thumb|De Eiffeltoren gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1889 Alexandre Gustave Eiffel, geboren als Alexandre Gustave Bonickhausen dit Eiffel,http://www.culture.gouv.fr/LH/LH280/PG/FRDAFAN83_OL0892060V007.htm (Dijon, 15 december 1832 – Parijs, 27 december 1923) was een Franse zakenman, industrieel en scheikundig ingenieur. Zijn naam is vooral bekend door de naar hem genoemde toren in Parijs. De combinatie van zijn zakelijk talent, organisatievermogen en de efficiënte toepassing van nieuwe technieken, met name in bouwprocessen, maakten hem tot een van de leidende figuren in de Franse industrie. The death of a great pioneer, Gustave Eiffel passes away, Flight Global, 3 januari 1924. Gearchiveerd op 15 augustus 2018.
Persoonlijk leven
Ouders De ouders van Gustave Eiffel trouwden met elkaar op 23 november 1824 in Dijon.
Zijn moeder, Catherine-Mélanie Moneuse (1799-1878) was de dochter van een houthandelaar. Zij had zakelijk talent en was een van de eerste vrouwelijke ondernemers in Frankrijk. Ze begon met een eigen kolenhandel en verkreeg ook verschillende concessies voor kolenmijnen. In deze periode, de eerste decennia van de industriële revolutie, was dit een snel groeiende bedrijfstak.
Zijn vader, François Alexandre Bönickhausen dit Eiffel (1795-1879) begon in 1811 een militaire carrière door dienst te nemen in het leger van Napoleon Bonaparte. In 1823 werd hij secretaris van de militaire administratie in Dijon. In 1834 was hij kapitein bij de Nationale Garde, maar hij verliet dat jaar het leger om bij het bedrijf van zijn vrouw te gaan werken.
Gustave had twee zussen: Catherine-Marie (1834-1901) en Laure-Alexandrine (1836-1864).
Jeugd Omdat beide ouders van Gustave lange dagen werkten, hadden ze weinig tijd voor zijn opvoeding. Hij verbleef tijdens zijn jeugd dan ook veel bij zijn vlakbij wonende grootmoeder van zijn moeder's kant, die een groot deel van zijn opvoeding verzorgde.
Naast zijn grootmoeder woonde de zus van zijn moeder met haar man, Jean-Baptiste Mollerat (1772-1855), een vooraanstaand chemicus. De door hemzelf ontwikkelde producten maakte hij in zijn verffabriek, zoals "Vert Mollerat", een duurzame verf voor luiken en plantenbakken. Voor de jonge Eiffel was zijn zestig jaar oudere oom een voorbeeldfiguur.
Opleiding Van 1843 tot 1850 was Eiffel leerling aan het Koninklijk College van Dijon, nu het Collège Marcelle-Pardé. Op 18-jarige leeftijd, in 1850, na het behalen van zijn baccalaureaat, verliet hij Dijon om naar het Collège Sainte-Barbe in Parijs te gaan ter voorbereiding op het toelatingsexamen voor de École Polytechnique. Hij zakte echter voor het mondeling examen, maar werd wel toegelaten tot de minder prestigieuze École Centrale des Arts et Manufactures. Hier studeerde hij scheikunde met als doel de leiding van de fabriek van zijn oom, Jean-Baptiste Mollerat, over te nemen. Dit plan werd doorkruist doordat Mollerat, een republikein, en de vader van Eiffel, een bonapartist, ruzie kregen. Eiffel specialiseerde zich tijdens zijn studie verder in de metallurgie, een gebied waarin zijn moeder zakelijke connecties had. Eiffel moet hierbij vakkennis hebben opgedaan over de fabricage en toepassingen van welijzer, een materiaal dat zijn bedrijf later veel heeft toegepast. In 1855 studeerde Eiffel af aan de École Centrale.
Echtgenote en kinderen miniatuur|Gustave Eiffel met zijn familie ca.1875 Op 7 april 1862, op 29-jarige leeftijd, trouwde Eiffel in Dijon met Marguerite Gaudelet, die toen 17 jaar oud was. Het echtpaar kreeg vijf kinderen, drie dochters en twee zonen (Claire (1863-1934), Laure (1864-1958), Édouard (1866-1933), Valentine (1870-1966) en Albert (1873-1941)).
Zijn vrouw Marguerite overleed op 8 september 1877 in Levallois-Perret, op 32-jarige leeftijd. Zijn oudste dochter, Claire, die hem later ook bijstond in zijn werk, nam vervolgens de leiding van het gezin over. Tot zijn dood bleef zij aan de zijde van haar vader, ook na haar eigen huwelijk in 1886 met Adolphe Salles, die Eiffel's belangrijkste medewerker werd. Gustave Eiffel zou zelf nooit hertrouwen.
