Nell Bronger (Rotterdam 30 maart 1878 - Amsterdam, 23 juli 1935) was een Nederlandse (toneel)kostuumontwerper en autodidactisch kostuum historicus. Zij was getrouwd met de decorontwerper en kunstenaar Frits Lensvelt met wie zij nauw samenwerkte. Vanaf 1910 tot ca. 1915 had ze de artistieke leiding van het naaiatelier van de Amsterdamse Dagteeken- en Kunstambachtsschool voor Meisjes, een voorloper van de Gerrit Rietveld Academie.

Haar correspondentie, aantekeningen en (een deel van haar) ontwerpen en kostuums worden bewaard in de theater collectie van het Allard Pierson Museum.Brongers papieren archief wordt bewaard als deel van de Lensvelt collectie

Haar werk werd meerdere malen tentoongesteld: op de Expositie De Vrouw 1813-1913 (Amsterdam, 1913), tijdens de Internationale Theater tentoonstelling (Stedelijk Museum Amsterdam, 1922), op de tentoonstelling ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van Stadsschouwburg Amsterdam (1934) en op de tentoonstelling ‘Licht als leidraad, leven en werk van Frits Lensvelt’ (Amsterdam, Theater Instituut Nederland en Drents Museum, Assen, 2007).

Leven en werk Jeugd Veel is over Nell Brongers (Petronella Maria) jeugd niet bekend. Ze was het tweede kind in het grote gezin van Peter Harmannes Bronger (1850-1919)Huwelijksbijlagen Rotterdam akte 1876.574, bevattende uittreksel geboorteregister Emden en Overlijdensakte ’s-Gravenhage, registratienummer 1505, aktenummer 2869 en Cornelia Koens (1855-1922).Geboorteregister Rotterdam, akte 1855.2474 en overl. 23-1-1922. Bron: Rotterdamsch Nieuwsblad 25-1-1922 Hij, oorspronkelijk afkomstig uit het Noord-Duitse Emden, was directeur van een houtmaatschappij, de Overzeesch- Hardhout Import Maatschappij. Gezien de verhoudingen tussen de kinderen en hun moeder zoals die blijkt uit hun volwassen correspondentie was het een warm en harmonieus gezin.

Bronger volgde na de HBS waarschijnlijk een tekencursus aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, tegenwoordig de Willem de Kooning Academie. Waarschijnlijk want zeker is dat ze rond 1900 in Rotterdam tekenles gaf.Zoals blijkt uit de condoleancebrief van Jan Hendrik Plantenga aan Frits Lensvelt, 10 januari 1935, Theatercollectie Allard Pierson Museum, archief Lensvelt, nr. 9.2

left|thumb|Top Naeff, foto afkomstig uit Amsterdams Stadsarchief Net als haar latere man Frits Lensvelt raakte Bronger in 1907 betrokken bij de studenten toneelproductie van Ware-Nar of Warenar. Ze leerde niet alleen hem daar kennen maar ook haar twee hartsvriendinnen, de schrijfster Top Naeff en de kunstcritica van de NRC, Jo Zwartendijk.https://research.rkd.nl/en/detail/https%3A%2f%2fdata.rkd.nl%2fartists%2f498298 De hoofdrol was voor de bekende beroepsacteur Willem Royaards die ook het stuk van P.C. Hooft regisseerde.

n.v. Het Tooneel 1908-1921 Toen die na het succes van Warenar een eigen gezelschap startte, de n.v. Het Tooneel,https://theaterencyclopedie.nl/wiki/N.V._Het_Tooneel in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt vroeg hij Bronger direct om voor hem als kostuum ontwerper te komen werken. Ze verhuisde naar de hoofdstad en haar kostuums trokken meteen de aandacht, zoals blijkt uit dit bericht in De Courant/Nieuws van de Dag (7 september 1908) naar aanleiding van de allereerste professionele productie die ze aankleedde:

[...] De eer der fraaie kostuums in Adam in Ballingschap is, bij de bespreking, gebracht aan wien zij niet toekomt. Van wel ingelichte zijde wordt bericht, dat de eer toekomt aan juffrouw Nell Bronger, dezelfde die geroemd werd om de kostuums voor Hoofts Warenar. Juffrouw Nell Bronger heeft voor de kostuums gezorgd in samenwerking met den schilder, den heer P. de Moor. [...]

