miniatuur|Zacharov in 1940 miniatuur|Zacharov in 1945 miniatuur|Zacharov in Duitsland in 1958 als opperbevelhebber van de Groep van Sovjetstrijdkrachten in Duitsland miniatuur|Zacharov met zijn kleindochter Masja in 1968 miniatuur|Zacharov in 1971 miniatuur|Het graf van zijn eerste vrouw op de Novodevitsjibegraafplaats in Moskou miniatuur|Postzegel van de Sovjet-Unie uit 1978 miniatuur|Russische postkaart uit 1998 miniatuur|De Maarschalk Zacharovstraat in Sint-Petersburg

Matvej Vasiljevitsj Zacharov (Russisch: ) (Vojlovo bij Staritsa, 17 augustus 1898 – Moskou, 31 januari 1972) was een maarschalk van de Sovjet-Unie en held van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog.

Oktoberrevolutie Zijn ouders waren boeren. In 1904 verhuisde het gezin naar Petrograd, waar de vader als timmerman ging werken. In 1913 studeerde hij af aan zijn school in Kalinin en ging hij als monteur werken in een fabriek in Petrograd. In 1916 ging hij bij de bolsjewieken. In 1917 werkte hij bij Siemens & Halske en ging hij bij de Rode Garde van Petrograd. Hij bestormde tijdens de Oktoberrevolutie op 6 en 7 november 1917 mee het Winterpaleis. Bij Poelkovo sloeg hij mee de contrarevolutionaire opstand van Aleksandr Kerenski en Pjotr Krasnov neer. In december 1917 werd hij lid van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij.

Russische Burgeroorlog Zacharov ging bij het nieuw gevormde Rode Leger van de Sovjet-Unie en studeerde in 1918 af aan de voor de tweede keer georganiseerde artilleriecursus van Petrograd. Hij kreeg dan het bevel over een batterij artillerie van het 10e Leger bij Tsaritsyn. Hij vocht in de Russische Burgeroorlog als commandant van een batterij onder Kliment Vorosjilov tegen de Witten: de troepen van generaal Anton Denikin en de witte kozakken in de Noordelijke Kaukasus en bij Stavropol.

Vanaf maart 1919 was hij commandant van een bataljon artillerie. Vanaf juli 1919 was hij stafchef van de artillerie van de 39e divisie fuseliers van het 10e leger. Vanaf september 1919 was hij chef artilleriebevoorrading van de 48e en 50e divisie fuseliers. Vanaf september 1920 was hij assistent-stafchef van de 101e brigade fuseliers voor de operationele eenheid van de 34e divisie fuseliers. Hij nam mee Tsaritsyn in. Hij vocht aan de zuidoostelijke en Kaukasische fronten. In juni 1919 raakte hij gewond. In de zomer van 1919 volgde hij een korte opleiding aan de Hogere school voor de staf. In 1920-1921 vocht hij in de Noordelijke Kaukasus. Hij vocht rond de Zwarte Zee samen met Jozef Stalin, Semjon Boedjonny en Kliment Vorosjilov.

Interbellum Sinds november 1921 was hij adjudant van de commandant van de 82e brigade infanterie van de 28e divisie infanterie. Hij diende in de 28e divisie infanterie als adjudant van de commandant van de 82e brigade infanterie, commandant van een opleidingsbatterijpeloton, assistent-stafchef voor het operationele deel van het 83e en 74e regiment infanterie. In 1924 voltooide hij de cursus van Charkiv voor commandanten. Vanaf november 1924 was hij senior assistent voor het operationele deel van de stafchef van de 25 divisie infanterie. In juni 1928 - november 1932 werkte hij op het hoofdkwartier in het Militair district Wit-Rusland als assistent-chef en hoofd van de organisatie- en mobilisatieafdeling van de bevoorradingsafdeling van het districtshoofdkwartier. Van juli 1933 tot februari 1936 was hij hoofd van de operationele afdeling van het hoofdkwartier van het Militair district Wit-Rusland.

In 1928 studeerde hij af in logistiek aan de Froenzeacademie en in 1933 aan de operationele afdeling en leerde er Rodion Malinovski kennen. Hij was dan stafchef van het militair district Wit-Rusland onder Aleksandr Jegorov en Jeronim Oeborevitsj. Hij werd dan commandant van een regiment van de 8e divisie fuseliers. In februari - oktober 1936 voerde hij het bevel over het 22e infanterieregiment van de 8e infanteriedivisie van het Militair district Wit-Rusland. Hij studeerde in 1937 af aan de Academie van de generale staf van het Rode Leger, in de "maarschalkcursus" waar vier toekomstige maarschalken van de Sovjet-Unie, zes legergeneraals, acht kolonel-generaals en een admiraal studeerden. Toen hij in juli 1937 afgestudeerd was, werd hij stafchef van het Militair district Leningrad bij Boris Sjaposjnikov. In 1938 was hij eerst plaatsvervangend stafchef van het Militair district Odessa en vanaf mei 1940 stafchef.