Naam Zijn familie droeg lange tijd de dubbele naam "Bonickhausen dit Eiffel". Eiffel als tweede naam werd toegevoegd door een Duitse voorouder die afkomstig was uit de Eifel, in het huidige Noordrijn-Westfalen, en zich aan het begin van de 18e eeuw in Parijs vestigde. In een tijd van felle anti-Duitse sentimenten wilde Eiffel de oorspronkelijke familienaam, Bonickhausen verwijderen. Eiffel deed hiervoor op 12 maart 1877 een verzoek aan de Minister van Justitie. Op 30 oktober 1878 herhaalde hij dit verzoek. De toestemming om alleen Eiffel als familienaam te gebruiken werd hem verleend bij decreet van 1 april 1879, en dit werd vervolgens bevestigd bij een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Dijon op 15 december 1880.
Overlijden Gustave Eiffel overleed op 27 december 1923 in zijn huis in de Rue Rabelais in Parijs. Hij werd op 31 december bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats van Levallios-Perret.
Professionele carriere
Volontair Na afronding van zijn studie aan de École Centrale, werkte Eiffel een paar maanden in de ijzergieterij van Châtillon-sur-Seine, waar zijn zwager Joseph Collin directeur was. In 1856 bracht zijn moeder hem in contact met Charles Nepveu, een zakelijke relatie van haar. Nepveu was een Parijse ondernemer gespecialiseerd in metaalconstructies, een pionier in het gebruik van perslucht, en tevens een goede vriend van de gebroeders Émile en Isaac Pereire De gebroeders Émile (1800-1875) en Isaac (1806-1880) Pereire hebben talloze bedrijven opgericht en ontwikkeld in onder meer de banksector, commercieel en residentieel vastgoed, spoorwegen, scheepvaart en verzekeringen. , (mede)oprichters van o.a. de Compagnie du chemin de fer de Paris à Saint-Germain (de eerste spoorlijn in Frankrijk) en de Compagnie des chemins de fer du Midi. Nepveu zelf was minder succesvol in zaken, zijn onderneming was financieel zwak. Desondanks besloot Eiffel om bij Nepveu in dienst te treden als volontair (zonder salaris). Gedurende de eerste maanden voltooide hij zijn opleiding door op zondagen de economielessen van Frédéric Le Play te volgen en 's avonds lessen aan het Conservatoire des Arts et Métiers.
Het eerste project waar Eiffel aan werkte was een kleine brug voor de Compagnie des chemins de fer de l'Ouest waar de Compagnie du chemin de fer de Paris à Saint-Germain in 1855 in was opgegaan. Vervolgens werkte hij samen met Nepveu aan een bod voor de bouw van de spoorbrug over de Garonne in Bordeaux.
Spoorbrug in Bordeaux miniatuur|De spoorbug over de Garonne in Bordeaux Om de netwerken van de Compagnie du chemin de fer de Paris à Orléans (PO) en de Compagnie des chemins de fer du Midi (Midi) met elkaar te verbinden was een brug over de Garonne in Bordeaux noodzakelijk. Voor deze brug was al een ontwerp gemaakt door Stanislas de Laroche-Tolay en Paul Régnauld, beiden in dienst van de Midi. Dit ontwerp was gereed gekomen in maart 1857. De brug zou 510 m lang en 8,60 m breed worden. Zes pijlers in de rivier en de beide landhoofden zouden de zeven metalen delen dragen. Nepveu werd al betrokken tijdens de ontwerpfase, maar de zwakke financiële conditie van zijn bedrijf was nadelig voor het verkrijgen van de bouwopdracht. Nepveu verkocht daarom zijn bedrijf aan de kapitaal krachtiger Compagnie belge de matériels de chemins de fer. Zowel Nepveu als Eiffel traden bij dit bedrijf in dienst, dat ging opereren onder de naam Compagnie Générale des Chemins de Fer, ook wel afgekort tot Compagnie Générale, en de opdracht voor de bouw van de brug verwierf.
