miniatuur|De slak speelt van oudsher een belangrijke rol in de geneeskunde. Slakken (gastropoda) behoren vanwege hun helende eigenschappen sinds mensheugenis tot de farmacopee in de geneeskunde. Het gaat hierbij voornamelijk om het slakkenslijm van de wijngaard- en segrijnslak. Maar ook andere tuinslakken, Afrikaanse reuzenslakken (in het bijzonder de Achatina fulica) en naaktslakken worden van oudsher voor farmaceutische en cosmetische doeleinden gebruikt.

In de 20e eeuw is de commercie met het imago van de helende slak aan de haal gegaan door de verkoop van huidcrèmes, hoestdrankjes en therapeutische behandelingen. Toch is er nog veel onduidelijkheid over de exacte farmaceutische eigenschappen van de diverse stoffen in de slak. Wetenschappelijk onderzoek daarover in de geneeskunde en cosmetica is dan ook nog altijd gaande. Zo worden slakken onder andere in oncologisch onderzoek gebruikt en zijn zeeslakken van de kegelslakkenfamilie (Conidae) vanwege hun natuurlijke gif onderwerp van onderzoek en ontwikkeling voor de vervaardiging van nieuwe pijnstillers.

Geschiedenis Klassieke oudheid miniatuur|Een mozaïek van een mand slakken uit de 4e eeuw in de Basiliek van Aquileia Reeds in de oudheid werd de tuinslak therapeutische eigenschappen toegedicht en in de geneeskunde gebruikt. Ze werden onder meer geassocieerd met vrouwelijkheid en vruchtbaarheid en hun geneeskrachtige eigenschappen werden gebruikt om daaraan gerelateerde ziekten te behandelen.

Hippocrates stelde slakkenslijm voor tegen protocellose.Guimard (2006)

Aulus Cornelius Celsus, auteur van De Medicina (1e eeuw na Christus), wat beschouwd wordt als de oudstbekende farmacopee, beschreef de slak als medicijn in diverse vormen. Aan vrouwen met hysterie schreef hij een substantie voor dat bestond uit slakken die met huis en al verbrand en verpoederd en met honing vermengd was. Als verzachtende crème schreef hij gekookte slak voor.Cadart (1955), p.66 Slakken verplet met hun huisje zouden als bloedstoller fungeren., Of Medicine in Eight Books, vertaald naar het Engels in het kader van Project Gutenberg.

Plinius schreef dat huisjesslakken de snelheid van de bevalling verhoogt. Tot pulp vermalen zou het een prima middel zijn om pijn bij brandwonden, abcessen en andere wonden te bestrijden. Slakken werden aangeraden bij neusbloedingen en maagpijn, en diverse andere pathologische aandoeningen. Vrouwelijke scrofulose zou genezen kunnen worden met oude gedroogde en gepelde slakken. Aan patiënten met maagpijn werd gekookte en boven een kolenvuur gegrilde slakken voorgeschreven, die met wijn moest worden gegeten. Slakken uit Afrika zouden hiervoor het beste zijn, maar ze moesten wel in een oneven aantal worden bereid. Slakken drinken zou goed zijn bij bloed spugen. Slakken eten werd voorts voorgeschreven aan personen die leden aan hoogtevrees, flauwvallen en krankzinnigheid. Hiervoor moesten de slakken in de schelp worden geplet en met wijn worden verwarmd worden. Plinius merkte overigens ook op dat sommige slakkenmiddelen misschien lachwekkend waren, maar toch niet genegeerd konden worden omdat ze door derden waren aanbevolen. Dus schreef hij dat de behandeling waarbij pijlen uit het lichaam gedreven werden bevorderd kon worden door het uitwendig aanbrengen van een rat, doormidden gesneden hagedis, of geplette huisjesslakken of naaktslakken op boombladeren. Slakkenuitwerpselen vermengd met wijn en olie zouden als afrodisiacum werken.

