Staatslijn A is de volgens de Wet op de Aanleg van Staatsspoorwegen van 18 augustus 1860 door de Staat der Nederlanden aangelegde spoorweg tussen de steden Arnhem, Zutphen, Deventer, Zwolle, Meppel en Leeuwarden met elkaar verbindt. Het traject is, met uitzondering van het gedeelte tussen Deventer en Olst, dubbelsporig en is in 1952 en 1953 geëlektrificeerd.

Geschiedenis Staatslijn A is, samen met negen andere spoorlijnen, onderdeel van de eerste Staatsaanleg van spoorwegen in Nederland. De aanleg van spoorwegen vanuit de overheid was bedoeld om de achterstand die Nederland had op het gebied van spoorwegaanleg enigszins in te halen. Met de aanleg van de spoorlijnen ontstaat een uitgebreid netwerk tussen bijna alle grote Nederlandse steden. Dit netwerk vormt anno 2020 nog voor een belangrijk deel de ruggengraat van het Nederlandse spoorwegnet. Door vooral gebruik te maken van standaardontwerpen en -bestekken kunnen alle lijnen relatief snel worden aangelegd. Samen met de aanleg van Staatslijnen B (tussen Harlingen, Leeuwarden, Groningen en Nieuweschans) en C (tussen Meppel en Groningen) worden de belangrijkste steden in Noord-Nederland aangesloten op het Nederlandse spoorwegnet.

In 1866 wordt, vijf jaar nadat koning Willem III op 22 oktober 1861 de eerste steen van een pijler van de spoorbrug bij Zutphen heeft gelegd, het traject Arnhem – Zwolle in gebruik genomen. In 1865 rijden er overigens al treinen over het gedeelte Arnhem – Deventer. In de drie jaar die daarop volgen wordt de spoorlijn naar Leeuwarden in fasen in gebruik genomen.

2 februari 1865: Arnhem – Zutphen 5 augustus 1865: Zutphen – Deventer 1 oktober 1866: Deventer – Zwolle 1 oktober 1867: Zwolle – Meppel 15 januari 1868: Meppel – Heerenveen 1 september 1868: Heerenveen – Leeuwarden

In 1880 wordt de aansluiting richting Deventer in Zwolle verplaatst naar het oosten om in Zwolle ruimte te maken voor het nieuwe goederenstation. Aanvankelijk liep de lijn naar Deventer langs de Oude Deventerstraatweg.

De treindienst wordt, net als op de meeste Staatslijnen, uitgevoerd door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, kortweg SS. Een deel van de spoorlijn wordt in de eerste decennia door de SS ook gebruikt voor doorgaande treinen tussen Amsterdam en Noord-Duitsland. Deze treinen rijden via de Rhijnspoorweg van Amsterdam naar Arnhem en buigen bij Zutphen af naar Staatslijn D om zo bij Oldenzaal de grens over te gaan. Dit is op dat moment de kortste spoorwegverbinding tussen de hoofdstad en Hannover. Wanneer grote concurrent HIJSM, die vanaf 1888 de exploitatie op de KNLS-lijn Apeldoorn - Deventer – Almelo verzorgde, deze voormalige lokaallijn in 1892 ombouwt tot hoofdspoorweg, kan de maatschappij over haar Oosterspoorweg via Amersfoort een veel snellere verbinding tussen Amsterdam en Hannover aanbieden. Hierna is het al snel gedaan met de doorgaande internationale treinverbindingen over Staatslijn A. In de jaren 90 van de twintigste eeuw wordt het oude traject nog een enkele keer gebruikt als omleidingsroute tijdens werkzaamheden in Amersfoort. De spoorlijn blijft vooral belangrijk voor het binnenlandse spoorwegvervoer. Sinds de opening van de Hanzelijn wordt het spoor tussen Deventer en Zwolle af en toe gebruikt om de Intercity tussen Amsterdam en Berlijn via Zwolle om te leiden, indien het niet mogelijk is om de trein via Amersfoort en Apeldoorn te laten rijden.

