Een tussenvoegsel of voorvoegsel (beide termen hebben hun voor- en nadelen) is een deel van sommige eigennamen; meestal hoort het bij de familienaam. Vaak is het een kort woord zoals ‘van’ of ‘de’. Daarna komt dan het grondwoord van de naam: het deel dat meer kenmerkend is voor de persoon of familie. Dit onderscheid is niet alleen interessant uit naamkundig oogpunt. Namen met voor- of tussenvoegsels kunnen ook een afwijkende schrijf- en sorteerwijze hebben.

Namen met voorvoegsels Hoewel voorvoegsels van familienamen de meeste aandacht krijgen, kunnen ze ook in andersoortige namen voorkomen. Voor een bijnaam staat vaak een lidwoord, zoals in de Kannibaal en de Neus. Sommige patroniemen beginnen ook met een voorvoegsel (zie onder). Overigens zijn veel hedendaagse familienamen van oorsprong een bijnaam of een patroniem. Pseudoniemen zijn vaak gemodelleerd naar echte persoonsnamen, zodat ze ook dezelfde tussenvoegsels kunnen bevatten als hieronder genoemd. Plaatsnamen kunnen eveneens met een lidwoord beginnen, zoals De Panne en Le Havre, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel.

Soorten voor- of tussenvoegsels

Er zijn veel verschillende voorvoegsels, al zijn er per taal maar enkele die echt veel voorkomen. Enkele bekende soorten zijn: Het voorzetsel van en overeenkomstige woorden in andere talen, zoals het Duitse von, het Franse de (of d’) en het Italiaanse di. Achter het voorzetsel komt dan vaak een geografische naam – soms in een afwijkende (oudere) spelling, zoals in de naam Van Gogh, die verwijst naar de plaats Goch. Er kan ook een zelfstandig naamwoord achter staan, zoals in Van Dijk. Zulke namen drukken vaak de herkomst uit van de familie, dat wil zeggen de plaats waar de eerste voorouder met deze naam woonde (een adresnaam) of waar deze vandaan kwam. Ook adellijke namen bevatten vaak zo’n voorzetsel. In dat geval kan de naam een adellijk bezit aangeven. Het Duitse ‘von’ is meestal een adellijk predicaat, maar er zijn ook niet-adellijke families met dit voorvoegsel. In het Nederlands taalgebied komt ‘van’ zeer veel voor bij families van alle rangen en standen, zodat men achternamen kortweg ‘een van’ ging noemen en als tegenhanger zelfs de naam Zondervan is bedacht. Van oorsprong kan een naam met ‘van’ ook verwijzen naar het beroep van de vader van de eerste naamdrager (een ‘quasi-patroniem’). Mensen die werden gedwongen als slaaf in de koloniën te werken, kregen soms een naam met ‘van’ gevolgd door de eigen achternaam van de slavenhouder. Dit kan tot een dubbel ‘van’ leiden, zoals bij Dwight van van de Vijver. Andere voorzetsels drukken vaak eveneens de herkomst uit, zoals het Italiaanse ‘da’ (Da Ponte) en het Nederlandse ‘te(n)’, ‘achter’ en ‘uit’. Het Duitse zu (letterlijk ‘tot’) dient veelal als adelspredicaat. Een bepaald lidwoord, zoals het Nederlandse ‘de’, het Italiaanse Lo, het Franse Le, La, L’ of Les en het Arabische El of Al. Achter het lidwoord staat vaak een eigenschap die de voorouder kennelijk had, zoals een beroep (De Bakker), etniciteit (De Vries, De Vlaeminck) of haarkleur (De Bruyne). In het Nederlands is de in dit verband veel gangbaarder dan het onzijdige het of ’t. De verbogen vormen den of der komen ook voor, evenals de verkorte vorm d’ (D’Hondt). Een combinatie van voorzetsel en lidwoord, zoals ‘van de’ (ook in de verbogen vormen ‘van der’ dan wel ‘van den’) en het Franse ‘de la’. Vooral bij de zogeheten adresnamen staat er tussen ‘van’ en het grondwoord vaak nog een lidwoord, zoals in Van den Brink en Van den Bogaard, omdat dit woord er in normaal taalgebruik ook zou staan. De oorsprong van zulke combinaties kan ook zijn dat de geografische naam na het voorzetsel van zichzelf al met een lidwoord begint, zoals in Vanderbilt (oorspronkelijk Van der Bilt en afkomstig uit