebben voor elk woord en elk morfeem in de taal. In sommige gevallen, zoals het spijkerschrift zoals het gebruikt werd voor het Akkadisch, werd de grote meerderheid van de tekens voor hun klankwaarde in plaats van als een logogram. Veel logografische systemen hebben ook een semantisch/ideografisch component, die determinatieven genoemd worden in het geval van het Egyptisch, en radicalen in het geval van het Chinees.

Typisch Egyptisch gebruik was het aanpassen van een logogram, dat mogelijk meerdere woorden met verschillende uitspraken zou kunnen vertegenwoordigen, met een determinatief om de betekenis aan te duiden, en een fonetische component om de uitspraak te aan te duiden. In het geval van Chinees bestaat de overgrote meerderheid van de karakters uit een vaste combinatie van een radicaal die de nominale categorie aangeeft, plus een fonetisch onderdeel om een idee te geven van de uitspraak. Het Maya-systeem gebruikte logogrammen met fonetische aanvullingen zoals het Egyptisch, zonder ideografische componenten.

Verschillen in verwerking van logografische en fonologische talen Omdat veel onderzoek naar taalverwerking gefocust was op het Engels en andere alfabetische talen, hebben veel theorieën het belang van de rol van fonologie onderstreept bij het voortbrengen van spraak. Het vergelijken van logografische talen (waar één enkel teken fonetisch en ideografisch vertegenwoordigd is) met fonetische talen heeft inzicht opgeleverd hoe verschillende talen afhankelijk zijn van verschillende taalverwerkingsmechanismen. Studies naar het verwerken van logografische talen hebben onder andere gekeken naar neurobiologische verschillen in verwerking, één gebied van bijzondere interesse is hemisferische lateralisatie. Sinds logografische talen meer geassoceerd zijn met afbeeldingen dan alfabetische talen, hebben sommige onderzoekers voorgesteld dat de activatie van de rechterhersenhelft meer prominent zou moeten zijn in logografische talen. Alhoewel sommige onderzoeken tot resultaten hebben geleid die aansluiten op dit voorstel, zijn er te veel tegenstrijdige resultaten om een eindconclusie te trekken over de rol van hemisferische lateralisatie in orthografische versus fonetische talen.

Een ander onderwerp dat enige aandacht heeft gekregen is het verschil in verwerking van homofonen. Verdonschot et al. onderzocht de verschillen in de tijd die nodig was om een homofoon op te lezen wanneer er een afbeelding (die gerelateerd of niet-gerelateerd was aan een homofoon teken) vóór het teken werd gepresenteerd. Zowel Japanse als Chinese homofonen werden onderzocht. Terwijl woordproductie van alfabetische talen (zoals Engels) een relatief robuuste immuniteit heeft getoond voor het effect van contextstimuli, Verdschot et al. ontdekte dat Japanse homofonen bijzonder gevoelig lijken voor dit soort effecten. In het bijzonder waren de reactietijden korter wanneer deelnemers een fonologisch verwante afbeelding kregen voorgelegd voordat hen werd gevraagd om een bepaald teken hardop voor te lezen. Een voorbeeld van een fonologisch gerelateerde stimulus uit de studie zou bijvoorbeeld zijn wanneer de deelnemers een foto van een olifant te zien kregen, die in het Japans wordt uitgesproken als zou, voordat ze het Chinese karakter te zien zouden krijgen. Er werd geen effect van fonologisch gerelateerde contextafbeeldingen gevonden voor de reactietijden voor het lezen van Chinese woorden. Een vergelijking van de logografische talen Japans en Chinees is interessant omdat, hoewel de Japanse taal voor meer dan 60% uit homografische heterofonen bestaat (tekens die op twee of meer verschillende manieren kunnen worden gelezen), hebben de meeste Chinese tekens slechts één manier van lezen. Omdat beide talen logografisch zijn, kan het verschil in vertraging bij het hardop voorlezen van Japans en Chinees vanwege contexteffecten niet worden toegeschreven aan het logografische karakter van de talen. In plaats daarvan veronderstellen de auteurs dat het verschil in vertragingstijden te wijten is aan extra verwerkingskosten in het Japans, waar de lezer niet alleen kan vertrouwen op een directe orthografie-naar-fonologieroute, maar informatie op een lexicaal-syntactisch niveau ook moet benaderen om om de juiste uitspraak te kiezen. Deze hypothese wordt bevestigd door studies die tot de bevinding kwamen dat Japanse patiënten met de Ziekte van Alzheimer van wie het begrip van tekens was verslechterd, de woorden nog steeds zonder veel moeite hardop konden voorlezen.