Galenus raadde slakken aan tegen hydrops fetalis. Voorts bestond in de antieke oudheid het idee dat de slak instinctieve kennis heeft van sommige remedies: Zo zou volgens Ambrosius een slak, wanneer hij slangendarmen eet en het binnendringen van gif voelt, zichzelf genezen met oregano. En zou een slak, wanneer het in een moeras terechtgekomen was, in staat zijn het juiste tegengif te vinden en zou het de kracht van reddende kruiden kennen.Bonnemain (2005)

Middeleeuwen miniatuur|De slak in de gevel van Dieu-Lumière, een apotheek in Reims. In de christelijke Middeleeuwen werden levende wezens in twee categorieën verdeeld: zij die aan God en zij die aan de duivel toebehoorden. Het geval van de slak was onduidelijk: enerzijds werd de slak vergeleken met een worm dat uit rot voortkomt, wat een symbool van luiheid en lafheid zou zijn; aan de andere kant was het een symbool van vernieuwing, van wedergeboorte omdat het elke lente weer uit de aarde tevoorschijn komt, wat geassocieerd werd met het verstrijken van de tijd. Ondanks deze dubbelzinnige representatie maakte de slak deel uit van de middeleeuwse farmacopee.

De Benedictijnse abdis Hildegard van Bingen schrijft in haar Liber divinorum operum dat de koude aard van de slak hem in staat stelt het brandende gevoel van infecties te verminderen: als iemand door ongedierte verteerd werd, zou men slakkenhuizen verpoederen en dit poeder op de plaats van de wormen moeten aanbrengen. De wormen zouden volgens haar sterven en de patiënt zou genezen.

Min of meer in dezelfde periode meende men dat dieren de mens in remedies voorzagen, maar dat ze tevens als voorbeeld dienden hoe remedies toe te passen. Zo zouden apothekers van de slak geleerd hebben hoe pillen gemaakt moeten worden: de gewoonte van naaktslakken die zich tot een bal zouden vormen bij een zonne-eclips en zich daarbij in de aarde te wentelen, zou als voorbeeld dienen voor het maken van pillen. Dit gold voor zowel de vorm als de wijze van bescherming: de pillen werden net als de slakken voorzien van een omhulsel van een vaste stof waarmee ze in bronzen kisten bewaard werden., Nos premiers maîtres dans l'art de guérir, Revue d'histoire de la pharmacie (1913), nr. 3 , p. 54.

18e eeuw Ambroise Paré beval aan om slakken te consumeren tegen miltvuur.Cadart (1955), p.67

Robert Boyle raadde in zijn Medical experiments (1712) aan om roodachtige, of ten minste zwartachtige naaktslakken tot een pasta te pletten en dit aan te brengen op wratten op vingers.

In Aristotle’s compleat and experienc’d midwife (1730) suggereerde William Salmon vrouwen die leden aan een baarmoederverzakking, een rookbehandeling op basis van slakkenvellen.

Slakkenwater miniatuur|Slakkenwater-recept uit 1728 in een receptenboek "voor gebruik door goede echtgenotes, zachtmoedige moeders en voorzichtige zusters". (1728), A collection of above three hundred receipts in cookery, physick and surgery; for the use of all good wives, tender mothers, and careful nurses. London, p.119. Het met huis en al geplette rauwe slak was een door de eeuwen heen vaak gebruikte middel tegen diverse kwalen. De in de 18e-eeuwse farmaceutische literatuur verschenen 'slakkenwater' is hiervan een uitloper. Ook dan zou het een remedie zijn tegen diverse aandoeningen, zoals wondinfecties, toevallen en stuiptrekkingen. In Mary Kettilby's handboek (1728) en een decennium later in de Farmacope (1738) van Nicolas Lémery worden recepten voor slakkenwater gegeven.

Voor de vervaardiging van slakkenwater (Frans: l'eau de limaçons) schreef laatstgenoemde dat de slakken in hun schelp gewassen en met een marmeren vijzel geplet moesten worden. De puree zou dan in een grote glazen pot gedaan worden, die op bain-marie gezet werd en waaraan verse ezelsmelk toegevoegd zou worden. Het geheel moest dan met een houten spatel goed gemengd worden, waarna het twaalf uur zou rusten om te gisten, alvorens het te destilleren. Het gedistilleerde water zou dan enkele dagen in een glazen fles aan de zon blootgesteld worden, en daarna in de fles bewaard. Het verkregen slakkenwater zou een verfrissende bevochtiger zijn, nuttig tegen geïrriteerde huid, en kon worden gebruikt om het gezicht te wassen. Het zou ook inwendig nuttig zijn tegen bloeduitspattingen die met tuberculosis gepaard gaan, alsook tegen glomerulonefritis. De dosering zou tussen de honderd en zeshonderd gram liggen.

