Jan Cornelis Adriaan Faber (Katwijk, 29 augustus 1908 – Seillans (Frankrijk), 16 oktober 1958) was een Nederlands luitenant-kolonel der infanterie. Hij diende onder meer bij het Korps Speciale Troepen op Celebes. Hij was onderscheiden tot ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde.

Loopbaan Faber volgde een opleiding tot officier aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Bij Gouvernements Besluit van 31 juli 1932 werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het wapen der Infanterie KNIL. Op 25 augustus 1947 bij Koninklijk Besluit no. 25 tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willems-Orde benoemd wegens:

Bij Koninklijk Besluit van 25 juni 1953 no.7 werd Faber benoemd tot luitenant-kolonel bij het wapen der Infanterie. Op 1 januari 1956 kreeg hij eervol ontslag uit de militaire dienst.

Nasleep In 1999 beschreef de luitenant-kolonel b.d. Bert Schüssler in zijn memoires (met een voorwoord van Prins Bernhard) hoe hij samen met Faber diende in het Korps Speciale Troepen van Raymond Westerling op Celebes. Kapitein Faber, tweede luitenant Schüssler en sergeant Vermeer zouden op Celebes een krijgsgevangen Koreaan in koelen bloede hebben doodgeschoten. In het boek wordt Faber geciteerd met de woorden:

Het optreden van Raymond Westerling en zijn troepen was en is zeer omstreden geweest. In 1999 heeft het Openbaar Ministerie in Assen onderzocht of er strafbare en vervolgbare daden zijn gepleegd.

Bronnen De Militaire Willems-Orde, blz. 221. Sijthoff Pers 1982.

Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde Categorie:Militair in het KNIL Categorie:Nederlands luitenant-kolonel Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog