thumb|upright=1.5|Topografie van Groenland zonder ijskap Thule is een fictief land, gebruikt in de boekenreeks Kinderen van Moeder Aarde, geschreven door Thea Beckman. Het is een enigszins utopisch land, gekenmerkt door liefde voor de natuur, pacifisme, solidariteit en altruïsme. Het land wordt door het Groot Badense rijk, in alle opzichten het tegengestelde van Thule, aangevallen en gedeeltelijk veroverd. Thule was een benaming in de oudheid voor het mythische 'uiterste Noorden'. Tot voor kort was de stad Qaanaaq in Groenland hiernaar vernoemd. In het boek heet deze stad 'Thulestad'.

De kaart op de eerste pagina's van de boeken toont een bergrug die over Centraal-Groenland loopt. Zoals de kaart hiernaast echter aantoont, heeft later onderzoek bevestigd dat Centraal-Groenland zeer laaggelegen is, en zonder ijskap zelfs beneden zeeniveau zou komen te liggen. Groenland zou zelfs wellicht, wanneer de ijskap weg zou smelten, blijken te bestaan uit 3 eilanden in plaats van een.

Hoewel de serie als toekomstromans is geschreven, lijkt deze geïnspireerd door de Noorse kolonisatie van Groenland van 985 tot de 15e eeuw. Evenals de Noren hadden de Badeners eveneens IJsland gekoloniseerd en Amerika bereikt, en evenals de Noren kregen de Badeners te maken met een vijandige bevolking in Amerika (de Noren verlieten Newfoundland na 10 jaar wegens o.a. vijandige Indianen, de Badense expedities naar Merrika werden overvallen). Een andere gelijkenis is dat de Badeners zich ten opzichte van de Thulenen evenals de Noren ten opzichte van de Inuit slechter konden handhaven wat hen uiteindelijk fataal werd. Evenals de christelijke Noren jegens de Inuit keken de eveneens christelijke Badeners minachtend neer op de ´heidense´ Thulenen en weigerden gewoonten of technieken over te nemen die hen konden redden. Zoals de Badeners de Thulenen agressief benaderden, zijn er ook schermutselingen geregistreerd tussen Noren en Inuit. Daarbij putten de Badeners, evenals de Noren in Groenland, het milieu uit en veroorzaakten ze hierdoor ecologische problemen. Bovendien werd de Inuit-migratie naar Groenland aan het begin van de Kleine IJstijd aangeduid als Thulecultuur.

De Grote Ramp Het verhaal begint als een alternatieve afloop van de Koude Oorlog waarin de mentaliteit enigszins lijkt op die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie verheerlijken oorlog en gaan conflicten niet uit de weg. Een conflict tussen twee kleinere landen escaleert tot een atoomoorlog tussen deze landen en uiteindelijk tussen de grootmachten, waarin beide zijden alles afvuren wat ze hebben.

De kernoorlog duurt slechts drie dagen. Alle steden worden vernietigd, het grootste deel van de wereldbevolking en alle leiders zijn dood. Het grootste deel van de wereldbevolking komt om door de kernwapens, aardbevingen, tsunami´s en indirecte gevolgen van de vernietiging van de maatschappij. Wie er gewonnen heeft is irrelevant en interesseert niemand. De leiders die de oorlog in hun kernbunkers overleven, hebben niets meer om naar terug te keren, en veel bunkers worden alsnog vernietigd of raken overstroomd.

Er ontstaat een nucleaire winter, en door het gebruik van kernwapens wordt de rotatie van de aarde verstoord. De noordpool komt te liggen waar Japan eerst lag, en de zuidpool verschuift naar Zuid-Amerika. De nieuwe evenaar loopt over het zuiden van de voormalige Verenigde Staten, West-Afrika, en Noord-Australie. De Verenigde Staten krijgen hierdoor grotendeels een hard woestijnklimaat terwijl het klimaat van Canada en Groenland milder wordt en de Groenlandse ijskap smelt. Europa krijgt grotendeels een droog mediterraan klimaat en Spanje wordt een woestijn. Het klimaat van grote delen van Rusland en China wordt een poolklimaat.

Kleine gemeenschappen weten zich in Amerika, Europa en Groenland te handhaven. Hieruit komen langzaam nieuwe staten voort met een primitief technologisch peil. Maar het bevroren Groenland krijgt nu een heerlijk klimaat, en uit de nederzettingen van de overlevenden ontstaat het land Thule.

