Valerius Cordus (Erfurt,Over zijn geboorteplaats denken niet alle biografen hetzelfde. Conrad Gesner (1561) noemt hem 'Valerius Cordus Simesusii' (uit Simtshausen, nu in de gemeente Münchhausen in Hessen); Meyer (1857b: 317) noemt Simtshausen (als 'Siemershausen'), en voegt eraan toe dat dat ook de geboorteplaats van zijn vader Euricius was, en dat hem van een later verblijf van zijn vader daar niets bekend is; Krause (1863: 28, noot 3) zegt dat het gezin in Erfurt woonde; Irmisch (1864: 315) geeft argumenten waarom de geboorteplaats niet Simtshausen maar Erfurt moet zijn, en dat Euricius Cordus vlak voor de geboorte van Valerius alleen (dus zonder zwangere vrouw) in Simtshausen was (Euricius Cordus doet er zelf uitgebreid verslag van in het gedicht Nocturnae periclitationis Hessiaticorum fontium Nymphis sacrum expiatorium poema), en dat Valerius ook door Belon een 'Erfurter' genoemd zou zijn; Ziegenspeck (1957) noemt zonder verdere toelichting Kassel, maar noemt bij zijn bronnen de Allgemeine Deutsche Biographie van 1876, waarin Adalbert Horawitz onterecht Euricius Cordus in 1515 in Kassel plaatst; Schmitz (1958: 261–262) geeft sterke argumenten dat Simtshausen in Hesse een verwarring moet zijn met de geboorteplaats van Euricius, en noemt Erfurt als enige andere optie; Schmitz (1981) noemt Erfurt; Kraft (2005: 272) noemt Erfurt; de Hessische Biografie (2020) zegt Erfurt. 18 februari 1515 – Rome, 25 september 1544) was een Duits arts, botanicus, farmacoloog en mineraloog. Hij was onder meer de auteur van de eerste Duitse farmacopee. Zijn uitgegeven werk, dat in zijn geheel pas na zijn dood verscheen, wordt geprezen om de heldere en gedetailleerde beschrijvingen die hij van planten en mineralen gaf. Hij was zeer goed thuis in de klassieke werken van Theophrastus en Dioscorides, maar anders dan zijn voorgangers concentreerde hij zich niet op die teksten maar op waarnemingen aan de echte planten. Albrecht von Haller zei van hem: "Primus plantas ad naturam, omissis veterum pigmentis, describere docuit." [Hij was de eerste die onderwees om planten naar de natuur te beschrijven, de oude verflagen (dat zijn de povere beschrijvingen die de klassieke auteurs gaven) buiten beschouwing latend]. (1771). Bibliotheca botanica 1: 282 (1909): 275
Levensschets Cordus werd in 1515 geboren als zoon van de dichter, botanicus en arts Euricius Cordus (1486–1535, doopnaam Heinrich Ritze) en Kunigunde Dünnwald, of Ralla, (1957): 358 dochter van een apotheker uit Frankenberg, die samen in totaal acht kinderen kregen, (2005): 271 waarvan Valerius de derde was. (1863): 27, noot 1
Vader Euricius Cordus EuriciusOmdat de levens van vader en zoon Cordus sterk met elkaar verweven zijn (zie (1925): 14) en kennis over het leven van de vader nodig is om details van het leven van de zoon te kunnen plaatsen (onder meer zijn geboorteplaats en zijn opleiding) volgt hier eerst een beschrijving in meer detail van vader Euricius Cordus. werd geboren op een boerderij in Simtshausen bij Münchhausen in Hessen. Zijn eigenlijke naam was Heinrich, wat hij zelf latiniseerde als 'Ricius', na 1513 op voorstel van de humanist en schrijver Konrad Muth (Mutianus Rufus) met het voorzetsel eu- (= goed) uitgebreid. Zelf voegde hij regelmatig 'Simesusius' (= uit Simtshausen) of een verbuiging daarvan aan zijn naam toe.Zijn naam werd nogal eens verward met die van Heinrich Urbanus, een tijdgenoot van hem, zie (1863): 3 en (1829): 285, noot 2. Ook Heinrich Eberwein, voor wie hij wel eens werd gehouden, was niet dezelfde persoon maar een tijdgenoot van hem, die zelfs in enkele van zijn gedichten werd genoemd, zie (1863): 4. Hij was de jongste van 13 kinderen, en gaf zichzelf daarom de naam 'Cordus' (= laatgeborene).Een andere mogelijkheid, namelijk dat 'Cordus' de latinisering van zijn vaders naam 'Kunz' of 'Cort' is, wordt door Dolezal (1957) als tweede optie genoemd. Dat wordt