De 400 m horden is een olympisch atletiekonderdeel. Op een standaard 400 meterbaan in de openlucht is dit de afstand van één compleet rondje in de binnenbaan. De renners blijven de gehele race in hun eigen baan na het starten vanuit de startblokken. De bedoeling is om de 400 meter zo snel mogelijk af te leggen en de 10 horden hierbij te passeren. De eerste horde staat 45 meter na de start, daarna is er een ruimte van 35 meter tussen de opeenvolgende horden. Wanneer een horde met het been stevig geraakt wordt kan de horde voorover vallen, zodat de kans op een blessure bij de atleet niet groot is. Het omvallen van een horde levert geen straftijd of strafpunten op, het aanraken vermindert echter wel de snelheid van de atleet.

De beste mannelijke atleten kunnen de 400 m horden afleggen in een tijd rond de 47 seconden, met een wereldrecord van 45,94 seconden, wat gelijkstaat aan een snelheid van 8,7 meter per seconde of 31,3 kilometer per uur. De beste vrouwelijke atleten kunnen een tijd bereiken van rond de 53 seconden en een wereldrecord van 50,37 seconden, wat gelijkstaat aan 7,9 meter per seconde en 28,6 kilometer per uur. Vergeleken met de 400 meter duurt de mannenrace gemiddeld 3 seconden langer en de vrouwenrace 4 seconden langer.

De 400 m horden is een olympische discipline sinds 1900 en 1984 voor respectievelijk mannen en vrouwen.

Er is ook een officieuze indoorvariant, zie onderaan het artikel.

Geschiedenis De eerste medailles voor een 400 m hordenrace zijn gegeven in 1860 bij een race in Oxford over een baan van 440 yard (402 meter). Tijdens de wedstrijd moesten de atleten twaalf massieve, meer dan een meter hoge houten horden passeren die op gelijke afstanden geplaatst stonden.

Om de kans op een blessure te verminderen, zijn er in 1895 lichtere horden ontwikkeld, waardoor de atleten de horde beter kunnen wegstoten. Toch werd een atleet tot aan 1935 gediskwalificeerd wanneer er meer dan drie horden werden omgestoten. Een record gold destijds enkel officieel wanneer alle horden waren blijven staan.

Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werd de 400 m horden een olympisch onderdeel. Doordat in banen werd gelopen waren de wedstrijden virtueel identiek aan elkaar, iedere atleet had op de finish 400 meter afgelegd en het aantal horden was teruggebracht tot tien. De officiële hoogte voor een horde werd vastgelegd op 91,44 cm (36 inch) voor mannen en sinds 1974 76,20 cm (30 inch) voor vrouwen. De horden staan 35 meter uit elkaar, de eerste horde staat 45 meter vanaf de start. Het gedeelte van de laatste horde tot aan de finish heeft een lengte van 40 meter.

De eerste 400 m hordenwedstrijd voor vrouwen stamt uit 1971. De IAAF introduceerde het onderdeel voor vrouwen officieel in 1974. De afstand werd echter niet direct opgenomen in het programma van de Olympische Spelen; bij de Spelen van 1980 in Moskou was het een demonstratie-onderdeel zonder olympische medailles. De eerste vrouwelijke wereldkampioen werd gekroond tijden de wereldkampioenschappen van 1983, de eerste olympisch kampioene tijdens de Olympische Spelen van 1984.

Techniek De uitdaging van het hordelopen is dat het passeren van de horde zo weinig mogelijk tijdverlies oplevert. Bij de korte hordenummers (110 m voor de mannen en 100 m voor de vrouwen) kan tussen alle horden eenzelfde aantal passen gedaan worden, namelijk drie, maar bij de lange hordenummers is een constant aantal passen meestal onhaalbaar, de invloed van de toenemende vermoeidheid op de paslengte is namelijk groot. Er komt dus de extra uitdaging bij om met zo weinig mogelijk invloed op de loopsnelheid, toch bij elke horde goed uit te komen.

Toplopers maken in het eerste deel van de race 13 (mannen) of 15 (vrouwen) passen tussen de horden. Door vermoeidheid worden de passen normaal gesproken korter, maar de horden blijven op exact dezelfde afstand staan. Wat de lopers doen is gevoelsmatig met steeds iets langere passen gaan lopen, waardoor ze in de praktijk juist precies dezelfde paslengte behouden. Op een gegeven moment gaat dit echter niet langer en moet overgeschakeld worden op een ander aantal passen tussen de horden. Daar komt nog een complicatie aan het licht: de hordenpassage gaat met het ene been meestal een stuk gemakkelijker dan met het andere been, het slechte of 'chocolade'been. Tegenwoordig zijn vrijwel alle toplopers door er veel op te trainen tweebenig, al zullen ze voorkeur voor het goede been blijven houden. Zo kan van 13 op 14 pas overgegaan worden en als ook dat niet meer lukt op 15 pas.

