In menselijke seksualiteit is seksueel consent of simpelweg consent of instemming, een akkoord tussen alle betrokkenen over het verrichten en/of ondergaan van een bepaalde seksuele handeling en over de wijze waarop dat gebeurt. Zolang er geen expliciete wederzijdse instemming is, verbaal of non-verbaal, worden de seksuele handelingen beschouwd als seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksueel geweld (variërend van aanranding tot verkrachting). Zonder expliciete toestemming bestaat het risico van miscommunicatie, waarbij iemands gedrag door de ander onterecht wordt geïnterpreteerd als uiting van instemming.

In moderne tijden is er een maatschappelijke consensus ontstaan dat wederzijdse instemming van alle betrokkenen nodig is om over te gaan op seksuele handelingen, die in toenemende mate in zedenwetgeving wordt vastgelegd. In maatschappelijke debatten lopen de meningen uiteen over hoe expliciet instemming dient te worden geuit, welke signalen het beste kunnen worden gebruikt om instemming te geven, welke signalen als 'instemming' mogen worden geïnterpreteerd en of het 'al te' expliciet geven van instemming de emotionele spanning van seks zou 'bederven'. Er zijn omstandigheden waaronder instemming als ongeldig kan of moet worden beschouwd, namelijk als de instemming niet vrijwillig wordt gegeven maar onder dwang (intimidatie of afpersing), of op basis van onjuiste informatie (misleiding, oplichting, manipulatie), of in een staat van sterk verminderd bewustzijn en handelingsbekwaamheid (bijvoorbeeld door verregaande vermoeidheid, gebruik van alcohol of andere verdovende middelen, inclusief drogering).

Tevens speelt de vraag in hoeverre de overheid zich via wetgeving, handhaving en onderwijs met deze kwestie bezig dient te houden om het seksuele gedrag van burgers in goede banen te leiden. De meeste rechtsstelsels omarmen het principe dat mensen onder een bepaalde leeftijd (meestal 14 tot 18) überhaupt niet in staat zijn om instemming te geven omdat zij nog niet volwassen genoeg worden geacht om een dergelijke verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Sinds de tweede feministische golf van de jaren 1970 is in de meeste landen ter wereld de opvatting dominant geworden dat een huwelijkscontract geen vorm van permanent seksueel consent is; derhalve is verkrachting binnen het huwelijk in de 50 jaar daarna in de meeste landen erkend als een mensenrechtenschending en dus strafbaar gesteld. Sinds eind jaren 1990 zijn er nieuwe modellen van seksueel consent voorgesteld. Met name de popularisering van het concept "ja is ja" (bevestigend consent) in plaats van "nee is nee" (dat een grijs gebied creëerde waarin niks werd gezegd) was een belangrijke ontwikkeling. Hall (1998) definieerde consent als volgt: "de vrijwillige goedkeuring van wat er wordt gedaan of voorgesteld door een ander; toestemming; overeenstemming in mening of gevoel." Hickman en Muehlenhard (1999) stelden dat consent "vrijwillige verbale of non-verbale communicatie van een gevoel van bereidheid" om seksuele handelingen te verrichten zou moeten zijn.Hickman, S.E. & Muehlenhard, C.L. (1999) '"By the Semi-mystical Appearance of a Condom": How Young Women and Men Communicate Sexual Consent in Heterosexual Situations', The Journal of Sex Research 36: 258–72. Bevestigend consent kan nog steeds beperkt zijn omdat de onderliggende individuele omstandigheden omtrent de instemming niet altijd kunnen worden erkend middels het "ja is ja"-model of het "nee is nee"-model.