Spoorverdubbeling en elektrificatie thumb|left|Op de foto is duidelijk te zien dat met de elektrificatie van de spoorlijn rekening is gehouden met spoorverdubbeling. De gehele spoorlijn is net als gelijkwaardige spoorlijnen aan het begin van de 20e eeuw grotendeels verdubbeld. Tijdens de Spoorwegstaking van 1944 braken de Duitsers tussen Meppel en Leeuwarden een van de twee sporen op. Na de Tweede Wereldoorlog is het grootste deel van het traject opnieuw voorzien van dubbelspoor. Enkele gedeelten blijven uit kostenoverweging voorlopig enkelsporig. Bij de elektrificatie op 5 januari 1953 van het traject Arnhem - Zutphen, op 17 mei 1953 van het traject Zutphen - Zwolle en op (17) 18 mei 1952 van het traject Zwolle - Leeuwarden zijn de trajecten Deventer - Olst en Steenwijk - Wolvega enkelsporig gebleven. Bij het plaatsen van de bovenleidingmasten is met spoorverdubbeling rekening gehouden. Het duurde nog tot 13 april 1975 totdat het traject Steenwijk - Wolvega weer van twee sporen was voorzien. Het deel tussen Deventer en Olst is enkelsporig gebleven. Hoewel regelmatig geopperd wordt dit laatste enkelsporige deel van de IJssellijn te verdubbelenOngedateerde brief van B&W van de gemeente Zwolle aan de gemeenteraad van Zwolle zijn er geen concrete plannen.

Knelpunt Meppel – Zwolle De spoorlijn tussen Meppel en Zwolle is door het toegenomen treinverkeer van en naar Groningen en Leeuwarden een knelpunt geworden. De beide ten noorden van Meppel gelegen dubbelsporige baanvakken komen in Meppel samen in een dubbelsporig baanvak naar Zwolle, waarover de (meeste) treinen van zowel Groningen als Leeuwarden van en naar Zwolle rijden. Deze lijn wordt tevens gekenmerkt door veertien overwegen en meerdere bruggen en is daardoor zeer storingsgevoelig.

Voorts is het emplacement van Meppel een knelpunt. Hier liggen twee perrons met drie perronsporen waarover al het reizigersverkeer wordt afgehandeld. Ook hier kan een kleine verstoring grote invloed hebben op het treinverkeer van en naar Groningen en Leeuwarden. Er is geen andere mogelijkheid om met de trein tussen het noorden en midden van het land te reizen dan via dit traject. Tussen september en eind 2023 waren ruim zeventig storingen op het traject, gemiddeld negen uur per week. Dat maakt de gevolgen voor reizigers groot.

Op 23 januari 2024 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om voldoende geld beschikbaar te stellen om dit knelpunt 'eindelijk' op te lossen. Hiervoor is een bedrag begroot van 40 miljoen euro voor onder andere de aanleg van een extra perron en extra wissels te Meppel.Kamer trekt extra miljoenen uit voor spoorknelpunt Meppel-Zwolle, www.nos.nl; 23 januari 2024

Stations en gebouwen De stations langs de eerste staatslijnen krijgen zogenaamde Waterstaatstations. Voor deze gebouwen maakt architect K.H. van Brederode vijf standaardontwerpen. Het zijn sobere ontwerpen die vooral 'economisch, deugdelijk en functioneel' moesten zijn. De ontwerpen zijn verdeeld over vijf klassen. Hoe groter de plaats of hoe belangrijker het station, hoe groter het gebouw. Langs Staatslijn A verschijnen bij de aanleg twintig Waterstaatstations. Zwolle krijgt een stationsgebouw van het grootste type, de eerste klasse. In Zutphen wordt een station van het type tweede klasse gebouwd. Het stationsgebouw is het enige dat gebouwd wordt van dit type. In o.a. Meppel, Steenwijk, Heerenveen en Leeuwarden worden stationsgebouwen van het type derde klasse gebouwd. Stationsgebouwen van het type vierde klasse worden gebouwd in Dedemsvaart en Wolvega. In Velp, De Steeg, Dieren, Brummen, Gorssel, Olst, Wijhe, Staphorst, Akkrum, Grou-Jirnsum en Wirdum wordt een stationsgebouw van het type vijfde klasse gebouwd.

In Arnhem wordt in eerste instantie gebruikgemaakt van het bestaande station van de NRS. In 1867 nemen de SS en NRS een nieuw, gezamenlijk stationsgebouw in gebruik. In Deventer wordt een laag en lang stationsgebouw neergezet, bestaande uit stijl- en regelwerk, opgevuld met steen, afgesmeerd met cement. Het station voldoet hiermee aan de strenge bepalingen van de Vestingwet. Ook in andere vestingsteden als Breda, Venlo en Maastricht verschijnen dergelijke stationsgebouwen. Na het aanpassen van de wet in 1874 maken de meeste stationsgebouwen plaats voor nieuwbouw. Het stationsgebouw van Deventer wordt in 1914 vervangen door een opvallend asymmetrisch gebouw. Diverse voorzieningen worden in perrongebouwen ondergebracht.

thumb|left|ICM-treinstel 4085 onderweg van Zwolle naar Nijmegen ter hoogte van het voormalige station Diepenveen West, 9 april 2008In de loop der jaren ontstaan langs de lijn veel stopplaatsen en haltes. Een aantal stopplaatsen krijgt aan het eind van de negentiende eeuw een echt stationsgebouw: Diepenveen (1900), Windesheim (1895), Peperga (1884), Oudeschoot (1890) en Idaard-Roordahuizum (1890) krijgen een gebouw dat is afgeleid van het standaardtype Visvliet. Deze stations worden, net als de meeste andere stopplaatsen en haltes tussen 1936 en 1940 alweer gesloten. De stationsgebouwen zijn in de jaren 60 en 70 gesloopt. Ook de stations Gorssel, Dedemsvaart en Staphorst worden al voor de Tweede Wereldoorlog gesloten en ook hier zijn de stationsgebouwen inmiddels gesloopt.