Demografie en steden De hoofdstad van Thule is Gothab. Verdere grote steden zijn Holtak, Thulestad, Kulus en Vastman. Het grootste deel van de bevolking leeft aan de zee. Frederiksborg is de universiteitsstad waar jonge Thulenen heen kunnen om te studeren. Holtak is een andere grote stad, in het binnenland, waar veel werkplaatsen zijn, en de beroemde Gulden Vliezen van Thule worden gemaakt door schapenvachten jarenlang in beekjes te leggen waarvan het water kleine gouddeeltjes bevat. Met goudhoudende klei worden zogenaamde Holtakvazen gemaakt.

Het leven van een Thuleen is heel eenvoudig: een huis telt slechts een verdieping. Door hun liefde voor de natuur heeft elk huis een grote tuin met bomen, struiken en veel groen. Thulenen gaan en staan waar ze willen; als ze ergens niet graag wonen, verhuizen ze. Het huis wordt dan een tijdje later bewoond door personen die bijvoorbeeld zelf te weinig vrienden hebben om een woning te bouwen.

De Thuleense bevolking telt rond de 10 miljoen personen, die zeer dun verspreid over het land wonen. Zelfs de grootste stad, Gothab, telt minder dan 100.000 inwoners. Grote delen van Thule bestaan uit onontgonnen wildernis. Omdat de samenleving een matriarchaat is en omdat de levensstandaard naar maatstaven hoog is, is het geboortecijfer laag (in tegenstelling tot het Badense Rijk waar veel kinderen krijgen de norm is). Hierdoor groeit de bevolking niet of langzaam en is er geen grote druk op het milieu.

De bevolking is opgebouwd uit afstammelingen afkomstig van Deense kolonisten, Amerikaanse expats en IJslandse immigranten, met een Europees uiterlijk, en de inheemse Inuit met een Aziatisch uiterlijk. Onder de Thulenen heerst het idee dat omdat de Inuit veel hebben moeten verduren toen het eiland nog onder het ijs lag deze afstammelingen nog altijd een zekere hardheid in hun bloed hebben.

Bestuur Thule wordt geregeerd door een matriarchaat: Aan het hoofd van Thule staat de vrouwelijke Konega samen met de Vrouwenraad; hier zetelen de vertegenwoordigers van de verschillende gewesten. Ook andere bestuursfuncties, van havenmeester tot fabrieksdirecteur, wordt bezet door vrouwen. Dit omdat de schuld voor de 'Grote Ramp' aan de impulsiviteit, agressie en zelfzuchtigheid van mannen wordt geweten. Deze uitsluiting van mannen voor bestuursfuncties is een vorm van seksediscriminatie. Ook Kanada, Baffinland en Yselân worden door vrouwen bestuurd. De Badeners zijn de eerste mannenmaatschappijen, patriarchie, waar de Thulenen mee in aanraking komen. Al voor de komst van de Badeners had de echtgenoot van de Konega, Rajo, zich sterk gemaakt voor bestuurlijke inspraak voor mannen. Toen dit niet lukte heeft hij zich enige jaren afgezonderd als woudloper. Na de komst van de Badeners en een samenloop van omstandigheden wordt hij herenigd met zijn zoon Christian. Nadat het eerste conflict met de Badeners is beslecht komen zij op voor het recht mee te beslissen in wat er gebeurt in Thule. In het conflict hebben ze per slot van rekening een belangrijke rol gespeeld. De Vrouwenraad stemt er daarom mee in de Konega-echtgenoot en Konegazoons zitting en stemrecht te laten nemen in de raad. Verder zijn ook in de mijnstreek sommige dorpsbestuurders, in strijd met Thuleense wetten, man. Dit heeft te maken met hun betere kennis van het zware werk, waarvoor door hun grotere lichamelijke kracht mannen geschikter zijn.