De Bilt). Een samentrekking van voorzetsel en lidwoord, zoals in het Franse du of des (=‘van de’) en in het Nederlands ver (idem, kan ook een verkorting van ‘vrouwe’ zijn). Bij mensen van Duitse adel komt ook het dubbele predicaat von und zu voor. Een lidwoord, maar dan in de genitief: des – niet te verwarren met het gelijkluidende Franse woord. In de loop van de tijd is het Nederlandse ‘des’ vrijwel altijdEen uitzondering is de naam Deswijzen, zie de Nederlandse Familienamenbank. afgesleten tot een ‘s’ (net als in de uitdrukking ’s avonds) of ‘z’ en vastgegroeid aan het deel erna. Dit deel (het grondwoord) staat doorgaans ook in de genitief en zal verwijzen naar de vader van de eerste naamdrager. Het kan een roepnaam zijn, een beroepsnaam, een diernaam of een eigenschap.Ann Marynissen, ‘Namen’, in Nicoline van der Sijs (red.), Dialectatlas van het Nederlands, Amsterdam : Bert Bakker, 2011, p. 328-333; A. Huizinga, Huizinga’s complete lijst van namen : vraagbaak voor de afkomst van de Nederlandse en Vlaamse familienamen, Baarn : Tirion, 2018 (heruitgave van Encyclopedie van namen, Amsterdam 1955), p. 244-246 Voorbeelden: Smulders (van ‘des Mulders’, oftewel: zoon van de molenaar), Slangen (‘des langen’, oftewel: ‘zoon van de man met de bijnaam De Lange’), Schoevers (’s Goevaerts: van Govert), Sweerts (‘des waards’), Spaepen (‘des papen’), Zwagemakers (‘des wagenmakers’) en Swijsen of Zwijsen (‘des wijzen’, oftewel ‘van de wijze’). Diernamen, zoals Swolfs (‘des wolfs’) en Saenen (‘des hanen’) zouden ook kunnen verwijzen naar een huis of herberg met dat dier in de naam. Ook Zwinkels (‘van de man op de hoek’) lijkt een adresnaam. Een woord dat een patroniem aanduidt, zoals het Keltische Mac (‘zoon’; ook wel Mag, vaak afgekort tot Mc), Ní (‘dochter’) en Ó (‘kleinzoon’, ook wel O’, zoals in O’Kelly); het Anglo-Normandische Fitz (‘zoon’, verwant aan het Franse fils); het Hebreeuwse Ben en het Arabische Bin (‘zoon’) en Ibn (idem, bijvoorbeeld de filosoof Ibn Sina). Achter dit woord staat dan de naam van de (voor)vader, eventueel in de genitief. Veel patroniemen zijn in de loop van de tijd tot familienaam geworden. Een omgekeerd geval is het Arabische Abu, dat juist ‘vader’ betekent. Een man die vader wordt, kan Abu gevolgd door de naam van zijn zoon als alternatieve naam krijgen, zoals Abu Mazen. In het Nederlands komt, zoals boven al vermeld, af en toe het tot s- afgesleten lidwoord ‘des’ voor als voorvoegsel bij patroniemen. Meestal worden Nederlandse patroniemen echter net als in de Scandinavische talen niet uitgedrukt door een voorvoegsel, maar juist door een achtervoegsel: de uitgang -s van de genitief of een toevoeging als -szoon, -son of -sen (zoon van). Ook ‘Sint’ (Frans en Engels: Saint; Duits: Sankt; Spaans: San) kan als voorvoegsel voorkomen, niet alleen in persoonsnamen maar ook in geografische namen. Er staat veelal de eigennaam van een heilige achter. Een persoonsnaam met dit voorvoegsel hoeft niet rechtstreeks naar de heilige te verwijzen, het kan ook gaan om herkomst uit een plaats met dezelfde naam.

Samengestelde namen Tot zover ging het over woorden in de aanhef van de achternaam, maar in samengestelde familienamen kunnen zulke woorden ook midden tussen de andere delen staan. In veel gevallen horen ze eigenlijk bij het tweede deel: in Bosch van Drakestein is ‘van’ een voorvoegsel bij Drakestein. Dit patroon komt veel voor bij adellijke geslachten, waar nieuwe bezittingen werden toegevoegd aan de oorspronkelijke geslachtsnaam, soms zelfs meerdere: Van Tuyll van Serooskerken van Zuilen. Ook het Duitse zu en het Nederlandse tot worden op deze manier gebruikt.

Daarnaast zijn er samengestelde namen met een voegwoord tussen de delen. Een voegwoord hoort net zoveel bij het ene als bij het andere deel.

