Giganotosaurus is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de Carnosauria, een onderverdeling van Avetheropoda, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Argentinië.
Het eerste fossiel van Giganotosaurus werd in 1987 gevonden. Het geslacht kreeg in 1995 zijn naam, die "Grote sauriër uit het Zuiden" betekent, toen de typesoort Giganotosaurus carolinii benoemd werd. Bij zijn benoeming werd het dier voorgesteld als zijnde groter dan Tyrannosaurus die tot dan toe als het grootste landroofdier aller tijden gold. Onder de bekende exemplaren van Tyrannosaurus zijn enkele langer dan het belangrijkste fossiel dat van Giganotosaurus gevonden is maar gemiddeld zijn ze korter. Langer nog dan deze beide soorten is echter de al in 1912 ontdekte Spinosaurus, maar Spinosaurus woog minder.
Het aantal vondsten van Giganotosaurus is beperkt en het skelet is niet volledig bekend. Vooral van de schedel is het daarom onduidelijk hoe die er precies uitzag, heel lang en plat of juist wat korter en boller zoals bij andere theropoden. De meeste kenmerken kunnen echter wel worden vastgesteld.
Giganotosaurus was een reusachtige roofsauriër die ruim dertien meter lang kon worden en zeven ton zwaar. Zijn voorpoten waren vermoedelijk erg klein. Zijn lange romp werd in evenwicht gehouden door een horizontale staart terwijl hij op zijn achterpoten liep. Ook die waren niet zo groot omdat Giganotosaurus joeg op nogal langzame sauropoden als Andesaurus. Die viel hij aan met zijn zeer grote kop die voorzien was van langwerpige kaken en scherpe tanden om lange snijwonden toe te brengen.
Vondst en naamgeving Op 25 juli 1993 werd het eerste skelet van Giganotosaurus door de amateurpaleontoloog Rubén Dario Carolini gevonden, achttien kilometer ten zuiden van Villa El Chocón in de provincie Neuquen, in Patagonië in het zuidwesten van Argentinië. Carolini is de directeur van het gemeentelijk museum van het stadje. Later werd het fossiel uitgegraven door de paleontologen Rodolfo Coria en Leonardo Salgado. De resten waren zo enorm dat ze eerst voor die van een sauropode werden aangezien. De vondst werd in 1994 in de literatuur gemeld. left|thumb|In het museum van El Chocón is de opgraving nagebootst In september 1995 werd Giganotosaurus door Coria en Salgado benoemd en kort beschreven in een ingezonden brief aan het blad Nature. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgriekse γίγας, gigas, "gigant", en νότος, notos, "zuidenwind". Vaak treft men de foute interpretatie "Gigantosaurus" aan, maar de echte Gigantosaurus is een sauropode uit Engeland. De soortaanduiding carolinii is een eerbetoon aan de ontdekker. thumb|De schedel van het holotype Het holotype, MUCPv-Ch1, is gevonden in een laag van de Candelerosformatie die dateert uit het vroege Cenomanien, ongeveer 99 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet met schedel. Bewaard zijn gebleven: een stuk praemaxilla, het bovenkaaksbeen, twee losse maxillaire tanden, een neusbeen, een traanbeen, het os postorbitale, de voorhoofdsbeenderen, de wandbeenderen, de quadrata, de hersenpan, het voorstuk van een onderkaak, een tand uit het dentarium, drie losse tanden van onbekende positie, de draaier, de meeste achterliggende halswervels, het grootste deel van de ruggengraat, borstribben, de eerste staartwervel, de zevende tot en met eenentwintigste staartwervel, twee achterste staartwervels, acht chevrons van de staart, een schouderblad, een ravenbeksbeen, een darmbeen, beide schaambeenderen, beide zitbeenderen, het rechterdijbeen en het grootste deel van de linkerachterpoot. Het skelet lag niet helemaal in verband; de schedel bijvoorbeeld was uiteengevallen en de onderdelen ervan lagen over tien vierkante meter verspreid. Meer dan de helft van de skeletelementen is bekend.
Later zijn verschillende andere fragmentarische vondsten aan de soort toegewezen. In 1999 was dat specimen MUCPv-52, een negen centimeter lange tand, in 1987 door Alejandro Delgado gevonden en daarmee het eerste ontdekte fossiel van de soort. In 2000 werd een eenenzestig centimeter lang stuk linkeronderkaak met tanden beschreven, MUCPv-95. Dit was in 1988 bij Cerro los Candeleros gevonden door Jorge Orlando Calvo en in 1989/1990 in de literatuur vermeld. In 2001 en 2006 werden bij elkaar nog drie tanden gemeld. De fossielen maken deel uit van de collectie van het Museo de la Universidad Nacional del Comahue.
