Vilvoorde (Frans: Vilvorde) is een stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. De stad telt ruim 48 000 inwoners en is hiermee de op één na grootste van de provincie. Vilvoorde ligt aan de Zenne en het Zeekanaal Brussel-Schelde en was traditioneel een industriestad. De gemeente wordt gerekend tot de streek Brabantse Kouters. Vilvoorde is vergroeid met de Brusselse agglomeratie en is aldus een typevoorbeeld van een voorstad.https://www.routeyou.com/nl-be/location/view/47544791/vilvoorde

Geschiedenis Ontstaan Vilvoorde ontstond op de plaats waar de Romeinse heirbaan van Asse naar Elewijt de Zenne kruiste. Hiervoor bestond er waarschijnlijk ook al een Nervische nederzetting op deze plaats, waar de Zenne gemakkelijk doorwaadbaar was.

Middeleeuwen Sinds het einde van de twaalfde eeuw begon Vilvoorde zich te ontbolsteren tot een kleine stad. Vilvoorde was de inzet van een langdurige rivaliteit tussen de hertogen van Brabant en de heren van Grimbergen. Om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen, verleende hertog Hendrik I van Brabant in 1192 de stad een vrijheidskeure. De vrijheidskeure liet Vilvoorde toe de stad te omwallen en de ambachtelijke producten vrij te exporteren. Deze relatieve onafhankelijkheid en de rechten die men als inwoner kreeg, lokten heel wat mensen naar Vilvoorde. In 1208 liet hertog Hendrik I van Brabant de Woluwe omleiden van Diegem via Machelen naar Vilvoorde om de hertogelijke molens van water te voorzien.Vilvoorde Erfgoed Vlaanderen

Het hoogtepunt van zijn bloei beleefde Vilvoorde in de 14de eeuw. De stad was een belangrijk centrum dat met Leuven en Brussel wedijverde om de belangrijkste stad van Brabant te worden. Exemplarisch hiervoor is het huwelijk van Lodewijk van Male, de latere graaf van Vlaanderen, met Margaretha van Brabant, dochter van de hertog van Brabant, op 6 juni 1347 in Vilvoorde. Uit deze periode dateren verschillende grote bouwwerken. In 1357 werd de stad helemaal omwald. Deze vesten hadden vijfentwintig wachttorens en vier poorten. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Goede-Hoopkerk werd gestart in 1342. Het hertogelijk kasteel werd gebouwd in 1375, voornamelijk om te functioneren als staatsgevangenis, maar ook om defensieredenen in de concurrentiestrijd met Brussel en Leuven. De centrale ligging zorgde ervoor dat Vilvoorde militair een sleutelpositie kon innemen. In de 14de eeuw werd Vilvoorde een militair hoofdkwartier en een legerstandplaats, wat het tot in de 21ste eeuw gebleven is.

De handel en de lakennijverheid waren in volle bloei. Tegelijkertijd groeide ook het belang van de Zenne als verkeersader voor het goederenvervoer. De stedelijke nijverheid was voornamelijk gebaseerd op de lakennijverheid en de zandsteengroeves in de buurt. Deze laatsten gebruikten Vilvoorde als binnenhaven op de Zenne.

Vroegmoderne Tijd miniatuur|William Tyndale op de brandstapel in Vilvoorde. Uit: Foxe's Martyrs. Vanaf de 15de eeuw beleefde Vilvoorde een geleidelijke achteruitgang. Een algemeen verval van de lakennijverheid in Vlaanderen, de ontvolking ten gevolge van epidemieën, godsdienstoorlogen en de sterke concurrentie van de sterk groeiende buur Brussel vormen hiervoor de belangrijkste redenen.

Op 6 oktober 1536 kwam de Engelse protestant William Tyndale die de eerste Engelse Bijbelvertaling verzorgde, te Vilvoorde op beschuldiging van ketterij op de brandstapel terecht. Op 14 september 1568 wordt Jan van Casembroot onthoofd in opdracht van de hertog van Alva. Jan was edelman, dichter en secretaris van graaf van Egmont. Nadat in 1586 het convent van de karmelietessen in Steenvoort (Peutie) werd vernield, hervestigde de kloosterorde zich in het vervallen Sint-Niklaasgasthuis op de Meer (Leuvensestraat).Historische stadskern van Vilvoorde, Inventaris Onroerend Erfgoed, Agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid)

Ondertussen sluimerde de stad langzaam maar zeker in om te verworden tot een onbelangrijk provincienest. Het kasteel viel tot puin, de kerken konden niet meer onderhouden worden, de statige herenhuizen vervielen. Dit verval zou blijven aanhouden tot in de 19de eeuw, toen de stad onder de impuls van de Industriële Revolutie een snelle opgang kende.

