Een versterkte bloedingsneiging (medische term: hemorragische diathese) bestaat als iemand makkelijker of langer bloedt dan normaal. Dit kan op verschillende wijzen ontstaan:
Stoornissen in de bloedplaatjes (trombocyten) Tekort aan (functionele) trombocyten verhoogde afbraak autoantistoffen Idiopathische trombocytopenische purpura (ITP); de oorzaak van het tekort aan bloedplaatjes is een autoantistof tegen bloedplaatjes, waardoor de afbraak sneller verloopt dan de aanmaak, die meestal sterk verhoogd is. allo-antistoffen neonatale trombocytopenie posttransfusie-purpura geneesmiddelafhankelijke immuniteit splenomegalie (een vergrote milt kan meer trombocyten wegvangen dan goed is) intravasale stolling een anaplasma platys infectie, deze bacterie veroorzaakt trombocytopenie immuun-gemedieerde trombocytopenie, dit kan door immuunziekten, medicijngebruik en infecties veroorzaakt worden.
Onvoldoende aanmaak van trombocyten leukemie stamcelafwijkingen beenmerginfiltratie bestraling / cytostatica vitamine B12- / foliumzuurdeficiëntie geneesmiddelen afwijkende trombocytenfunctie trombastenie (autosomaal recessief); een erfelijke bloederziekte met gestoorde adhesiviteit, aggregatie en retractie van bloedplaatjes. trombopathie: een stoornis in de werking van de trombocyten. Dit kan veroorzaakt worden door gebruik van NSAID’s zoals aspirine.
Stoornissen in de bloedstolling Gebrek aan (functionele) stollingsfactoren onvoldoende productie in de lever (b.v. bij alcoholisme!) leverziekten waarbij er een verminderde leverfunctie ontstaat (relatief zeldzaam bij kat en hond) hoger verbruik dan kan worden gecompenseerd ernstig trauma niet functioneel zijn van stollingseiwitten door vitamine K tekort vitamine K-deficiëntie kan bij carnivoren ontstaan door onvoldoende opname met het voedsel. Een relatief tekort ontstaat bij opname van vitamine K antagonisten door vergiftiging met rodenticiden / pesticiden gebaseerd op coumarinederivaten. De vitamine K antagonisten remmen de laatste stap in de productie van de procoagulantia van de vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren, die daardoor onwerkzaam zijn.
Niet functioneel zijn van stollingseiwitten door mutaties in de coderende genen Hemofilie A en B (X-chromosomaal recessief); ontbreken of tekort aan stollingsfactor VIII of IX. Hemofilie komt voornamelijk bij mannelijke dieren voor. Het niet functioneren of ontbreken van stollingsfactoren geeft normaal gesproken pas problemen wanneer de restactiviteit in het bloedplasma minder is dan 30%. Factor VII deficiëntie (milde ziekteverschijnselen), Factor X deficiëntie (homozygoot = lethaal), factor XI deficiëntie, Factor XII deficiëntie (veroorzaakt op zichzelf geen hemorragische diathese), fibrinogeen deficiëntie (autosomaal) Ziekte van Von Willebrand (autosomaal dominant); een vorm van hemofilie, waarbij samenklontering van trombocyten bij de stolling verstoord is, gepaard met een stollingsfactor VII deficiëntie.
Afwijkende vaatwand vaatwandontsteking angiodysplasie Idiopathische vasculaire calcificatie
Combinaties van bovengenoemde, met name diffuse intravasale coagulatie (DIC) vrijgekomen endotoxinen (bv. bij bacterie infectie) infecties die zich naar het bloed verspreiden (sepsis) ernstige weefselbeschadiging intoxicatie (bv. bij slangenbeten) reacties op bloedtransfusies neoplasie (bv. bij tumoren die zich door het hele lichaam hebben uitgezaaid) complicaties bij een bevalling.
Onderscheid Er wordt een eerste onderscheid gemaakt tussen de verschillende oorzaken van bloedingsneiging door de volgende waardes in het bloed te onderzoeken: Geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT) Protrombinetijd (PT) alanine aminotransferase (ALAT) het aantal trombocyten de hoeveelheid fibrinogeen
Categorie:Aandoening van het hart of vaatstelsel Categorie:Bloed- of immuunaandoening Categorie:Symptoom