De beschrijving in Nature was zeer summier; een moderne van het hele skelet ontbreekt nog. In 2002 werd door Coria en Philip Currie de hersenpan beschreven. In 2010 publiceerden Ariana Paulina Carabajal en Juan Ignacio Canale een beschrijving van een intern afgietsel van de hersenpan, verkregen door het sediment daaruit te verwijderen.
In 2010 hernoemde Gregory S. Paul de soort tot een Carcharodontosaurus carolinii maar dit heeft geen navolging gevonden.
In 1997 werd een eerste skeletreconstructie van Giganotosaurus tentoongesteld, bestaande uit afgietsels van de botten aangevuld met onderdelen die naar verwante soorten waren gemodelleerd. Verschillende musea stellen tegenwoordig verdere afgietsels tentoon.
Beschrijving thumb|400px|right|Skeletmodel van Giganotosaurus in het Australian Museum in Sydney
Algemene bouw en onderscheidende kenmerken De Giganotosaurus is een tweevoetig roofdier, waarvan de romp in evenwicht gehouden wordt door de staart. Schedel en romp zijn lang, zowel de voorpoten als achterpoten zijn tamelijk kort. De kop was groot in verhouding tot het lichaam zelf. Het dier heeft vermoedelijk een lage kam op de rug.
De oorspronkelijke beschrijvers gaven ten dele vrij vage onderscheidende kenmerken, zoals het bezit van een lage langwerpige schedel, een verkorte schoudergordel en robuuste wervels en achterste ledematen. Meer gedetailleerd waren de volgende eigenschappen: een hoog bovenkaaksbeen met een parallel lopende boven- en onderrand; een uitgehold raakvlak boven de oogkas tussen het traanbeen en het postorbitale; twee pneumatische openingen aan de binnenkant van het quadratum; de voorste vergroeiing van de onderkaken is van boven naar beneden verbreed, met een onderste uitsteeksel; het onderste uiteinde van het schouderblad is verticaal gericht; het uitsteeksel aan de voorrand van het zitbeen, de processus obturatorius, is lobvormig; de kop van het dijbeen steekt schuin naar boven toe; aan de achterste onderkant van het scheenbeen bevindt zich een groeve tussen de gewrichtsknobbels. In 2012 concludeerde een studie dat door nieuwe vondsten bij verwante soorten alleen nog de pneumatische openingen in het quadratum als uniek konden worden beschouwd.
De beschrijving van de hersenpan leverde in 2002 nog eens vier specifieke unieke details op, autapomorfieën die bewijzen dat het een uniek taxon betreft. Aan de bovenzijde van het achterhoofd bereikt het bot daar, het supraoccipitale, driemaal de breedte van het achterhoofdsgat. Dit supraoccipitale heeft aan beide zijden van het achterhoofdsgat een neerhangende plaatvormige uitloper die de condylus occipitalis bereikt, de knobbel die de verbinding vormt met de nek. Deze condylus occipitalis is veel breder dan hoog. De condylus occipitalis heeft aan de onderkant de gebruikelijke uitholling; uniek is dat het gewrichtsvlak met de nek, onderaan naar voren doorloopt in twee smallere vlakken, links en rechts van de uitholling.
Fernando Emilio Novas suggereerde in 2009 nog een autapomorfie: het traanbeen zou een uitzonderlijk korte neergaande tak hebben zodat het raakvlak met het jukbeen uniek hoog in de voorste rand van de oogkas zou liggen
De studie uit 2010 naar de hersenen leverde nog twee afwijkende kenmerken op: de twaalfde hersenzenuw heeft maar één tak en de elfde hersenzenuw heeft een aparte uitgang die niet gedeeld wordt met de tiende, de nervus vagus.