Aan het einde van de achttiende eeuw werd het vervallen kasteel afgebroken en vervangen door wat toen als de tweede 'moderne' gevangenis van de Zuidelijke Nederlanden werd beschouwd: het Tuchthuis.

19e eeuw miniatuur|De Spuymolen in 1844, in 1872 gesloopt voor een verbreding van de Zenne. Vilvoorde was een van de eerste Europese steden die genoot van de nieuwe industriële ontwikkeling van de late 19de en vroege 20ste eeuw. Vilvoorde ontwikkelde zich geleidelijk tot een belangrijk industriecentrum. De ligging op enkele kilometers van de hoofdstad en de gemakkelijke verkeersverbindingen stimuleerden die opbloei. In 1835 werd de eerste spoorweg op het vasteland getrokken tussen Brussel en Mechelen, en werd Vilvoorde een van de eerste stopplaatsen. De Willebroekse vaart, die ca. 1830 verdiept werd, zag weldra meerdere fabrieken aan haar oevers gevestigd. Het gebied tussen de Zenne, het kanaal en de spoorweg was een uitgelezen vestigingsplaats voor nieuwe industrieën die gebruik konden maken van de unieke combinatie van verbindingswegen. In het midden van de 19de eeuw werden grote openbare werken tot stand gebracht. Wat overbleef van de middeleeuwse stad moest hiervoor verdwijnen. De resten van de oude wallen en poorten werden gesloopt en geëffend, de Zenne werd buiten de stad gelegd. Het begijnhof, de Pastoorstraat en de Kattestraat verdwenen en in de plaats kwamen brede lanen en pleinen. Het Hanssenspark werd aangelegd en voor de nieuwe rijken werd een nieuwe wijk gebouwd aan het station. Als bekroning werd in 1870 het oude stadhuis van 1489 afgebroken en een nieuw neoclassicistisch stadhuis gebouwd.

In de winter van 1871-1872 moest Vilvoorde afrekenen met een tyfusplaag.

In 1893 werd de watertoren ingehuldigd door koning Leopold II en tussen 1893 en 1896 werd de Zenne overwelfd. Later kreeg deze nog een nieuwe, meer westelijke bedding. De vroegere bedding liep juist ten westen van de Vissersstraat en onder de huidige Zennelaan. In 1898-1899 werd het Hanssenspark aangelegd op de plaats van de voormalige stadsomwalling en vestingvijver.

20e en 21e eeuw miniatuur|Voorgevel van voormalig bedrijf Fobrux Haren (Fonderies Bruxelloises) thumb|Gebouwen van Woestijnvis en Humo, voormalig bedrijvencentrum L'Industrielle In de 19de eeuw had Vilvoorde nog overwegend een provinciaal karakter. De industriële expansie in de 20ste eeuw zou de stad een metamorfose doen ondergaan. De Willebroekse vaart voldeed niet meer aan de moderne scheepvaart. Zij werd van 1900 tot 1922 verbreed en verdiept tot een zeekanaal, geschikt voor schepen van 105 meter lengte en 5,80 meter diepgang. Vilvoorde kreeg een binnenhaven langs het kanaal, later nog met een havendok uitgebreid. De kanaalzone werd de geschiktste plaats voor de vestiging van nieuwe fabrieken.

Bedrijven met klinkende namen vestigden zich in Vilvoorde: Kantfabriek Legrand (textiel, 1864-1982) in de stationswijk Hanssens-Hap (eerst textiel, later maalderij en voedingswaren) Delacre (koekjes, 1880-1992) Favier (in de volksmond ’t Poeierke, buskruit, 1887-1919), nu de Kruitfabriek. Duché (chemie, 1890-heden) Molens Drie Fonteinen (maalderij, 1893-1984) aan het kanaal Fondu (auto's, 1906-1912/1915), daarna La Mondiale (jaren 10 - jaren 30) Forges de Clabecq (cokes, 1912-1986) ten noordwesten van het centrum Ça-va-seul (poetsmiddelen, 1919-1989) Fobrux (metaalgieterij, 1920-1970) vlak bij de grens met Haren National Radiator Company en Ideal Standard (sanitair) in de Radiatorenstraat Scapi (sanitaire kranen en fittings) Almo Luxe (keukengerei) Levis (verf), nu AkzoNobel L’Industrielle (bedrijvencentrum, 1924-1970), gebouwen nu in gebruik door Woestijnvis, Humo en Play Media en de Kruitfabriek. Renault (auto's, 1925-1997) Van Leeuwen Buizen (1947-heden)

Gas- en cokesfabrieken en elektriciteitscentrales zorgden voor de nodige energie: stedelijke gasfabriek (later Sibelgas) naast de kerk in het centrum van de stad (later gesloopt voor de bouw van assistentiewoningen) gas- en cokesfabriek van Forges de Clabecq thermische centrale van Electrabel, gebouwd in 1960 als de centrale thermique de Pont-Brûlé door Interbrabant en in 2009 verkocht aan E.ON

De verschillende fabrieken in Vilvoorde werden bediend door de Chemin de Fer Industriel, die actief was van 1908 tot 1996.

