De Slag om Stalingrad (Russisch: Сталинградская битва; Stalingradskaja bitva, Duits: Schlacht von Stalingrad) (23 augustus 1942 – 2 februari 1943) geldt als keerpunt van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Het Duitse 6e Leger werd uiteindelijk volledig vernietigd door het Rode Leger, dat nog maar enkele maanden eerder nagenoeg overwonnen leek. Stalingrad (sinds 1961 Wolgograd) werd het symbool voor de wederopstanding van het Rode Leger en gaf het Duitse moreel een zware klap; in brede lagen van de Duitse bevolking drong door dat de oorlog weleens slecht zou kunnen aflopen voor Duitsland; het naziregime zag voortaan af van 'kanonnen in plaats van boter'-propaganda en riep na afloop van de slag het volk op tot een totale oorlog.

Achtergrond Duitse aanvalsplannen: Fall Blau In 1941 had Duitsland gepoogd door middel van Operatie Barbarossa de Sovjet-Unie een snelle en totale nederlaag toe te brengen. Dit was strijdig met het niet-aanvalsverdrag (Molotov-Ribbentroppact) tussen Stalin en Hitler. De beoogde snelle overwinning mislukte doordat men in oktober vastliep in de herfstmodder. Het Duitse leger leed hierdoor ook onder ernstige logistieke problemen. Uiteindelijk werd iedere Duitse opmars door de felle Russische winter een halt toegeroepen. In deze winter wierp een tegenoffensief de Duitsers voor Moskou een paar honderd kilometer terug. In december verklaarde Hitler de Verenigde Staten van Amerika de oorlog.

In het voorjaar van 1942 was het Duitse leger nog zeer verzwakt. De meeste divisies waren ernstig onder sterkte. Er waren tekorten aan materieel, munitie en brandstof. Deze situatie kon niet snel verholpen worden omdat Hitler, die steeds een confrontatie met de VS gevreesd had, al in 1940 de productie van duikboten en vliegtuigen vergroot had ten koste van een snelle opbouw van de legeruitrusting. De wapenindustrie moest dus worden omgeschakeld om een langdurige oorlog in het oosten te ondersteunen. Een structureel probleem was verder dat de Sovjet-Unie, ook na het verlies van de westelijke regio's, een tweemaal grotere reserve aan mankracht en een grotere oorlogsindustrie bezat dan Duitsland.

miniatuur|links|Het Oostfront in de winter van 1942 Onder dergelijke omstandigheden was het uitgesloten om in de zomer van 1942 weer over de volle breedte van het oostfront tot het offensief over te gaan. Toch was 1942 het laatste jaar waarin Duitsland zijn positie nog kon verbeteren. Het Rode Leger was na de verschrikkelijke verliezen van 1941 nog in volle opbouw en de VS, voorlopig de handen vol hebbend aan Japan, zouden nog niet in staat zijn op het Europese strijdtoneel in te grijpen. Gezien de dreiging voor Moskou werden nieuwe Sovjetlegers voornamelijk daar opgesteld. Dat bood kansen voor een beperkte aanval op een ander front. Een aanlokkelijk doelwit vormden de olievelden van Majkop en Bakoe in de Kaukasus, indertijd verreweg de grootste operationele velden in (de buurt van) Europa. Duitsland had steeds een nijpend tekort aan benzine en kerosine voor de legervoertuigen en vliegtuigen. Barbarossa was alleen mogelijk geweest doordat men in mei en juni 1940 de strategische olievoorraden van Frankrijk en de Lage Landen buitgemaakt had, maar die waren nu op.

Als het gebied ten zuiden van de benedenloop van de Wolga veroverd en behouden kon worden, zou dat een enorme verbetering opleveren van de geostrategische situatie van Duitsland. Het zou de tijd en de energie winnen voor een industriële opbouw die nodig was om zich tegen de twee supermachten, de Sovjet-Unie en de VS, te kunnen verdedigen. Alleen Bakoe al produceerde vierentwintig miljoen ton aardolie per jaar, het drievoudige van de Duitse oliebehoefte. Verder zou de verovering van de Kaukasus een afleiding vormen voor het Verenigd Koninkrijk in de vorm van een nieuw front in Perzië en zou zo de situatie voor Rommel in Egypte verbeteren.

