Surinamers in Nederland of Surinaamse Nederlanders vormen de op twee na grootste migrantengroep in Nederland na de Turkse en Marokkaanse Nederlanders met in 2023, 365.000 mensen, waarmee het de grootste Caraïbische gemeenschap in Europa is en een van de grootste gemeenschappen vanuit Zuid-Amerika.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden en emigreren, of de Surinaamse nationaliteit krijgen en blijven. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich aldaar. Na de onafhankelijkheid gingen nog steeds veel Surinamers naar Nederland, dat kon vanwege de Toescheidingsovereenkomst, waarin werd bepaald dat Surinamers tot vijf jaar na de onafhankelijkheid alsnog voor de Nederlandse nationaliteit konden kiezen, mits zij naar Nederland emigreerden. Er zijn ook een enkeling Surinamers die vanuit Frans-Guyana of de Nederlandse Antillen naar Nederland toe zijn gemigreerd.

Surinamers vormen een etnisch en cultureel zeer diverse gemeenschap. In Nederland vormen Hindostanen, Creolen en Javanen achtereenvolgens de grootste groepen, met kleinere groepen van Chinezen en Marrons. Overige groepen bestaan uit inheemsen, Joden (Sefardisch en Asjkenazisch), Libanezen, Portugezen en Surinamers van gemengde afkomst.

Geschiedenis Voor de oorlog Tot de Tweede Wereldoorlog waren er een zeer gering aantal Surinamers in Nederland, in 1935 telde Nederland zo'n 200 Surinamers. Ze waren student, sporter of jazzmuzikant.

Wegens de uiterlijke overeenkomst die Afro-Surinamers met Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten hebben, konden de Surinaamse jazzmuzikanten inspelen op het al bestaande positieve beeld van de Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten. Om nog meer op de Amerikaanse iconen te lijken veranderden de Surinamers zelfs hun namen.

De Surinaamse studenten in Nederland kwamen voort uit de elite in Paramaribo. Het volgen van die opleiding kon alleen in Nederland.

Na de oorlog Na 1945 kwamen steeds meer Surinaamse jongeren (alleen jongens) uit de Creoolse en Joodse elite in Amsterdam of Leiden studeren. Zoals de meeste studenten woonden zij op kamers, vaak bij een hospita die hen Hollandse pot voorschotelde. Na hun afstuderen keerde een aantal ex-studenten terug naar Suriname, maar er bleven ook veel Surinamers in Nederland wonen omdat Nederland hen betere carrièreperspectieven bood dan Suriname. Tot de jaren zeventig waren de meeste Surinamers in Nederland dan ook meestal hoogopgeleid, ze werkten onder andere in de medische wereld (arts of tandarts), het onderwijs en advocatuur. In die tijd kwamen er ook avonturiers en nieuwsgierigen naar het geïdealiseerde moederland, zonder daarvoor geschikte plannen of opleiding waren ze op zoek naar fortuin wat vaak resulteerde in teleurstelling. Hun aantal was echter gering.

