De Eerste Kruistocht van 1096 tot 1099 was een grootschalige militaire expeditie van westerse christenen, die op vraag en met steun van het Byzantijnse Rijk gebieden in de Levant veroverden op de islamitische Seltsjoeken en Fatimiden. Ze richtten er vier katholieke kruisvaardersstaten op. In het Heilige Land kregen de kruisvaarders onder meer Jeruzalem in handen en maakten ze een einde aan bijna vijf eeuwen moslimheerschappij. Het was de eerste en meest succesvolle van een reeks christelijke oorlogscampagnes in de Levant, die verder ging met de Tweede tot de Negende Kruistocht.

De aanzet voor de Eerste Kruistocht was een hulpverzoek van de Byzantijnse keizer Alexios I Komnenos op de Synode van Piacenza in 1095. Zijn rijk was in kritieke toestand door de Byzantijns-Seltsjoekse oorlogen en door invallen van de Serviërs en Koemanen vanuit het noorden.Peter Frankopan, The First Crusade: A Call From the East (Vintage Books, London: 2013) 66. Paus Urbanus II, die na het Grote Schisma weer een betere verstandhouding wilde met de oosterse christenen en die ook verontrust was door de toenemende gevaren voor pelgrims naar het Heilig Land, deed op het Concilie van Clermont een vurige oproep om het kruis op te nemen in een gewapende strijd tegen de andersgelovigen. De religieuze motieven van de kruisvaarders behelsden ook eindtijdverwachtingen, met Jeruzalem als het vermeende brandpunt.Jay Rubenstein, Armies of Heaven. The First Crusade and the Quest for Apocalypse, Basic Books, 2011.

Het initiatief van de paus kreeg enthousiast gehoor. Naar schatting zeven- tot tienduizend ridders, vijfendertig- tot vijftigduizend bewapende voetknechten en zestig- tot honderdduizend ongewapende pelgrims uit vele vorstendommen en heerlijkheden in West-Europa trokken via diverse land- en zeeroutes naar Constantinopel. Een groot leger bestaand uit vooral arme horigen, de zogenaamde Volkskruistocht, vertrok eerst. Het was bijeengebracht door volkspredikers als Peter de Kluizenaar en voerde bij vertrek verschillende pogroms uit op de joden in het Rijnland.Christopher Tyerman, The World of the Crusades: An Illustrated History (Yale University Press, New Haven/London: 2019) 79. Vanuit het verzamelpunt Constantinopel vochten de kruisvaarderslegers zich een weg door Anatolië (Klein-Azië), namen Antiochië in en rukten verder op langs de Levantijnse kust. De legers van ongeoefende landlieden dunden snel uit, maar de ridderlegers bereikten na vele veldslagen Jeruzalem.

Met een wekenlang beleg namen de kruisvaarders de stad in juli 1099 in, om vervolgens moordpartijen aan te richten onder de islamitische en joodse inwoners. In totaal veranderde Jeruzalem vier keer van eigenaar in de periode voorafgaand aan de Eerste Kruistocht en het beeld dat van de Eerste Kruistocht wordt gepresenteerd als een barbaarse interruptie in een periode van vrede in een tolerante Arabische wereld is dan ook misleidend., The World of the Crusades, 31. Na het afweren van de Fatimidische tegenaanval in de Slag bij Ascalon gingen de meeste kruisridders terug naar huis. Volgens schattingen zouden tot driekwart van de deelnemers aan de Eerste Kruistocht zijn gesneuveld.

Staatkundig leidde de Eerste Kruistocht tot de vestiging van het koninkrijk Jeruzalem, het graafschap Tripoli, het vorstendom Antiochië en het graafschap Edessa. Deze Latijnse kruisvaardersstaten konden zich een paar eeuwen min of meer handhaven, maar werden uiteindelijk weer ingelijfd bij islamitische vorstendommen. Byzantium kende dankzij de Eerste Kruistocht een onverwachte heropleving. Het kreeg Nicea en belangrijke kusten en valleien in Klein-Azië terug, en door het Verdrag van Devol kreeg het ook uitzicht op Antiochië.Peter Frankopan, The First Crusade: A Call From The East (Vintage Books, London: 2013) 191. Het pausschap kwam versterkt uit de onderneming en wist dit onder meer aan te wenden in de Investituurstrijd.

