Andreas Ernestus Josephus (Ernest) Claes (Zichem, 24 oktober 1885 – Elsene, 2 september 1968) was een Belgische schrijver.
Hij is beroemd geworden door het boek De Witte, een streekroman over een belhamel in humoristische stijl. In Vlaanderen was hij een van de meest gelezen schrijvers. Enkele van zijn werken werden gepubliceerd onder het pseudoniem G. van Hasselt.
Levensloop thumb|Het geboortehuis van Ernest Claes thumb|Ernest Claes met de Witte te Zichem thumb|Het graf van Ernest Claes en Stephanie Vetter op het kerkhof van de abdij van Averbode thumb|De Kleine Tamboer van Rene Huybrechts - Ernest Claes als tamboer van de fanfare De Sint-Jansvrienden
Claes werd geboren in een landbouwersgezin met negen kinderen. Zijn moeder (Maria Theresia Lemmens) en zijn vader (Petrus Josephus Claes) moesten hard werken en waren beiden afstammelingen van generaties van landbouwersfamilies te Zichem. Als kind zou hij soms lui, koppig en ongehoorzaam zijn. Op school, tijdens strafstudie, las hij in De Leeuw van Vlaanderen, een werk van Hendrik Conscience.
Na zijn plechtige communie werkte hij in de drukkerij van de Abdij van Averbode. Vanaf 1898 tot 1905 studeerde hij aan 'Le Collège patronné d'Herentals', een door de staat gecontroleerde katholieke school. Claes was een goed scholier.Stamboom familie Claes Vanaf 1906 studeerde hij "Philologie Germanique" aan de Katholieke Universiteit Leuven.
In 1913 werd hij vertaler en vanaf 1933 directeur van het Beknopt Verslag van het Belgisch Parlement.
Flamingant Als scholier woonde hij geregeld vergaderingen van Vlaamse studentenbonden bij. Hij kreeg geregeld straffen voor zijn flamingantisme of voor het zingen van de Vlaamse Leeuw. Ook op de universiteit en tijdens zijn legerdienst ondervond hij moeilijkheden, en riskeerde te worden weggestuurd. Hij was tijdens zijn studentenjaren lid van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven (KVHV). Claes werd hoofdredacteur van Ons Leven, en voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond. In 1923 stond hij mee aan de wieg van de Vlaamse Club voor kunst, wetenschap en letteren in Brussel.
Wereldoorlogen Ernest Claes werd gemobiliseerd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de slag om Namen werd hij op 22 augustus 1914 zwaargewond. Hij lag twee dagen met andere gewonden in de kelder van een gebombardeerd huis en werd op 24 augustus krijgsgevangen genomen door het 71° Erfurter Infanterie Regiment. Later, na een verblijf in het klooster van Champion waar hij herstelde van zijn verwondingen en na een korte gevangenschap in de gevangenis van Namen, werd hij naar (Erfurt) Duitsland weggevoerd. In 1915 werd hij vrijgelaten en hij bereikte via Zwitserland Frankrijk, waar hij korte tijd tolk was bij het Britse leger. Later kreeg hij een opdracht bij de administratieve diensten van de Belgische regering in Le Havre. In 1916 werd hij wegens permanente invaliditeit definitief uit het leger ontslagen, maar bleef hij in dienst als ambtenaar. Hij was in die tijd ook correspondent voor kranten en tijdschriften. Na de oorlog hernam hij zijn functie als ambtenaar van de ondersteunende diensten in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Vanaf 1934 was hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Claes was Vlaamsgezind en leunde aan bij de Frontpartij en later het VNV. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schaarde hij zich achter de Volksbeweging onder leiding van het VNV, wat hem later zwaar aangerekend werd. In 1944 werd hij beschuldigd van collaboratie en voor drie maanden opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. Voor de Krijgsraad en voor het Krijgshof werd hij telkens vrijgesproken. In 1950 kreeg hij in beroep voor de burgerrechtelijke rechtbank van Brussel ook zijn politieke en burgerrechten terug. In een brief van 9 maart 1948, gericht aan zijn vriend en toenmalig Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert, ontkende hij ooit lid te zijn geweest van het V.N.V. en hen altijd als een 'destructief element in de Vlaamse Beweging' te hebben beschouwd. Hij werkte herhaaldelijk onder een schuilnaam mee aan het Vlaamse naoorlogse tijdschrift Rommelpot, en publiceerde bij dezelfde uitgeverij een drietal boekjes, o.a. "De oude moeder".
Op 5 januari 1968 kreeg hij een zware hartaanval. Ernest Claes overleed acht maanden later op 82-jarige leeftijd. Hij werd begraven op het kerkhof van de Abdij van Averbode.