Vanaf het midden van de jaren zestig daalden de boottarieven van Suriname naar Nederland. De wederopbouw in Nederland verliep voorspoedig en de werkgelegenheid in Nederland groeide. Vanaf 1965 arriveerden meer laagopgeleide Surinamers in Nederland die probeerden een baan te vinden, ook de uitbreiding van de verzorgingsstaat – Nederland kende in die tijd hoge uitkeringen die vrij makkelijk werden toegekend – lokte Surinaamse migranten naar Nederland. De overheid probeerde de stroom in te dammen, maar omdat sinds de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in 1954 Surinamers de Nederlandse nationaliteit hadden konden ze niet geweigerd worden. Er kwamen in die tijd vooral Surinaamse Creolen naar Nederland. Naar het thuisfront stuurden ze flinke postpakketten waarmee ze beantwoordden aan het verwachtingspatroon van de familie. In hun zondagse pak gingen ze naast een mooie auto van een ander op de foto en stuurden deze foto's naar huis. In Suriname ontstond zo een beeld alsof het iedereen in Nederland voor de wind ging. Sinds het eind van de 19e eeuw migreerden enkele Surinamers uit de bovenste klassen naar Nederland en aan het begin van de 20e eeuw kwamen ook de eerste studenten of gepensioneerden.Andere Tijden, Jazz, werkstudenten en racisme: de Surinaamse migratie naar Nederland, NPO Kennis, 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 februari 2023. Sinds de jaren 50 kwamen er migranten uit verschillende beroepsgroepen. De niet geschoolde Surinaamse Creolen hadden het echter minder goed dan ze voor deden komen: als ze al werk hadden, hadden ze vaak slecht betaalde banen als kermisklant, kleermaker, portier, barkeeper en colporteur. Ook werkten een opvallend aantal Creolen als souteneur. Surinaamse immigranten waren vaak werkloos en zo beginnen er steeds meer Surinaamse mannen op straat te hangen. In de jaren 70 was de heroïnehandel in Amsterdam in opkomst. Deze handel was in handen van Chinezen, Creoolse Surinamers deden vaak dienst als dealer, ook waren er onder hen een groot aantal verslaafden, zij waren vooral te vinden rond de Wallen in Amsterdam.Bureau Warmoesstraat deel 1 Geschiedenis 24, NTR/VPRO, 2011. Gearchiveerd op 21 maart 2012. Een op de zes van de verslaafden in de Nederlandse hoofdstad was Surinamer. De Chinese heroïne-importeurs die geen verblijfsvergunning of Nederlands paspoort hadden, moesten de heroïne verkopen en tegelijk de politie zien te vermijden. Daarom waren zij op zoek naar tussenhandelaren. Werkloze Surinamers namen deze kans omdat zij de inkomsten hard nodig hadden. Daarnaast bestond een uitgebreid illegaal gokcircuit waar veel geld gewonnen en verloren werd: pokeren in de kroeg of gokken tijdens de paardenkoersen in Hilversum.

Deze groep bestond naast de nog steeds hoogopgeleide groep die almaar groeide omdat studenten bleven komen. Deze hoogopgeleide Surinamers vonden hun plek in alle takken van het onderwijs, de medische wereld en de kunst en cultuur. Etienne Robles de Medina heeft in Utrecht als hoogleraar cardiologie baanbrekend werk verricht. Zijn broer Stuart was een bekend kunstenaar. Ronald Nobrega was de populaire vrouwenarts in de veel bekeken televisieserie over de vrouwenafdeling van een ziekenhuis in 's-Hertogenbosch en op de middelbare school las men "De stille plantage" van Albert Helman.

Na de onafhankelijkheid thumb|Aangekomen Surinamers op Schiphol, augustus 1974 miniatuur|Rest vanuit Frans Guyana uitgewezen Surinamers aangekomen op Schiphol; met woordvoerder Tjon a Kiet Tussen 1970 en 1980 verhuisde een grote groep Surinamers, inmiddels ook Hindostanen, naar Nederland.De vlucht: migratie in de jaren zeventig, Frank Bovenkerk in 'Suriname, de schele onafhankelijkheid', Arbeiderspers, Amsterdam, pagina 152-181 Het grootste aantal kwam naar Nederland rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, de vluchten van Suriname naar Nederland zaten volgeboekt en er moesten extra vluchten worden ingezet. In 1975 kwamen er 40.000 Surinamers naar Nederland.Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland, Publicatie CBS, 2007 Voor de Nederlandse regering kwam dit totaal onverwacht, men ging ervan uit dat de Surinamers gelukkig zouden zijn met de onafhankelijkheid. Het Journaal toonde beelden van een bontgekleurde, zomers geklede mensenmassa met grote dozen en koffers op een winters Schiphol. Vaak waren de emigranten halsoverkop en onvoorbereid vertrokken. Nu of nooit, dachten velen. Ook was er angst in Suriname voor de oplopende spanning tussen Hindostanen en Creolen. Nog afgezien van het grote aantal Surinamers dat naar Nederland trok, was het voor de Nederlanders ook even wennen aan deze groep. Men was vooral gewend aan hoogopgeleide Surinamers en nu kwam een zeer divers gezelschap het land binnen.

