miniatuur|Dramatherapeutische oefening Dramatherapie is een vorm van vaktherapie (in België creatieve therapie). Het is een ervaringsgerichte therapievorm, wat wil zeggen dat ervaren en handelen centraal staan. De therapeut waarborgt de structuur en veiligheid, zodat het spel voor de cliënt toegankelijk wordt. Dit nodigt uit tot het uiten van emoties, ervaringen en ideeën. De 'alsof' situatie, die binnen dramatherapie wordt gecreëerd, biedt de mogelijkheid te experimenteren met bijvoorbeeld nieuw gedrag.

Bij het dramatherapeutische behandelaanbod staan dramatische middelen centraal zoals: rollenspel, improvisatie, bewegingsexpressie, poppenspel, verhalen en gedichten. Er kan tevens gekozen worden om materialen toe te voegen aan de behandeling als interventie. Dit kunnen materialen zijn als: maskers, schmink en kostumering. Deze kunnen een bijdragen leveren aan het inlevingsvermogen. Dit heeft als effect dat de cliënt zich beter zal kunnen inleven in de rol, situatie, et cetera.

Smeijsters beschrijft dat dramatherapie een mogelijkheid creëert waar mensen hun (innerlijke) subjectieve realiteit kunnen externaliseren. Dit komt doordat zij deze kunnen bekijken, onderzoeken en delen. Binnen dramatherapie kunnen ook interacties nader onderzocht worden door deze in op de spelvloer vorm te geven. Er kan geëxperimenteerd worden met nabijheid en distantie tussen de therapeut en de cliënt. De mogelijkheid binnen dramatherapie om expressie te geven aan de eigen situatie of deze naar buiten te brengen, kan cliënten een gevoel van opluchting geven. Ze kunnen verhalen creëren waar ze zichzelf in herkennen (projectie). Binnen dramatherapie gebeurt dit op een creatieve en 'speelse' manier. Problemen worden verkend, nieuwe perspectieven worden bekeken en (nieuwe) ervaringen opgedaan. De dramatherapeut zet verschillende technieken in, zoals spiegelen en dubbelen, om bewust binnen de dramatische werkvormen een acceptatie- en/of veranderingsproces op gang te brengen.

Tijdens het spel doet men een nieuwe ervaring op. De dramatherapeut biedt de cliënt oefensituaties aan die aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt, maar de cliënt wel uitdagen. Hierdoor kunnen er binnen de therapie succeservaringen opgedaan worden. Een ervaring, die weliswaar opgedaan werd in een spelwerkelijkheid, kan meegenomen worden naar de wereld van alledag. Net zoals dat aspecten van de 'echte' werkelijkheid een plaats kunnen krijgen in het spel. Hoe meer succeservaringen een cliënt opdoet, hoe meer de therapie zich kan integreren.

Interventies en methodes worden ingezet om ervoor te zorgen dat de cliënt een optimale persoonlijke ontwikkeling doorloopt en om de mentale gezondheid te verbeteren. Dramatherapie baseert de methoden en werkvormen mede op kennisvelden zoals psychologie, ontwikkelingspsychologie, psychotherapie, psychiatrie, neuropsychologie en orthopedagogiek. De behandeling is gericht op het bereiken van veranderingen in denken, voelen en handelen. Zo kunnen de klachten verdwijnen, verminderen of de draagkracht van de cliënt kan worden vergroot.  

Geschiedenis Mensen gebruikten theaterelementen al van voor de oudheid om met duisternis en psychische ziekten om te gaan. Deze gebruiken hebben geleid naar hoe dramatherapie vandaag de dag is. Er worden echter nog iedere dag nieuwe inzichten, werkmethodes en concepten ontdekt en toegepast. Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen rondom dramatherapie vanaf de 18e eeuw.  

In de 18e eeuw werd er in de psychiatrie voor het eerst nagedacht over de betekenis van krankzinnigheid. Philippe Pinel (1745-1826) werd daarbij gezien als de vader van de moderne psychiatrie. Hij is de eerste die expliciet ideeën beschreef over de mogelijkheden van genezing door middel van theater.  