In Dieren wordt in 1902 een nieuw stationsgebouw in gebruik genomen. Het station wordt hiermee een zogenaamd eilandstation. Het oude gebouw blijft, onder een andere bestemming, tot 1944 in gebruik. Twee jaar later wordt het stationsgebouw van Leeuwarden opvallend verbouwd. De middenrisaliet wordt vervangen door een gebouw met drie toegangsdeuren met daarboven een groot halfrond venster. Ook de meeste andere Waterstaatstations worden in de loop der jaren vergroot.

In de loop der tijd wordt een aantal stations en haltes langs de lijn toegevoegd. Arnhem krijgt twee voorstadhaltes langs de IJssellijn: In 1893 wordt station Arnhem Velperpoort geopend, in 1969 volgt station Arnhem Presikhaaf. De halte Arnhem Velperpoort krijgt in 1953 een opvallend stationsgebouwtje. Het gebouw met wachtkamer en loket op perronniveau staat op twee ranke stalen poten. In 1988 krijgt de halte een nieuw, gunstiger gelegen, stationsgebouw. Ook voor dit gebouw is een opvallend ontwerp gebruikt. Het oude stationsgebouwtje blijft als gemeentelijk monument bewaard. Het nabijgelegen Rheden krijgt in 1882 een eigen halte. Deze wordt in 1927 alweer gesloten. In 1952 wordt op dezelfde plek station Rheden geopend. Het nabijgelegen station De Steeg wordt hierbij gesloten. Ten slotte is in 1975 de halte Heerenveen IJsstadion geopend, die van 1977 tot en met 2015 alleen werd gebruikt bij evenementen in Thialf.

Sloop en nieuwbouw stationsgebouwen Behalve de gesloten stations worden in de jaren 60, 70 en begin jaren 80, net als in de rest van het land, ook langs Staatslijn A een groot aantal vooroorlogse stationsgebouwen gesloopt. De hoge onderhoudskosten en een teruglopend aantal activiteiten binnen een dergelijk groot gebouw zijn hiervoor de belangrijkste redenen. Van de oorspronkelijke Waterstaatstations langs de lijn worden de oude stationsgebouwen van Velp, Brummen, Olst, Wijhe, Steenwijk, Heerenveen, Akkrum en Grouw-Irnsum gesloopt. In Olst en Wijhe komt geen vervangende nieuwbouw. In Velp, Brummen, Akkrum en Grouw verschijnen eenvoudige standaardgebouwen. Steenwijk en Heerenveen krijgen respectievelijk in 1972 en 1983 gebouwen van een uniek ontwerp. In Steenwijk wordt onder andere het postkantoor in de nieuwbouw geïntegreerd, in Heerenveen worden trein- en busstation in één complex opgenomen. Terwijl de meeste nieuwe gebouwen na het verdwijnen van de loketten een andere functie hebben gekregen zijn de stationsgebouwen van Rheden en Brummen alweer gesloopt.

Dienstregeling Sinds jaar en dag rijden er geen rechtstreekse treinen over de gehele Staatslijn. Het traject Arnhem - Zwolle is voornamelijk gericht op het forensenvervoer tussen de aan de lijn gelegen steden en de omliggende plaatsen. De spoorlijn Leeuwarden - Zwolle wordt voor een belangrijk deel gebruikt voor het interregionale vervoer tussen Noord-Nederland en de Randstad.

In de jaren 60 en 70 rijdt als uitzondering een rechtstreekse trein voor Duitse vakantiegangers via Arnhem over de gehele oorspronkelijke Staatslijn. Deze trein reed hierbij van en naar Harlingen Haven. Daarnaast rijdt enige tijd dagelijks een van de laatste treinen uit Leeuwarden 's avonds door naar Nijmegen. Incidenteel worden bij stremmingen intercity's tussen het noorden van het land en Amersfoort via Deventer omgeleid. Deze treinen volgen hierbij dus het grootste gedeelte van de Staatslijn.

Arnhem – Zwolle, de IJssellijn