De functie drossaard of drost etymologie van drossaard deed in Friesland zijn intrede met de Saksische overheersing vanaf 1498. Enkele steden kregen een drossaard, die woonde in een militair steunpunt (kasteel of blokhuis) en het bevel voerde over de daar gelegerde soldaten. Hij had ook een bestuurlijke rol in de stad en in de naaste omgeving.
Voorgeschiedenis In de late middeleeuwen verleende het Heilige Roomse Rijk regelmatig volmacht aan een graaf, bisschop of hertog om gezag uit te oefenen over Friese gebieden, maar vanwege de Friese Vrijheid was dat gezag in de praktijk meestal weinig effectief. Hollandse graven wisten eind 13e eeuw wel West-Friesland te onderwerpen. Door in dat gebied enkele dwangburchten te bouwen konden ze hun gezag daar handhaven. In het begin van de 14e eeuw hadden ze in Westerlauwers Friesland een sterke positie in Stavoren.O. Vries 1986, hoofdstuk 2 pp. 28-36: Het rijk en de aanspraken op Friesland van de Hollandse graven De graaf verbleef daar tijdens zijn bezoeken aan Friesland op ’s-Gravenhofstede, waarop een verdedigbaar stenen huis (stins) was gebouwd. Van daaruit ondernam de graaf in de 13 eeuw soms een gerechtsreis naar Franeker, waarbij hij onderweg langs de stinzen trok van hem goed gezinde Friese edelen. Herhaalde pogingen om naar Hollandse gewoonte baljuws te benoemen die grietmannen en schouten onder zich hadden, stuitten op fel verzet. Om dat verzet te breken organiseerde de Hollandse graaf Willem IV een veldtocht. Bij Warns, ten noorden van Stavoren, sneuvelde hij en daarmee verdween de meeste grafelijke invloed in Friesland.
De Friese gewesten beriepen zich steeds nadrukkelijker op de hen al eerder toegekende Rijksonmiddellijkheid. Niettemin benoemde in 1398 Albrecht van Beieren weer enkele baljuws, maar die hebben niet of nauwelijks gefunctioneerd.P. N. Noomen pp. 110, 116 en 118 Het Friese verzet was zo fel, omdat ze de hoogste rechtsmacht niet aan ambtelijke bestuurders van de graaf wilden afstaan. Het zou de macht van de Friese adel inperken en de onderlinge machtsverhoudingen verstoren.P. N. Noomen p. 86, In 1409 en 1410 benoemde de graaf van Holland (Willem VI) een slotvoogd op het kasteel van Stavoren die tegelijk kapitein en kastelein was en het bevel voerde over de soldaten die de graaf daar had gelegerd.Groot Placaat en Charterboek van Vriesland deel 1, pp. 369 en 371: In 1409 Jan van Heemsteden de jongere, in 1410 Jan Huygens In 1411 werd de stad heroverd door de Friezen en kwam er definitief een eind aan de invloed van Hollandse graven. Wel laaiden de twisten tussen Schieringers en Vetkopers op.
Onder Saksen en Habsburgers (1498 - 1580) Met de verovering van Friese landen in 1498 maakte hertog Albrecht van Saksen een einde aan de twisten en de Friese vrijheid. Hij werd in Friesland en Groningen als heer erkend. In het gevolg van de hertog kwamen diverse edelen mee, die een rol kregen bij de invoering van de Saksische bestuursorganisatie. De voertaal werd Nederduits. De Saksen legerden soldaten op de bestaande blokhuizen en belangrijke stinzen en Caspar Ziegler werd benoemd tot bouwmeester van Friesland met de opdracht vooral aandacht te besteden aan de versterking en uitbreiding van het blokhuis in Harlingen. Verder was Ziegler van 1498 – 1501 kastelein op het Harinxmahuis te Sloten en was hij verantwoordelijk voor Zevenwouden en enkele grietenijen. Van 1501 – 1503 was hij ambtman in Harlingen.Ambtman werd gebruikt als algemene naam van iemand die de hertog vertegenwoordigde, speciaal in Noord-Nederland, vooral in Gelderland (Nijmegen en Arnhem) en Overijssel en Drenthe, werd de naam gebruikt voor de landsheerlijke ambtenaar, die elders schout, in Vlaanderen en Brabant ook meier werd genoemd. In sommige grotere rechtsdistricten werd ook de drost ambtman genoemd (b. v. in Twente).
