Moammar Mohammed al-Qadhafi (Arabisch: معمر القذافي ; diverse transliteraties: Kadhafi,Nederlandse Omroep Stichting (NOS), de Volkskrant, De Standaard Kaddafi,Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) Khaddafi,Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT), Het Parool Khadaffi,Algemeen Dagblad Gaddafi,Reuters, NRC Handelsblad Gadaffi,De Telegraaf GathafiOfficiële website van al-Qadhafi, www.algathafi.org, 25 augustus 2011; ook de vorm in zijn paspoort, zie the Atlantic) (nabij Sirte, 7 juni (?) 1942 (?) – aldaar, 20 oktober 2011)Fahim, Kareem (20 oktober 2011). "Qaddafi Is Dead, Libyan Officials Say". The New York Times. Geraadpleegd op 20 oktober 2011. was 42 jaar lang de leider van Libië, van 1 september 1969 tot de val van zijn machtscentrum op 23 augustus 2011. Op 20 oktober 2011 werd hij gedood in Sirte.Al Jazeera (20 oktober 2011). "Muammar Gaddafi killed in gun battle". Geraadpleegd op 20 oktober 2011. Qadhafi bezat geen publiek ambt of officiële titel, maar werd in Libië door zijn aanhangers meestal als 'Broeder Leider' aangesproken. Buiten Libië werd hij gewoonlijk 'kolonel Qadhafi' genoemd.
Levensloop thumb|links|Qadhafi en Abdal Nasser (1969)
Vroege carrière Qadhafi stamde uit een familie van nomadische bedoeïenen. Zijn geboortedatum en -jaar zijn onzeker. Men houdt het jaar 1942 aan, maar het kan ook ergens tussen 1939 tot 1943 zijn. Van 1956 tot 1961 bezocht hij een Koranschool te Fezzan, het tot 1951 Franse, zuidwestelijke deel van Libië. Hij bezocht enige tijd de militaire academie van 's lands tweede stad Benghazi, in de andere kant van het land, bij Egypte, alwaar hij zich in 1963 aansloot bij de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme, een organisatie van pro-nasseristische, antimonarchistische officieren. Na het behalen van zijn diploma werd hij voor training naar Groot-Brittannië gezonden. Qadhafi keerde eind 1966 naar Libië terug.
Staatsgreep Op 1 september 1969 pleegden de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme een staatsgreep. De bejaarde koning Idris I, die op dat moment in Turkije verbleef voor een medische behandeling, werd afgezet op de dag vóór zijn neef Hasan as-Senoessi hem zou opvolgen en de Libische Arabische Republiek werd uitgeroepen. Op 8 september 1969 werd Qadhafi tot voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad benoemd. Vervolgens brak tussen Qadhafi en de andere jonge officieren een machtsstrijd los, die Qadhafi in januari 1970 in zijn voordeel wist te beslechten. Koning Idris, die in 1951 zijn land naar de zelfstandigheid had geleid, overleed in 1983 als balling in Caïro.
Ideologie Qadhafi heeft in de loop van jaren een geheel eigen politieke filosofie ontwikkeld, die hij, verwijzend naar het Arabisch socialisme van de Egyptische president Nasser, het islamitisch socialisme noemde. Deze heet ook wel de theorie van de drie cirkels, namelijk de Arabische, de islamitische en de Afrikaanse wereld. In alle drie zou Libië een centrale rol toekomen. In feite is zijn leer, zoals opgetekend in zijn Groene Boek (1976) een combinatie van islamisme en populistisch socialisme. Bovendien streefde hij naar een socialistische samenleving waarin iedereen gelijk is en waar de staat het economisch leven controleert.
Economie Onder Qadhafi's bewind werden de olie-inkomsten inderdaad evenrediger over het volk verdeeld dan onder de koning het geval was. Ook was Qadhafi binnen de OPEC een van de eerste initiatiefnemers tot het verkrijgen van controle over de olieprijzen en het verminderen van de invloed van de machtige oliemaatschappijen, de Seven Sisters. Dit leidde tot een sterke verhoging van de levensstandaard van de Libische bevolking, en het Libisch BBP per hoofd van de bevolking gecorrigeerd naar koopkrachtpariteit overtrof zelfs dat van de meeste Europese landen en de Verenigde Staten gedurende twee decennia. Qadhafi liet ook de Great Man-made River aanleggen, een project waarbij fossiel grondwater van onder de Libische woestijn werd opgepompt en naar de steden in het noorden getransporteerd voor drinkwater en irrigatie. De economie was echter zeer eenzijdig gebaseerd op olie-inkomsten wat enerzijds de ontwikkeling van andere sectoren belemmerde ('Dutch Disease') en anderzijds de economie kwetsbaar maakte voor schommelingen in de olieprijzen. De prijsdalingen van de jaren '80 en '90, alsmede de economische sancties tegen Libië, deden de economie in een later stadium veel pijn. Toch bleef Libië tot de val van Qadhafi in 2011 het meest ontwikkelde land van Afrika.
