De technologische singulariteit is een theoretisch scenario voor technologische groei in de artificiële intelligentie. Het weerspiegelt dat AI in de toekomst zichzelf zal verbeteren waardoor het kunstmatige neuraal netwerk, via het Hopfield-netwerk (Nobelprijswinnaar 2024), zelf de richting zal bepalen hoe het zich verder ontwikkelt. Dit kan na verloop van tijd de menselijke intelligentie aanzienlijk overtreffen met een cyclus om zichzelf in stand te houden. Bij realisatie zal de technologische singulariteit zeker onvoorspelbare veranderingen in de menselijke beschaving teweegbrengen.

Het vakgebied futurologie gaat dieper in op de wetenschap en het onderzoek van de toekomst. De singulariteit zou in gang kunnen worden gezet door bijvoorbeeld kunstmatige intelligenties of posthumans, die zichzelf in hoog tempo blijven verbeteren. Het bespreekt de toekomstige breekpunten wanneer de vooruitgang zo snel gaat dat menselijke intelligentie de resulterende maatschappij niet meer kunnen begrijpen.

Omschrijving Het concept 'singulariteit' werd voor het eerst uitvoerig beschreven door de Amerikaanse wiskundige en sciencefictionschrijver Vernor Vinge in zijn essay 'Singularity' (1993) en wordt tegenwoordig vooral uitgedragen door uitvinder en ondernemer Ray Kurzweil die 2045 voorspelde als jaar waarin dit bereikt zou worden.Vinge's essay 1993

Onder de technologische singulariteit wordt doorgaans verstaan:

een tijd in de toekomst waar de technologische vooruitgang zo snel gaat dat mensen met hun tegenwoordige intelligentie de resulterende maatschappij niet meer kunnen begrijpen het tijdstip waarop alle exponentiële trends die sinds het ontstaan van het leven zijn begonnen allemaal samen komen en door het plafond gaan het tijdstip waarop de eerste kunstmatige intelligenties of posthumans (verbeterde mensen met een opgevoerde intelligentie) hun verdere ontwikkeling in eigen hand nemen en zichzelf zo snel gaan verbeteren dat de wereld kort daarop eveneens onbegrijpelijk wordt voor hedendaagse mensen

Voorwaarden Bij dit alles wordt wel als essentiële voorwaarde genomen dat: het voor de mensheid op een gegeven tijdstip mogelijk moet zijn om een aan de menselijke intelligentie op zijn minst gelijkwaardige kunstmatige intelligentie te creëren het mogelijk moet zijn een normaal menselijk brein zodanig aan te passen dat de resulterende geest een tegenwoordig bestaande menselijke ziel in intelligentie overtreft

Hierover echter zijn de meningen onder onderzoekers vooralsnog verdeeld.The truth is that human intelligence can never be replaced with machine intelligence simply because we are not ourselves "thinking machines" in the sense in which that term is commonly understood. ; ; (2000): Mind Over Machine. The Power of Human Intuition and Expertise in the Era of the Computer, Simon and Schuster, p. xivSome people say that computers can never show true intelligence whatever that may be. But it seems to me that if very complicated chemical molecules can operate in humans to make them intelligent then equally complicated electronic circuits can also make computers act in an intelligent way. And if they are intelligent they can presumably design computers that have even greater complexity and intelligence. (1998)

Theorievorming Het begrip ontstond in de jaren 1950. Stanislaw Ulam zei in mei 1958, verwijzend naar een conversatie met de wiskundige John von Neumann:

Dit citaat wordt dikwijls uit zijn context gehaald en toegeschreven aan Neumann zelf. In 1965 beschreef de statisticus Irving John Good een concept dat nog meer leek op ons hedendaags singulariteitsbegrip, omdat hij ook het aspect van bovenmenselijke intelligentie insloot: (1965): 'Speculations Concerning the First Ultraintelligent Machine' in Advances in Computers Volume 6, p. 31-88

Vernor Vinge De Amerikaanse wiskundige en sciencefictionauteur Vernor Vinge begon in de jaren 1980 te spreken over de singulariteit en verzamelde zijn gedachten over dit onderwerp in januari 1983 in een voorwoord voor het inmiddels opgeheven tijdschrift Omni. Hij beschreef het concept voor het eerst uitvoerig in 1993 in zijn essay 'Singularity'. Het essay van Vinge bevat de vaak geciteerde zin:

Sindsdien is dit een onderwerp geweest voor veel sciencefictionschrijvers. Er is nog steeds veel discussie of deze singulariteit werkelijk gaat optreden en wanneer. Veel voorspelde momenten waarop er intelligente computers zouden bestaan zijn al ongemerkt gepasseerd.