Tweede Wereldoorlog Van 22 juni tot 28 juni 1941 was hij stafchef van het 9e Leger. Hij stelde een opmerkelijke en voor die tijd riskante daad: nadat hij uit de beschikbare gegevens de conclusie had getrokken over het gevaar van een Duitse aanval op de Sovjet-Unie, beval hij laat in de avond van 21 juni 1941 om de troepen van zijn district in verhoogde staat van paraatheid te brengen, om grensversterkingen te bezetten en troepen terug te trekken uit plaatsen van permanente inzet en om alle vliegtuigen naar andere vliegvelden te verplaatsen. Het begin van de oorlog bevestigde de juistheid van dit bevel: de troepen van zijn district vermeden een nederlaag en gingen op een georganiseerde manier de strijd aan. Toen Duitse vliegtuigen het permanente vliegveld van zijn regiment bombardeerden op de ochtend van 22 juni, vernietigden ze maar één vliegtuig, dat de dag ervoor niet naar een ander vliegveld kon vliegen door een panne. De Luftwaffe kon enkel toeslaan op de vliegvelden in Bendery en Grosoelovo, waar de vliegtuigen niet konden opstijgen omdat regen de startbaan overstroomd had.A. I;Pokrysjkin, “De luchtoorlog”

Van 10 juli tot 4 augustus 1941 was hij stafchef van het opperbevel van het Noordwestelijk Front. Sinds augustus 1941 was hij plaatsvervangend hoofd van de hoofddirectie logistiek van het Rode Leger. Tot het einde van de oorlog diende hij vanaf december 1942 als stafchef van het Kalininfront, vanaf april 1943 van het Reservefront, vanaf juni 1943 van het Steppefront en van oktober 1943 tot mei 1945 van het 2e Oekraïense Front. Hij boekte onder commandant Ivan Konev en nadien Rodion Malinovski successen in 20 grote operaties als bij Belgorod-Charkiv, Kirovograd, Korsoen-Sjevtsjenko, Oemansk-Botosjanska, Iasi-Chisinau, Debrecen, Boedapest, de Slag om Wenen en het Praagoffensief.

Oorlog tegen Japan Toen Duitsland verslagen was, werd Zacharov in juli 1945 naar het oosten gestuurd als stafchef van het Transbaikal Front waar hij de Operatie Augustusstorm plande voor Aleksandr Vasilevski. Jozef Stalin stelde voor om Zacharov te benoemen tot stafchef van het opperbevel van de Sovjettroepen in het Verre Oosten, maar hij weigerde zelf en vroeg om hem aan te laten blijven als stafchef van het Transbaikalfront.S. M. Sjtemenkon, Memoires Tijdens de Sovjet-Japanse oorlog in augustus 1945 voerde het front met succes de offensieve operatie Chingan-Moekden uit en bereikte in korte tijd de diepe achterkant van het Japanse Kanto-leger met grote mobiele eenheden.

Koude oorlog In september 1945 na de dood van Boris Sjaposjnikov werd Zacharov commandant van de academie van de generale staf, plaatsvervangend hoofd van Stavka, inspecteur van het leger en commandant van het Militair district Leningrad. Vanaf oktober 1945 was Zacharov het hoofd van en professor aan de Hogere Militaire Academie. Van 1947 tot 1952 was hij plaatsvervanger op het 2e congres van de Opperste Sovjet van de Russische Federatie. Vanaf januari 1949 was hij plaatsvervangend chef van de militaire inlichtingendienst GROe. Vanaf juli 1952 was hij hoofdinspecteur van het Sovjetleger. Vanaf mei 1953 was hij commandant van het Militair district Leningrad. Van 1954 tot 1972 was hij plaatsvervanger op het 4e en 7e congres van de Opperste Sovjet van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. In november 1957 werd hij opperbevelhebber van de Groep van Sovjetstrijdkrachten in Duitsland.

In januari 1960 kondigde secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie Nikita Chroesjtsjov aan dat in twee jaar 1.200.000 man, waaronder 250.000 officieren gedemobiliseerd zouden worden. De Opperste Sovjet keurde dit op 14 januari goed. Rodion Malinovski en Zacharov steunden dit en alle anderen zwegen. In april 1960 verving Zacharov de in ongenade gevallen Vasili Sokolovski als hoofd van Stavka. In 1961 werd hij lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. In maart 1963 onthief Chroesjtsjov hem uit zijn functies en maakte hem opnieuw hoofd van de Militaire Academie van de Generale Staf zoals 18 jaar tevoren, omdat hij sliep in vergaderingen.