Pan-Arabische aspiraties Direct nadat Qadhafi en diens Revolutionaire Commandoraad goed en wel aan de macht waren gekomen, werden de westerse invloeden in Libië teruggedrongen en werd bijvoorbeeld alcohol verboden. Dit verbod ging zelfs zover dat de regering het nuttigen van alcohol in buitenlandse ambassades eveneens verbood. In 1971 werd de Arabische Socialistische Unie opgericht, een organisatie die Qadhafi's ideeën vertegenwoordigde. De ASU was de enige politieke organisatie in Libië. Naast sterke nadruk op de islamitische identiteit van het land, legde de regering ook bijzondere aandacht aan de dag voor het panarabisme, in die dagen een populaire beweging in het Midden-Oosten. Geïnspireerd door Gamal Abdel Nasser, de Egyptische president die een groot voorstander was van Arabische eenheid, streefde Qadhafi van het begin af aan naar een groot-Arabische staat. Feitelijk probeerde hij na diens dood de positie van leidende figuur in het Arabisch nationalisme over te nemen. In 1972 kwam een "Federatie van Arabische Republieken" tot stand. Deze federatie bestond naast Libië uit Egypte en Syrië. Spoedig bleek deze federatie een dode letter, niet in de laatste plaats vanwege de vraag wie de leider ervan zou moeten zijn. Na het mislukken van deze eerste poging ging Qadhafi's Libië een federatie aan met het Tunesië van Habib Bourguiba (1974). Ook deze federatie was geen succes, want tussen Qadhafi en Bourguiba ontstonden spanningen.
Qadhafi speelde graag de rol van "adviseur" en steun voor bevriende collega-dictators. Zo kon bijvoorbeeld de beruchte Oegandese dictator Idi Amin wegens diens "anti-imperialistische" stellingname tegenover het westen, en omdat hij moslim was, op Qadhafi's steun rekenen. In 1972 adviseerde hij Amin om alle Aziaten uit Oeganda te verwijderen, wat deze dan ook prompt deed.Idi Amin, Benoni Turyahikayo-Rugyema (1998). Idi Amin speaks: an annotated selection of his speeches. p. 43. Ongeveer 80.000 Aziaten, merendeels Indiërs, moesten al hun bezittingen achterlaten en vluchten. Aangezien de Oegandese economie sterk bepaald werd door deze Aziaten, volgde een economische ineenstorting. Later zou hij zich van Amin afkeren en hem een 'fascist' noemen. Ook Jean-Bedel Bokassa werd door Qadhafi gesteund en bekeerde zich onder diens invloed zelfs korte tijd tot moslim. Later zou Bokassa zich van Qadhafi afkeren als onderdeel van een deal met de Fransen, die in ruil daarvoor meebetaalden aan zijn kroning tot keizer.
Qadhafi zag zich niet alleen als leider van Libië, maar ook als leider van de gehele Arabische wereld. Het grote probleem voor hem was echter dat zijn land slechts een paar miljoen zielen telde en in demografische termen een dwerg was vergeleken met bijvoorbeeld Egypte. De olie-inkomsten hadden echter van Libië een rijke staat gemaakt die het in staat stelde zijn invloed uit te oefenen door verzetsbewegingen in het buitenland te steunen en te financieren.
Zo steunde hij met name in de jaren zeventig en tachtig de PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). De steun aan de PLO - in de vorm van wapens en trainingskampen - werd groter nadat de Egyptische president Sadat in 1979 een vredesverdrag met Israël had gesloten. Qadhafi werd de grote vijand van Sadat. De steun die de PLO voorheen kreeg van Egypte, kwam vanaf dat moment van Libië. Qadhafi verbrak de betrekkingen met Sadat en steunde de extreemlinkse en de fundamentalistische oppositie in Egypte. Nu de betrekkingen met Egypte waren verslechterd, zocht Libië steun bij de Sovjet-Unie, een land dat hij voorheen altijd had bekritiseerd. De Sovjet-Unie leverde vanaf 1979 de destijds zeer moderne MiG-25-vliegtuigen.
