De bestorming van Felix Meritis is de aanval in 1956 van een anticommunistische menigte op Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het gebouw was het onderkomen van de Communistische Partij van Nederland, ook redactie en drukkerij van haar spreekbuis, het dagblad De Waarheid waren er gevestigd. Als reactie op het gegeven dat de Nederlandse communisten de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije steunden waren er dagenlang grootschalige rellen rond het pand. De ongeregeldheden duurden van 4 tot 6 november 1956. Kleinere ongeregeldheden door de hele stad zouden in de daaropvolgende maanden nog volgen.

Aanleiding thumb|Restanten van de inval: twee kapotte ISU-152 geschutwagens en een T-34 tank in District VIII van Boedapest. De reden voor de bestorming gaat terug naar 23 oktober van dat jaar. In de Volksrepubliek Hongarije breken in de nacht van 23 op 24 oktober protesten uit in de hoofdstad Boedapest.If then is now, Rellen bij Felix Meritis Geraadpleegd op 4 februari 2021Ons Amsterdam, 4 november 1956. Amsterdammers bestormen Felix Meritis Geraadpleegd op 4 februari 2021 Vreedzame betogers van de Technische Universiteit Boedapest tonen hun solidariteit met de inwoners van het Poolse Poznań omdat in juni van 1956 een opstand daar bloedig was neergeslagen. De situatie escaleert in de dagen erna: tienduizenden inwoners van Boedapest sluiten zich spontaan aan bij de studenten, vlaggen met het staatswapen worden neergehaald en het embleem van de volksrepubliek eruit geknipt, de gehate rode sterren op officiële gebouwen worden neergehaald en zelfs een acht meter hoog standbeeld van Jozef Stalin dat op het Heldenplein staat, moet eraan geloven als het uit zijn sokkel wordt getrokken. Nadat Ernő Gerő de betogers "volksvijanden" noemt, die "er enkel op uit waren om de macht van de arbeidersklasse te ondergraven" en "de banden tussen onze partij en de roemrijke Sovjet-Unie te verbreken", loopt de situatie volledig uit de hand en veranderen de betogingen in een volledige opstand. Het leger deelt wapens uit aan de opstandelingen, die hun woede nu richten op de gehate geheime politie van het land - de Államvédelmi Hatóság, afgekort AHV. In de dagen die volgen moeten de gelegerde Sovjettroepen zich buiten Boedapest hergroeperen, wordt de regering van Gerő tot aftreden gedwongen ten gunste van Imre Nagy en treedt de nieuwe regering zelfs uit het Warschaupact.Andere Tijden, Terwijl Boedapest brandt dansen de communisten Geraadpleegd op 4 februari 2021VPRO, Hongaarse opstand 2: de reacties in Nederland Geraadpleegd op 4 februari 2021De Groene Amsterdammer, Rock-'n-roll in de aanval Geraadpleegd op 4 februari 2021

Als reactie op de opstand grijpt de Sovjet-Unie in om de orde in het land te herstellen en gezichtsverlies te voorkomen. Op 3 november wordt een Hongaarse delegatie onder leiding van de minister van Defensie Pál Maléter, die uitgenodigd is om in Tököl te onderhandelen, gearresteerd. De echte grote tegenreactie komt pas op 4 november 1956 als zeventien zwaarbewapende Sovjet-divisies worden ingezet om de opstand op brute wijze neer te slaan. Boedapest wordt omsingeld en de tanks rijden de straten binnen. De lichtbewapende Hongaarse burgers kunnen weinig uithalen en als gevolg daarvan vallen duizenden doden en gewonden en slaan zo'n 100.000 Hongaren op de vlucht naar Europa, waaronder Nederland.