Een enkeling krijgt het voor elkaar om alles in 13-pas ritme te lopen, of 15-pas bij de vrouwen. Maar afhankelijk van de wind, de vorm van de dag en of per ongeluk een horde hard aangeraakt is, kan het ook bij hen voorkomen dat ze aan het eind een pas moeten invoegen. Beenlengte en kracht spelen ook nog een rol en zo moet ieder een eigen ritme ontwikkelen, plus de vaardigheid om het ritme aan te passen aan de omstandigheden. Bij een man komt er dan bijvoorbeeld uit dat tot en met horde zes 13 pas gekozen wordt, dan tweemaal 14 (dat wil zeggen één passage met het verkeerde been) en vervolgens 15. Bij de vrouwen zou het telkens twee passen meer zijn. De kunst is om al lang voor de horde te zien aankomen welke correcties op de paslengte nodig zijn en wanneer er passen ingevoegd zouden moeten worden. Sommige hordelopers vinden het prettig dat onderweg nadenken over deze kwesties afleidt van de hevige vermoeidheid waardoor de 400m gekenmerkt wordt.

Mijlpalen Mannen Eerste officiële IAAF record: 55,0 seconden, Charles Bacon (USA), 1908 Eerste onder 54 seconden: 53,8 seconden, Sten Pettersson (SWE), 1925 Eerste onder 53 seconden: 52,6 seconden, John Gibson (USA), 1927 Eerste onder 52 seconden: 51,7 seconden, Bob Tisdall (IRL), 1932 Eerste onder 51 seconden: 50,6 seconden, Glenn Hardin (USA), 1934 Eerste onder 50 seconden: 49,5 seconden, Glenn Davis (USA), 1956 Eerste onder 49 seconden: 48,8 seconden, Geoff Vanderstock (USA), 1968 Eerste onder 48 seconden: 47,82 seconden, John Akii-Bua (UGA), 1972 Eerste onder 47 seconden: 46,78 seconden, Kevin Young (USA), 1992 Eerste onder 46 seconden: 45,94 seconden, Karsten Warholm (NOR), 2021 Vrouwen Eerste officiële wereldrecord: 56,51 seconden, Krystyna Kacperczyk (POL), 1974 Eerste onder 56 seconden: 55,74 seconden, Tatjana Storosjeva (Sovjet-Unie), 1977 Eerste onder 55 seconden: 54,89 seconden, Tatjana Selenzova (Sovjet-Unie), 1978 Eerste onder 54 seconden: 53,58 seconden, Margarita Ponomarjova (Sovjet-Unie), 1984 Eerste onder 53 seconden: 52,94 seconden, Marina Stepanova (Sovjet-Unie), 1986 Eerste onder 52 seconden: 51,90 seconden, Sydney McLaughlin (USA), 2021 Eerste onder 51 seconden: 50,68 seconden, Sydney McLaughlin-Levrone (USA), 2022

Meest succesvolle atleten frame|left|Edwin Moses, tweevoudig olympisch kampioen. Tweevoudig olympisch kampioen: Glenn Davis (USA), 1956 en 1960 Edwin Moses (USA), 1976 en 1984 (ook brons in 1988) Angelo Taylor (USA), 2000 en 2008 Félix Sánchez (DOM), 2004 en 2012 Sydney McLaughlin-Levrone (USA), 2021 en 2024 Tweevoudig Wereldkampioen: Edwin Moses (USA), 1983 en 1987 Nezha Bidouane (MAR), 1997 en 2001 (ook zilver in 1999) Félix Sánchez (DOM), 2001 en 2003 Femke Bol (NED), 2023 en 2025

Meest opvallende nieuweling: Glenn Davis (USA), die zijn eerste wedstrijd liep in april 1956 in 54,4. Twee maanden later liep hij een nieuw wereldrecord met 49,5 en later dat jaar won hij de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen. Ook was hij de eerste die dat kon herhalen, hij deed dat in 1960.

Atleet die geschiedenis schreef op de 400 m horden: De Amerikaan Edwin Moses won 122 wedstrijden onafgebroken tussen 1977 en 1987 plus twee gouden medailles op de Olympische Zomerspelen 1976 en op de Olympische Zomerspelen 1984. De boycot van de Olympische Spelen in 1980 zorgde ervoor dat hij geen hattrick kon behalen, maar zijn carrière wordt wereldwijd als een fenomeen beschouwd. Hij hield het wereldrecord sinds hij het zelf had gezet in 1976 zijn hele sportleven, totdat het tijdens de Olympische Zomerspelen 1992 in Barcelona werd gebroken.