Konega-familie Sigrid Helgadottir is de stammoeder van het Konega-geslacht en kwam naar Thule als kapitein van een schip uit Yseland. Na haar dood werd ze opgevolgd door haar oudste dochter Hannah Sigriddottir. Binnen een eeuw na de stichting van dit geslacht is er afgestapt van de IJslandse naamgeving en is Dottir verworden tot een eretitel voor afstammelingen van Sigrid. Armina-Dottir, staatshoofd van Thule tijdens de eerste expedities van de Badeners naar Groenland, is de 26ste Konega. Met blauw zijn de mannen aangegeven die als lid van de vrouwenraad optraden:

Regels en wetten De wetten en regels in Thule zijn er op gericht de samenleving zo pacifistisch mogelijk in te richten: wapenbezit is beperkt tot verdovingspistolen, die alleen gedragen worden door ordebewaarsters, woudlopers en scheepskapiteins. Woudlopers zijn de enige mannen die een verdovingspistool en lange messen mogen dragen, omdat hun werk in de wildernis dit noodzakelijk maakt. Hun werkzaamheden bestaan uit het bestrijden van stroperij en het beschermen van het natuurlijke evenwicht door wilde dieren te verplaatsen als die problemen geven of als deze nodig zijn voor biologische bestrijding van ongedierte. Gedomesticeerde dieren worden niet gedood voor hun zesde levensjaar. Rendieren, herten en muskusossen die minstends tien jaar oud zijn worden soms geslacht door woudlopers voor hun huid, waarbij ook het vlees verwerkt wordt. Dieren worden verdoofd alvorens ze geslacht worden. Daarbuiten is jacht op wilde dieren streng verboden. Gewestbestuursters zien er op toe dat er niet te veel vis wordt gevangen of te veel hout gekapt. Voor elke boom die er gekapt wordt, moet er weer een teruggeplant worden.

Wie zich niet houdt aan de regels, krijgt een stempel op zijn wang, vlak boven de baardgroei. Wie eenmaal dat stempel heeft, wordt door iedere Thuleen gemeden. Een straf met een betere uitwerking dan een gevangenis. De inkt is zeer resistent en blijft, afhankelijk van de kleur, jaren in de huid zichtbaar. Een groen stempel is voor milieubeschadiging en blijft zes maanden staan. Een rood stempel is voor kleinere misdrijven zoals vandalisme en geweld en blijft drie jaar staan. Paars duidt op ernstige mishandeling en blijft vijf jaar. Zwart is voor moord en doodslag en blijft zeven jaar op het gezicht staan. De meeste mensen met zwarte stempels gaan vrijwillig in de mijnen werken. Wanneer sprake is van een justitiele dwaling, kan het stempel weliswaar niet worden uitgewist, maar stelt de lokale bestuurder de bevolking van de vergissing op de hoogte, waardoor de ten onrechte veroordeelde ondanks het stempel aan de maatschappij kan deelnemen.

Elke Thuleense inwoner heeft wettelijk recht op woonruimte, werk, vrije tijd, onderwijs en medische verzorging. Ook de gasthuizen die overal langs Thuleense wegen en in steden en dorpen staan, zijn gratis. Thulenen vinden het vreemd dat Badeners verwachten dat hier voor betaald zou moet worden. Het Thuleens maatschappelijk model is sterk gebaseerd op solidariteit, hetgeen lijnrecht tegen het Badens absolutisme ingaat.

Onderwijs, techniek en wetenschap De lage mate van cultivatie van de natuur en industrialisatie in Thule wordt door de Badeners doorlopend geïnterpreteerd als domheid. Er is echter een uitgebreid onderwijssysteem met universiteiten, zoals die in Fredriksborg. Er is veel aandacht voor practische vaardigheden in het primair onderwijs: alle kinderen leren hoe ze voedsel kunnen vinden in de natuur en iedereen leert timmeren zodat meubels zelf vervaardigd kunnen worden en een gemeenschap samen nieuwe huizen kan bouwen als daar behoefte aan is. Ook respect voor de natuur en saamhorigheid wordt al op jonge leeftijd bijgebracht.

Aan de universiteiten zijn verschillende studies beschikbaar waaronder metallurgie, zeevaartkunde, bestuurskunde en medische wetenschappen. Gezien het feit dat mannen niet kwalificeren voor leidinggevende functies, is slechts 20% van alle studenten man.

De Thulenen bezitten de kennis om een stoommachine te bouwen, hoewel ze zeer huiverig zijn bij toepassing hiervan. Ze kennen verder mijnbouw en metaalbewerktechnieken. Ze zijn op chemisch gebied ver genoeg om explosieven en vuurwerk te kunnen bereiden, en hebben een vergaande kennis van de natuur. Dit heeft ertoe geleid dat hun medische kennis eveneens op een hoog niveau staat. De belangrijkste steden zijn met elkaar verbonden door goede wegen.