thumb|Monzoniet van het plutoon van Biella (Valle del Cervo, Piëmont, Italië). Het plutoon is onderdeel van een generatie intrusies langs de Periadriatische lijn uit het Oligoceen. Monzoniet is grofkorrelig stollingsgesteente met een intermediaire samenstelling. Het bestaat voornamelijk uit ongeveer gelijke hoeveelheden van de mineralen plagioklaas en kaliveldspaat en een kleiner aandeel donkere, mafische mineralen.

Monzoniet is genoemd naar de Monte Monzoni in Trentino (Italië). De naam werd ingevoerd door de Franse geoloog Albert de Lapparent in 1864.

Eigenschappen thumb|QAPF-diagram voor de IUGS-classificatie van stollingsgesteente. Het veld voor monzoniet is aangegeven in donkerblauw; de velden voor kwarts-monzoniet en foïdehoudend monzoniet in lichtblauw. Monzoniet heeft een grofkorrelige, faneritische textuur, vergelijkbaar met graniet of gabbro. Volgens de IUGS-classificatie is in de modale mineralogie van monzoniet de verhouding tussen kaliveldspaat en plagioklaas tussen de 35-65%. Het kan ook een klein aandeel kwarts bevatten (0-5%).Le Maitre et al. (2002) De mafische mineralen zijn voornamelijk amfibool (hoornblende), biotiet en pyroxeen (vooral augiet). Gesteente met meer dan 65% kaliveldspaat is syeniet; gesteente met meer dan 65% plagioklaas is dioriet of gabbro.

Gesteente met meer dan 5% kwarts wordt kwarts-monzoniet genoemd, met meer dan 20% kwarts is het gesteente monzograniet. Als in plaats van kwarts veldspaatvervangers (foïden) voorkomen is het gesteente onderverzadigd in silica. Bij 0-10% veldspaatvervangers heet gesteente foïdehoudend monzoniet. Bij hogere percentages veldspaatvervanger (dan 10%) gaat de naam over naar foïde-monzogabbro, foïde-monzodioriet of foïde-monzosyeniet.

In een QAPF-diagram bevindt monzoniet zich tussen syeniet (rijker aan kaliveldspaat) en dioriet (rijker aan plagioklaas). De extrusieve (afanitische) variant van monzoniet is latiet.

Zie ook QAPF-diagram

Categorie:Stollingsgesteente