Robbedoes en Kwabbernoot (Frans: Spirou et Fantasio) is een Belgische stripreeks rondom de twee gelijknamige hoofdpersonen, Robbedoes en Piet Kwabbernoot. De reeks werd gecreëerd door de Franse tekenaar Robert Velter (Rob-Vel) en later overgedragen aan respectievelijk Jijé (hij voegde Kwabbernoot toe) en André Franquin, onder wie de reeks pas echt succesvol werd.

Robbedoes en Kwabbernoot zijn twee reporters die met hun eekhoorn Spip allerlei avonturen beleven, waarbij ze veelal de strijd aanbinden met misdadigers. Ze zijn bevriend met de graaf van Rommelgem, een uitvinder. Ook krijgen ze in veel avonturen hulp van de marsupilami, een geel-zwart beestje dat uit het regenwoud komt. Veel verhalen uit de serie spelen zich geheel of gedeeltelijk af in de fictieve plaats Rommelgem.

In Nederland verscheen de strip in het stripweekblad Fix & Fox en de opvolger daarvan, TV2000. In die bladen had de strip de naam Pit en Piccolo. De marsupilami, die in de stripalbums naamloos is, heet hier Krokomootje.

Geschiedenis thumb|Stripmuur in Brussel. Het figuurtje Spirou werd ontwikkeld door Robert Velter en diende aanvankelijk om het gelijknamige stripweekblad Spirou-Robbedoes een gezicht te geven, zodat dit blad een levendige persoonlijkheid zou krijgen voor de jonge lezertjes. De allereerste aflevering verscheen op 21 april 1938 in het stripweekblad.COMICS HISTORY SPIROU, THE CLASSIC PERIOD (1938-1969), lambiek.net In het Nederlands kreeg het personage de naam Robbedoes (een ander woord voor "onbesuisde/wilde jongen")

Oorspronkelijk was Robbedoes een piccolo. Die job kon door jongens worden uitgevoerd, waardoor de identificatie van het beoogde jonge lezerspubliek met het personage gemakkelijker moest worden. Robbedoes beoefende de job echter niet lang, maar hield er wel het rode kostuum met goudkleurige knopen aan over. Velter gaf Robbedoes de eekhoorn Spip als metgezel.

Velters vrouw tekende de strip tijdens de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Rob-Vel was in deze tijd namelijk opgeroepen voor het Franse leger. Tijdens de oorlog maakte ook Jijé al even een verhaal over Robbedoes.

In 1943 besloot Rob-Vel afstand te doen van zijn personage, omdat het door de Tweede Wereldoorlog moeilijk werd telkens platen te versturen tussen Frankrijk en België. Jijé introduceerde het nieuwe vaste personage Fantasio (in het Nederlands bekend geworden als Kwabbernoot), dat was bedacht door toenmalig hoofdredacteur Jean Doisy. Doisy had Fantasio oorspronkelijk bedacht voor een poppentheater dat Robbedoes in de aandacht moest houden ondanks het publicatieverbod van het weekblad tijdens de oorlog. Sindsdien heet de stripreeks in het Nederlands Robbedoes en Kwabbernoot.

In 1947 nam Franquin de strip over, na door Jijé al een paar keer te hebben mogen proberen. Hij introduceerde massa's bekende figuren, waaronder de Marsupilami, de graaf van Rommelgem, de journaliste IJzerlijm, Kwabbernoots neef Wiebeling en de schurk Zwendel. Toen het voor Franquin te zwaar werd om de stripreeks te produceren naast zijn andere werk, werkte hij samen met Jean Roba. Franquin maakte ook dankbaar gebruik van scenarioschrijver Greg, die daar ook erkenning voor kreeg, toen uitzonderlijk.

In Franquins andere reeks Guust (die draait om Guust Flater) dook Robbedoes ook af en toe op, maar het was vooral Kwabbernoot die met Guust te maken had. De zelfzekere avonturier Robbedoes paste minder als slachtoffer van Guust dan de meer klungelende Kwabbernoot. Door het contrast met Guust werd de rol van Kwabbernoot in Robbedoes en Kwabbernoot gaandeweg wat serieuzer.

In 1968 besloot Franquin dat hij meer tijd wilde maken voor personages die hij zelf had gecreëerd, zoals Guust Flater. Jean-Claude Fournier nam de strip over. Fournier introduceerde de internationale schurkenbende De Driehoek, maar had wat moeite met vernieuwen. Hij moest dan ook de grote erfenis van Franquin overnemen. Van de figuren geïntroduceerd door Fournier bleef geen enkele over in de latere albums.