echter door Euricius Cordus zelf ontkracht in een van zijn gedichten, De se ipso, waarin hij de naam 'Cordus' verklaart, zie (1782): 283, noot **, al houdt Sänger (2016: 20–21) de mogelijkheid open dat de in De se ipso gegeven verklaring pas later door hem is bedacht bij een al gebruikte latinisering van zijn vaders naam. Euricius Cordus ging vanaf 1496 naar school, waarschijnlijk in Marburg, bij de Broeders van het Gemene Leven,Krause (1863: 6 en 1891a: 152–153) noemt eerst de Latijnse school in Frankenberg, maar dezelfde auteur verandert dat later (1892: 2), met redenen omkleed, en schrijft dan dat hij in 1505 van een broederschool ('Kugelherrn' ) in Marburg naar de Universiteit van Erfurt ging. Volgens Sänger (2016: 19, incl. noot 52 en 53) was de vermelding van de school in Frankenberg het gevolg van een persoonsverwisseling, die er ook toe geleid zou hebben dat Krause ten onrechte de naam 'Solde' als familienaam voor het boerengezin in Simtshausen opgaf. studeerde vanaf 1505, (1891a): 152 (1969): 8 aan de artiestenfaculteit van de Universiteit van Erfurt en ontving daar vermoedelijk in 1507 zijn bachelorbul. In 1508 trouwde hij. (1892): 4In met name oudere biografieën ( (1829): 286, (1863): 27, (1864): 315) wordt 1513 genoemd als het jaartal van zijn huwelijk. In 1892 brengt Krause dat echter terug tot 1508, op basis van een epigram van Cordus uit 1517, waarin hij aangeeft binnenkort zijn tiende huwelijksjaar in te gaan, zie (1892): 4. Van 1509 tot 1511 was hij rector van een school in de Altstadt van Kassel; (1907) (2016): 18 (2016): 120–121, noot 381Volgens Horawitz (1876) werd Euricius Cordus eind 1514 of begin 1515 rector van de school in Kassel, wat aanleiding zou kunnen zijn voor het opgeven van die stad als geboorteplaats van Valerius door Ziegenspeck (1957: 359). Eenzelfde functie aan de Stiftsschule St. Marien in Erfurt zou volgens Horawitz dan in 1517 of 1518 onmiddellijk op de betrekking in Kassel gevolgd zijn. Volgens Krause (1863: 43) vertrok hij later in 1515 naar Kassel, maar later (1892: 4) plaatst hij het verblijf in Kassel in de periode 1509–1513. Door Küch (1907) werd de periode, aan de hand van een brief van Cordus zelf, nog nader gepreciseerd, tot 1509–1511. hij werd er vermoedelijk om politieke redenenTe weten: zijn nauwe banden met het hof van Anna von Mecklenburg, in een periode, na de dood van haar echtgenoot Willem II van Hessen, waarin een strijd om de macht gaande was tussen Anna en Hofmeister Ludwig I von Boyneburg. Die laatste had de bevoegdheid om ambtenaren, waaronder ook het personeel van de stadsschool, te benoemen of ontslaan. in 1511 ontslagen. (2016): 139 In het jaar daaropvolgend was hij klerk van Anna von Mecklenburg in Felsberg. In 1514 verhuisde hij naar Leipzig,Joachim Camerarius de oudere verhaalt hierover als hij beschrijft dat hijzelf, Eobanus Hessus en Cordus in Leipzig zijn, zie (2016): 16. Van Eobanus Hessus is bekend dat die van de herfst van 1513 tot augustus 1514 in Leipzig verbleef, zie (1959). Eobanus Hessus (Koch), Helius. Neue Deutsche Biographie 4: 543–545 om daar colleges te gaan geven over zijn eigen gedichten, maar hij was tegen het eind van datzelfde jaar alweer terug in Erfurt. (1863): 36–37 In 1516 behaalde hij in Erfurt de graad van magister. (1857a): 247 Volgens sommige biografen woonde het gezin vanaf 1517 een paar jaar in Leipzig, waar Euricius zowel student als docent zou zijn geweest, en waar hij bevriend zou zijn geraakt met Joachim Camerarius de oudere, die in 1518 in Erfurt ging studeren. (1925): 15 Volgens andere biografen was hij vanaf 1517 rector van de Stiftsschule St. Marien in Erfurt, (2016): 121 en raakte hij pas in 1518 in die stad met Camerarius bevriend. (1969): 9 Zeker is dat Euricius vanaf 1519 in Erfurt geneeskunde studeerde. In 1521 ging hij met Georg Sturtz naar Ferrara waar hij bij Nicolas Leonicemus nog datzelfde jaar zijn doctorstitel