thumb|Canopus met Triclinium, toespeling op het kanaal tussen Alexandrië en de tempel- en uitgaansstad Canopus. Op de rechteroever kariatiden.
De Villa Hadriana (in het Italiaans Villa Adriana) is de naam van de uitgestrekte residentie die de Romeinse keizer Hadrianus (76-138) tussen 126 en 134 liet aanleggen vier kilometer ten zuidwesten van het Latijnse stadje Tibur, het huidige Tivoli, op ongeveer 31 km ten oosten van Rome. Het landgoed, met een omtrek van 5 km en een oppervlakte van ongeveer 120 ha, omvatte een keizerlijk paleis, thermen, bibliotheken, theaters, een zwembad, personeelsvertrekken, banketzalen, ondergrondse gangen, altaren, een sportstadion, een kunstgalerieStierlin, H., Imperium Romanum, Van de Etrusken tot de val van het rijk, Taschen, Keulen, 2002, 240 pagina's. en uitgestrekte tuinen boordevol kunstwerken. Er waren zelfs grotten, dierenverblijven,MacDonald, W.L. & Pinto, J.A., Hadrian's Villa and lts Legacy, Yale University Press, New Haven en Londen, 1995, 392 pagina's. een wildpark, een vijver, pleinen met fonteinen, watervallen, visbekkens, enzovoorts. Het geldt als een van de rijkste gebouwencomplexen uit de oudheid.
Het Latijnse woord villa had een andere betekenis dan wij er nu aan hechten. Het verwijst eerder naar een buitengoed, een landgoed met herenhuis gelegen buiten stedelijk gebied – zie Romeinse villa.
Ligging en betekenis Keizer Hadrianus baseerde zich voor zijn landgoed op de Hellenistische hofcultuur, en ging uit van de Domus Aurea van Nero, maar dan luxueuzer en reusachtig van omvang. De bouwgrond was eigendom van de familie van zijn vrouw Sabina. Het complex werd gebouwd op fundamenten van een republikeinse villa uit het begin van de 1e eeuw voor Christus.
In Tivoli had Hadrianus in tegenstelling tot in de stad ruimte te over, maar ook vooral veel rust. Het complex voegt zich naar het landschap, zonder een centraal uitgangspunt en overheersende richting. Volgens onder meer Rodolfo Lanciani, een expert in de klassiek Romeinse topografie, is het opmerkelijk dat het complex niet gebouwd is op de hogere delen van het landschap, zoals de meeste villa's, want de heuvels bieden meer comfort gedurende zomer en winter. Heel waarschijnlijk wilde Hadrianus zich distantiëren van de andere villa's en moest zijn landgoed ambitieus zijn. Toch was de ligging waarschijnlijk een weldoordachte keuze, omdat er dankzij technische hoogstandjes voordelen waren. Zo was de lagere ligging gunstig voor de aanvoer van water – heel waarschijnlijk de Anio Novus – omdat net voor de bouw van de villa de bron van dit aquaduct was veranderd waardoor er een betere waterkwaliteit was.
Door zijn ligging was de Villa Adriana beschermd tegen de noordenwind, terwijl de zachte westenwind 's zomers verkoeling brengt.
De villa was ook opgewassen tegen de hete zomers dankzij de noordelijke oriëntatie van de zomerbanketzalen, de talrijke koele ondergrondse wandelgangen en het gebruik van simpele basisprincipes van het Venturi-effect om water door leidingen te pompen. Er werd bovendien rekening gehouden met de instraling van de zon door de weldoordachte plaatsing van hoge muren, zodat er schaduw gecreëerd werd langs lange wandelpaden. Ook waren er warme baden die met hout gestookt werden en verwarmde kamers om de winters door te komen.
Het reusachtige complex ligt in een vallei, namelijk tussen de oostelijke en de westelijke flank van de Monti Tiburtini, die deel uitmaken van de Apennijnen. Dit gebied was ten tijde van Hadrianus erg in trek bij de hogere klasse om landhuizen te bouwen. In het sierlijke decor van elegante tuinen treffen we heel wat gebouwen aan in verschillende stijlen, wellicht geïnspireerd op monumenten die de keizer bewonderde tijdens zijn lange reizen door het rijk.