Getuige overgeleverde handgeschreven recepten, was slakkenwater een wijdverspreid middel die men thuis voorbereidde. Toch gaf Kettilby in haar handboek ook het recept voor een siroop voor mensen met slepende aandoeningen zoals tuberculosis, waarvan zij claimde dat het zelfs effectiever was dan slakkenwater: Deze werd gemaakt van huisjesslakken, die wederom met huis en al geplet moesten worden. De pasta werd vermengd met suiker en in een filterzak gehangen tot alle suiker gesmolten en uit de zak gelekt was. De patiënt moest twaalf lepels innemen wanneer hij de hoest voelde opkomen. (1728), A collection of above three hundred receipts in cookery, physick and surgery; for the use of all good wives, tender mothers, and careful nurses. London, p.178.

19e eeuw miniatuur|Karikatuur uit 1844 waarin een nieuwe hoestcrème wordt vervaardigd. Een van de vele ingrediënten is de slak. In de 19e eeuw ontstond een hernieuwde belangstelling voor het farmaceutisch en medisch gebruik van slakken. Dit blijkt in het bijzonder uit het werk van George Tarenne, die in 1808 een boek publiceerde over slakken en hun vermogen om hernia's te genezen. Hij vermoedde dat de samentrekkende of adstringerende kracht, en het herstellende vermogen van slakkenwater hernia-openingen deed dichten. Zijn bevindingen zou echter niet beklijven in de medische wereld.Cadart (1955), p.72

In 1817 vermeldde het Nouveau Dictionnaire d'Histoire Naturelle nog maar eens officieel dat slakken voor geneeskundige doeleinden gebruikt konden worden. Met name slakkenbouillon zou goed zijn ter bestrijding van long- en keelaandoeningen. Ook zouden vrouwen zich ermee insmeren om het huid glad en glanzend te houden.

In deze periode werden slakken in rozenkransen geregen en als winkelbord bij de ingang van apotheken opgehangen.Cadart (1955), p.68

Oscar Figuier (1840) schreef dat slakken een dierlijk slijm bevatten, die, ondanks de relatieve onbekendheid van de chemische samenstelling, door enkelen met vertrouwen gebruikt werd tegen borstziekten. Soms zou zelfs rauwe slakken voorgeschreven worden, hoewel dat volgens Figuier walgelijk zou zijn. Hij gaf ook aan dat verschillende artsen therapeutische ervaring hadden met slakken: Chréstien, Pourché, Legrand, Simon en Flin gebruikten allen slakkenmiddelen tegen tuberculose. Figuiers boek zou diverse nuttige farmaceutische formuleringen voor slakkenmiddelen voorschrijven in de vorm van slakken, suiker, tabletten, siroop, slakkenpasta en slakkenchocolade. Deze formuleringen werden voorgeschreven bij hardnekkige verkoudheden, tuberculose, acute en chronische borstkwalen en darmirritaties. Slakkenzalf was alleen bestemd voor uitwendig gebruik om kloofjes en zweren te behandelen.

In 1874 schreef Dr. Reynes dat een patiënt die het laatste stadium van marasmus heeft bereikt makkelijk enkele tientallen rauwe slakken kan verteren, zelfs al kan zijn verzwakte maag nauwelijks nog ezelsmelk verdragen.miniatuur|Etiket van een negentiende-eeuws potje slakkencrème.In Dorvault, een farmaceutisch naslagwerk uit 1877, werd verschillende slakkenproducten vermeld: slakkenpasta met ezelsmelk, Quelquejeu-slakkenpasta, Figuier of de Mure-slakkenpasta, Figuier of de Mure-slakkenstroop, Figuier-slakkenpasta, en Baron-Barthelemy-slakkenpasta.

Helicine Figuier was de eerste die helicine, de meest kenmerkende geneeskundige bestanddeel van de slak, afzonderlijk beschreef: het was de doorzichtige gele olie met zwavelachtige geur dat verkregen kon worden door de slak met ether te behandelen. Het werd vooral uit de Helix pomatia gehaald, maar kon ook aan andere grote slakkensoorten onttrokken kon worden.