Eind jaren zeventig werd Fournier bedankt voor bewezen diensten. Nic Broca en Dupuis' huisscenarist Raoul Cauvin namen de reeks over. Het duo kreeg de opdracht Robbedoes en Kwabbernoot met een schone lei te beginnen: alleen Robbedoes, Kwabbernoot, Spip en de inwoners van Rommelgem (Champignac-en-Cambrousse in de oorspronkelijke Franstalige strip) mochten worden overgenomen. Nic Broca tekende slechts drie albums. Hij maakte er meer een kinderstrip van, terwijl het sinds Jijé ook graag werd gelezen door tieners.

thumb|Logo in het Frans ten tijde van auteurs Tome en Janry Tussendoor maakte ook Yves Chaland een verhaal dat zich afspeelt in de jaren van de Robbedoes en Kwabbernoot van Jijé en de beginnende Franquin. Daarnaast kwamen het duo Tome en Janry op de proppen met hun eigen versie, die voortborduurt op het werk van Fournier en Franquin, met een stijl die hard aanleunt tegen die van Franquin in de jaren vijftig. De uitgever vond dat de held van het blad meer aan bod moest komen, dus waren meer tekenaars nodig. Deze beslissing werd echter al snel weer teruggeroepen omdat er werd gemeend dat de lezers met al die verschillende tekenaars de reeks niet meer zouden kunnen volgen. Tome en Janry werden vanaf dan de enige auteurs.

Tome en Janry hebben sinds Franquin de meeste indruk nagelaten. Zij slaagden erin de reeks weer bijdetijds te maken. Ze zochten zelfs hun inspiratie in de kindertijd van Robbedoes in de reeks De Kleine Robbe, die soms terugkeert naar de vroegste peutertijd. In hun laatste Robbedoes-album (Als in een droom, nr. 46) werd de tekenstijl wat aangepast. Een volgend verhaal van hun hand (Zwendel in Cuba) bleef onafgewerkt.Dayez, Hugues, Interview met Tome, Spirou, 3839, 9 november 2011, p 4 Ze stopten met de reeks en concentreerden zich op De Kleine Robbe, een spin-off die ondertussen een groter verkoopsucces was geworden dan de eigenlijke reeks. Nadat Tome en Janry met Robbedoes en Kwabbernoot waren gestopt, verschenen een tijdlang geen nieuwe verhalen.

Sinds 2004 namen Jean-David Morvan en José Luis Munuera respectievelijk de scenario's en de tekeningen voor hun rekening, en losten daarmee Tome en Janry af. Uit hun eerste Robbedoesalbum (nr. 47, Parijs onder de Seine) blijkt dat de twee hun held de 21ste eeuw wilden binnen loodsen. Dit deden ze door inspirerende, en groots opgezette scenario's die door Munuera opgetekend werden in kleurrijke, gedetailleerde en bijzonder levendige platen, met een Manga-inslag. In hun derde album, Robbedoes en Kwabbernoot in Tokio (nr. 49) wordt de Manga-inspiratie nog duidelijker. Hun laatste album, Terug naar Z (nr. 50), volgt de tekenstijl, maar biedt tegelijkertijd een reis door het verleden van Robbedoes. Nog voor het verschijnen van dit album werd al duidelijk dat ook dit duo wegens tegenvallende verkoopcijfers vervangen zou worden. Hun opvolgers werden tekenaar Yoann Chivard (Yoann) en scenarioschrijver Fabien Vehlmann, die in 2006 al een album maakten in de one-shotreeks Een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot door .... Zijn maakten tussen 2010 en 2016 vijf albums in de hoofdreeks, maar slaagden er ook niet in om de reeks weer tot een groot succes te maken. Ze probeerden daarna een hedendaagsere versie van de reeks te maken onder de noemer Supergroom, waardoor de hoofdreeks een tijdlang stil lag.

In 2021 werd de hoofdreeks toevertrouwd aan een Frans trio: Olivier Schwartz voor de tekeningen en Sophie Guerrive en Benjamin Abitan voor de scenario's. Schwartz tekende voor Een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot door ... al eerder drie verhalen rond de piccolo.

Personages Hoofdpersonages Robbedoes Een actieve jongeman die ooit als piccolo werkte, en tegenwoordig als journalist. Het piccolopak bleef hij nog enige tijd dragen. Tome en Janry lieten bij hun intrede dit pak achterwege en Robbedoes droeg vanaf Virus (nr.33) een gewone rode jas. De broek en het kenmerkend hoedje bleven echter wel. Robbedoes is slim, inventief en erg serieus. Hij is ook een verstokte vrijgezel.