Het is bijna onmogelijk om de betekenis te achterhalen van elk bouwsel, maar waarschijnlijk had Hadrianus een bepaalde cultus op het oog. Sinds de Hellenistische periode was het de gewoonte dat heersers zich vergoddelijkten en zo vergeleek Hadrianus zichzelf als overheerser met de onsterfelijken zoals Jupiter, Hercules en Helios. In verscheidene heiligdommen stond hij als metgezel van de goden in de vorm van een standbeeld. Zulke heilige plaatsen waren rijkelijk aanwezig zoals de Piazza d'Oro, het Teatro Marittimo, een triclinium met drie exedra's – die ook in het Gouden Huis van keizer Nero te vinden waren – de Canopus, en de tempels van Serapis en Jupiter.Aurigemma, S., Villa Adriana, Istituto Poligrafico e Zecca Dello Stato, Rome, 1996, 222 pagina's.
Aangezien elk gebouw mogelijk een specifieke rol speelde in de hofcultuur, en we juist deze rol niet weten, is er natuurlijk veel kans dat de huidige benaming niet overeenstemt met de functie ervan. Volgens Louis Bréhier, een Frans historicus en specialist in Byzantijnse studies, werkt dit echter geen historische onbetrouwbaarheid in de hand, omdat in Byzantium gelijksoortige gebouwen zijn aangetroffen die voor dezelfde hofcultuur hadden gediend. Byzantium erfde uit de keizertijd de aanbidding en vergoddelijking van de keizer.
Soortgelijke paleizen met een hofcultus ontstonden ten tijde van de Hellenistische koningen en bereikten een hoogtepunt in Rome tijdens Hadrianus' bewind. Deze hofcultuur beleefde een reveil in Constantinopel rond het jaar 940, maar er ging reeds een lange opmars aan vooraf. Dit is te zien aan de grote verscheidenheid aan bouwwerken ten dienste van de hofcultuur in het paleis van Justinianus, net zoals in de Villa Hadriana. Vandaar de speculatie dat menig bouwwerk daar aan de Hellenistische vergoddelijking was gewijd. MacDonald en Pinto, archeologische experts van de Villa, wagen zich niet aan zo'n wilde speculatie.
Bouwgeschiedenis De Villa Hadriana wordt beschouwd als de verwezenlijking van een wensdroom, ontsproten aan de rijke fantasie van deze kunstminnende keizer, die ook betrokken was bij de renovatie van het Pantheon. Na zijn terugkeer uit de oostelijke provincies in 126 begon Hadrianus met de aanleg van deze uitgestrekte residentie. Als groot liefhebber van kunst en architectuur wilde hij bepaalde landschappen en bouwwerken imiteren die hij op zijn verre reizen in het Oosten had bezocht. Vandaar bouwwerken met namen als Lyceum, Academie, Poikile (Athene), Tempe (Thessalië), Canopus en Serapeum (Egypte), imitaties genoemd in de Historia Augusta (hoofdstuk Hadrianus, 26).
Midden op het terrein stond al een villa uit de late 2e/begin 1e eeuw v. Chr. van ongeveer 100 x 165 m, die nu de Villa repubblicana (Villa uit de republikeinse tijd) genoemd wordt. Deze was al enkele malen verbouwd, onder meer ten tijde van Augustus. Hadrianus behield het nymphaeum en een reeks kamers waaronder een atrium langs de hoofdas.
In 134 was de Villa bijna voltooid, maar de rampzalige dood van zijn jonge hartsvriend Antinoüs had de 58-jarige Hadrianus zowat gek van verdriet gemaaktMijer, F., Keizers sterven niet in bed, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2001, 229 pagina's. en zijn gezondheid dermate ondermijnd, dat hij weinig genoegen aan zijn droomvilla kon beleven. Hij overleed vier jaar later in Baiae en werd begraven in zijn reusachtige mausoleum aan de Tiber in Rome.
De onderdelen van het villacomplex Canopus De Canopus, die opgegraven werd rond 1950, verwijst naar het kanaal van Canopus (Egypte) naar Alexandrië, waaraan Hadrianus een aangename tijd had doorgebracht in 130 n.Chr. met zijn geliefde Antinoüs (mogelijk ook in Canopus zelf).A. Everitt, Hadrianus, De rusteloze keizer, Ambo 2010, . Een indrukwekkende rechthoek in de Villa Hadriana was via drie ingangen toegankelijk en had in het midden een lange, uitgerekte vijver van 119 meter bij 18 meter. Rondom de vijver waren er rijkelijk versierde zuilen met arcaden die van motieven voorzien werden. De Canopus leidt naar het heiligdom van Serapis, deels in een heuvel gebouwd. De naam Canopus is afkomstig van het kanaal, dat gelegen was in de Nijldelta en waar aan het uiteinde ervan eveneens een Serapeum was gebouwd. Dit was een trekpleister voor pelgrims om genezing af te dwingen. Aan het begin van de vijver stond er een halfronde porticus. Hier vinden we standbeelden van Mars, Minerva, en Mercurius.