Olympische medaillewinnaars Mannen Jaar 1900 John Tewksbury Henri Tauzin George Orton 1904 Harry Hillman Frank Waller George Poage1908 Charles Bacon Harry Hillman Jimmy Tremeer1920 Frank Loomis John Norton August Desch 1924 Morgan Taylor Erik Wilén Ivan Riley 1928 David Burghley Frank Cuhel Morgan Taylor 1932 Bob Tisdall Glenn Hardin Morgan Taylor 1936 Glenn Hardin John Loaring Miguel White 1948 Roy Cochran Duncan White Rune Larsson 1952 Charles Moore Joeri Litoejev John Holland 1956 Glenn Davis Eddie Southern Josh Culbreath 1960 Glenn Davis Clifton Cushman Richard Howard 1964 Rex Cawley John Cooper Salvatore Morale 1968 David Hemery Gerhard Hennige John Sherwood 1972 John Akii-Bua Ralph Mann David Hemery 1976 Edwin Moses Michael Shine Yevgeni Gavrilenko1980 Volker Beck Wassili Archipenko Gary Oakes 1984 Edwin Moses Danny Harris Harald Schmid 1988 André Phillips Amadou Dia Ba Edwin Moses 1992 Kevin Young Winthrop Graham Kriss Akabusi 1996 Derrick Adkins Samuel Matete Calvin Davis 2000 Angelo Taylor Hadi Al Somayli Llewellyn Herbert2004 Félix Sánchez Danny McFarlane Naman Keïta 2008 Angelo Taylor Kerron Clement Bershawn Jackson 2012 Félix Sánchez Michael Tinsley Javier Culson2016 Kerron Clement Boniface Mucheru Tumuti Yasmani Copello 2021 Karsten Warholm Rai Benjamin Alison dos Santos2024 Rai Benjamin Karsten Warholm Alison dos Santos

Vrouwen Jaar 1984 Nawal El Moutawakel Judi Brown Cristeana Cojocaru 1988 Debbie Flintoff-King Tatjana Ledovskaja Ellen Fiedler 1992 Sally Gunnell Sandra Farmer-Patrick Janeene Vickers 1996 Deon Hemmings Kim Batten Tonja Buford-Bailey 2000 Irina Privalova Deon Hemmings Nezha Bidouane 2004 Faní Chalkiá Ionela Tirlea-Manolache Tetiana Terestschuk-Antipowa 2008 Melaine Walker Sheena Tosta Tasha Danvers 2012 Natalja Antjoech Lashinda Demus Zuzana Hejnová 2016 Dalilah Muhammad Sara Petersen Ashley Spencer 2021 Sydney McLaughlin Dalilah Muhammad Femke Bol 2024 Sydney McLaughlin Anna Cockrell Femke Bol

Medaillewinnaars wereldkampioenschappen Mannen Jaar Goud Zilver Brons1983 Edwin Moses (USA) Harald Schmid (FRG) Alexander Karlow (Sovjet-Unie)1987 Edwin Moses (USA) Danny Harris (USA) Harald Schmid (FRG)1991 Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM) Kriss Akabusi (GBR)1993 Kevin Young (USA) Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM)1995 Derrick Adkins (USA) Samuel Matete (ZAM) Stéphane Diagana (FRA)1997 Stéphane Diagana (FRA) Llewellyn Herbert (RSA) Bryan Bronson (USA)1999 Fabrizio Mori (ITA) Stéphane Diagana (FRA) Marcel Schelbert (CH)2001 Félix Sánchez (DOM) Fabrizio Mori (ITA) Dai Tamesue (JPN)2003 Félix Sánchez (DOM) Joey Woody (USA) Periklís Iakovákis (GRE)2005 Bershawn Jackson (USA) James Carter (USA) Dai Tamesue (JPN)2007 Kerron Clement (USA) Félix Sánchez (DOM) Marek Plawgo (POL)2009 Kerron Clement (USA) Javier Culson (PUR) Bershawn Jackson (USA)2011 David Greene (GBR) Javier Culson (PUR) L.J. van Zyl (RSA)2013 Jehue Gordon (TRI) Michael Tinsley (USA) Emir Bekrić (SRB)2015 Nicholas Bett (KEN) Denis Koedrjavtsev (RUS) Jeffrey Gibson (BAH)2017 Karsten Warholm (NOR) Yasmani Copello (TUR) Kerron Clement (USA)2019 Karsten Warholm (NOR) Rai Benjamin (USA) Abderrahman Samba (QAT)2022 Alison dos Santos (BRA) Rai Benjamin (USA) Trevor Bassitt (USA)2023 Karsten Warholm (NOR) Kyron McMaster (IVB) Rai Benjamin (USA)2025 Rai Benjamin (USA) Alison dos Santos (BRA) Abderrahman Samba (QAT)

Vrouwen