In de hele wereld wordt met afschuw gereageerd op deze bloedige machtsovername. In Europa gaan duizenden mensen de straat op om in stille tochten hun steun te betuigen aan de Hongaren, ook in Nederland. Er zijn echter ook mensen die hun woede richten op communistische instellingen, in Nederland zijn dat het hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland (CPN) en hun dagblad De Waarheid, die al sinds 1947 in het gebouw van Felix Meritis hun onderkomen hebben. De redenen hiervoor zijn de laatdunkende en zelfs arrogante houding die de partij en het dagblad hebben getoond in de voorafgaande weken ten aanzien van de Hongaarse 'contrarevolutie' en de demonstranten, en omdat de CPN weigert afstand te nemen van de Sovjettroepen en de invasie. In een brochure stelt de CPN zelfs dat de situatie daar uit de hand is gelopen omdat "reactionairen en fascisten, gebruikmakend van onvrede onder de bevolking, hadden getracht het socialisme te vernietigen".

Gebeurtenissen 4 november Eerste confrontaties De inval in Hongarije eerder in de ochtend zorgt voor een groeiende verontwaardiging in Nederland, en voornamelijk Amsterdam, gedurende de middag- en avonduren. Toevallig is, op de dag dat de inval plaatsvindt, die ochtend net een filmdag van de Communistische Partij Nederland bezig in het Cinema Royal aan de Nieuwendijk. De film die wordt afgespeeld voordat CPN-partijvoorzitter Henk Hoekstra de bioscoop binnenloopt om Fred Bergveld, medewerker van de propaganda-afdeling van de partij, te waarschuwen, heet Tank Brigade, een Tsjecho-Slowaakse propagandafilm die de grote Sovjetoverwinning op Nazi-Duitsland verheerlijkt. "Afsluiten" zegt Hoekstra. Als Bergveld niet snel genoeg reageert op zijn instructie, herhaalt Hoekstra zijn woorden: "Afsluiten, kappen. We verwachten rottigheid in de stad." Na deze woorden ontruimt hij snel de zaal alvorens het duo snel naar het Felix Meritis gebouw loopt.IsGeschiedenis, Amsterdam en de Hongaarse opstand van 1956 Geraadpleegd op 4 februari 2021 Eerder die ochtend voelt de secretaris van de CPN-afdeling Amsterdam Wim van het Schip al aan dat het fout kan gaan als hij naar de radio luistert en intuïtief voelt hij dat hij naar Felix Meritis moet gaan. Hij belt rond 10:00 uur 's ochtends voor het verlaten van zijn huis nog met enkele leden van het partijbestuur. Hij wil weten of de dansavond van het ANJV (het Algemeen Nederlands Jeugd Verbond, ook wel bekend als de jonge communisten) nog wel door kan gaan. Het besluit is snel genomen: om mogelijke verdedigers van het gebouw te mobiliseren, moet de dansavond wel doorgaan. Na het gesprek stapt Van het Schip op de fiets en rijdt hij gehaast naar het partijgebouw. Hier treft hij slechts een tiental partijgenoten aan en realiseert zich al snel dat het gebouw met zo weinig mensen onverdedigbaar is. Hij belt met meerdere mensen en spreekt met Hoekstra af dat ze gaan proberen om een aantal personen uit bioscoop Royal om hulp te vragen. Dit lukt en rond het middaguur zijn er enkele tientallen partijleden, die binnen afwachten op wat er komen gaat. Onder die leden bevinden zich ook Simon Schilp en Ger Harmsen. Hij is mede naar het gebouw gegaan omdat hij weet dat, na de volkswoede die ontstond over de Praagse Coup en de Koreaanse Oorlog, ook nu de kans groot is dat velen woedend zullen zijn. Het duurt niet lang of een paar nieuwsgierige voorbijgangers blijven hangen en kijken naar het hoofdkantoor, zowel vlak voor het gebouw alsmede vanaf de overkant op de Keizersgracht.