In november 1964, toen Leonid Brezjnev de macht van Chroesjtsjov had overgenomen en Sergej Birjoezov in een vliegtuigongeluk was omgekomen werd Zacharov opnieuw hoofd van Stavka. In 1967 overlegde hij in Egypte met Gamal Abdel Nasser om het Egyptische leger herop te bouwen na de nederlaag tegen Israël in de Zesdaagse Oorlog. In 1970 bezocht hij met een Sovjet militaire delegatie Noord-Korea. Vanaf september 1971 ging hij met pensioen met de eretitel inspecteur-generaal van de groep van inspecteurs-generaal van het Ministerie van Defensie van de Sovjet-Unie. Hij leed aan diabetes en kanker. Hij overleed op 31 januari 1972. De urn met zijn as is bijgezet in de Kremlinmuur-necropolis op het Rode Plein in Moskou.https://nl.findagrave.com/memorial/11851243/matvei-vasilevich-zakharov

Militaire graden Kolonel 2 december 1935 Brigadecommandant 16 juli 1937 Divisiecommandant 22 februari 1938 Komkor 2 september 1939 Generaal-majoor 4 juni 1940 Luitenant-generaal 30 mei 1942 Kolonel-generaal 20 oktober 1943 Legergeneraal 29 mei 1945 Maarschalk van de Sovjet-Unie 5 augustus 1959

Onderscheidingen

Sovjet-Unie 20px 20px 2 x Held van de Sovjet-Unie 8 september 1945 en 22 september 1971 60px 5 x Leninorde 21 februari 1945, 8 september 1945, 21 juni 1957, 2 februari 1958 en 22 februari 1968 60px Orde van de Oktoberrevolutie 16 augustus 1968 60px 4 x Orde van de Rode Banier 22 februari 1938, 31 december 1942, 3 november 1944 en 6 november 1947 60px 2 x Orde van Soevorov, 1e klasse 13 september 1944 en 28 april 1945 60px 2 x Orde van Koetoezov, 1e klasse 27 augustus 1943 en 22 februari 1944 60px Orde van Bogdan Chmelnitski 1e klasse 17 mei 1944 60px Orde van de Rode Ster 31 december 1939 60px Jubileummedaille voor XX Jaar Rode Leger van Arbeiders en Boeren

Tsjecho-Slowakije 20px Gouden Ster van een Held van de CSSR 28 april 1970 60px Orde van Klement Gottwald 60px Orde van de Witte Leeuw 60px Orde van de Vrijheid 60px Tsjechoslowaaks Militair Kruis (1939) 60px Medaille "Voor het versterken van de wapenbroederschap" 60px Herinneringsmedaille Slag bij de Duklapas Medaille voor de 25e verjaardag van de Slowaakse Nationale Opstand

Mongolië 60px Orde van Suha Bator 60px Medaille voor de Victorie over Japan 60px Medaille voor de 30e verjaardag van de overwinning in de Slag bij Halhin Gol 60px Medaille voor 50 jaar Mongools Volksleger

Roemenië 60px Orde van de Ster van de Socialistische Republiek Roemenië 60px Orde "Bescherming van het Vaderland" 60px Orde van Michaël de Dappere 60px Medaille "Voor de bevrijding van het fascisme"

Hongarije 60px Orde van de Hongaarse Republiek 60px Orde van Verdienste van de Hongaarse Volksrepubliek 60px Orde van de Hongaarse Vrijheid

Joegoslavië 60px Partizanenster 60px Orde van Nationale Verdienste

Bulgarije 60px Orde van de Volksrepubliek Bulgarije Medaille "20 jaar Bulgaars Volksleger"

Polen 60px Orde Polonia Restituta

Noord-Korea 60px Orde van de Nationale Vlag

China 60px 2 x Medaille "Sino-Sovjet Vriendschap" (China)

Oordeel van tijdgenoten A. Kovtoen-Stankevitsj schreef: ”Hongaarse notities" Tijdschrift voor militaire geschiedenis 2008. Nr. 11 p. 59 – 62.

M. A. Milsjtein schreef:”Door de jaren van oorlogen en armoede” ITAR-TASS 2000

Georgi Zjoekov schreef:”Herinneringen en reflecties, RIA Novosti, 1978 p. 190

Jakov Tsjerevitsjenko schreef:”Oorlog. Mensen. Zege. 1941-1945”, Polizdat 1983, p. 231

Nagedachtenis