In 1977 onderging Libië een grote staatkundige hervorming met de oprichting van de Libisch-Arabische Socialistische Volks-Jamahiriyah. De Revolutionaire Commandoraad werd afgeschaft evenals het ambt van premier. Qadhafi nam het nieuwe ambt van secretaris-generaal van het Algemeen Volkscongres (parlement) op zich, en werd daarmee staatshoofd. De premier werd secretaris-generaal van het Algemeen Volkscomité (ministerraad). In 1979 liet Qadhafi zich van zijn functie ontheffen en sindsdien bekleedde hij geen staatsambt meer. Toch bleef hij als "Leider van de Revolutie" en "Gids van de Revolutie" de leider van Libië.
Vanaf de jaren tachtig verlegde Qadhafi zijn werkterrein van het Midden-Oosten naar de Sahelstaten. Hij maakte aanspraak op de Aouzoustrook in het noorden van Tsjaad en steunde pro-Libische militieleiders in Tsjaad. In 1973 hoopte hij al op een samengaan van Libië en Tunesië in een nieuw te vormen "islamitische Arabische republiek".Susan M. Sandover (2016). "Libya. A love lived, a life betrayed: 9/36. Leicestershire (Verenigd Koninkrijk): Matador, p. 115 Hier kwam uiteindelijk niets van terecht en ook de operatie in Tsjaad mislukte; in de zogenaamde Toyota-oorlog wisten de zich door middel van Toyota´s voortbewegende en hiermee veel mobielere Tsjadische troepen de Libiers grondig te verslaan.
Qadhafi en het separatisme Reeds in 1972 werd Qadhafi's naam in verband gebracht met de groep Zwarte September, die tijdens de Olympische Spelen van 1972 een bloedbad aanrichtte (onder de Israëlische sportploeg). Bekend is Qadhafi's steun aan gewelddadige strijdgroepen, zoals de IRA en het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina, die volgens Qadhafi geen 'terroristische' groepen waren maar bevrijdingsbewegingen. Qadhafi's naam wordt in verband gebracht met aanslagen op vliegtuigen en op vliegvelden in Wenen en Rome (1985).
In 1981 kwam Qadhafi voor het eerst direct in botsing met de Verenigde Staten. Aanleiding was een geschil over de Golf van Sidra die door Libië als Libische territoriale zee werd opgeëist maar algeheel gezien werd als internationale wateren. De Amerikanen patrouilleerden ter zee en in de lucht in het gebied. Het kwam op 19 augustus 1981 tot een luchtgevecht waarin 2 Libische Su-22 vliegtuigen door de Amerikanen werden neergehaald. Door de aanslagen in Wenen en Rome waren de spanningen verder opgelopen, en op 24 maart 1986 kwam het tot een tweede treffen, ditmaal ter zee, in de Golf van Sidra waarbij de Libische marine in botsing kwam met een veel sterkere Amerikaanse vloot. De Amerikanen brachten twee van de vijf Libische vaartuigen tot zinken en beschadigden er nog twee, en er vielen 72 doden.
Op 5 april 1986 werd een bomaanslag op discotheek La Belle in West-Berlijn gepleegd, waarbij drie mensen het leven lieten en 200 gewonden vielen. De Amerikanen houden Qadhafi hiervoor verantwoordelijk, op basis van onderschepte telexberichten. De daad zou een wraakactie zijn voor het incident in de Golf van Sidra. Op 15 april 1986 bombardeerden Britse en Amerikaanse vliegtuigen in reactie hierop een van de tientallen militaire bases in Tripoli en Benghazi. Bij de actie, genaamd Operatie El Dorado Canyon vielen volgens officiële opgaven 37 doden, waaronder een vierjarig pleegdochtertje van Qadhafi zou zijn, aangeduid als "Hanna". Dit zou later weer ontkracht zijn. Qadhafi werd verantwoordelijk geacht voor de bomaanslag op 21 december 1988 op een vliegtuig dat neerstortte op het Schotse plaatsje Lockerbie. Deze actie zou een vergelding zijn voor Operatie El Dorado Canyon.