Experts hadden hierover in de winter al een consensus bereikt en vonden bij Hitler een willig oor. Op 5 april 1942 deed deze de Führer-Weisung N° 41 uitgaan, waarin bevolen werd om Heeresgruppe Süd op sterkte te brengen. Hiermee moest dan Fall Blau worden uitgevoerd. Na een opmars richting Voronezj zou men naar het zuiden afbuigen om langs de Don te trekken. Als de grote Donbocht gezuiverd was, zou de strijdmacht zich splitsen in een Legergoep B die de Don moest blijven verdedigen en een Heeresgruppe A die de benedenloop van de rivier zou overschrijden en naar de Kaukasus oprukken.

In deze fase van de planning kwam Stalingrad niet voor als een speciaal doel. De opmars zou de frontlijn sterk verlengen. Dat wilde men opvangen door een beroep te doen op de bondgenoten. Duitsland beheerste een gebied met ruim driehonderd miljoen inwoners, meer dan de Sovjet-Unie en de VS samen. Dat potentieel aan mankracht hoopte men nuttig te gaan inzetten voor de Duitse oorlogsinspanning. Twee Roemeense legers, een Hongaars leger en een Italiaans leger moesten de flanken gaan dekken. Men had echter niet de tijd die adequaat te trainen en miste het materieel om ze voldoende uit te rusten. De operatie kon dus alleen veilig worden uitgevoerd als het Rode Leger na een nederlaag in de beginfase niet meer tot een serieus tegenoffensief in staat zou zijn.

De Sovjet-Unie in het tweede oorlogsjaar Hitler zag de Sovjet-Unie niet werkelijk als een gevaar. Hij ging ervan uit dat de Sovjet-Unie uitgeput was. Natuurlijk kon het land grote legers op de been brengen, naar Duitse schatting zo'n zestig divisies extra in 1942, maar de kwaliteit daarvan zou uiterst gering zijn. Vanuit een racistisch vooroordeel kon hij niet echt geloven dat minderwaardige Slaven in staat konden zijn competent een moderne oorlog te voeren. Na het verlies van Leningrad en Charkov als productiecentra leek het hem ook uitgesloten dat het Rode Leger een overmacht aan materieel in het veld kon brengen.

miniatuur|De troefkaart van de Sovjet-Unie was de massaproductie van T-34s In werkelijkheid had de Sovjet-Unie al succesvol het begin gemaakt met een reusachtige verbetering, zowel kwantitatief als kwalitatief, van de strijdkrachten. Het kader werd veel grondiger opgeleid. De Sovjet-Unie had al een voorsprong van vijf jaar gehad in de herbewapening en de klemtoon had, anders dan in Duitsland, in de jaren dertig gelegen op de massaproductie van juist die wapensystemen die essentieel waren voor een lange landoorlog: artillerie en tanks. Het machinepark was naar gebieden achter de Oeral geëvacueerd en lang voorbereide plannen werden uitgevoerd om bij de overgang naar een oorlogseconomie de productie gigantisch op te voeren. In 1942 fabriceerden de Sovjets ruim twintigduizend tanks, vijfmaal het Duitse niveau. Daarbij hadden ze een voorsprong in tankontwikkeling. Hun T-34 en KV-1 waren superieur aan de Duitse tanks van de eerste generatie zodat de Wehrmacht gedwongen werd verbeterde typen te ontwikkelen.

De oorlogshandelingen in de winter 1941-1942 hadden het moreel van de Sovjetbevolking sterk verbeterd. Het belegerde Leningrad en het bedreigde Moskou hadden stand gehouden, de Duitse troepen hadden zware verliezen geleden en het Rode Leger was erin geslaagd de vijand op verschillende plaatsen terug te drijven. De stemming sloeg in brede kring, als reactie op de doorstane angst en twijfel, om in een overdreven optimisme., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1010 Men miskende dat de tegenoffensieven uiteindelijk waren vastgelopen en dat de hoop op een reeds in 1942 te vormen Tweede Front in Frankrijk onrealistisch was.