Etymologie Seksueel consent wordt ook wel met de woorden instemming, toestemming, wederzijdse instemming of wederzijds goedvindenArtikel 36 van de Istanbul-Conventie. aangeduid. De Nederlandse termen '(wederzijdse) instemming' en 'toestemming' komen, net zoals de Friese woorden ynstimming en tastimming en de Duitse woorden Einstimmung en Zustimmung, uit het Proto-Germaans. Ze betekenen letterlijk met je 'stem' (door te praten met woorden) aangeven dat je ergens 'in' meegaat of iets 'toe'laat. Het woord 'consent' is in de Nederlandse taal voor het eerst aangetroffen in de 13e eeuw (1254 of 1266) en stamt via het Oudfranse woord consente af van het Latijnse werkwoord cōnsentīre, dat "het eens zijn" of "overeenstemmen" betekent (cōn- is "samen" en sentīre is "voelen", dus letterlijk "samen voelen" of "hetzelfde (erover) voelen"). Het leenwerkwoord consenteren (vroeger ook gespeld als consenteeren) betekent 'toestemming geven voor, zich akkoord verklaren met, instemmen met (nog in de toekomst liggende) handelingen, gebeurtenissen, situaties.' Het verwante woord consensus betekent "overeenstemming van gevoelens" en is in de 17e eeuw via het Engels in het Nederlands geïntroduceerd. Door de Nederlandse kolonisatie van Oost-Indië (1602–1949) is het Nederlandse woord 'consent' ook in verschillende Maleise talen terechtgekomen zoals het Javaans (kongsèn) en het Ambonees (konsèn).

Elementen van consent

Morele en juridische perspectieven In de wetenschappelijke literatuur zijn definities van en rondom consent en hoe dit gecommuniceerd dient te worden tegenstrijdig, beperkt of zonder consensus gebleken. Volgens James Roffee, criminoloog aan de Monash-universiteit, dienen juridische definities van consent universeel te zijn om verwarring in rechterlijke uitspraken te voorkomen. Hij toonde ook aan dat de morele notie van instemming niet altijd overeenkomst met het juridisch concept. Zo zouden volwassen broers of zussen of andere familieleden vrijwillig een relatie met elkaar kunnen beginnen, maar incest, wat in sommige jurisdicties ook onder meerderjarigen een zedenmisdrijf is. Roffee betoogt dat bepaald taalgebruik in wetgeving de lezer misleidt om dergelijke familiale seksuele relaties als immoreel en crimineel te beschouwen, zelfs als alle betrokken partijen ermee hebben ingestemd. Om vergelijkbare redenen zouden sommige minderjarigen bij volle bewustzijn en uit vrije wil ervoor kunnen kiezen om een seksuele relatie aan te gaan, hoewel de wet dit als niet legitiem beschouwt. Hoewel het noodzakelijk is om seksuele meerderjarigheid wettelijk vast te leggen, staat zo'n wettelijke leeftijd niet toe om verschillende niveaus van bewustzijn en volwassenheid te erkennen. Deze voorbeelden illustreren hoe morele en juridische perspectieven niet altijd overeenkomen.

Sommige individuen kunnen feitelijk geen instemming verlenen. Andere mensen, bijvoorbeeld minderjarige of door alcohol of andere drugs bedwelmde personen, worden ook moreel en/of juridisch geacht geen volledige of geïnformeerde toestemming te kunnen geven, zelfs als ze verbaal wel toestemming kunnen uiten. Mensen kunnen ook instemmen met ongewenste seksuele handelingen, dat wil zeggen: iemand heeft eigenlijk niet zo'n zin in seks, maar om de ander (meestal hun vaste partner) een plezier te doen stemt hen er toch mee in; waar precies de grens ligt tussen vrijwilligheid en dwang in dit soort gevallen is echter omstreden.Quinn-Nilas, C, Goncalves, M, Grant, A, & Kennett, D. (2018). "A thematic analysis of men's sexual compliance with unwanted, non-coercive sex." Psychology Of Men And Masculinity, 19(2): 203–211.