Kwabbernoot De onafscheidelijke metgezel van Robbedoes. Ze wonen samen met de eekhoorn Spip. Kwabbernoot is wat ouder en voorzichtiger, maar tegelijk veel onhandiger en opvliegender dan Robbedoes. Dat zorgt soms voor problemen. Spip Een eekhoorn die het vaste huisdier is van Robbedoes. Tijdens de verhalen leidt hij min of meer een eigen leventje. Hij zorgt vaak voor komische voetnootjes en is soms de reddende engel. In de vroegere verhalen deed hij vaak heel stoer, in latere verhalen komt hij wat banger over. Als zijn vrienden echter bedreigd worden, bijt hij moedig van zich af. De Marsupilami Een zeldzaam dier uit de oerwouden van Palombië. Hij heeft een gele vacht met zwarte vlekken en een extreem lange staart die hij kan gebruiken om dingen mee vast te pakken of klappen mee uit te delen. Intelligent, speels en vriendelijk, heeft kenmerken van een amfibie, eet o.a. piranha's en mieren, kan buikspreken en heeft vast nog veel niet ontdekte talenten. Als hij kwaad wordt, kan hij iedere tegenstander aan. Bedacht door Franquin (De erfgenamen, nr.4), die ook het alleenrecht op Marsupilami opeiste. Toen Fournier de reeks overnam, tekende Franquin voor hem nog enkele malen de Marsupilami. De Marsupilami kreeg later zijn eigen stripserie. Franquins erfgenamen stonden toe dat hij eenmalig terugkwam in het 55ste album van Robbedoes en Kwabbernoot, waarin wordt uitgelegd waarom het dier een hele lange tijd niet meer in de strips voorkwam.

Vaak terugkerende nevenpersonages 200px|thumb|Afbeelding van de graaf van Rommelgem in het Janson metrostation (Charleroi) De graaf van Rommelgem bedacht door Franquin. Hij is een briljante wetenschapper die in zijn kasteel in het dorpje Rommelgem woont. Hij staat vooral bekend om zijn passie voor paddenstoelen. Het tweetal is goed bevriend met de graaf en is vaak betrokken bij zijn experimenten. Vaak zijn de uitvindingen van de graaf van bijzonder nut bij de problemen die Robbedoes en Kwabbernoot moeten overwinnen, al zorgen de experimenten ook vaak voor onrust in het dorp. Zijn volledige naam is Pancratius Edelhart Ladislas Philippus graaf van Rommelgem. IJzerlijm een jonge blonde journaliste die het tweetal weleens tegenkomt in hun werk. Vaak weet ze de primeurs van Kwabbernoot af te snoepen. In het laatste album van Tome & Janry (Als in een droom, nr.46) wordt haar personage verder uitgediept als goede vriendin van Robbedoes. Hoewel ze in eerdere verhalen Jessica wordt genoemd, blijkt haar echte voornaam hier Sofie te zijn; IJzerlijm is slechts een bijnaam die ze niet graag hoort. In latere verhalen gebruikt ze echter toch weer de naam IJzerlijm. Zwendel bedacht door Franquin. Hij is eveneens een briljante geleerde, die er een eigen ideale wereld op nahoudt met beroemde steden als Zwendelburg, Bad Zwendel en Zwendeldam. Hij ontvoerde mannen en vormde ze om tot willoze slaven die in hightechbases wonen. Hij trachtte eerst de wereld te veroveren met zijn zwendelstraal, hetgeen voorkomen werd door de graaf. Later bekeerde hij zich tot het 'goede', maar dat weerhield Wiebeling er niet van hem te gebruiken middels misleiding. Wiebeling bedacht door Franquin (Robbedoes en de erfgenamen), en verder ingezet door zowel Fournier als Tome & Janry. Hij is de neef van Kwabbernoot, die de twee hoofdpersonen vaak het leven zuur. Itoh Kata geïntroduceerd door Fournier. Hij is een Japanse wetenschapper met specialiteit in paddenstoelen. Hij werkt vaak samen met de graaf van Rommelgem. Burgemeester van Rommelgem bekijkt met argusogen wat er op het landgoed van de graaf gebeurt. Hij geeft vaak lange redevoeringen waarin hij allerlei uitdrukkingen door elkaar draait. Ororea alleen aanwezig in de episodes van Fournier. Ze is een vriendin van het duo, die ze ontmoeten in een avontuur aan de andere kant van de wereld. De inboorlingendochter blijkt echter ook in Europa te werken. Kwabbernoot kan zijn verliefdheid voor haar dan maar moeilijk onderdrukken.