Royal Antwerp Football Club (afgekort RAFC), of kortweg Antwerp, is de oudste Belgische professionele voetbalclub en is gevestigd in Deurne, Antwerpen. De clubkleuren waren oorspronkelijk geel en zwart. Via een tussenstap naar zalmroze is het nu naar analogie met de stadskleuren, rood en wit. Antwerp werd opgericht in 1880 als de "Antwerp Cricket Club". Bij het toekennen van de stamnummers in 1926 was Antwerp de oudste nog bestaande club van België na het verdwijnen van Brussels Football Club. Daardoor is Antwerp bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond aangesloten met stamnummer 1.

De club speelt sinds 1923 in het Bosuilstadion (met een praktische capaciteit van 16.144 plaatsen). Sinds 1993 is Antwerp de laatste Belgische voetbalclub die een Europese bekerfinale betwistte. Sinds 2016 is Royal Antwerp FC, als oudste voetbalclub van België, lid van de Club of Pioneers.

Geschiedenis Ontstaan en eerste seizoenen In navolging van Brussels Cricket Club (opgericht in 1875), ontstond omstreeks 1880 in Antwerpen de Antwerp Cricket Club. Verschillende sporten werden onderling beoefend, af en toe afgewisseld met een echte match tegen een of andere Britse scheepsbemanning. Naargelang de seizoenen veranderde ook de sportbeoefening. Zo waren cricket en tennis zomersporten, terwijl rugby en voetbal overwegend in de winter beoefend werden. Voetbal kreeg overigens pas in 1887 definitief voet aan wal.

In 1889 ontstond er met Brussels Football Club (een onderafdeling van de Brussels Cricket Club) een tweede Belgische voetbalclub, spoedig uitgedaagd door Antwerp Football Club, de benaming waaronder de pers de esbattementen van "de voetballende leden van Antwerp Cricket Club" intussen beschreef.

De oude Antwerp Cricket Club werd op 8 mei 1892 ontbonden, maar werd amper drie dagen later, op 11 mei, alweer heropgericht. Antwerp Football Club ondervond echter weinig hinder van deze crisis bij Antwerp Cricket Club, want de voetbalploeg beschikte toen reeds over een apart bestuur met het oog op de organisatie van verre, dure verplaatsingen (zoals bvb. de wedstrijd op 30 maart 1890 te Breda tegen VV Concordia).

Met de komst van Brugsche FC (1891), Racing FC (1891), FC Liégeois (1892) en Brussels FA Club (1892) was de Belgische voetbaltrein definitief vertrokken en al in november 1892 startte Antwerp FC gesprekken met Brussels FC die uiteindelijk op 4 augustus 1895 zouden leiden tot de oprichting van de UBSSA, de Belgische sportbond en latere Voetbalbond.

Het eerste speelveld van Antwerp FC bevond zich op het Wilrycksche Plein, zo’n 300 meter van het Kruishof. Een uitgestrekte vlakte die vaak als militair oefenveld werd gebruikt en daardoor ook gekend stond als "Plaine des Manœuvres".

Na het primitieve gedoe op het Wilrycksche Plein verhuisde Antwerp FC in december 1893 naar een goed genivelleerd terrein, gelegen aan de Transvaalstraat in de wijk Zurenborg. Om de kosten te drukken voor het in orde brengen van het terrein, werd in maart 1894 besloten tot een samenwerkingsakkoord tussen Antwerp Football Club, Antwerp Cricket Club en Antwerp Tennis Club (opgericht in 1886).

De drie clubs traden gezamenlijk naar buiten als Antwerp Cricket, Football and Lawn-Tennis Club en deelden tijdens het seizoen 1894-1895 dezelfde terreinen. Op het einde van dat seizoen verdween het cricket echter uit Antwerpen bij gebrek aan belangstelling.

Door de oprukkende bebouwing in de wijk Zurenborg, diende Antwerp Football Club (terug afzonderlijk) in november 1895 een paar honderd meter te verhuizen naar een terrein naast de Velodroom van Zurenborg. Op die locatie speelde de club ook haar thuiswedstrijden in het eerste kampioenschap (1895/96). Antwerp FC ging daarin van start als grote favoriet, maar moest de titel onverwacht aan FC Liégeois laten. Overigens speelde Antwerp toen nog in geel-zwart, om dan later, via zalmroze, naar rood-wit over te stappen.

In november 1897 verhuisde de club opnieuw, dit keer naar het middenplein van de Velodroom van Zurenborg.