In 1515 droegen de Saksen het lastige Friesland over aan de Habsburgers. In de woelige periode tot 1522 was er in elk geval sprake van een blokhuis in Dokkum, Leeuwarden, Sloten, Harlingen en Lemmer.Mol pp. 51, 123, 128, 148, 162 In Dokkum werd namens stadhouder Floris van Egmond in 1516 Tjaerd van Burmania als drossaard aangesteld; hij werd in 1517 vervangen door Johan Goltstein, die door hertog Karel van Gelre werd aangesteld. Ook Franeker kende in het eerste kwart van de 16e eeuw een ambtman/drossaard. Sigmund von Maltitz (1509) en Fabian von Drackstorff waren hoogstwaarschijnlijk ook raadsheer bij het Friese Hof.O. Vries p. 35 noot 66 Sebastiaan van Schonenburg (1526) werd later grietman van KollummerlandGerben Wierda, Een trilogie: Van Goorle, Martena en Harinxma, It Beaken jiergong 76 2014 nr. 2/3 p. 181 en Arend Booth (1527 en 1528), eerder baljuw in Den Haag, was drossaard en kastelein in Franeker en daarnaast waarnemend grietman van Het Bildt.W. Visscher, Verveningen en verveners in Friesland (Dokkum 2015)
De belangrijkste blokhuizen voor het beheersen van Friesland werden uiteindelijk die in Leeuwarden, Harlingen en Stavoren. In deze drie plaatsen werd het ‘blokhuis’ uitgebreid tot een ommuurd complex met diverse gebouwen, o.a. een kazerne, een opslag voor wapens en munitie, een woning voor de drossaard en een kerk. In Harlingen en Stavoren was de drossaard meestal ook grietman van een aan de stad grenzende grietenij. In Stavoren zat hij vaak als olderman in het stadsbestuur en in Harlingen is dat in elk geval één keer vermeld.Oude benaming van verschillende overheidspersonen in de Friese en Saksische landstreken, hetzij rechters, vertegenwoordigers der gemeente in stadsregeeringen, of hoofden van gilden en ambachten Leeuwarden werd de zetel van de stadhouder en daar werd het blokhuis beheerd door een kastelein of maarschalk die aanvankelijk ook zitting had in het Friese Hof en in het stadsbestuur van Leeuwarden. Later was daar wel eens een combinatie met de luitenant-stadhouder.
blokhuis Harlingenperiode Naam naam blokhuisfunctie nevenfuncties1501 - 1503 Caspar Ziegler ambtman 1504 - 1509 Bernhard Metsch ambtman grietman Barradeel en Hennaarderadeel1509 - 1512 Hans von Grumbach ambtman grietman Barradeel1512 - 1541 Fritz von Grombach (zu Estenfeld) ambtman grietman Barradeel, overste dijkgraaf van Westergo 1542 - 1546 Jan van Egmond van Merestein drossaard grietman Barradeel1546 - 1560 Christoffel van Sternsee drossaard grietman Barradeel 1560 - 1575 Georg van Espelbach drossaard grietman Barradeel, olderman Harlingen1575 - 1576 Hernando de Bustamante drossaard grietman Barradeel, luitenant-stadhouder1577 - 1578 Peter Sickinghe drossaard grietman Barradeel, olderman Harlingen1578 - 1580 Hendrick van Oyenbrugge drossaard grietman Barradeel
blokhuis Leeuwardenperiode Naam naam blokhuisfunctie nevenfuncties1499 - 1500 Dr. Dietrich von Witzleben kastelein kanselier bij het Friese Hof1500 - 1505 Hans von Grumbach kastelein, hofmaarschalkvanaf 1504 ambtman van Leeuwarden; raadsheer bij het Friese Hof1506 - 1512 Fritz von Grumbach (zu Estenfeld) hofmaarschalk ambtman van Leeuwarden; raadsheer bij het Friese Hof1512 - 1517 Mr. Gijsbert van Baexen slotvoogd raadsheer bij het Friese Hof1517 - ???? Johan Jansens Barbier kastelein ???? - 1564 Jh. Balthaser van Warkutsch maarschalk 1564 - 1567 Engelbert van EnsseIn de Friese literatuur meestal Evert Ens genoemd. maarschalk luitenant-stadhouder 1567 - 1571 Segher, heer van Groesbeecke, Ridder maarschalkAdriaan Potter is dan de kastelein luitenant-stadhouder1571 - 1572 Matthijs Boom maarschalk 1572 - 1572 Gerrit Blockzijl maarschalk 1572 - ???? Caspar de Robles maarschalk luitenant-stadhouder 1572 – 1573, stadhouder 1573 – 15761576 - 1578 Jan van Mathenes de Wybisma maarschalk 1579 - 1580 Johan van Schaegentresoar toegang 3 inventarisnr. 484: Gdeputeerde Staten van Friesland dragen jonker Johan van Schaegen voor als maarschalk van het blokhuis in Leeuwarden, 20 juni 1579. maarschalk
