Marianne Riksen Walraven (Nijmegen, 1 maart 1949) is een Nederlands ontwikkelingspsycholoog en pedagoog, gespecialiseerd in vroege kindontwikkeling en pedagogische kwaliteit in de kinderopvang.

Studie en loopbaan Riksen-Walraven studeerde van 1967 tot 1973 psychologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Haar promotieonderzoek van 1974 tot 1977 betrof een experimentele interventiestudie met 100 ouder-kindparen waarin zij de responsiviteit van ouders in het eerste levensjaar onderzocht.

In 1998 werd ze benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam op de leerstoel ‘Theorievorming en empirisch onderzoek op het gebied van de kinderopvang’. In 2000 werd zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen benoemd tot hoogleraar (persoonlijke leerstoel ‘Ontwikkelingspsychologie, in het bijzonder de vroegkinderlijke ontwikkeling’).

Ze specialiseerde zich in de ontwikkeling en professionalisering van de kinderopvang in Nederland. Zij benadrukte de pedagogische kwaliteit in de kinderopvang en zorgde met de vier pedagogische basisdoelen voor een theoretisch kader dat wettelijk werd verankerd.

In 2014 ging zij met emeritaat.

Vier pedagogische basisdoelen Riksen-Walraven formuleerde vier pedagogische basisdoelen:

Het bieden van emotionele veiligheid, met onderscheid in drie bronnen voor de veiligheid van kinderen: vaste, vertrouwde professionals; bekende groepsgenootjes en inrichting van de omgeving. Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties, zoals zelfstandigheid, veerkracht, zelfvertrouwen en flexibiliteit die kinderen in staat stellen om allerlei typen problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden. Persoonlijke competentie omvat ook de competenties van kinderen op verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals de motorische, creatieve (spel, muziek) en de taal- en cognitieve ontwikkeling. Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties. Dit omvat een scala aan sociale kennis en vaardigheden, zoals het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen, en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. Het bieden van de mogelijkheid om zich regels, waarden en normen eigen te maken.

In 2005 zijn deze vier pedagogische basisdoelen vastgelegd in de beleidsregels voor kwaliteit van kinderopvang. Sinds de wet IKK (2018) zijn de pedagogische basisdoelen wettelijk vastgelegd.

Categorie:Nederlands psycholoog Categorie:Nederlands pedagoog