Impliciet en expliciet Impliciete instemming (Engels: implied consent) is instemming die niet uitdrukkelijk door een persoon wordt verleend, maar eerder impliciet wordt verleend door het handelen van een persoon en de feiten en omstandigheden van een bepaalde situatie (of in sommige gevallen door het stilzwijgen of nalaten van een persoon). In Canada is impliciete instemming in 1999 door het Hooggerechtshof van Canada ongeldig verklaard in de zaak R v Ewanchuk; het hof oordeelde dat consent expliciet moet zijn en niet alleen maar impliciet. In Canada kan een persoon ook op ieder gewenst moment hun consent weer intrekken. In de Verenigde Staten kan de verdachte de rechtbank er wellicht van overtuigen dat de klager op de een of andere manier impliciet instemming verleende. Verschillende handelingen kunnen door de rechtbank worden geïnterpreteerd als impliciet consent: het hebben van een eerdere relatie met de vermeende verkrachter (zoals bevriend zijn, daten, samenwonen of getrouwd zijn),Balos, Beverly, and Mary Louise Fellows. "Guilty of the Crime of Trust: Nonstranger Rape." Minn. L. Rev. 75 (1990): 599. in eerdere gevallen ingestemd hebben met seksueel contact, flirten,Wicktom, Cynthia Ann. "Focusing on the Offender's Forceful Conduct: A Proposal for the Redefiniton of Rape Laws." George Washington Law Review 56.2 (1988): 399–430. of het dragen van "uitdagende" kleding.Tchen, Christina M. "Rape Reform and a Statutory Consent Defense." J. Crim. L. & Criminology 74 (1983): 1518.

Verbaal versus non-verbaal thumb|Hoewel meningen verdeeld zijn over of non-verbale hints tellen als consent, is het volgens sommige regels toegestaan om consent te vragen en/of geven middels non-verbale communicatie. Consent kan verbaal of non-verbaal zijn of een mengeling tussen beide, afhankelijk van wat voor beleid en wetgeving er wordt gehanteerd. Volgens Bustle-schrijver Kae Burdo is de regel dat "alleen verbaal consent telt" te beperkend omdat het geen rekening houdt met mensen die alleen maar non-verbaal instemming kunnen geven, zoals mensen met handicaps of mensen in bdsm-gemeenschappen. The New York Times meldde in 2015 dat mannen meestal non-verbale indicaties gebruiken om te interpreteren of de ander instemt (61% zei consent waar te nemen door de lichaamstaal van een partner), maar vrouwen wachten meestal tot een partner hen verbaal vraagt om seks te hebben voordat ze consent aangeven (slechts 10% zei dat ze middels lichaamstaal hun instemming kenbaar maakten), een verschillende benadering die kan leiden tot verwarring in seksuele interacties tussen heteroseksuele stellen. Onder andere Dartmouth College hanteert daarom een consentbeleid dat bepaalt dat communicatie in intieme interacties weliswaar vaak gebeurt met non-verbale hints zoals glimlachen, het hoofd knikken en de ander aanraken, maar verklaart voegt daaraan toe: "...lichaamstaal is vaak niet genoeg" omdat het interpreteren van lichaamstaal vaak fout gaat, dus de beste optie is het gebruik van "expliciete verbale communicatie".

Studentendecaan Mary Spellman van Claremont McKenna College zei in 2014 dat bij haar universiteit zowel verbaal of non-verbaal consent is toegestaan, waarbij non-verbaal consent wordt afgelezen aan of de ander "actief deelneemt", aanrakingen beantwoordt met het aanraken van de een of de een aanmoedigt; kortom, hints die aangeven dat een "persoon een actieve deelnemer is in wat er ook maar gebeurt".

Winona Dimeo-Ediger schreef in 2017 voor de Daily Dot dat verbaal consent is het beste is omdat beide deelnemers duidelijk kunnen aangeven wat ze willen, vragen stellen en opheldering bewerkstelligen; daarentegen is non-verbaal consent vaak niet zo duidelijk, omdat mensen "verschillende opvattingen hebben over gebaren, "vibes" en non-verbale hints", wat leidt tot "dubbelzinnigheid en onbegrip". Psycholoog en neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett zei dat in de context van seksueel consent "beweging van je gezicht en lichaam geen taal zijn" waarop deelnemers kunnen vertrouwen, omdat het menselijk "brein altijd aan het gokken is" hoe glimlachen en expressies moeten worden opgevat; als zodanig "zijn gezichtsuitdrukkingen zeer slechte indicaties van instemming, afwijzing en emoties in het algemeen" en ze zijn "geen vervanging van woorden."

Leeftijd