In het begin van de twintigste eeuw werd de Schaarbeeklei aangelegd, waarop op 26 september 1908 de Brusselse tramlijn 58 verlengd werd van het Liedtsplein in Schaarbeek tot in Vilvoorde. In Vilvoorde maakte de tram een lus door het centrum van Vilvoorde via het Heldenplein, Nowélei, Leuvensestraat, Grote Markt, Bergstraat en Portaelsplein. De Grote Markt fungeerde als eindpunt van de tramlijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er door het NSKK in de Telegraaf-kazerne een opleidingsschool voor het NSKK gevestigd. Zowel Nederlanders als Vlamingen werden er tot chauffeur of bijrijder opgeleid. Na de oorlog werd de kazerne gebruikt door het Belgische leger. De kazerne, gelegen aan de Kazernestraat, werd in de jaren tachtig afgebroken.Alex Dekker, 'Ook gij behoort bij ons! Het NSKK in de Lage Landen', Meppel 2013

Het industriegebied is intussen nog flink uitgespreid over verscheidene zones o.a. tussen het station en de autosnelweg E19. Meer dan 100 bedrijven hebben zich in de industriezones gevestigd. De industriële expansie ging gepaard met een snelle bevolkingsaangroei. In het midden van de 19de eeuw telde Vilvoorde een 7.000-tal inwoners, in de 21ste eeuw is dit aangegroeid tot meer dan 40.000 inwoners.

In 1972 werd een nieuwe verhoogde kanaalbrug, de Europabrug, in gebruik genomen.

De economische recessie in de jaren 1970 sloeg in het sterk geïndustrialiseerde Vilvoorde erg hard toe. Verscheidene belangrijke bedrijven sloten hun deuren. Vilvoorde torste het imago van lelijke, verouderde industriestad. De enorme site van Forges de Clabecq werd aan het einde van de jaren 80 gesloopt, maar de nodige sanering werd pas twintig jaar later uitgevoerd. Rond dezelfde tijd werd gestart met de overwelving van de Zenne in Vilvoorde. In 1992 werd de Brusselse stadstram verbannen uit het centrum, vanwege instortingsgevaar van de kerk op het Heldenplein, om in 1993 definitief te verdwijnen uit Vilvoorde. Op de locatie van de hoofdkazerne aan de Mechselsesteenweg, in 1987 afgebroken, werd in de eerste helft van de jaren 90 het Tyndalepark aangelegd.

Na de sluiting van de Renault-fabriek in 1997, werd een kentering ingezet met de start van de renovatie van de O.L.V.-kerk, die tientallen jaren zou duren, en de heraanleg van de Nowélei en het Heldenplein. In de 21ste eeuw werd er op dezelfde weg doorgegaan met onder andere de volledige heraanleg van het cultureel centrum Bolwerk en de eerste uitvoeringen op terrein van het Watersite-project. Dit laatste project werd opgestart in 1998 als antwoord op de sluiting van Renault Vilvoorde en heeft als doel de oude industriegronden langs het kanaal, brownfields, te saneren en er nieuwe stadswijken aan te leggen. Dit deed het inwonersaantal al fel stijgen (tot meer dan 40 duizend), en zal dit nog meer doen wanneer meer delen van het project worden opgevuld. Vooral de nabijheid van Brussel is een sterke aantrekkingsfactor.

Geografie Kernen en wijken miniatuur|De wijk 'Broek' ligt niet ver van de Viaduct van Vilvoorde. Braakliggend terrein voor nieuwe wijk '4 Fonteinen'. De gemeente telt naast Vilvoorde zelf nog deelgemeente Peutie.

Ondanks zijn beperkte grootte kent Vilvoorde toch verschillende wijken die elk een specifiek karakter hebben. Behalve de wijk Far-West is er nog het Faubourg en de wijk Broek. Aan de westzijde van het kanaal Brussel-Schelde, vindt men het gehucht Drie Fonteinen en de wijk Kassei.