De singulariteit van Vinge wordt dikwijls misbegrepen als zou technologische vooruitgang afstevenen op oneindigheid, zoals in een mathematische singulariteit. Vinge wil eigenlijk zeggen dat voor hedendaagse intelligente mensen de maatschappij van na de singulariteit niet meer te begrijpen valt. In zijn sf-roman Marooned in realtime (1986) vergeleek hij dit zo:

Eigenlijk was de term meer gekozen als een metafoor uit de natuurkunde dan uit de wiskunde; naarmate de singulariteit nadert, worden de modellen van de toekomst minder betrouwbaar, net zoals de gebruikelijke modellen van de natuurkunde het laten afweten naarmate een zwaartekrachtsingulariteit nadert, zoals bij een zwart gat en de oerknal.

Vinge schreef dat bovenmenselijke intelligenties, of ze nu gecreëerd worden door cybernetisch verbeteren van het menselijk brein (intelligence amplification, IA) of door kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI), beter in staat zullen zijn om hun eigen intelligentie te vermeerderen dan de mensen die hen maakten:

Van deze feedbackloop van zichzelf verbeterende intelligentie wordt verwacht dat deze steeds grotere technologische vooruitgang brengt in steeds kortere tijdspannen. Voor hedendaagse mensen zal deze nieuwe technologie en de daarmee gevormde wereld en maatschappij snel onbegrijpelijk worden. In zijn roman A Fire Upon the Deep (1992) refereerde Vinge hier al aan. (1993): Dagen des Oordeels, Meulenhoff De helden van het verhaal, dat in de verre toekomst speelt, krijgen te maken met zeer ver ontwikkelde machines die veel kenmerken van het leven hebben. Zo hebben deze machines het uiterlijk van plantachtige groeisels die op moleculair niveau werken, zoals in levende wezens die op cellulair niveau ook als zeer complexe moleculaire machines te beschouwen zijn. Ook groeien deze machines, als dit nodig is, vanuit een zaadachtig begin uit tot grotere eenheden. Deze machines maken gebruik van atomen en moleculen uit hun omgeving voor hun groei en onderhoud en de benodigde energie voor normaal gebruik halen ze uit zonne-energie. Maar als het nodig is halen ze op een onbekende wijze energie uit de structuur van de ruimte-tijd zelf, maar dan op zo'n grote schaal dat als neven-effect de zon zelfs bijna uitdooft door de enorme hoeveelheid energie die, op een onbegrijpelijke manier, eraan onttrokken wordt.

Raymond Kurzweil thumb|300px|Moore's Law van 1900-2000 in de visie van Kurzweil Raymond Kurzweil heeft een theorie opgesteld waarin de wet van Moore ruimer wordt geïnterpreteerd en stelt een generalisatie van Moores wet voor. De wet van Moore vormt voor de meeste aanhangers van de singulariteitshypothese de basis van hun geloof in de singulariteit en beschrijft een exponentieel groeipatroon in de complexiteit van geïntegreerde schakelingen van halfgeleiders. Kurzweil breidt dit uit en sluit technologieën van ver voor de geïntegreerde schakelingen in tot toekomstige vormen van berekening. Moore sprak alleen over de evolutie van transistors vanaf de jaren 1960, Kurzweil begint zijn dubbel exponentiële curve al begin 20e eeuw bij de ponskaartmachines. (2001): 'The Law of Accelerating Returns'

Hij suggereert een exponentieel patroon in de vooruitgang van technologie in de loop van de menselijke geschiedenis en zelfs van voor het begin van het leven op aarde. De hele evolutie vanaf de oerknal tot nu kan volgens hem gezien worden als een exponentiële groei van intelligentie, voortgezet in kunstmatige intelligentie.