blokhuis Stavorenperiode Naam naam blokhuisfunctie nevenfuncties1400 - 1401 Walraven I van Brederode burggraaf heer van Brederode1409 - 1410 Jan van Heemstede de jongere kapitein en kastelein 1410 - ???? Jan Huygens kapitein en kastelein ???? - 1526 Rudolph van Buynou (of Bünau) drossaard grietman Gaasterland 1526 - 1544 Hans Metsger drossaard grietman Hemelumer Oldeferd, olderman Stavoren1545 - 1574 Frederick de Hoorn drossaard grietman HemelumerOldeferd, olderman Stavoren1574 - 1577 Martin Bayart drossaard grietman Hemelumer Oldeferd, olderman Stavoren 1577 - 1580 François van Pipenpoy drossaard grietman Hemelumer Oldeferd, olderman Stavoren
Nadat stadhouder Rennenberg was overgelopen naar de Spaanse koning werden de blokhuizen in Leeuwarden, Harlingen en Stavoren ontmanteld, om te voorkomen dat de stadhouder daar soldaten kon legeren. Daarmee kwam in Friesland een eind aan de functie drossaard met een militaire opdracht.
Tijdens de republiek (1580 – 1795) Op het vasteland van Friesland kwam in deze periode de drossaard niet meer voor, wel op enkele eilanden. In 1580 kwam alle kloostergoed aan de Staten van Friesland en daaronder viel ook het eiland Schiermonnikoog. Namens de Staten bestuurde een voogd het eiland en hij zat ook het plaatselijk gerecht voor. In 1638 werd het eiland tegelijk met enkele andere kloostergoederen door de Staten verkocht. De eigenaar werd Johan Stachouwer, o.a. heer van Rijsbergen. De koop was inclusief het zeerecht, de impositiën, de civiele en criminele justitie. De Staten van Friesland behielden de soevereiniteit.Groot placaat en charter-boek van Vriesland deel 5 p. 450, 451. Op 25 juli 1640 werd Stachouwer beëdigd als heer van Schiermonnikoog en daarmee was het eiland een heerlijkheid geworden. Hij benoemde een drossaard en liet de eilanders acht personen voordragen waaruit hij vier burgemeesters koos. Drossaard en burgemeesters bestuurden met de heer het eiland en oefenden de rechtspraak uit.tresoar 13-31 Nedergerecht Schiermonnikoog.
In 1399 was Terschelling door de graaf van Holland beleend aan Jan van Arkel en in 1414 werd Gerard van Heemskerk ermee beleend. Leden van het geslacht Popma hadden het meeste land op het eiland, ze oefenden het schoutsambt uit en hadden in feite de heerschappij. Die moesten ze in 1502 op last van Philips de Schone afstaan aan Cornelis van Bergen. Deze vermaakte het eiland aan de stadhouder van Friesland graaf van Aremberg. Diens zoon Karel verkocht het in 1615 aan Holland. Oost- en West-Terschelling hadden ieder hun bijzondere rechtbank, maar dezelfde drossaard. (Omstreeks 1750 was het Andries van Vossen, raadslid in de vroedschap en burgemeester van Enkhuizen en gecommitteerde van de Raad ter Admiraliteit in het Noorderkwartier. Hij had een plaatsvervanger op het eiland, waarvan hij ook rentmeester was.) Oost en West hadden elk twee burgemeesters en zeven schepenen.Isaak Tirion, Hedendaagsche Historie etc. 18e deel (Amsterdam 1750) pp. 612-615
Van de Bataafse revolutie tot het Koninkrijk der Nederlanden (1795 – 1813)