thumb|Topografische kaart rond Hoogeveen uit 1914 thumb|Thematische kaart en wel de stippenkaart. Het gaat niet om de topografie, maar om een thema, in dit geval de spreiding van inwoners.
Een kaart is een gemodelleerde weergave van het aardoppervlak, van land en water. Traditioneel zijn kaarten statisch, maar in toenemende mate zijn ze een digitaal systeem, waarbij bijvoorbeeld inzoomen niet alleen maar vergroten betekent, maar ook meer details weergeven, en waarbij vaak ook keuzes mogelijk zijn van welke informatie wordt weergegeven op de kaart (selectie van kaartlagen).
Een kaart is meestal een geografische weergave, soms schematisch. Een uitgebreid wegennetwerk, zoals van een heel land, wordt in zijn geheel, in een bruikbare kaartschaal, weergegeven op een (grote) (land)kaart. Een deel van zo'n kaart wordt in vaktaal een blad genoemd, in de volksmond meestal kaart. Zijn de bladen in een boek gebundeld, dan heet dat een atlas. Waterkaarten verschillen van landkaarten door de nadruk te leggen op waterwegen.
Nauwkeurige en betrouwbare (cartografische) landkaarten en waterkaarten, gebaseerd op luchtfoto's en GPS-volgsystemen worden onder andere in navigatiesystemen gebruikt. Via GIS-applicaties kan dynamisch op geo-informatie (nodig voor digitale kaarten) worden ingezoomd.
De kaartschaal kan worden weergegeven als een lengtemaatJan Smits (2013). Mathematical data for bibliographic descriptions of cartographic materials and spatial data. Gearchiveerd op 19 juli 2023. of in een verhouding zoals 1:25.000. Als gevolg van in- of uitzoomen op een digitale kaart verandert deze waarde, die op het beeldscherm kan worden getoond.
Geschiedenis De oudste ons overgeleverde kaart, met daarop een rivierdal tussen twee heuvels, staat op een Babylonisch kleitablet van 7,6 cm × 6,8 cm, gevonden in 1930 bij Ga-Sur, in de buurt van het huidige Kirkoek. De begeleidende tekst in spijkerschrift geeft een verklaring van de kaart en beschrijft een stuk land van 354 iku (12n hectare) toebehorend aan een persoon met de naam Azala. De meeste wetenschappers dateren de tablet in de 25e tot 24e eeuw v.Chr. Onder de Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus bereikte de cartografie van de klassieke oudheid een hoogtepunt bij zijn Geographia, een gids voor het maken van kaarten. Uit de Romeinse tijd hebben we de Tabula Peutingeriana.
Er zijn door de eeuwen heen om praktische redenen steeds nieuwe kaartprojecties bedacht.Zo had de hoekgetrouwe cilinderprojectie als voordeel boven de afstandsgetrouwe cilinderprojectie, dat het gemakkelijker was om er mee te navigeren. Routes met een constante kompaskoers zijn op kaarten met een hoekgetrouwe projectie rechte lijnen.
Soorten kaarten Kaarten worden in verschillende vormen gepresenteerd.
Topografische en thematische kaarten miniatuur|Thematische kaart: Hoogteligging Noordzeegebied van Nederland en Duitsland miniatuur|Topografische waterkaart
Naar wat afgebeeld is, worden kaarten onderverdeeld in: topografische kaarten thematische kaarten
Er zijn verschillende soorten thematische kaarten: stippenkaart, figuratieve kaart, choropleet, chorochromatische kaart, isolijnenkaart, een ruimtelijk model, een cartogram en een bewegingskaart. Deze worden alle toegelicht (voor wat betreft de definitie en wanneer te gebruiken) bij de thematische kaart.
Geografische en schematische kaarten miniatuur|Geografische kaart: de Central Line van de Metro van Londen. Omdat er geen omgevingsinformatie wordt gegeven, had de kaart beter schematisch gemaakt kunnen worden, zodat stations op gelijke afstand van elkaar, en op één lijn zouden liggen.
Kaarten (zowel thematische als topografische) kunnen ook worden onderverdeeld in: schematische kaarten en geografische kaarten.
Een geografische kaart is een getrouwe afbeelding van een geografisch gebied op een plat vlak. De afstanden, hoeken en de onderlinge ligging van objecten worden bepaald door de gekozen projectie en de schaal. Aan bijvoorbeeld zeekaarten worden hoge eisen gesteld qua de positienauwkeurigheid en de nauwkeurigheid in het algemeen aangezien de veilige navigatie hiervan afhankelijk is.