Vanaf de 19e eeuw werd er geëxperimenteerd met het spelen van toneel in ziekenhuizen. Psychotherapeuten brachten theaterstukken ten tonele voor de patiënten. Het doel hiervan was dat de patiënten geconfronteerd konden worden met hun eigen gedrag. Later mochten de patiënten zelf ook meespelen in de theaterstukken. Het ziekenhuistheater ontwikkelde zich tot 'therapeutisch theater'. Het doel van therapeutisch theater was de psychische toestand van de spelers verbeteren door middel van het beoefenen van theater.

Konstantin Stanislavski (1863-1938) maakte met betrekking tot theater gebruik van de psychotechniek. Het idee is dat een acteur tijdens het neerzetten van een rol, gebruikmaakt van eerdere emotionele ervaringen uit zijn eigen leven. Daardoor zou de emotie van de acteur tijdens het spel oprechter lijken. Het publiek zou dan in staat zijn om zich met de acteur te identificeren door middel van empathie, die nog steeds een grote rol speelt binnen dramatherapie.

Bertold Brecht (1898-1956) was een toneelschrijver, dichter en toneelregisseur. Hij maakte, in tegenstelling tot Stanislavski, gebruik van vervreemdingseffecten, bijvoorbeeld maskers of decorwisselingen die voor de ogen van het publiek plaatsvinden. Het doel was dat de speler zich juist niet met zijn eigen rol zou identificeren. De toeschouwer zou zich daardoor ook niet inleven maar kritisch nadenken over de inhoud. Spel en werkelijkheid worden hier heel duidelijk van elkaar gescheiden en er ontstaat distantie. Distantie is een element dat centraal is geworden in hedendaagse dramatherapie. Het gebruik van vervreemdingstechnieken wordt bijvoorbeeld ingezet bij cliënten die makkelijk overspoeld raken door emoties. De achterliggende gedachte is dat de cliënt hierdoor de situatie van een afstand kan bekijken, zijn emoties beter kan beheersen en zijn reflectievaardigheden kan oefenen.

Rond 1890 ontwikkelde Sigmund Freud (1856-1939) de psychoanalyse. Hierdoor stond gedurende het begin van 1900 het psychoanalytische denken centraal en ontwikkelde Jacob Moreno (1889-1974) rond 1920 het psychodrama. Psychodrama is een methode die zijn kracht ontleent aan het, in een groep, in scène zetten en uitspelen van hetgeen wat iemand bezighoudt. Hierbij werd op een directe manier met het probleem van de cliënt gespeeld. Sigmund Freud richtte zich hoofdzakelijk op het analyseren van de problematiek van een cliënt. Psychodrama wilde daarnaast handvaten aanreiken om met moeilijke situaties om te gaan. Hierbij wordt op een indirecte manier aan persoonlijke problemen gewerkt. Door middel van verhalen en metaforen werd spontaniteit en creativiteit gestimuleerd. Hoewel beide stromingen zich los van elkaar ontwikkelden, deden ze toch min of meer hetzelfde: drama inzetten met als doel cliënten beter te maken. Gelijktijdig ontwikkelde zich het remedial theater.  

Gedurende deze tijd waren zowel Sue Jennings (1938-heden), als Peter Slade (1912-2004) belangrijke mensen in de ontwikkeling van dramatherapie. Sue Jennings werkte als actrice en gaf dramalessen op scholen, wanneer ze merkte, dat drama het gedrag van de kinderen beïnvloedde. Hierdoor is zij in samenwerking later de grondlegger geweest van het Remedial Drama Centre in Londen, waar gewerkt werd vanuit het vergroten van zelfbewustzijn met betrekking tot gedragsverandering. Remedial theater maakt gebruik van specifieke theaterstructuren en dramaprocessen met een duidelijk therapeutisch doel. Peter Slade was ook een acteur en merkte, dat zijn medespelers tijdens repetities niet alleen beter speelden, maar ook zelfbewuster werden. Hij zag drama als een mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en te veranderen in gedrag. Vanuit hier heeft hij samengewerkt met therapeuten en docenten.

De ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson (1902-1994) heeft tevens bijgedragen aan de vorming van dramatherapie. Hij stimuleerde dat theater gezien kan worden als het verlengde van dramatisch spel. Dramatisch spel is het verbeelden van gevoelens en gebeurtenissen door personages te spelen in een spelwerkelijkheid. De scheiding tussen de rol en de persoon is explicieter bij theater dan bij dramatisch spel. Bij dramatisch spel ontstaan rollen meer op een spontane manier. Daarnaast gaat het bij dramatisch spel over het samen creëren, iedereen wordt betrokken bij het spel. Zowel binnen de stroming van Remedial Theatre als binnen psychodrama, werd dramatisch spel ingezet met als doel mensen te helpen die vastgelopen waren in hun persoonlijke ontwikkeling. Hoewel dramatisch spel hier dus eigenlijk al werd ingezet als therapie, werd er nog niet als zodoende naar verwezen.  