De start van de bouw was op 15 september 1858. Eiffel was in eerste instantie verantwoordelijk voor de constructie van de funderingen van de pijlers in de rivier. Deze funderingen werden gelegd met behulp van persluchtcaissons volgens een door Jacques Triger ontwikkelde methode. Bijna 30 jaar later zou deze techniek ook worden gebruikt bij het maken van de funderingen van de Eiffeltoren. Op deze lastige bouwplaats toonde hij zijn vaardigheden als technicus, organisator en leider. Vervolgens werd Eiffel, op dat moment 26 jaar oud, verantwoordelijk voor de bouw van de brug zelf. Deze werd officieel geopend op de 25 augustus 1860. Een bouwtijd van twee jaar voor een dergelijke brug was een bijzondere prestatie. De dubbelsporige brug is in 2008 vervangen door een viersporige, 476 m lange, betonnen brug. Anderhalve eeuw later en met de beschikking over veel moderner technieken, was de bouwtijd twee maanden langer. De oude brug is in stand gehouden als monument. Er is een voetpad op aangebracht en de brug staat nu bekend als de "Passerelle Eiffel".
Zelfstandig ondernemer miniatuur|Saint-Paul voetbrug in Ville d'Hiver, Arcachon Na het gereed komen van de brug in Bordeaux was Eiffel betrokken bij de bouw van andere bruggen in het zuidwesten van Frankrijk. Hij woonde in deze periode in Bordeaux. Ook werkte hij samen met Paul Régnauld aan andere projecten zoals de Passerelle Saint-Paul et observatoire Sainte-Cécile in de Ville d'Hiver in Arcachon. In 1865 verliet Eiffel de Compagnie Générale om zich te vestigen als zelfstandig ingenieur.
Wereldtentoonstelling van 1867 Het eerste grote contract dat Eiffel kreeg was toezicht houden op het testen van het metalen frame dat het bedrijf van Ernest Gouïn maakte voor de Galerie des Machines dat gebouwd werd voor de Wereldtentoonstelling van 1867. In januari 1866 kreeg Eiffel de opdracht voor het metaalwerk van de Galerie des Beaux-Arts op dezelfde tentoonstelling.
Ateliers de Construction Gustave Eiffel In 1866 richtte Eiffel werkplaatsen in voor het vervaardigen van metalen onderdelen van bruggen en andere bouwwerken. Dit was in Levallois-Perret, een voorstad van Parijs grenzend aan het 17e Arrondissement. Hiervoor richtte hij zijn eerste onderneming op: Ateliers de Construction Gustave Eiffel.
Op zijn vierendertigste was Eiffel nu ondernemer, met een solide basis aan ervaring, goed uitgeruste werkplaatsen en waardevolle contacten.
Eiffel & Cie. In 1868 richtte Eiffel samen met Théophile Seyrig de firma Eiffel & Cie op. Uit de naam blijkt al, dat Seyrig, die ruim tien jaar jonger was als Eiffel, in de onderneming niet alleen wat betreft leeftijd, maar ook wat betreft positie de junior partner was. Seyrig had van 1861 tot 1865 aan de École Centrale des Arts et Manufactures gestudeerd voor bouwkundig ingenieur. Hij was geslaagd als de beste van zijn jaargang. In de onderneming was hij het hoofd van het bureau des études (ontwerp bureau), terwijl Eiffel de zakelijke en algehele leiding had.
Viaduc de Neuvial en Viaduc de Rouzat miniatuur|Viaduc de Neuvial Voor de aanleg van de 54 km lange spoorlijn Commentry-Gannat, een deel van de route Lyon-Bordeaux, ontwierpen Wilhelm Nördling, hoofdingenieur van de Compagnie du chemin de fer de Paris à Orléans, en Félix Moreaux, hoofdontwerper van Fives-Lille, een viertal ijzeren bruggen. De bouw van twee van deze bruggen, Viaduc de la Bouble en Viaduc du Belon, werd gegund Fives-Lille en de beide andere, Viaduc de Neuvial en Viaduc de Rouzat, aan Eiffel & Cie. Door het verkrijgen van dit contract wist Eiffel zich een positie te verwerven tussen de grote metaalbedrijven van die tijd: Société J. F. Cail & CieCail, opgericht in 1850, en Fives-Lille waren sinds de oprichting van de laatste in 1861 al nauw met elkaar verbonden., Ernest Goüin et CieGoüin, opgericht in 1846, vanaf 1872 Société de construction des Batignolles. en Schneider et CieSchneider,opgericht in 1836, ook wel bekend als Le Creusot.. Hoewel niet ontworpen, waren dit de eerste twee grote spoorbruggen die door het nog jonge bedrijf werden gebouwd. De spoorlijn werd in 1871 geopend, maar alle bruggen kwamen al in 1869 gereed, zijn nog altijd in gebruik en zijn alle vier verklaard tot monument. De spoorlijn kent nog slechts regionale treinen en goederenvervoer.
Uitbreiding miniatuur|Station Budapest-Nyugati