thumb|300px|Griekse kolonisatie 750-550 v.Chr.
Griekse kolonisatie houdt de stichting in van overzeese Griekse kolonies, Grieks ἀποικία, apoikia, voorafgaand aan, en tijdens de archaïsche periode van het oude Griekenland. Vanuit het Griekse vasteland en de eilanden van de Egeïsche Zee, werden vooral de kustgebieden van de Middellandse en de Zwarte Zee gekoloniseerd. Hierdoor konden de Griekse taal, cultuur en de organisatie, die bepalend waren voor de Griekse polis, zich over het hele gebied van de Middellandse Zee verspreiden.
Voorbeelden van huidige mediterrane kuststeden met een Griekse oorsprong, zijn Messina, Catania en Syracuse op oostelijk Sicilië, Napels en Tarente in het zuiden van de laars van Italië en Nice en Marseille in Zuid-Frankrijk. De griekssprekende stadstaten, dat waren er tientallen, in zuidelijk Italië en Sicilië stonden in de klassieke oudheid samen bekend als Magna Graecia.
Handelsbelangen en overbevolking ἀποικία, apoikia betekent nederzetting ver van huis. Vanaf het begin van de klassieke Griekse beschaving rond 1000 v.Chr., was er een voortdurende drang tot stichting van nieuwe, onafhankelijke steden, apoikia. Daarnaast werden er handelssteden gesticht, Grieks: ἐμπορίov, emporium. Behalve voor de veiligstelling van handelsbelangen in gebieden over zee, was dit ook om de steeds dreigende overbevolking tegen te gaan. De oorzaak hiervan was dat de stadstaatjes in Griekenland en op de eilanden langs de kust van Klein-Azië, meestal maar een beperkt vruchtbaar areaal landbouw tot hun beschikking hadden. Dit kwam door het bergachtige en onvruchtbare achterland, dat ook al gauw te lijden had onder ontbossing door overbegrazing, met erosie als gevolg. Hierdoor bleef maar een tamelijk smalle kuststrook over die voldoende vruchtbaar was voor de landbouw. Op den duur werd dit gebied te klein om de groeiende bevolking te voeden, en was de handel ook niet voldoende om de toenemende voedselbehoefte te dekken. Om een hongersnood te voorkomen werd een deel van de bevolking weggestuurd, om elders een nieuw bestaan op te bouwen.
Meestal gebeurde dit door vrijwilligers of werd er geloot. Soms was het een politiek meningsverschil, waarbij de emoties hoog opliepen, dat voor de ontevredenen de aanleiding vormde om een nieuwe stad te stichten. Hiermee werd dan een burgeroorlog vermeden.
Opeenvolgende kolonisatiegolven Rond het jaar 1000 v.Chr. werden vanuit het vasteland eerst de eilanden, en de tegenoverliggende westkust van Klein-Azië gekoloniseerd. Tijdens een volgende grote Griekse kolonisatiegolf, tussen 800 v.Chr. en 500 v.Chr., werd het zuiden van Italië, Sicilië, de Zwarte Zee-kusten, en iets later een groot deel van de resterende Middellandse Zee-kusten bereikt. Zo ontstonden er ketens van nieuwe steden, die een paar generaties later nieuwe zustersteden stichtten. Zo stichtte Korinthe Syracuse, dat op zijn beurt steden op Sicilië stichtte. De grote concurrenten van de Grieken waren de Feniciërs, die ook koloniseerden, waardoor het vaak tot een conflict kwam, onder andere op Sicilië. Dat had de Siciliaanse oorlogen tot gevolg.
Athene riep een eigen, militaire vorm van kolonisatie in het leven: de cleruchie.
Culturele missie Tijdens het Hellenisme was sprake van een laatste, culturele Griekse expansiegolf. Het belangrijkste motief tot kolonisatie was toen, om de Griekse cultuur onder de door Alexander de Grote veroverde gebieden in Egypte en het Nabije Oosten te verbreiden, door er Griekse steden te stichten. Het belangrijkste voorbeeld is de stichting van Alexandrië in 331vChr. door Alexander de Grote. Tot in het huidige Afghanistan, toen het Grieks-Bactrische koninkrijk, en het huidige Pakistan, toen het Indisch-Griekse koninkrijk, werden Griekse steden gesticht.
Tegenwoordig kunnen veel steden rond de Middellandse Zee en de Zwarte Zee bogen op Griekse wortels. Bijna alle andere steden in dit gebied zijn door dw Feniciërs gesticht, wat de grote onderlinge concurrentie tussen de twee historische volken aangeeft.
Kolonisatie per gebied West- en zuidkust van Klein-Azië Een belangrijk gebeuren voor de latere geschiedenis van Hellas was de emigratie van veel Grieken naar de westkust van Klein-Azië. Tijdens deze eerste kolonisatie nemen ze daar bezit van de rivierdalen aan de kust. Hierin heeft verdringing, door de vestiging van de Doriërs in Griekenland, waarschijnlijk een rol gespeeld.
Rond de Zwarte Zee
Noordkust van Klein-Azië Vrijwel alle koloniën in Klein-Azië zijn vanuit Milete gesticht. Waar dit niet het geval is is dit aangegeven:
Inlandse koloniën langs de noordkust van Klein-Azië
Bulgarije, Thracië Mesembria Apollonia Odessos
Roemenië Tomis Histria Tyras
Oekraïne Olbia
Krim
Chersonesos Theodosia Pantikapaion
Zuid-Rusland Tanaïs Hermonassa Phanagoria Gorgippia
Georgië Phasis Pythios Bathus
Italië
Rond 760 v.Chr. stichtten kolonisten uit Euboea (Chalcis en Eretria) de oudste kolonie in Italië: Pithekoussai op het eiland Ischia. omstreeks 750 v.Chr. stichting van Cumae in Campanië. Syracuse Agrigento Neapolis (Napels) Paestum Tarente Crotona
Zuid-Frankrijk Massalia (Marseille) Nikaia (Nice) Antipolis (Antibes) Monoikos (Monaco)
Spanje Emporion (Empúries)
Bronnen , art. Colonization, Hellenistic, in de Oxford Classical Dictionary³, 1996
Categorie:Griekse oudheid