In 1970 werd uiteindelijk de term dramatherapie geïntroduceerd, waarin Robert Landy (1944-heden) de grondlegger was van het 'Dramatherapy Programm' in 1984. Hierin werd dramatherapie voor het eerst als discipline gezien van educatie, recreatie en psychotherapie.

Actuele ontwikkelingen Om van dramatherapie na te gaan wat de positieve effecten zijn op de ontwikkeling en gezondheid van mensen zijn verschillende dramatherapeuten onderzoek gestart naar de werking van dramatherapie. Ook is er een professionaliseringslag gemaakt. In Engeland werd in 1977 bijvoorbeeld 'The British Association of Dramatherapists' (BADth) in het leven geroepen, waarbij dramatherapie als therapie erkend werd en dramatherapeuten zich verenigden als beroepsgroep.  

In Nederland is een van de bekendste onderzoeksinstituten het lectoraat kennisontwikkeling vaktherapieën (KenVaK), maar ook de Nederlandse Vereniging Dramatherapie (NVDT) en de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB) doet onderzoek en/of profileert, zodat dramatherapie wetenschappelijk onderbouwd kan worden. Een andere belangrijke ontwikkeling binnen vaktherapie, die echter ook van belang is voor dramatherapie, is dat in oktober 2018 Susan van Hoorn benoemd is tot hoogleraar in de vaktherapie.   Onderzoek laat zien dat van dramatherapie het beoogde effect kan worden verwacht.file:Effectiviteit%20vaktherapeutische%20beroepen%20Persoonlijkheidsstoornissen%202017%20(1).pdf

Werkgebieden De mogelijkheid om dramatherapie in te zetten is ontzettend divers, voorbeelden zijn:

Psychiatrie (70% van de vaktherapeuten werkzaam) PAAZ-afdelingen/Algemene psychiatrische ziekenhuizen Ambulante geestelijke gezondheidszorg Psychiatrische dagbehandeling  Forensische psychiatrie Verslavingsziekten  Kinder- en jeugdpsychiatrie Verstandelijk gehandicaptenzorg Onderwijsinstellingen  Reguliere basisscholen    Scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)  Scholen voor lichamelijke gehandicapten kinderen (Mytylonderwijs)  Scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) Verzorgingstehuizen en verpleeghuizen Gezondheidszorg  Revalidatiecentra  Epilepsiecentra  Kinderafdelingen van academische ziekenhuizen  Oncologie-afdelingen Vluchtelingenhulpverlening   Eigen praktijk Community arts projecten

Doelgroepen Dramatherapie wordt toegepast bij individuen, koppels, families en in groepen van alle leeftijden en bij een grote diversiteit aan sociale, emotionele en psychische problematieken. Er is een overzicht van de onderzoeken die zijn verricht bij verschillende stoornissen en problematieken, waarbij dramatherapie kan worden geïndiceerd. Dit betekent echter niet dat op andere gebieden niet middels dramatherapie gewerkt kan worden. De verschillende stoornissen en problematieken waarbij onderzoek is verricht, zijn als volgt:

Angst(klachten) Emotieregulatie Agressieproblematiek Autisme Depressie(ve symptomen)/stemmingsstoornis Eetstoornissen Schizofrenie/psychotische stoornissen Persoonlijkheidsstoornissen

Naast deze stoornissen en problematieken kan dramatherapie ook ingezet worden bij relationele problematieken of verwerking van trauma.

Indicatie Dramatherapie is geïndiceerd voor cliënten wier problemen te herleiden zijn tot een stilstand in het handelen, wat vraagt om een non-verbale benadering. Hieronder een lijst met een selectie van de vele indicatiemogelijkheden van dramatherapie:  

Expressie en beheersing van emoties Cliënten met geringe expressie en uitdrukkingsmogelijkheden. Cliënten met gestagneerde rouw en/of verlieservaringen.   De ontwikkeling van een observerend zelf