Voorgeschiedenis In de jaren na de dood van de profeet Mohammed werd het Arabisch Schiereiland onder de islam verenigd. De kaliefen volgden Mohammed op en onder hun leiding breidde het islamitische rijk zich razendsnel uit. In plaats van totale onderwerping en onmiddellijke bekering naar de islam stonden de moslims de "volkeren van het boek", zoals joden en christenen toe om hun geloof te blijven belijden in ruil voor het betalen van een speciale belasting., The Crusades: The Authoritative History of the War for the Holy Land (New York: HarperCollins, 2010) 18.

In het jaar 637 veroverden de moslims Jeruzalem op de Byzantijnen en werd de heilige stad voor de moslims na Mekka en Medina. Na de Eerste Fitna kwamen de Omajjaden aan de macht, maar nadat in 750 de Abbasiden aan de macht kwamen brak het islamitische rijk weldra uiteen. Eerst brak het Emiraat Córdoba in Spanje los van het Abbasidische Rijk, gevolgd door de Fatimiden in Egypte die de Abbasiden in Bagdad als hun vijand zagen. Door het schisma in de islamitische wereld konden de islamitische heersers geen gecoördineerd verzet orkestreren tegen de binnenvallende kruisvaarderslegers., The Crusades, 21.

Nabije Oosten Omstreeks 1020 had het Byzantijnse Rijk zich de afgelopen vijftig jaar flink kunnen uitbreiden en reikte het rijk van Syria naar Apulië en van de Donau naar Cyprus en Kreta., The World of the Crusades, 39. Door een periode van politieke onrust kreeg het rijk fiscale problemen die verergerd werden door plagen. Gedurende de elfde eeuw kwam er tot driemaal toe een keizer aan de macht door middel van een militaire coup. Dit had op zijn beurt ook zijn invloed op de territoriale integriteit van het rijk., The World of the Crusades, 40.

Het Byzantijnse Rijk kreeg in die periode ook te maken met een aantal invallen. De Koemanen en de Petsjenegen bedreigden de grens aan de Donau en in 1071 werd Bari, de laatste Byzantijnse vesting in Italië, door de Noormannen veroverd. De Seltsjoeken zouden weldra het Byzantijnse Rijk ook gaan uitdagen. De van de Euraziatische steppen afkomstige Seltsjoeken veroverden onder leiding van Togrul Beg in 1051 Isfahan. Vier jaar later verjaagden ze de Boejjiden uit Bagdad en kreeg Togrul de titel van sultan van de kalief., The World of the Crusades, 41.

De grens in Syrië tussen het Byzantijnse Rijk en de Fatimiden was al een tijdje broos. Nadat de Byzantijnen Antiochië hadden veroverd lag de grens tussen de twee rijken ten noorden van Tripoli. De verschillende emirs die in de regio de dienst uitmaakten voerden een continue concurrentiestrijd en in 1064 riep de emir van Aleppo de hulp in van de Seltsjoeken. De nieuwe Seltsjoekse sultan, Alp Arslan, ging op het aanbod in en incorporeerde de stad in zijn rijk., The World of the Crusades, 46. Nadat hij klaar was met zijn invasie in Syrië marcheerde Alp Arslan naar het noorden om een Byzantijns leger van keizer Romanos IV Diogenes het hoofd te bieden. Dit resulteerde in een nederlaag voor het Byzantijnse rijk en leidde tot een groeiende paniek onder de Grieken., The First Crusade, 31. De Seltsjoeken konden hierop ongehinderd Anatolië veroveren en in 1078 viel ook de stad Nicea in hun handen.