behaalde. In 1523 werd hij stadsarts in Braunschweig, (1782): 286 (1969): 10 enkele jaren later in Emden. (1782): 287 (1829): 287 In 1527 accepteerde hij op verzoek van Filips I van Hessen een aanstelling als hoogleraar in de geneeskunde aan de net opgerichte Universiteit van Marburg, waar hij een botanische tuin liet aanleggen. Hij was tweemaal (1530 en 1533) (1969): 12 rector van de universiteit. Met zijn vooral satirische gedichten, die ook zijn collega's tot onderwerp hadden, maakte hij zich niet geliefd, en in 1534 verhuisde hij, vanwege een conflict met de universiteit, naar Bremen, waar hij stadsarts en leraar aan een gymnasium werd, maar al op 24 december 1535 overleed. Hij was een van de eerste botanici die ervoor waarschuwdenWaarschuwen is hier het juiste woord omdat Dioscorides en Theophrastus veelal geraadpleegd werden voor het medicinaal gebruik van de door hen genoemde planten, en dan is de juiste determinatie van de soort van groot belang: (1909): 273. dat de soorten die in de werken van Theophrastus en Dioscorides werden beschreven waarschijnlijk niet dezelfde waren als die in Midden-Europa voorkomen, omdat het Middellandse Zeegebied een ander floradistrict is. Hij verwoordde dat in de vorm van een lang gesprek tussen enkele geleerden, in het boek Botanologicon, dat in 1534 in Keulen uitkwam. (1534). Botanologicon, Keulen, Johann Gymnich
Opleiding Van Valerius' jeugd wordt gezegd dat hij door zijn vader vanaf de wieg met kruiden werd omgeven. Van zijn moeder is bekend dat ze, als apothekersdochter, ook zeer goed thuis was in de kruidenleer en in de farmacie. Haar rol in zijn opvoeding wordt door biografen echter niet genoemd. Diverse bronnen (1829): 291, (1862): 11, (1981): 413, (2005): 272 vermelden dat Valerius Cordus in 1527, dus als 12-jarige, zijn studie aan de Universiteit van Marburg begon, waar hij onder leiding van zijn daar net benoemde vader lessen in de botanie en farmacie volgde. In 1531 haalden Valerius en zijn broer Philipp hun bachelordiploma. (2005): 272 In 1533 ging Valerius naar Leipzig, waar hij in de apotheek van zijn oom Johannes (of Joachim) Ralla in de leer kwam, en zich tevens inschreef aan de universiteit van die stad. Vanaf 1538 wisselde hij informatie over, en stalen van mineralen uit met Georgius Agricola. In de apotheek van Ralla werkte hij aan een receptenboek. Ralla was van het resultaat zo onder de indruk, dat hij hem aanspoorde het te publiceren. Ralla heeft er waarschijnlijk een belangrijke rol in gespeeld dat het werk uiteindelijk onder de aandacht kwam van de apothekers van Neurenberg.
In 1539 (1862): 13Zijn inschrijving als student is terug te vinden in (1841). Album Academice Vitebergensis ab A. Ch. MDII usque ad A. MDLX: 178, Leipzig, Carl Tauchnitz. Onduidelijk is welke studie Cordus daarvoor in Leizig heeft gevolgd. Van zijn tijd aan de Universiteit van Wittenberg weten we niet meer dan dat hij er colleges volgde bij Philipp Melanchthon, en dat hij zelf driemaal een serie colleges gaf over Dioscorides, zie (1981): 414. schreef hij zich als student in aan de Universiteit van Wittenberg. Hij volgde daar, samen met Johann Crato von Krafftheim uit Breslau, met wie hij vriendschap sloot, colleges bij Philipp Melanchthon over de Alexipharmaca van Nicander. (1857b): 317 Von Krafftheim stuurde later, na het overlijden van Cordus, een korte levensschets van hem aan Conrad Gesner. In de winter van 1539/40 gaf Cordus zelf colleges over De materia medica van Dioscorides, en in elk geval in de winter van 1542/43 en het zomersemester van 1543 herhaalde hij dit nog eens. (1981): 414 Deze colleges trokken veel studenten, en zelfs enkele van zijn collega's kwamen als toehoorders. Aan de hand van de aantekeningen van zijn studenten is de collegestof na zijn dood uitgegeven als In Pedacii Dioscoridis Anazarbei de medica materia annotationes, verzorgd door Conrad Gesner.
Excursies