Het voegwoord ‘of’ drukt van oorsprong uit dat de familie kan kiezen tussen twee namen. De meest voorkomende naam met dit tussenvoegsel is Rollfs of RoelofsNederlandse Familienamenbank: Uitleg over de component ‘de’ in de naam Rollfs of Roelofs (de Duitse en Nederlandse versie van dezelfde naam gecombineerd), een ander voorbeeld is Vennegoor of Hesselink (een familie met twee boerderijen).Vennegoor of Hesselink in de Nederlandse Familienamenbank

Ook het voegwoord ‘en’ komt voor, en overeenkomstige woorden in andere talen, zoals het Duitse und: Thurn und Taxis. Aaneengeschreven en dus minder herkenbaar is het in Bierenbroodspot (‘bier-en-broods-pot’). In Leuvense registers komt het Franse woord dit (‘genoemd’) voor als tussenvoegsel. Het staat dan tussen de Franse en Nederlandse naam van een familie, bijvoorbeeld Germus dit Wouters.Jan , Demografische reproductie en sociale evolutie : geboortebeperking in Leuven 1846-1910. Leuven : KU Leuven, 2001 (doctoraatsproefschrift), p. 373-374. Hetzelfde tussenvoegsel is (evenals het Nederlandse genoemd en het Duitse genannt) ook toegepast om verschillende takken van een familie van elkaar te onderscheiden, of (vergelijkbaar met ‘van’ in samengestelde namen) om de naam van een boerenhoeve aan de oorspronkelijke (familie)naam toe te voegen.

Toepassing en schrijfwijze Soms laat men het voorvoegsel weg als er geen voornaam voor staat. Een voorbeeld hiervan is de Duitse componist Ludwig van Beethoven, kortweg Beethoven. Bij adelspredicaten is dit zeer gangbaar, vooral in andere talen zoals het Duits (Otto von Bismarck, kortweg Bismarck) en het Frans: Alfred de Vigny, kortweg Vigny. Het blijft wel staan met de (adellijke) titel ervoor: Herzog von Braunschweig (hertog van Brunswijk), comte de Vigny, marquise de Sade. In Frankrijk geldt dit ook na functietitels en aanspreektitels, zoals ‘le cardinal de Richelieu’ (kardinaal de Richelieu), Madame de Pompadour, Mme de Staël en Monsieur de Brantes.

Vanouds komt dit weglaten van het voorvoegsel ook in het Nederlands voor: (Salomon van) Ruysdael, (Lamoraal van) Egmont, (Johan van) Oldenbarnevelt. Bij Maarten Harpertszoon van der Tromp werd uiteindelijk de familienaam geheel ingekort tot Tromp. Bij mensen in de moderne tijd blijft het voorvoegsel vrijwel altijd staan.

In de loop van de tijd zijn familienamen met voorvoegsels dikwijls aan elkaar vastgegroeid, of anders gezegd: de spaties tussen de delen zijn weggevallen, waardoor ‘de Clerck’ (‘de Klerk’) bijvoorbeeld Declerck werd en ‘Van de Berg’ overging in ‘Vandeberg’. Dit is te verklaren doordat de oorspronkelijke betekenis verloren ging: iemand met laatstgenoemde naam kan heel goed in een vlak polderland wonen en iemand die ‘de Bakker’ heet is zelden bakker; dit was slechts het vermoedelijke beroep van een voorvader. Toch is in veel gevallen de spatie tussen de delen bewaard gebleven, doordat de constructie zo doorzichtig is.Vergelijk over het verschil tussen letterlijke betekenis en toepassing als naam: W. van Langendonck, Aksentuering bij eigennamen, inz. bij familienamen van de types Vandenbósch en Ópdenbosch, in Naamkunde, jrg. Jaargang 5 (1973)

De mate van aaneenschrijven of losschrijven varieert. Bij Belgische en Franse namen worden voorvoegsels vaak aaneengeschreven met de rest van de naam, maar de losgeschreven vormen komen ook voor. In het Nederlands zijn de spaties meestal bewaard gebleven. Een uitzondering is ‘ver’, dat vrijwel altijd aan de rest van de naam vastzit, misschien omdat het niet meer als zodanig herkend werd (bijvoorbeeld Vermeer (in plaats van van der Meer, of ook wel van Meer), Vermeulen (in plaats van van der Molen). Ook het voorvoegsel s- of z- (de afgesleten vorm van het lidwoord ‘des’) vormt één geheel met het grondwoord (zie de voorbeelden hierboven). Er zijn uitzonderingen, zoals de naam ’s Graeuwen. In de naam s’Jacob staat er een apostrof tussen de beide naamsdelen.

Het van oorsprong Keltische voorvoegsel Mac wordt vaak aaneengeschreven met de rest van de naam, maar niet altijd. Het Arabische al of el wordt vaak door een koppelstreepje met het grondwoord verbonden. Het wordt soms weggelaten als er geen voornaam voor staat: Bashar al-Assad, oftewel president Assad.