Privéleven In 1912 huwde hij met Stephanie Vetter, een Nederlandse schrijfster; zij kregen een zoon, Eric Claes.
Werk Internationaal werd Ernest Claes bekend door zijn heimatromans. Zijn verhalen zijn gebaseerd op jeugd- en oorlogservaringen en gebeurtenissen in zijn geboortestreek, maar hij schreef ook psychologisch werk. Vooral De Witte uit 1920 werd immens populair. Dit boek werd tweemaal verfilmd; in 1934 door Jan Vanderheyden onder de titel De Witte. Dit was de eerste Vlaamse langspeelfilm met geluid. In 1980 volgde een remake door Robbe De Hert onder de titel De Witte van Sichem. In 1992 bewerkte componist Willy Van Couwenberghe De Witte tot musical. Claes' boeken werden in verschillende talen vertaald, en een aantal boeken werd tot de televisieserie Wij, Heren van Zichem bewerkt, een populaire televisiereeks bij de VRT die meermaals werd heruitgezonden.
Eerbewijzen Ernest Claes kreeg verschillende prijzen, onder andere: Prijs van de provincie Brabant (1936) Staatsprijs (1942) Prijs der Vlaamse Provincies (1958) Ere-burgerschap van Averbode en Zichem In Zichem, op het marktplein, staat een beeld van Ernest Claes met op zijn schouders "De Witte van Zichem" naar aanleiding van de honderdste druk van "De Witte" in 1964. Het beeld is van de hand van Albert Poels. In 2006 kreeg Ernest Claes een monument in Averbode: een beeld van een jonge Ernest als tamboer, vervaardigd door beeldhouwer René Huybrechts.
Bibliografie Uit mijn dorpken (1906) (Digitale versie) Het proza van Potgieter (thesis) (1910) De fanfare "de Sint-Jansvrienden" (1910) (Digitale versie) Uit mijn soldatentijd (1917) Bei uns in Deutschland (1919) Namen 1914 (1919) (Digitale versie) Oorlogsnovellen (1919) (Digitale versie) "Bei uns in Deutschland" (1919) De Witte (1920) (Digitale versie) Met grote letter gedrukt, 1981 Sichemsche novellen (1921) (Digitale versie) De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop (1923) (Digitale versie) Kiki (1925) (Digitale versie) Het leven van Herman Coene (1925-1930) Dl. 1: Het kind (Digitale versie) Dl. 2: Het leven (Digitale versie) Een klassieke reis in het "schoone Italie" (ca. 1925) Wannes Raps (1926) (Digitale versie) Onze smid. Nolle Janus, Soldaten in 't dorp, Wannes-oome, Stegger De heiligen van Sichem (1931) (Digitale versie) De geschiedenis van Black (1932) (Digitale versie) Toen Ons-Lieve-Vrouwke heuren beeweg deed (1933). In 1944 uitgegeven o.d.t.: De wonderbare tocht Kobeke (1933) (Digitale versie) Pastoor Campens zaliger (1935) (Digitale versie) Van den os en den ezel (1937) (Digitale versie) Reisverhaal met allerhande afwijkende bespiegelingen over menschen en dingen, water en politiek, aardrijkskunde en liefde (1938) (Digitale versie) De moeder en de drie soldaten (1939) (Digitale versie) Clementine (1940) (Digitale versie) Jeugd (1940) (Digitale versie) Met grote letter gedrukt, 1983 Langs harde paden (1940) Herodes (1942) (Digitale versie) Jeroom en Benzamien. Zijnde het waarachtig verhaal van twee door hoovaardij misleide en door de liefde geredde beenhouwers (1946) (Digitale versie) Kerstnacht in de gevangenis (1946) De oude moeder. Novellen. Bevat: De oude moeder; De nieuwe ambtenaar; Herodes; Schetsen uit Montecatini (1946) (Digitale versie) Gerechtelijke dwaling (1947) De oude klok (1947) (Digitale versie) Sinterklaas in de Hemel en op de Aarde (1947) Die schone tijd. Novellen (1949) (Digitale versie) Daar is een mens verdronken (1950) (Digitale versie) Studentenkosthuis 'bij Fien Janssens' (1950) (Digitale versie) Peter en Polly (1950) Floere, het Fluwijn (1950) (Digitale versie) Charelke Dop gevolgd door "Gerechtelijke dwaling" (1950) (Digitale versie) Het leven en de dood van Victalis van Gille (1951) (Digitale versie) Cel 269 (1952) Over reizen