Grootte thumb|400px|Giganotosaurus in grootte vergeleken met een mens Giganotosaurus is een gigantische theropode. Bij de beschrijvingen is altijd sterk de klemtoon gelegd op de grootte van het dier. Coria & Salgado claimden in 1995 een lichaamslengte van 12,5 meter en een gewicht van zes à acht ton; ze stelden dat de soort daarmee groter was dan Tyrannosaurus. De schedellengte schatten ze in 1995 op 153 centimeter, maar de lengte van de kop als geheel, inclusief onderkaken, zou volgens een aansluitend artikel uit 1996 ongeveer honderdtachtig centimeter lang geweest zijn — wat een schedellengte van circa 172 centimeter oplevert. Het verschil werd voornamelijk veroorzaakt door een hogere schatting van de lengte van het bovenkaaksbeen die op tweeënnegentig centimeter gebracht werd. Het specimen MUCPv-95 wees volgens de beschrijving uit 1998 op een koplengte van 195 centimeter waaruit een lichaamslengte van 13,5 meter geëxtrapoleerd werd. G.S. Paul schatte in 2010 de maximumlengte overeenkomstig op dertien à veertien meter, het gewicht op zeven à acht ton. In 2022 werd, in het kader van de beschrijving van Meraxes, de lengte opnieuw geschat, op 1634 millimeter.
In 2004 probeerden Gerardo Mazzetta en Per Christiansen het gewicht van het holotype te berekenen door extrapolatie van skeletelementen van een reeks van andere carnosauriërs. Ze merkten dat de uitkomsten sterk afhingen van de keuze van het bot en varieerden van 2369 tot 10.709 kilogram, met een gemiddelde van 6604 kilogram als de zes meest extreme waarden buiten beschouwing werden gelaten. Een geheel andere benaderingswijze hanteerden in 2007 François Therrien en Donald Henderson die ervan uitgingen dat bij theropoden de schedellengte sneller toenam dan de lichaamslengte en het lichaamsgewicht nog weer sneller toenam dan de schedellengte. Voor een giganotosaurus van dertien meter lengte en een schedellengte van 195 centimeter leverde dat een gewichtsschatting op van veertien ton. Hierbij werd er echter niet gecompenseerd voor het feit dat de schedel van Giganotosaurus relatief erg lang is, ook voor een theropode van dertien meter.
De stelling dat Giganotosaurus met een lengte van tegen de veertien meter groter zou zijn dan Tyrannosaurus liet een levendig debat ontbranden omdat die laatste gezien werd als houder van de titel "grootste landroofdier aller tijden". Dat de al in 1915 benoemde Spinosaurus veel groter is dan beide, was men zich in 1995 niet bewust. De geschatte lengte van MUCPv-95, 13,5 meter, is op zich minder dan de omvang die uit de grootste fragmenten van Tyrannosaurus geëxtrapoleerd kan worden, welke wijzen op een lengte van ruim veertien meter. Van Tyrannosaurus zijn echter vele tientallen skeletten bekend en hun gemiddelde lengte ligt onder de twaalf meter. Dat de twee exemplaren van Giganotosaurus daar anderhalve meter boven zitten, is een teken dat de populatie als geheel wat forser van postuur was; dat is waarschijnlijker dan dat dit op toeval berust.
Is Giganotosaurus de grootste theropode? thumb|400px|Verschillende grote theropoden in vergelijking, met Giganotosaurus in het oranje Het van de troon stoten van Tyrannosaurus door Giganotosaurus heeft ertoe geleid dat ook voor volgende theropoden vaak geclaimd werd dat deze groter zouden zijn, bijvoorbeeld bij Mapusaurus werd dit al aangekondigd toen de fossielen nog niet geborgen waren. Uiteindelijk bleek nooit een theropode langer dan Giganotosaurus gevonden te zijn, met mogelijke uitzondering van Deltadromeus. Wel werd duidelijk dat de al veel eerder bekende Spinosaurus de echte recordhouder was. Michael Mortimer heeft dit vraagstuk nauwkeurig bestudeerd; hier een lijst van grootste theropoden voorzien van zijn schatting in 2010 van de lengte van de grootste bekende exemplaren: Acrocanthosaurus — 11,5 meter Chilantaisaurus tashuikouensis — 11 tot 12 meter; schatting 2003 Allosaurus — 12,1 meter; schatting 2003 voor AMNH 5767, oorspronkelijk als Epanterias benoemd Tyrannotitan — 12,2 meter Tarbosaurus — 12,4 meter Mapusaurus — 12,6 meter Carcharodontosaurus — 12,79 meter Giganotosaurus — 13,2 meter Deltadromeus — 13,3 meter Tyrannosaurus — 14,1 meter Spinosaurus — 17 meter