De Sovjet-Unie bereidt zich voor De Sovjetautoriteiten stonden voor de taak het zelfvertrouwen van de bevolking, in het belang van een maximale oorlogsinspanning, met alle beschikbare middelen te herstellen. Daarbij werden belangrijke successen geboekt. De eerste staatslening, in een socialistische maatschappij beslist geen vanzelfsprekende zaak, leverde in het voorjaar van 1942 tien miljard roebel op. Daarnaast moedigde men van hogerhand acties aan om ten behoeve van de oorlogvoering geld en extra werkkracht beschikbaar te stellen. Voornamelijk op de kolchozen werden geldinzamelingen gehouden voor de aankoop van vliegtuigen en tanks, die dan namens het desbetreffende collectief aan het Rode Leger werden geschonken. Zulke acties werden door de pers in de Sovjet-Unie sterk gepropageerd. In de industriële bedrijven werd in mei 1942 op initiatief van de metaalarbeiders van Koeznetsk een nationale wedstrijd in productiestijging georganiseerd, waaraan ook Siberische kolchozenboerderijen meededen en waarvan de resultaten steeds opnieuw in de publiciteit breedvoerig werden besproken.

De Communistische Partij ging aan de slag om haar macht opnieuw op te bouwen. De tegenslagen in de zomer van 1941 hadden het gezag van de partij soms vrijwel verloren doen gaan en het leek er bij tijden op dat zij haar leidende rol niet zou kunnen behouden. Om haar greep op de bevolking te versterken, begon de Communistische Partij begin 1942 een grote wervingscampagne die ruim 1,3 miljoen extra leden opleverde., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1011 Ongeveer 430.000 nieuwe leden kwamen uit de officieren en manschappen van het Rode Leger en de Rode Vloot.

In de loop van 1942 nam men verdere maatregelen om de eenheid van leger en partij te versterken. Teneinde het officierskorps nauwer aan het Sovjetbewind te binden, werd in oktober 1942 de bevelsstructuur van het Rode Leger puur militair, met opheffing van de directe partijcontrole. De politieke commissarissen, die veelal als hinderlijke pottenkijkers waren gezien, kregen een officiersaanstelling en werden feitelijk de ondergeschikten van de commandant. Bovendien herstelde men de oude tsaristische militaire rangen, ordes, onderscheidingstekens en voorrechten. Men stelde zelfs de garde- en Kozakkenregimenten opnieuw in.

De hele maatschappij werd op een meer nationalistische leest geschoeid. De Internationale werd vervangen door een nieuw volkslied, Sojoez neroesjimyj, met een uitgesproken Sovjetpatriottische tekst. Politie en veiligheidsdienst werden grondig gereorganiseerd. Verraad, spionage en aanverwante delicten werden toegewezen aan het nieuwe Departement van Staatsveiligheid (NKGB) en zijn al snel gevreesde afdeling SMERSJ. Daarnaast wakkerde men de haat tegen de Duitsers aan.

Aanloop Inleidende oorlogshandelingen thumb|upright|Strijd op de Krim In het voorjaar van 1942 bewezen twee offensieven dat de Sovjet-Unie nog lang niet was uitgeput. In de winter van 1942 was er een grote frontboog ontstaan ten zuiden van Charkov en in mei poogde het Rode Leger daar opnieuw door te breken om de stad te bevrijden. In de beginfase van de Tweede Slag om Charkov sloeg een overmacht aan troepen een gat in de Duitse linies, zestien bataljons onder de voet lopend. Nog voor een grote tankmacht kon uitbreken werd deze echter in de flanken aangevallen door de concentratie aan pantsereenheden die voor Fall Blau was samengetrokken, en uiteindelijk omsingeld en vernietigd. Hoewel dit een domper was op het moreel van de Sovjetbevolking — zelfs het officiële Tass-bericht gaf zeventigduizend man als vermist op — en een goede uitgangssituatie schiep voor het Duitse offensief, ging uit het feit dat men überhaupt dergelijke operaties kon organiseren en snel uitvoeren een grote toekomstige dreiging uit voor Wehrmachtlegers die zich in een strategisch minder gunstige positie zouden bevinden.