Er zouden talloze producties volgenZie de Brongerpagina in de theaterencyclopedie: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Nell_Bronger en Brongers naam en faam groeiden mee. Al in 1909 besteedde de schrijver J.H. Rössinghttps://theaterencyclopedie.nl/wiki/J.H._Rössing een artikel aan haar in zijn serie Nieuwe betrekkingen voor vrouwen voor De Groene Amsterdammer.de Groene Amsterdammer, 24 januari 1909, pag. 5 Het geeft een mooi inkijkje in de gepassioneerde manier waarop ze haar nieuwe beroep beoefent. Een voorbeeld:

thumb|Openluchttheater Bergen aan Zee, 1911, Adam in Ballingschap, kostuums Nell Bronger [...] Waar juffr. Nel Bronger zich vooral aan tracht te houden, in overleg met den regisseur Royaards, is om te werken naar historische gegevens die de schilders uit de verschillende landen en tijden ons in hun werk hebben nagelaten. Zoo heeft zij inderdaad voor Warenar zich strikt gehouden aan schilderijen van Hoofts tijdgenooten, - zonder evenwel uit het oog te verliezen, dat door de tooneelverlichting, de kleur van het schilderij niet steeds is nabij te komen. Zwart en wit b.v. zijn kleuren die op het tooneel altijd gaten maken. Waar bij de costumeering vooral op dient gelet, is naar haar idee de kleurharmonie van costumes en décor en van costumes onderling. De historische getrouwheid moet dus dikwijls worden opgeofferd, terwijl zij meent, dat schilders, de goeie tenminste, zich al evenmin streng er aan gehouden hebben. [...] Om Nachtasyl goed en echt Russisch te kleeden is ze naar een der booten van de Holland-Amerika-lijn gegaan en heeft daar van Russische landverhuizers, jassen, broeken, kielen, mutsen, laarzen, enz. gekocht en die te Amsterdam laten ontsmetten en reinigen. Elckerlyc weer haar idee. Kleuren, snit enz. Alleen om Elckerlyc echt Middeleeuwsch te kleeden, is ze naar Antwerpen en Brugge gegaan om daar de kennismaking met de Primitieven te hernieuwen en gegevens voor vorm en kleur van kleederen te verzamelen.

In 1910 werd ze gevraagd de artistieke leiding op zich te nemen van het nieuwe naaiatelier dat door de Dagteeken- en Kunstambachtsschool voor Meisjes werd opgericht.zoals blijkt uit een artikeltje in het Algemeen Handelsblad van 9 februari 1910 Ze deed dat waarschijnlijk tot ca. 1915. In 1914 werd Nell Bronger in elk geval nog door de school gebruikt om reclame te maken:

[...] Dat de dames, die een vijfmaandschen cursus volgen, in zoo’n korten tijd niet tot volleerde naaisters kunnen worden, ligt voor de hand, maar wel komen ze allen zoo ver, dat ze voortaan haar eigen kleeding kunnen vervaardigen en dat is toch de bedoeling. Ook profiteeren deze leerlingen van de artistieke leiding van Nell Bronger, en dat is alleen al een cursus waard.Algemeen Handelsblad, 20 juni 1914

Met Frits Lensvelt, die in 1909 ook in dienst was gekomen van de n.v. Het Tooneel, werkte ze steeds nauwer samen. In 1912 volgde hun eerste echt grote succes met de opvoering van Joost van den Vondel's de Gijsbrecht van Aemstel. Decor en kostuums maakten zoveel indruk dat ze nog jaren in opvoeringen gebruikt werden.

Zoals theaterhistoricus Ben Albach in 1938 schreef:

left|thumb|Actrice Jacqueline Royaards-Sandberg in haar rol als Badeloch in het drama van Joost van den Vondel: [...] De kleurencombinaties der costuums van Nell Lensvelt-Bronger waren bijzonder mooi; zij kwamen in de warme, goudgele belichting voor den neutralen achtergrond, prachtig uit. De ensceneering deed denken aan middeleeuwsche handschriften of schilderijen; het sterk uitgesproken décoratieve karakter van het geheel toonde verwantschap met het werk van Derkinderen. Gijsbregt was gekleed in een roodachtig costuum en een wijden mantel met een zwart en wit geblokten rand; Badeloch droeg een zeer statig en vorstelijk pauwblauw gewaad. Gozewijns met de hand geborduurd overkleed, dat slechts een oogenblik te zien kwam, was op zichzelf reeds prachtige sierkunst. Nog in 1933 heeft deze ensceneering dienst gedaan.:Drie eeuwen Gijsbreght van Aemstel. Kroniek van de jaarlijkse opvoeringen., Amsterdam, N.V. Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij, 1937

Ook Royaards echtgenote, Jacqueline Royaards-Sandberg, die de rol van Badeloch lang voor haar rekening nam, herinnerde zich tientallen jaren later:

Het decor van de Gijsbrecht was eenvoudig en voornaam. In de kamer van Badeloch stond een monumentale stoel, die je met een trede besteeg; hij stond, vanuit de zaal gezien, rechts; links stond een bank. Vanuit de duistere zoldering hing een grote, ronde kaarsenkroon in het midden; de achterwand was een enorm gobelin. In deze duistere stilte was de vermoeide Badeloch in haar stoel in slaap gevallen in haar prachtige gewaad om naar de kerk te gaan. Kan men zich een mooier beeld denken? En in die stilte komt Gijsbrecht binnen in de rood-met-zwart gekleurde wapenrok. Daar vertelt Badeloch haar angstige droom en tracht Gijsbrecht haar gerust te stellen. Daar beleven zij samen korte tijd de grote innigheid van geluk na die vreselijke tijd van oorlog, kort, want hun gesprek is nauwelijks uit, of zij krimpen ineen door de roep van: Wapen! Wapen! Herinneringen Amsterdam, Erven Thomas Rap, 1979, pag. 92

thumb|De Heks van Haarlem (Frederik van Eden), 1915, V.l.n.r. Anna Sablairolles, Louis Saalborn, Oscar Tourniaire, Willem Royaards, Elias van Praag, Co Balfoort en mevrouw Royaards. Kostuums: Nell Bronger. Decor Frits Lensvelt In 1913 had Bronger een klein aandeel in de grote tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Ze ontwerpt de kostuums voor de dames die de koningin ontvangen en foto's van haar ontwerpen worden getoond.zie Vries, J. de, redactie, Nederland 1913, een reconstructie van het culturele leven, Amsterdam, Meulenhoff/Landshoff i.s.m. het Frans Hals Museum, 1988,

Eind 1913 wordt ze uitgebreid geïnterviewd in het Algemeen Handelsblad naar aanleiding van de kostuums in een stuk dat zich afspeelt in drie verschillende periodes.Mijlpalen (Milestones) van Arnold Bennett en Edward Knoblock Het geeft goed weer hoe Bronger haar vak beoefende, in welke omstandigheden en biedt ook enig inzicht in haar persoonlijkheid.

[...] Nell Bronger is een van die werkende vrouwen in Nederland, wier arbeid van zich doet spreken, omdat die hoog staat. Niet alleen uit een oogpunt van artisticiteit maar ook van deugdelijkheid. Niets dilettanterigs heeft haar werk; het draagt het stempel van ernst en degelijkheid: Wij Nederlandersch mogen trots zijn op zoo’n landgenoote. “Wat wilde u eigenlijk weten?” vroeg ze mij, toen ik in haar werkkamer in de Pieter Pauwstraat zat. “Er viel voor mij niets aan te ontwerpen. ’t was louter een quaestie van costuumkunde, om precies te weten wat in dien en dien tijd gedragen werd. [...] "Wat denkt u wel van de moderne vrouwenkleeding?“ "Oh”, antwoordde Nell Bronger, “ik vind wel, dat we iets vooruit gaan. De tijd van niets dan blauwe en bruine en grijze mantelpakken is wel zoowat voorbij. Er worden al meer kleuren gedragen, gelukkig.” thumb|Openlucht voorstelling, Park Sonsbeek, Arnhem, Oedipus, kostuums Nell Bronger, decor Frits Lensveltleft|thumb|Openlucht voorstelling, Park Sonsbeek, Arnhem, Oedipus, kostuums Nell Bronger, decor Frits Lensvelt: “Die costuums uit (deel) III, waren die ook volgens uwe aanwijzing?” “Nee, met de moderne toiletten bemoei ik me heel weinig. Daar zorgen de actrices zelf voor, al word ik natuurlijk wel eens geraadpleegd. De costuums voor stukken als Mejonkvrouwe de la Seiglière, Mercadet, Adam in Ballingschap, Oedipus en dergelijke, dat is mijn speciale afdeeling. Die ontwerp ik allemaal zelf.” “Dat lijkt me ontzaglijk moeilijk.” “Och ja, zoo een twee drie gaat dat natuurlijk niet; maar zoo heel erg behoef ik er me toch niet voor in te spannen. ’t Moeilijkste is om te zorgen, dat de costuums niet alleen onderling, maar ook met de omgeving harmonieeren. En dan is er natuurlijk telkens weer nieuw werk. Nauwelijks is het eene af, of ik ben weer aan ’t andere bezig. Voor dit seizoen staan Faust, Julius Caesar en Oedipus op ‘t programma. Het ontwerpen en teekenen doe ik meestal thuis, maar de costuums worden hier in de Pieter Pauwstraat gemaakt. Ik heb een naaister en een kleermaker, en die maken alles wat er noodig is. [...]Uit: Algemeen Handelsblad, 25 oktober 1913, “Van Vrouwen en Vrouwenkleeding –Nell Bronger”