Bepaalde kaartelementen zoals wegen en gebouwen kunnen overdreven groot weergegeven worden om ze beter zichtbaar te maken terwijl details zoals kleine bochten van wegen, rivieren en andere kleine terreinelementen juist door generalisering weggelaten worden.
Bij een schematische kaart ligt de nadruk minder op de juistheid van de afbeelding van een gebied. Aan aspecten als verhoudingen, afstanden en onderlinge ligging worden concessies gedaan omwille van een bepaald gebruik, of om bepaalde informatie effectief over te brengen zonder dat men belang of aandacht heeft voor bepaalde geografische details. Een nadeel is dat niet meer gemeten kan worden in de kaart, of dat de onderlinge ligging van punten niet meer juist is. Bochten in wegen verdwijnen, kromme lijnen worden rechte lijnen. Omwille van het gekozen doel en gebruik zijn deze concessies minder relevant. Een schematische kaart wordt daardoor beperkt in zijn gebruik. Omdat er geen sprake meer is van een uniforme projectie van een geografisch gebied is deze kaart moeilijker in samenhang met andere kaarten in een GIS-systeem als geografische ondergrond te combineren.
Een bekende schematische kaart is de kaart van de Metro van Londen, in 1931 ontwikkeld en uitgegeven door Harry Beck. De Londense metrokaart op basis van die eerste opzet wordt nog steeds geactualiseerd. De kleuren op de kaart zijn een eigen leven gaan leiden. De afzonderlijke lijnen zijn duidelijk te onderscheiden op de kaart en herkenbaar in de metrostations waardoor het reizen en overstappen een kwestie is van kleur herkennen. Deze kaartvorm is in de tijd daarna door andere exploitanten van openbaar vervoer overgenomen.
In Nederland is een bekende schematische kaart de gele spoorkaart van NS die op elk station te zien is naast de gele vertrekstaten.
In deze voorbeelden van schematische kaarten uit de transportwereld staat het aangeven van relaties tussen punten (transportverbindingen) centraal. De geografisch juiste ligging en de onderlinge afstand van punten zijn hier van minder belang. Soms wordt de dimensie afstand zelfs vervangen door reistijd.
Grootschalige en kleinschalige kaarten Een derde tweedeling van kaarten is op schaal: kleinschalig – schaal groter dan 1:100.000, bijvoorbeeld 1:300.000. Dat is Nederland op posterformaat, alles is zeer klein afgebeeld. grootschalig – schaal kleiner dan 1:100.000, bijvoorbeeld 1:1.000. Dat is een woonwijk op posterformaat, alles is zeer groot afgebeeld. De drempel gesteld op 1:10.000 is arbitrair, maar gangbaar. Soms spreekt men over middelschalige kaarten, tussen 1:10.000 en 1:100.000 in.
Het onderscheid - is een kaart groot- of kleinschalig - is zeer essentieel, omdat uit deze kaarten niet dezelfde soort conclusies en even exacte metingen over ligging en afstanden kunnen worden afgeleid.
Grootschalige kaarten worden meestal gebruikt binnen technische en juridisch-administratieve context, zoals bij het (weg- en groen-) beheer en kadastrale toepassingen. Kleinschalige kaarten worden veeleer voor beleidsmatige en natuurwetenschappelijke toepassingen gebruikt, van nationaal tot mondiaal niveau.
Bij kleinschalige kaarten is veel sterker sprake van generalisatie dan bij grootschalige kaarten. Grootschalige kaarten zijn vrijwel per definitie bedoeld om er exacte afstanden op af te kunnen meten, opdat het plannen van woonwijken / vernieuwingen en het beheer (assetmanagement / gemeentelijk groenbeheer) zonder problemen kunnen worden uitgevoerd. Kleinschalige kaarten worden soms (automatisch met een GIS) gegenereerd uit (grenzen uit of onderdelen van) een grootschalige kaart. Wanneer dergelijke kaarten met elkaar gecombineerd worden zijn interpretatiefouten te verwachten. In de twee in deze paragraaf genoemde voorbeelden zou het zo kunnen zijn dat een Nederlandse woonwijk, in een Nederlands grensdorp, goed gekarteerd op schaal 1:1000, in het buitenland valt (beter gezegd: volgens de kaart lijkt te vallen), omdat bij de kleinschalige kaart de grens sterk gegeneraliseerd is. (zie ook hieronder, onder het kopje generalisatie)'.