Aan de rechterzijde van de vijver zien we perfecte replica's van de vier kariatiden van de zuidelijke portiek van het Erechtheion in Athene. Ze zijn uiterst links en rechts bijgestaan door twee beelden van Silenus. Het Serapeum is indrukwekkend en werd vermoedelijk ook gebruikt als eetzaal en was gedecoreerd met zeven beelden van Ptah, Isis en Osiris. Het had de vorm van een reusachtige exedra met een iwan als portiek en werd overdekt door een gegoten mortelgewelf.
Lagergelegen was er een kunstmatige grot aangelegd, die in verbinding stond met de Canopus door middel van ondergrondse waterpartijen en concentrische kanaaltjes die omgeven werden door acht nissen. Vanuit de zijkamers was dan de resonantie te horen van het water. Dit nymphaeum bood een gunstige sfeer om er Serapis te aanbidden als de nachtelijke zon en het symbool van de wederopstanding.
Fonteinplein De villa had een centraal gelegen plein, het Fonteinplein, vanwaar men zich gemakkelijk kon begeven naar andere delen van de villa. Zo kon men niet alleen het beroemde Teatro Marittimo bereiken, maar ook een hal, suites en keizerlijke residenties met daarachter de vertrekken voor het personeel, een overdekte wandelgang of cryptoporticus, een bibliotheek en een ceremonieruimte.
Teatro Marittimo Het Teatro Marittimo, ingeplant ten zuidwesten van het Fonteinplein, spreekt het meest tot de verbeelding vanwege de symboliek en de typische vorm. Het is absoluut op architectonisch vlak het indrukwekkendste project en is sterk verwant met het vogelverblijf van Marcus Terentius Varro Reatinus, gebouwd op zijn buitenverblijf in Casinum (Cassino, Italië).
De ingang was langs een voorportiek met vier zuilen en leidde naar een cirkelvormig hoofdgebouw, grotendeels in openlucht en omsloten door een hoge muur met een diameter van 44,20 meter. Dit is slechts 40 cm kleiner dan de diameter van het Pantheon. Het is concentrisch opgebouwd en te bewandelen langs een overdekte galerij met een breedte van 4 meter en omgeven door 40 Ionische zuilen. Deze colonnade liep langs een vijver die eveneens 4 meter breed was, waardoor de voet van elke zuil net onder water stond. Beweegbare houten bruggetjes zorgden voor de verbinding tussen het overdekte wandelpad en het eilandje in het midden met een doorsnede van 27 meter. Hierop bevonden zich verschillende bouwwerken, waaronder helemaal in het midden een soort baldakijn. Deze had vier hoekpilaren en vier bolvormige zijden – zoals een ingeduwd vierkant – en bestond uit ronde lijnen, cirkels, gebogen gewelven, colonnades en opeenvolgende concentrische ringen.
Rondom de baldakijn bevonden zich een lensvormige exedra en drie suites, die onderling met elkaar in verbinding stonden met kleine kamertjes. De verwarmde badkamer in het noorden was als enige afgezonderd van de rest. De overige suites waren een lounge of een bibliotheek, een eetzaal en nog een badkamer, perfect uitgerust met wasplaatsen en een fontein. Op het eiland waren er 22 gegroefde Ionische zuilen, in tegenstelling tot 40 gladde Ionische zuilen van de overdekte colonnade.
De naam Teatro Marittimo is misleidend te noemen, want het suggereert dat het een theater was. In feite was het gewoon een villa op een eiland. Tot op de dag van vandaag weten we nog steeds niet wat de functie was, maar theorieën bestaan er wel. Volgens sommigen was het een zwembad, anderen beweren dat Hadrianus zichzelf graag terugtrok en zich volledig wilde isoleren van de buitenwereld. Dit is zeer aannemelijk aangezien men de houten bruggen door middel van wielen kon optrekken, en de buitenste concentrische muur 9 meter hoog was. Bovendien waren er in de buitenste muur zes passages, waarvan twee door een opgaande trap en vier door een scherpe bocht in de doorgang, vakkundig verdoezeld werden uit het zicht.