De partijleden wachten gespannen af wat er gaat gebeuren, maar de actie blijft vooralsnog uit. Hierop besluiten ze om zelf maar te roepen. Dit lokt een reactie uit van een woedende enkeling, gevolgd door een tweede persoon. Niet lang daarna is er sprake van een waar spreekkoor dat leuzen als "Moordenaars!" en "Verraders!" naar de CPN-leden roept. Een agent dringt er bij de demonstranten op aan om door te lopen waardoor het even stil wordt, maar daarna begint het geschreeuw opnieuw. De spanning stijgt en de groeiende menigte begint massaal de leus "De Waarheid kapot, Felix op slot!" te schreeuwen. Een geëmotioneerde Simon Carmiggelt loopt die dag richting Felix Meritis samen met zijn vrouw Tiny de Goey. Hun vriendin Mance Post volgt ze met hun kinderen en is tot haar verbazing getuige van zijn daad van protest. Als Carmiggelt namelijk langs Felix loopt, ziet hij een platte vitrine tegen het gebouw hangen met daarin een exemplaar van dagblad De Waarheid. Hij werpt een blik op de koppen en ziet dat de krant de opstandelingen als "reactionaire kapitalisten en conservatieve kerkleiders" afschildert. Hij wordt hier zo kwaad om dat hij een ruit van de vitrine ingooit. Enkele omstanders schreeuwen dat hij door moet lopen, maar hij weigert koppig. Kort daarop wordt hij met tegenzin door twee agenten gearresteerd voor zijn daad en zit hij op Politiebureau Singel tegenover een moedeloos ogende agent, die op vriendelijke en begripvolle wijze naar zijn verhaal luistert. Hij voorspelt dat er onrust in de stad zal zijn die avond en verlaat niet lang daarna het politiebureau nadat een rechercheur een proces-verbaal heeft opgemaakt. Als protestactie zal hij de hele week geen Cursiefje in Het Parool meer schrijven.

In Felix Meritis hebben zich inmiddels tientallen partijleden verzameld. Deze partijleden bestaan uit redacteuren van De Waarheid, technisch personeel en verschillende andere partijgenoten. Partijbestuurder Harry Verheij is druk bezig om de verdediging te organiseren want hij voorspelt al vroeg dat er 'een hoop trammelant' zal zijn, en dat die woede zal worden gericht op het hoofdkantoor. Hij is om die reden al in de loop van de ochtend naar de Keizersgracht gegaan om de leiding van de verdediging op zich te nemen en te coördineren. Als CPN-lid Wouter Gortzak rond 18:00 uur arriveert bij het gebouw, probeert hij langs de schreeuwende menigte te lopen en lukt het hem nog net om Felix binnen te komen zonder in elkaar geslagen te worden. Hij is nog geen minuut binnen of hij komt zijn grootmoeder en CPN-raadslid Rie Kogenhop in de gang tegen, evenals andere mannen met vastberaden gezichten. Ze roept dat hij naar huis moet gaan omdat het hier te gevaarlijk is maar hij houdt stellig vast aan zijn besluit: de partij staat boven alles en hij is vastberaden het gebouw met hand en tand te verdedigen.

Hans Daudt is ook op weg naar Felix Meritis na de berichtgevingen en ziet dat de ruit van de communistische boekhandel Pegasus aan de Leidsestraat het al heeft moeten ontgelden. Hij ziet duizenden mensen aan de Keizersgracht tegenover het gebouw staan: de gracht aan de kant van het gebouw zelf is afgezet bij de Berenstraat en de Runstraat dus de woedende menigte kan daar niet komen. Als hij zich langs de menigte wurmt om het gebouw te bereiken, merkt hij dat de meesten nieuwsgierig afwachten wat er gaat gebeuren: ze aarzelen wat heen en weer en praten met elkaar over de gebeurtenissen van die dag. Dan merkt hij op dat enkele honderden demonstranten zich klaarmaken om tot actie over te gaan. Deze demonstranten bestaan uit studenten, werkende jongeren en nozems die ongetwijfeld ook niet blij zijn met de inval, maar nu ook een goed excuus hebben om herrie te schoppen.

Escalatie