thumb|Een weerkaart met Isopleten. Isopleet (van de Griekse woorden isos = gelijk en plèthos = menigte, grootte, omvang), isolijn, isokwant en contourlijn zijn algemene namen voor een kromme op een kaart of in een driedimensionale grafiek, die punten verbindt waarvoor de weer te geven grootheid eenzelfde waarde heeft. Isopleten die dicht bij elkaar liggen, laten zien dat de grootheid daartussen sterk verandert. Als de isopleten een cirkel maken om een bepaald punt betekent dat waarschijnlijk, dat dat punt een top of dal is.
Het woord wordt in de faseleer met name gebruikt, om in een fasediagram van mengsels punten te verbinden die een gelijke samenstelling hebben.
Voorbeelden dieptelijn of isobaat: gelijke diepte hoogtelijn of isohypse: gelijke hoogte a-dia-baat: gelijke hoeveelheid energie tijdens proces isofoon: gelijke geluidssterkte isoglosse: taal- nl. dialectgrens isogoon: gelijke hoek/richting in magneet-, windveld isobaar: gelijke druk op weerkaart, isobaar in toestands- en fasediagram isochoor: gelijk volume tijdens proces isochroon: gelijke tijd (diverse varianten) isohyeet: gelijke neerslag isopache: gelijke dikte in sedimentair of magmatisch gesteente isopykne: gelijke dichtheid isotache: gelijke windsnelheid isotherm: gelijke temperatuur op weerkaart isotoon
Geschiedenis De Nederlandse landmeter Pieter Bruinsz tekende in 1584 een isolijn op een kaart, namelijk een isobaat van 7 voet diepte in het Spaarne.Prof. Dr. F.J. Ormeling en Dr. M.J. Kraak, Kartografie: Visualisatie van ruimtelijke gegevens. Delftse Universitaire Pers 1993, Het idee om lijnen te trekken tussen punten van gelijke waarden werd verschillende keren herontdekt. In 1701 gebruikte Edmond Halley dergelijke lijnen (isogonen) in een grafiek over magnetische variatie. De Nederlandse ingenieur Nicolaus Cruquius tekende de bedding van de rivier Merwede met dieptelijnen met intervallen van 1 vadem in 1727, en Philippe Buache gebruikte dieptelijnen van 10 vadem op een kaart van Het Kanaal (Nauw van Calais) die in 1737 werd voorbereid en in 1752 werd gepubliceerd.
Het gebruik van dergelijke lijnen om een landoppervlak weer te geven (hoogtelijnen) werd bestudeerd door Ducarla in 1771 en Charles Hutton gebruikte ze bij het berekenen van het volume van een heuvel in 1777.Ch. Hutton (1823†): "An account of the calculations made from the survey and measures taken at Schehallien, in order to ascertain the mean density of the Earth", Philosophical Transactions of the Royal Society of London, vol. 68, pp. 756-757. gallica.bnf.fr Gearchiveerd op 3 juli 2022. In 1791 werd een kaart van Frankrijk getekend door J. L. Dupain-Triel met hoogtelijnen in 20 meter intervallen,miniatuur vergelijk Hoge Veluwe/Utrechtse Heuvelrug hachures, hoogtekleuren en een verticale sectie.Colonel Berthaut, La Carte de France, vol. 1, p. 139; geciteerd in Close 1926/69. In 1801 gebruikte het hoofd van het Korps van Ingenieurs, Haxo, hoogtelijnen op een kaart met schaal 1:500 van zijn projecten voor Rocca d'Anfo.R. A. Skelton, "Cartography", History of Technology, vol. 6, pp. 612-14, Oxford 1958. Vanaf 1843 werden hoogtelijnen algemeen toegepast door de Europese topografische diensten. Dieptelijnen op zeekaarten werden algemeen gebruikt vanaf 1834, toen Rusland ze ging gebruiken, en Groot-Brittannië in 1838.C. Close, The Early Years of the Ordnance Survey, 1926; herpublicatie door David & Charles, 1969, , pp. 141-44.T. Owen en E. Pilbeam, Ordnance Survey: Map Makers to Britain since 1791, HMSO 1992,
Toen kaarten met contourlijnen eenmaal gemeengoed waren werd de techniek ook gebruikt voor het weergeven van andere grootheden. Een recent voorbeeld is het ontwikkelen van kaarten die luchtkwaliteit als contourlijnen weergeven in en rond stedelijke gebieden of geluidshinder rondom bijvoorbeeld een luchthaven als Schiphol.
Zie ook Niveauverzameling
Categorie:Cartografie Categorie:Klimatologie