Ook de volgende jaren kon Antwerp helemaal niet meestrijden voor de titel, en stelde het sportief teleur, tot het seizoen 1899/1900. Dat seizoen eindigde de club in de Afdeling Brabant, Antwerpen, Limburg en Luik op een gedeelde eerste plaats met Racing Club de Bruxelles. Een testwedstrijd in Leuven moest beslissen wie FC Brugeois (winnaar van de Afdeling Oost- en West-Vlaanderen) mocht bekampen in de testmatchen voor de landstitel. Antwerp verloor evenwel van Racing Club de Bruxelles met 1-0 na een own goal.

Jaren 1900-'10: Begin van rivaliteit met Beerschot In mei 1900 kende het voetbal in Antwerpen een groot conflict. Een groot deel van de spelers van Antwerp trok naar het pas opgerichte Beerschot AC. Dat Beerschot zou de volgende twee seizoenen ook telkens op een tweede plaats stranden. Antwerp daarentegen, ging in 1900/01 vrijwillig in de Eerste Afdeling (toen de Tweede Klasse) spelen, om te herstellen van het verdwijnen van zoveel spelers. Na één seizoen keerde Antwerp terug, maar kon er jarenlang geen rol van betekenis spelen. In 1903 ging de ploeg spelen op een terrein aan de Kruisstraat; vijf jaar later verhuisden ze naar de Broodstraat, waar ze voor het eerst eigenaar werden.

Na de Eerste Wereldoorlog kenden de Antwerpse clubs geleidelijk aan meer succes. Het was echter concurrent Beerschot dat in 1922 als eerste club uit de stad met een landstitel ging lopen. Antwerp FC eindigde dat jaar als derde, op amper twee puntjes. Ondertussen had Antwerp in 1920 de koninklijke titel gekregen en heette sindsdien Royal Antwerp FC. Een match tussen Royal Antwerp FC en Beerschot, een echte stadsderby, beslist over de zogenaamde titel "Ploeg van 't Stad". Dit is een louter symbolische titel, maar is voor beide ploegen zeer ernstig en een echte erezaak. Ook zijn dit steeds risicomatchen, waar er extra beveiliging wordt ingezet, aangezien het in het verleden dikwijls tot rellen is gekomen tussen beide supportersgroepen.

Jaren 1920-'30: Eerste twee titels en verhuis naar de Bosuil Antwerp keek opnieuw uit naar nieuwe terreinen. Men had een groot (30 ha) en open terrein op het oog in Deurne, nabij de lusttuin Bosschuil. Er ontstond onenigheid binnen de club. Een groep binnen het bestuur, met onder meer voorzitter Henri Elebaers en Alfred Verdyck, haalden met één stem de meerderheid voor hun plan om enkel de 8 hectare op te kopen die nodig was voor de uitbouw van de nieuwe infrastructuur. Anderen en geldschieters daarentegen hadden het volledige terrein willen kopen, en zouden de overige oppervlakte gebruiken voor andere winstgevende projecten. Dit was echter in strijd met de regels van de Voetbalbond, die geen commerciële activiteiten toestond. Het Bosuilstadion werd ingewijd op 1 november 1923 met een wedstrijd tussen België en Engeland, die 40.000 toeschouwers aantrok.

Ondanks dit nieuwe grote stadion kende Antwerp nog problemen. Stadsrivaal Beerschot bleef de betere club in Antwerpen en pakte nog enkele landstitels in de jaren twintig. Ook op extra-sportief gebied bleven de conflicten in de club voortduren. De investeerders en eigenaars wilden professioneel worden, gebaseerd op het Engels model. Professionalisme was in die tijd echter nog niet toegelaten door de Voetbalbond, en het bestuur verkoos dan ook amateur te blijven. De eigenaars van de officiële naam en het Bosuilstadion weigerden nog de toegang tot het stadion. Met een jonge ploeg, en met de naam L'Antwerp, speelde men zo het seizoen 1928/29. De thuiswedstrijden werd afgewerkt op de naburige terreinen van Beerschot AC en van Berchem Sport. Toch wist Antwerp met deze ploeg in 1929 zijn allereerste landstitel binnen te halen. Antwerp was samen met Beerschot op een eerste plaats geëindigd. Een testwedstrijd op het terrein van Racing Mechelen moest over de titel beslissen; Antwerp won met 2-0. De partijen binnen de club verzoenden zich opnieuw, en men ging weer als Royal Antwerp FC in het eigen Bosuilstadion spelen.