Hij beweert dat een nieuwe technologie op de proppen komt telkens als er een barrière opduikt. Zo zal volgens hem nanotechnologie de wet van Moore gaande houden als de huidige productiemethoden van microchips op een natuurkundige barrière stuiten. Hij voorspelt dat dergelijke paradigmaverschuivingen steeds vaker zullen voorkomen naarmate de singulariteit dichter benaderd wordt. Hij gelooft dat de exponentiële groei van Moores wet zal doorlopen voorbij het gebruik van geïntegreerde circuits tot in technologieën die voor de huidige mens nog onbekend zijn, of die we ons zelfs nog niet kunnen voorstellen, die gedurende de 21e eeuw culmineert in ongebreidelde technologische vooruitgang en ten slotte tot de singulariteit. De technologische vooruitgang schiet dan heel snel in de tijd naar oneindig. Dit beschreef hij als technologische verandering zo snel en grondig dat het een breekpunt is in de menselijke geschiedenis.

De wet zoals Raymond Kurzweil haar beschreef heeft bij veel mensen hun begrip van de wet van Moore doen veranderen. Men is dikwijls geneigd te geloven dat het Moore was die met zijn wet voorspellingen deed over alle vormen van technologie, terwijl hij het alleen maar had over halfgeleiderschakelingen. Veel futurologen gebruiken nog steeds de term wet van Moore om ideeën als die van Kurzweil te beschrijven. Zoals Ray Kurzweil in zijn boek Kurzweil on the edge. The intelligent universe (2002) het zegt:Kurzweil over het intelligente universum op de website van the edge anno 2002

Kurzweil breidt deze thema's verder uit in zijn boeken zoals The age of spiritual machines (2000) (2000): The Age of Spiritual Machines, Viking Adult en The singularity is near (2005). (2005): The Singularity Is Near. When Humans Transcend Biology, Viking Zijn voorspellingen verschillen van die van Vinge in zoverre dat Kurzweil een veel geleidelijkere overgang naar de singulariteit voor de volledige mensheid voorziet, terwijl Vinge snelle zichzelf verbeterende bovenmenselijke intelligentie vooropstelt. Dit verschil wordt dikwijls gedefinieerd als de zachte en harde singulariteit.

Evolutie van de maatschappij Sommigen beschouwen de singulariteit als een logisch gevolg van de evolutie van de maatschappij. Veel sociologen en antropologen hebben sociale theorieën geconstrueerd die sociale en culturele evolutie behandelen. Enkelen, zoals Lewis H. Morgan, Leslie White, Gerard Lenski en Ester Boserup, beschouwen technologische vooruitgang als de primaire drijfveer van de zich ontwikkelende menselijke beschaving.

Morgan stelt drie grote fasen voorop in de sociale evolutie, savagery, barbarism en civilisation. Die fasen worden onderscheiden aan de hand van technologische mijlpalen zoals: menselijke vuurbeheersing, de boog en keramiek in de wilde fase domesticatie van dieren, landbouw en metaalbewerking in de barbaarse fase ten slotte het alfabet en het schrift in de beschaafde fase

In plaats van specifieke uitvindingen nam White energie als maatstaf om de evolutie van beschavingen te bepalen. Voor White is het bekomen en controleren van energie de voornaamste functie van cultuur. White onderscheidt vijf fasen in de ontwikkeling van de menselijke beschaving: in de eerste fase gebruiken de mensen de energie van hun eigen spieren in de tweede gebruiken ze de energie van gedomesticeerde dieren in de derde gebruiken ze de energie van de planten (landbouwrevolutie) in de vierde fase leren ze gebruik te maken van natuurlijke energiebronnen zoals kolen, olie en gas in de vijfde en laatste fase maken ze gebruik van nucleaire energie White introduceerde de formule P = E x T, waarbij E een maatstaf van de geconsumeerde energie is en T een maat is voor de efficiëntie van technische factoren bij het gebruik van energie. In zijn eigen woorden cultuur evolueert als de hoeveelheid opgewekte energie per capita per jaar vermeerdert, of als de efficiëntie van de instrumentele middelen om energie aan te wenden vermeerdert.