en reizigers. Met allerhande beschouwingen die er niets mee te maken hebben (1952) Wannes Raps, Onze smid - en andere novellen. Bevat: Wannes Raps; Stegger; Onze smid; Nolle Janes; Een Held; De nachtelijke tocht (1952) (Digitale versie) Voor de open poort (1952) De nieuwe ambtenaar (1952) (Digitale versie) Het was lente. Novellen (1953) (Digitale versie) Ik en mijn lezers (1955) Dit is de sproke van broederke Valentijn (1956) (Digitale versie) Twistgesprek tussen Demer en Schelde. Zijnde een academische verhandeling over meisjes, bier, heiligen, sexuele, culturele en agronomische aangelegenheden door Ernest Claes en Filip de Pillecyn (1956) Ik was student (1957) Leuven, o dagen, schone dagen (1958) De mannen van toen (1959) Ik en de Witte (1960) Voordrachtgevers zijn avonturiers (1962) Mijnheer Albert (1965) De klanten van pastoor Campens zaliger (1965) Daske (1965) Schone herinneringen (1966) Mensen van bij ons (novellen) (1975) Sociale verhalen, Ernest Claes ... et al. (1976) Toen "De Witte" werd verfilmd en andere verhalen (1977) (Digitale versie) Groeten uit 't Belgiekske : kroniek van een free-lance journalist (1977) Bij ons in Vlaanderen Uit de dagboeken van Ernest Claes (1981) Uit de dagboeken van Ernest Claes. Het afscheid (1983) Tussen twee wereldoorlogen. Journalistieke beschouwingen tussen 1918 en 1938 (1984) Moeders (1991) In die Nacht, zo schoon en stil ... Kerstmotieven uit zijn werk (1992) Pastor Bonus. Het priesterbeeld in zijn werk (1993) Reisherinneringen, Ernest Claes, Stephanie Vetter (2009) Parlementaire kronieken (2010) Zo was het leven. Onuitgegeven brieven en verhalen (2011) Uilenspiegel leeft nog (2012) Briefwisseling Stijn Streuvels (1871-1969) - Ernest Claes (1885-1968) (2013)
Omnibussen Claes Omnibus Een: Floere het fluwijn; Jeugd; De heiligen van Zichem; Clementine; De oude klok (Brussel, 1967, 3e dr.) Claes Omnibus Twee: Wannes Raps; Pastoor Campens Zaliger; Black; De Fanfare van de St.-Jansvrienden; De nieuwe ambtenaar; Het leven en de dood van Victalis van Gille; Bei uns in Deutschland (Antwerpen / Brussel, 1964) Claes Omnibus Drie: Jeroom en Benzamien; Kiki; Ik en de Witte; Ik was student (Utrecht / Antwerpen, 1966) Claes Omnibus Vier: De oude moeder; Het was lente; De moeder en de drie soldaten; Voor de open poort; Leuven, O dagen, schone dagen (Amsterdam / Antwerpen, 1974) Claes Omnibus Vijf: Patoor Munte; Onze smid; Stegger; Wannesome; De mambers van 't Konsèl; Daske; Mijnheer Albert; Daar is een mens verdronken (Brussel, 1975) Kleine Ernest Claes Omnibus: De klanten van Pastoor Campens Zaliger; Daske; Schone herinneringen (Brussel, 1967) Ernest Claes Omnibus: De Witte; Floere het fluwijn; Jeugd; de heiligen van Zichem; Clementine; De oude klok (Den Haag, Nederlandse Boeken Club, z.j.) Ernest Claes Omnibus vijf-in één: De Witte; Floere het fluwijn; Jeugd; De heiligen van Zichem; Clementine (Wereldbibliotheek, 1980, 3e dr.)
Literatuur Louis Sourie. Het werk van Ernest Claes. Amsterdam, Wereldbibliotheek (1948) Armand Boni, Ernest Claes: een blik op zijn leven en levenswerk. Davidsfonds, Leuven, 1948 (Volksreeks 382). André Demedts, Ernest Claes. Manteau, Brussel, 1961. A. van Hageland, Ernest Claes en wij. Een literair-volkskundige studie. Davidsfonds, Leuven, 1959. Huize Ernest Claes, Zichem. Tekst grotendeels in het Nederlands, levensbeschrijving van E. Claes ook in het Duits, Engels, Frans en Tsjechisch (1972) Piet Vandevoort. Post-scriptum. Aanvullende bio- en bibliographische gegevens over Ernest Claes (1978) Roger Daems. Volksgeloof en bijgeloof in het werk van Ernest Claes (1978) Jan Van Hemelryck (samenst.). Omkijken naar Ernest Claes 1885-1985 (1985) Wim van Gelder. Het land van de Witte. Scherpenheuvel, Zichem, Averbode, Aarschot (1986)