Antwerp kon in 1930 bijna zijn titel verlengen, maar strandde als tweede op één puntje van kampioen RCS Brugeois. Het jaar nadien, in 1930/31, was het echter opnieuw raak, en haalde Antwerp zijn tweede landstitel binnen. Het jaar nadien strandde men opnieuw als tweede op slechts één puntje, ditmaal van kampioen en provinciegenoot Liersche SK.

Antwerp bleef meestrijden in de top tijdens de jaren dertig. Halverwege de jaren 30 ontstond een nieuw conflict in de club. In 1934 was de Hongaarse trainer Ignace Molnar binnengehaald. Onder die trainer was het seizoen 1935/36 slecht van start gegaan, maar de terugronde was voor Antwerp een erg sterke periode. Die werd al ingezet met een 7-1 zege tegen de uittredende kampioen Union Sint-Gillis. Antwerp zou uiteindelijk het seizoen afsluiten met 99 gescoorde doelpunten in 26 wedstrijden; dit waren er 37 meer dan kampioen Daring Club de Bruxelles. Toch werd Molnar door het bestuur ontslagen.

Jaren 1940-'50: 3e en 4e titel en de eerste bekerwinst Er ontstond onenigheid tussen de spelers en het bestuur. Het volgende seizoen slaagde de ploeg er niet in aan te knopen met de sterke prestaties van het vorige seizoen, en werd een modale middenmoter. Na een 7-1-verlies bij Standard Club Liège, werden verschillende pro-Molnar spelers van opzettelijk slecht spelen beschuldigd, en geschorst door het bestuur. Ze verlieten de club, en richtten Antwerp Boys op, waar ook andere voormalige en actieve Antwerpspelers naartoe trokken. Die nieuwe club sloot zich aan bij de Vlaamse Voetbalbond, een met de KBVB concurrerende bond. Die ploeg zou er enkele malen kampioen worden.

De eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog werd geen competitie gespeeld, of werden provinciale kampioenschappen gespeeld met een irreguliere nationale eindronde. Vanaf 1941 werden de normale competities hervat. Antwerp bleef een van de betere clubs, en slaagde er zo in 1943/44 in zijn derde landstitel te pakken. Het volgende seizoen werd door de gevechten tijdens de bevrijding niet gespeeld. Het eerste seizoen na de oorlog (1945/46) kon Antwerp weliswaar zijn titel niet verlengen; het eindigde tweede na RFC Malinois. Tegen de jaren 50 was Antwerp weer een middenmoter geworden.

In 1955 slaagde de club er echter opnieuw in een prijs te pakken. Antwerp won bij zijn 75-jarig bestaan zijn eerste Beker van België, na een 4-0 winst tegen Waterschei SV Thor. In het volgende competitieseizoen 1955/56 wist men ook nog eens tweede te worden. Antwerp streed opnieuw mee aan de top. In 1957 pakte Antwerp zo zijn vierde landstitel, met 6 punten voorsprong op het in die tijd erg succesvolle RSC Anderlecht. Het jaar nadien wist Antwerp bijna zijn titel te verlengen. Antwerp eindigde met evenveel punten als Standard Club Liégeois. Bij gelijke punten was het in die tijd echter de ploeg met de minste nederlagen die eerste werd. Standard had slechts vier wedstrijden verloren, Antwerp vijf. Zo greep Antwerp in 1958 net naast de titel. Antwerp speelde dat jaar wel voor het eerst Europees. In de Europacup trof men Europese topclub Real Madrid. Na een 1-2 nederlaag thuis voor 55.000 toeschouwers, ging Antwerp ook in Madrid met 6-0 onderuit.

Jaren 1960: Magere jaren en de eerste degradatie Antwerp eindigde nog een paar maal bovenaan in het begin van de jaren 60, maar moest in 1964/65 plots vechten tegen degradatie. Uiteindelijk eindigde Antwerp met twee punten voor de twee degraderende ploegen. Antwerp redde zich na onder meer een 1-0 zege tegen uiteindelijke degradant KFC Diest op de voorlaatste speeldag. Antwerp bleef echter wisselvallig. Uiteindelijk eindigde Antwerp in 1968 als voorlaatste. Voor het eerst in zijn geschiedenis moest Antwerp verplicht degraderen uit de Eerste Klasse. De oorzaak werd gezocht bij de terughoudendheid van het clubbestuur zich aan te passen aan het groeiend professionalisme in het Belgisch voetbal. Voorzitter Fernand Collin nam ontslag en een nieuw bestuur zou proberen de toekomst van de club te verzekeren.