De grote toestroom van Surinamers zorgde voor problemen, Nederland had geen rekening gehouden met deze toestroom en er was aanvankelijk onvoldoende opvang/huisvesting. Dit leidde vanaf 1974 tot felle protesten van Surinaamse zijde. Een groot aantal Surinamers werd tijdelijk opgevangen, onder andere in kazernes. Met de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 wilde de Nederlandse regering meteen een einde maken aan het staatsburgerschap van Surinamers, om extra migratie te voorkomen. De nieuwe Surinaamse regering ging hier niet mee akkoord. Uiteindelijk werd een overgangsregeling van vijf jaar overeengekomen. Van 1975 tot 1980 bleef vrij verkeer van personen tussen Nederland en Suriname bestaan. Deze overgangsregeling leidde tot waar Nederland zo bang voor was: een grote stroom migranten. Surinamers hadden de indruk dat Nederland zijn deuren voorgoed voor hen zou sluiten. Dit deed velen besluiten van de 'laatste mogelijkheid' gebruik te maken, eerst vlak voor de onafhankelijkheid in 1975 en daarna vlak voor het aflopen van de overgangsregeling in 1980. In totaal zouden tussen 1970 en 1980 zo’n 300.000 Surinamers emigreren naar Nederland – dat was ruim een derde van de Surinaamse bevolking. Een relatief groot aantal vooral Creolen kwam in de jaren zeventig terecht in de Bijlmermeer, een vanaf 1966 gebouwde 'modelwijk' naar een concept van Le Corbusier. Er gingen ook veel Creolen in Almere wonen. De Hindoestanen werden meer verspreid over het land gehuisvest, later zouden deze Hindostanen vaak naar de grote steden trekken, vooral naar Den Haag waar zich een grote Hindostaanse gemeenschap heeft gevormd.

Na 1980 kwamen er nog steeds immigranten uit alle Surinaamse bevolkingsgroepen naar Nederland, als gevolg van de verslechterde algemene toestand. In februari 1980 was de democratische regering ten val gekomen door een staatsgreep van sergeanten onder leiding van Desi Bouterse. Na de decembermoorden van 1982, die een tegencoup moesten verijdelen, verslechterde de algemene politieke en economische situatie nog verder. Tussen 1986 en 1989 woedde de Binnenlandse Oorlog tussen het junglecommando van Ronnie Brunswijk en het regime van Desi Bouterse. In de jaren 90 emigreerde nog steeds een groot aantal Surinamers naar Nederland; de politieke situatie was wat verbeterd, maar de economische situatie in Suriname was nog altijd slecht.

21e eeuw thumb|Suriname Museum in Amsterdam

De Surinaamse gemeenschap in Nederland telde in 2008 volgens het CBS 335.779 leden.Aantal Surinamers in Nederland, CBS, 1 januari 2008 Ter vergelijking: in Suriname zelf woonden in 2008 475.996 mensen. Geschat wordt dat zo'n 48% van de Surinaamse bevolking in Nederland tot de Creolen behoort en 43% tot de Hindostanen. De overige 9% zijn Javanen, Chinezen, Joden etc.Studie CBS, CBS, 2007, pagina 75

De Surinaamse gemeenschap blijkt erg verwikkeld te zijn in de Nederlandse. Dit is ook te zien in de huwelijken van Surinamers met autochtonen, in 2002 was dat van de mannelijke Surinamers bij 22% het geval en bij vrouwen 35%. In tegenstelling met andere grote groepen migranten: bij de Turkse en Marokkaanse gemeenschap komt dit percentage niet boven de 9%.

De Afro-Surinaamse gemeenschap heeft meer aandacht gevraagd voor het slavernijverleden, dat haar identiteit voor een deel heeft gevormd. Uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau uit februari 2017 bleek dat Surinaamse Nederlanders zich hier minder thuis voelen, hoewel hun structurele positie relatief goed is. Het Sociaal Cultureel planbureau concludeert dat: “Vooral jongeren en leden van de tweede generatie migranten zijn bezorgd over hun kansen en het maatschappelijk klimaat in Nederland”.

Van de Nederlandse Taalunie, een kennis- en beleidsorganisatie voor de Nederlandse taal, maakt Suriname, naast Nederland en Vlaanderen, deel uit sinds 2003.

De Suriname Museum in Amsterdam werd in 2025 geopend ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Surinaamse onafhankelijkheid door Koning Willem-Alexander. Het museum toont de geschiedenis van Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Nederland.Suriname Museum officieel geopend door koning Willem-Alexander, NOS, 25 november 2025

Cultuur