In de elfde eeuw maakte het Byzantijnse rijk al gebruik van westerse huurlingen in hun leger. Zo vormden Scandinaviërs en Angelsaksen de Varangiaanse garde en vochten ook Noormannen in hun leger. In 1082 stond keizer Alexios I Komnenos ook de vestiging van Italiaanse handelsposten toe in Constantinopel waaraan de nodige privileges aan waren verbonden. De Italiaanse steden moesten op hun beurt hiervoor de Byzantijnen steunen in hun strijd tegen de Noormannen in Zuid-Italië. Door de strategische crisis waarmee het Byzantijnse rijk in de jaren 1090 te maken had keizer Alexios I specifieke interesse in huurlingen uit West-Europa., The World of the Crusades, 47.

Europa Aanvankelijk had West-Europa weinig te bieden aan zijn oostelijke buren. De plattelandseconomie domineerde West-Europa en deze sloot het monetaire systeem van reguliere belastingheffing uit. De aanwezigheid van zilveren munten in deze regio was beperkt en daardoor was het arbeid in Europa goedkoper dan in het zuiden en oosten. Hierdoor waren ook de Europese steden bescheiden van omvang. Daarentegen profiteerde West-Europa van het verwarmde klimaat in deze periode. Hierdoor stegen de opbrengsten van het platteland, nam de populatie toe, groeide de handel en ook de vraag naar markten en geld., The World of the Crusades, 47 & 53. miniatuur|Normandische ridders op het Tapijt van Bayeux De concurrentie om controle over de economische uitbuiting was hevig en werd nagestreefd door technologisch meer geavanceerde feodale elites van gewapende bereden krijgers. De competitieve dynamiek tussen heren, ridders en betaalde gewapende knechten stimuleerde aristocratische sociale en geografische mobiliteit. Deze ridders konden meer sociale status verkrijgen door carrièremogelijkheden in het buitenland. De beschikbaarheid en capaciteiten van westerse ridders, gecombineerd met de mogelijkheid in het Nabije Oosten en de crisis in Byzantium maakten de Eerste Kruistocht mogelijk., The World of the Crusades, 54.

Positie van de paus Het christendom was opgedeeld in vijf centra van kerkelijke macht, de patriarchaten en hiervan was Rome er een. De pausen in Rome maakten onder hen de aanspraak op de meest vooraanstaande positie onder de patriarchen, omdat de apostel Petrus de eerste bisschop van Rome was geweest en deze apostolische macht zou door de eeuwen heen zijn overgedragen. Hierdoor beschouwden de pausen zichzelf als 's werelds hoogste geestelijken en geloofden ze dat zij gerechtigd waren om de absolute macht uit te oefenen over de Latijnse kerk van Europa., De eerste kruistocht: De oorsprong van het conflict tussen islam en christendom (Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2007) 25. miniatuur|De hervormingen van paus Gregorius VII brachten hem ook in conflict met de Duitse Keizer Hendrik IV De relatie tussen de pausen van Rome en de patriarchen van Constantinopel was er eentje met de nodige rivaliteit. Zo verschilden ze van inzicht over hun positie in de kerk, maar ook over zaken als kerkelijke doctrines en de uitoefening van het geloof. In de negende eeuw had de relatie tussen de twee kerken al een dieptepunt bereikt, maar in de elfde eeuw kwam hier ook een einde aan. Onderhandelingen over de positie van beide kerken in het Byzantijnse Italië leidde in 1054 tot een wederzijdse excommunicatie waarmee het Oosters Schisma een feit werd., The First Crusade, 17-18.

Halverwege de elfde eeuw werden er pogingen ondernomen om de positie van de paus te versterken. De beweging van Cluny inspireerde de hervormingsbeweging in Rome. Een nieuwe procedure voor het verkiezen van de paus werd ingesteld en huwelijken van geestelijken werden openlijk bekritiseerd. Uit deze hervormingsbeweging kwam ook Paus Gregorius VII voort en hij ontwierp ook het eerste idee van een pauselijk leger. Zijn latere opvolger Urbanus II was een bekwamere diplomaat dan Gregorius en stelde onder andere de Romeinse curie in., De eerste kruistocht, 28.

Diplomatie en publiciteit voor de Eerste Kruistocht links|miniatuur|Paus Urbanus II predikt de kruistocht