Kamstaartbuidelmuizen (Dasycercus) vormen een geslacht van echte roofbuideldieren dat voorkomt in de droge binnenlanden van Australië.Groves, C. P. (2005). "Order Dasyuromorphia". In Wilson, D.E.; Reeder, D.M (eds.) Mammal Species of the World: A Taxonomic and Geographic Reference (3rd ed.). Johns Hopkins University Press. p. 24. . Gearchiveerd op 19 juni 2022.
Kenmerken Dasycercus-soorten zijn grote, gedrongen buidelmuizen met korte poten, een korte staart en een brede kop met een puntige bek en kleine, ronde oren. De bovenkant is zandbruin tot roodachtig, de onderkant vuilwit. De dikke staart is bij de wortel roodachtig, maar driekwart ervan is bedekt met lange donkere haren. De kop-romplengte bedraagt 125 tot 220 mm, de staartlengte 75 tot 120 mm en het gewicht 70 tot 170 g.
Leefwijze Deze buidelmuizen bouwen holen in zand. Ze zijn voornamelijk 's nachts actief. Ze eten ongewervelden en kleine gewervelden, van schorpioenen tot kleine knaagdieren.
Aanpassing Kamstaartbuidelmuizen zijn fysiologisch gezien uitstekend aangepast aan het leven in de droge binnenlanden van Australië. Deze dieren hoeven nooit te drinken omdat ze al het vocht dat nodig is uit hun prooi kunnen halen. Bovendien hebben de nieren een sterk concentrerend vermogen, waardoor er zo min mogelijk water met de urine verloren gaat.
Beide soorten kamstaartbuidelmuizen maken dagelijks gebruik van torpor. Studies hebben aangetoond dat ze torpor gebruiken in het wild en in het laboratorium. In tegenstelling tot de meeste andere zoogdieren, verhogen kamstaartbuidelmuizen hun gebruik van torpor tijdens de zwangerschap. Door energie te besparen met torpor, kunnen zwangere vrouwtjes hun lichaamsgewicht verhogen, maar het lijkt erop dat ze het gebruiken om hun vetopslag te vergroten, voor de latere borstvoeding. Zwangere vrouwtjes en voortplantende mannetjes gebruiken allebei torpor tijdens de winter. Solitaire mannetjes vertonen echter slechts kortstondige torpor tijdens het voortplantingsseizoen, en in plaats daarvan verhogen ze hun gebruik van torpor nadat het broedseizoen voorbij is.McAllan, B. M., Geiser, F. (2018). Torpor During Reproduction in Mammals and Birds: Balancing Energy Expenditure for Survival (second ed.). Academic Press: Elsevier. pp. 757–763. . Geraadpleegd op 26 mei 2023.
Voortplanting Van midden mei tot midden juni wordt er gepaard. Er worden vijf tot acht jongen geboren, die na drie à vier maanden (in oktober of november) worden gespeend.
Soortenbeschrijving Dit geslacht omvat nog twee levende soorten, Dasycercus hillieri (, 1905) en Dasycercus blythi (, 1904); soms wordt ook de kamstaartbuidelrat (Dasyuroides byrnei) tot het geslacht gerekend.Woolley, P.A. 2005. The species of Dasycercus Peters, 1875 (Marsupialia: Dasyuridae). Memoirs of Museum Victoria 62(2): 213-221.
Vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd er slechts één soort onderscheiden: Dasycercus cristicauda, waarvoor D. blythi en D. hillieri (, 1905) als synoniemen golden. Vanaf het midden van de jaren negentig werd uit fylogenetische gegevens duidelijk dat er sprake was van twee soorten, die aanvankelijk de namen cristicauda en hillieri kregen. Vergelijking van deze gegevens met morfologische verschillen binnen Dasycercus bevestigde het bestaan van twee soorten. De namen cristicauda, hillieri en blythi bleken echter gebruikt op een manier die niet in overeenstemming was met het geconserveerde typemateriaal. Woolley (2005) liet zien dat de naam hillieri was gebruikt voor wat in feite D. cristicauda was, terwijl die laatste naam was gebruikt voor wat nu D. blythi is. De naam hillieri geldt nu als junior synoniem van D. cristicauda en als misapplied name voor D. blythi. Beide soorten zijn in Australië bekend onder de naam "mulgara".
Onlangs zijn er drie extra soorten beschreven: Dasycercus archeri, Dasycercus marlowi en Dasycercus woolleyae.Newman-Martin, J., Travouillon, K.J., Warburton, N., Barham, M. and Blyth, A.J. 2023. Taxonomic review of the genus Dasycercus (Dasyuromorphia: Dasyuridae) using modern and subfossil material; and the description of three new species. Alcheringa: An Australasian Journal of Palaeontology 47(4):624-661 In dezelfde publicatie werd de naam D. hillieri voor de nog levende populaties van de kamstaartbuidelmuis opnieuw geïntroduceerd en werd vastgesteld dat D. cristicauda is uitgestorven. Dasycercus hillieri en Dasycercus blythi de enige twee nog levende soorten in het geslacht.Vega, A. G., von Takach, B., Umbrello, L., Cullen, D., Cowan, M., Crisp, H., ... & Ottewell, K. (2025). A Tale of Two Tails: Untangling the Phylogeography and Demographic History of Extant Species of Mulgara (Dasycercus spp.) in the Australian Arid Zone. Journal of biogeography, 52(10), e70006.
Er worden zes soorten tot het geslacht gerekend:Newman-Martin, J., Travouillon, K.J., Warburton, N., Barham, M. and Blyth, A.J. 2023. Taxonomic review of the genus Dasycercus (Dasyuromorphia: Dasyuridae) using modern and subfossil material; and the description of three new species. Alcheringa: An Australasian Journal of Palaeontology 47(4):624-661 †Dasycercus archeri Newman-Martin & Travouillon, 2023 Dasycercus blythi (Waite, 1904) †Dasycercus cristicauda (Krefft, 1867) Dasycercus hillieri (Thomas, 1905) †Dasycercus marlowi Newman-Martin & Travouillon, 2023 †Dasycercus woolleyae Newman-Martin & Travouillon, 2023
Categorie:Echte roofbuideldieren Categorie:Endemisch dier uit Australië