Voorbeelden van (topografische) grootschalige kaarten zijn: GBKN; de Grootschalige Basiskaart Nederland, van gemeenten en het Landelijk Samenwerkingsverband GBKN, schaal 1:500 tot 1:5000, afhankelijk van het soort gebied (respectievelijk stedelijk of landelijk) Top10NL van het ZBO Kadaster, schaal 1:10.000 Kadastrale kaart van het ZBO Kadaster Basisbeheerkaart van Spoorbeheerder ProRail, schaal 1:1000.
Bij kleinschalige kaarten is - afhankelijk van het gebied, de grootte en het doel van de kaart - belangrijk om een goede kaartprojectie te kiezen, aangezien dit sterk van invloed is op oppervlakten, hoeken en verhoudingen tussen de landen.
Kaartvervaardiging De basisgegevens voor een kaart bestaan tegenwoordig uit geo-informatie. Deze moeten eerst zijn ingewonnen, waarna (zie ook: Restitutietoestel) ze verwerkt worden tot informatie bestemd voor de doelgroep.
Onderverdeling De kaart zelf bestaat uit vlakken / vlaksymbolen, zoals bosgebieden, heide en meren. lijn(symbol)en, zoals rivieren, hoogtelijnen en wegen. punt(symbol)en, zoals campings, steden. annotatie of labels en teksten, zoals toponiemen (topografische namen van gebieden/plaatsen). referentieaanduiding, zoals een coördinatengrid met bijbehorende index of aanduiding.
Een kaartgebruiker wil weten welk geografisch gebied wordt afgebeeld, hoe de kaart is georiënteerd en wat er op wordt afgebeeld. Hij kan dit afleiden uit meta-informatie: titel; de geografische aanduiding, het gebied dat de kaart beslaat; schaalaanduiding en eventueel de breedte waarop deze van toepassing is;; eventueel de geodetische datum van de kaart; eventueel de gebruikte projectie; gegevens over de oorsprong: de maker, moment van samenstelling, ouderdom van opgenomen informatie e.d. oriëntatie: kaartnoorden, kilometergrid en/ of graadnet; legenda met de betekenis van gebruikte symbolen en kleuren;
Kwaliteit Een kaart is goed wanneer de gepresenteerde informatie juist is, wanneer de informatie goed wordt ontsloten en de informatie beantwoordt aan een verondersteld doel voor een bepaalde doelgroep.
Er is een Wikibook over geo-visualisatie met theorie en tips.Handboek Geo-visualisatie
Vierkleurenstelling Volgens de wiskundige theorie van de vierkleurenstelling hoeft een landkaart slechts uit vier kleuren te bestaan, indien er geen sprake is van enclaves. De theorie bewijst dat op dergelijke kaarten geen van de aangrenzende landen dezelfde kleur hoeven te krijgen.Experimental Math, The colorful life of the four-color theorem: A tribute to Kenneth Appel
Karteringstechnieken en kaartinterpretatie Bij de kaartvervaardiging is veel gebruikgemaakt van generalisatie- en exaggeratie technieken, zoals eerder gezegd, vooral bij kleinschalige kaarten. Dat is gedaan om de kaarten duidelijk en zo goedkoop mogelijk te maken. Bij het interpreteren van een kaart dient hier dan ook rekening mee te houden.
Exaggeratie Vergroting van objecten – Bijvoorbeeld kleine eilanden worden groter om toch zichtbaar te zijn, of wegen worden breder gemaakt dan verhoudingsgewijs zou moeten. Generalisatie is onder te verdelen in: Vereenvoudigen van objecten – Bijvoorbeeld kleinere bochten worden uit wegen en rivieren gehaald. Samenvoegen van objecten. – Bijvoorbeeld huizen met een losstaande schuur worden als één vlak getekend. Weglaten van objecten. – Bijvoorbeeld kleinere rivieren/beken/wegen kunnen nu eenmaal niet op elke schaal altijd nog getekend worden. Verplaatsen van objecten. – Bijvoorbeeld bij een brede weg of knooppunt kunnen (buitengrenzen van) huizen en bebouwde kommen verplaatst worden van de weg af. Selectie van objecten. – Bijvoorbeeld: niet alle bergtoppen worden ingetekend.