400px|thumb|Het Macedonische Rijk bij de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) Het hellenisme (Oudgrieks: Ἑλληνισμός, Latijn: hellenismos) is het verspreiden van de Griekse cultuur.
De hellenistische periode in engere zin, is het tijdperk na de bloeiperiode van het klassieke Griekenland, waarin Athene als centrum van Griekse cultuur werd overvleugeld door Alexandrië. De hellenistische periode begint met de veroveringen door Alexander de Grote, en eindigt met de Romeinse verovering van Griekenland en het oude Nabije Oosten (334–30 v.Chr.).Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "hellenisme". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
Hellenistische wereld De hellenistische wereld besloeg het grondgebied van het Macedonische rijk, dat bestond uit stamland Macedonië, het Griekse vasteland, het voormalige Perzische rijk, Egypte en het noordwesten van India, en de Griekse opvolgersstaten daarvan. In dit gebied kwam een grootschalige handel en culturele uitwisseling op gang.
In ruimere, minder gebruikelijke zin verwijst "hellenisme" tevens naar de eerdere verbreiding van de Griekse cultuur buiten Griekenland, als gevolg van de stichting van Griekse koloniesteden aan de Zwarte Zee, op Sicilië en in Zuid-Italië (Magna Graecia), die buiten de directe macht van de grote staten vielen; en naar de culturele aanpassing aan de Griekse cultuur – of hellenisering – van het Romeinse rijk, vanaf de 7e eeuw v.Chr. tot de eerste eeuwen n.Chr.
Hellenisering Nabije Oosten Het leger van Alexander de Grote nam de Griekse cultuur met zich mee naar het oosten. Dit proces van culturele aanpassing aan het hellenisme, ook wel hellenisering genoemd, was vooral van invloed op de oriëntaalse gebieden, in het oude Nabije Oosten. Op zijn beurt had de oriëntaalse cultuur invloed op deze oud-Griekse cultuur. Deze mengcultuur bracht de hellenistische kunst voort. De hellenisering van de bevolking van het Nabije Oosten zorgde ervoor dat de stedelijke bevolking in Syrië en Klein-Azië nog tot ver in de middeleeuwen een vorm van Grieks spraken, het Koinè (κοινός, Koinos, "algemeen").
Etymologie Ἑλληνιστής Hellenistes, betekende in het oude Griekenland 'iemand die Grieks spreekt'. Het woord hellenismós betekende 'imitatie van het Griekse'.Kleinen Lexikon des Hellenismus, artikel Hellenismus, blz. 1-9 De Duitse historicus Johann Gustav Droysen (1808–1884) gebruikte in 1836 Hellenismus als aanduiding van een tijdperk. De Nederlandse vertaling luidt 'hellenisme'.
'Hellenismós' is geënt op Hellas, oorspronkelijk de naam voor een deel van Thessalië in het oude Griekenland, bij uitbreiding gebruikt voor Midden-Griekenland en vervolgens geheel Griekenland. Met hellenisering wordt culturele 'vergrieksing' bedoeld. De Hellenen, de oude Grieken, stamden volgens de Griekse mythologie van Hellen, Ἕλλην af, zoon van Deucalion, Δευκαλίων en Pyrrha, Πύῤῥα.
Geschiedenis Alexander de Grote right|400px|thumb|De diadochenrijken in 300 v.Chr. na de Slag bij Ipsos. De twintigjarige Alexander de Grote (r. 336–323 v.Chr.) volgde zijn vader Philippus II van Macedonië op. Hij onderdrukte enkele Griekse opstanden, en stelde Thebe als afschrikwekkend voorbeeld, door het met de grond gelijk te maken. Daarbij spaarde hij het huis van de dichter Pindarus, die hij erg waardeerde. Door zijn tochten naar Egypte, Voor-Azië en Perzië maakte hij in korte tijd van Macedonië een wereldrijk: het Macedonische rijk.
Opvolgingsstrijd na dood Alexander; drie diadochenrijken Op tweeëndertigjarige leeftijd stierf Alexander in Babylon een plotselinge dood. Veldheren en stadhouders vochten met elkaar over de opvolging, een strijd die vijftig jaren duurde. Toen kwam er wat rust; het uitgestrekte wereldrijk was uiteengevallen in drie grote rijken van "de diadochen" ("opvolgers" van Alexander): Ptolemeïsch Egypte met de hoofdstad Alexandrië Het Seleucidische rijk met de hoofdstad Seleucia aan de Tigris, later geslonken tot Syrië met Antiochië als hoofdstad Macedonië inclusief Griekenland met als hoofdstad Pella: omstreden tussen verschillende dynastieën, vooral de Antipatriden en de Antigoniden
Daarnaast ontstond in Klein-Azië een aantal kleinere "hellenistische" vorstendommen waarvan Pérgamon de grootste rol heeft gespeeld. Griekenland zelf behoorde aan Macedonië; de pogingen zich vrij te maken mislukten door onderlinge verdeeldheid. Thracië, dat onder Lysimachos (r. 305–281 v.Chr.) een zelfstandig koninkrijk was, twee decennia West- en Noord-Klein-Azië overheerste en kortstondig ook Macedonië, werd er na diens dood weer door geannexeerd.
Opkomst Romeinse rijk, einde hellenistische periode Als eindpunt van de hellenistische periode wordt de Romeinse verovering genomen, waaronder de annexatie van het Griekse schiereiland en de verovering van Egypte (30 v.Chr.).
Doorwerking hellenisme in Romeinse en Byzantijnse rijk Cultureel had het hellenisme zijn doorwerking tot in de Romeinse keizertijd, de late oudheid en het Byzantijnse rijk. Via deze weg heeft het hellenisme ook een grote betekenis gehad voor de westerse beschaving. Het Grieks bleef, ook na de verovering door het latijnstalige Rome, in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk de overheersende taal. Ofschoon de zelfstandige politiek van de hellenistische koninkrijken hiermee ten einde was, was ondertussen het hellenisme de overheersende cultuur onder de besturende elite van het Romeinse rijk geworden. Men kan stellen dat de Romeinen de Grieken politiek overwonnen, terwijl tegelijkertijd de Grieken, via het hellenisme, de Romeinen cultureel overwonnen.
Culturele missie Alexander De vroege dood van Alexander de Grote belette het ontstaan van een hecht wereldrijk, maar zijn optreden had grote gevolgen voor de beschaving: hij opende de wereld voor de Griekse of Helleense cultuur, en verzekerde daardoor het voortbestaan van deze cultuur. Hij wilde de Helleense beschaving, vermengd met oosterse beschavingselementen, zien uitgroeien tot een internationale, hellenistische cultuur. Alexander, die de Griekse én oosterse cultuur bewonderde, streefde naar een samenwerking der volken. Daartoe stichtte hij steden met een gemengde, multi-culturele bevolking; de voertaal in de hogere kringen van de hellenistische staten was het Grieks. Verscheidene hellenistische staten beleefden een tijdlang een hoge geestelijke bloei. Veel Grieken trokken als handelaar, kunstenaar, dichter of geleerde naar de verschillende hellenistische hoofdsteden.
Hellenistisch Alexandrië overvleugelt Helleens Athene Na de Slag bij Chaeronea, waar het vrije Hellas geen stand had weten te houden, verplaatste het zwaartepunt van de Griekse cultuur zich binnen enkele decennia van Athene naar de door Alexander gestichte stad Alexandrië, het nieuwe middelpunt van de toen beschaafde wereld. De multiculturele stad groeide uit tot een verzamelplaats van kunstenaars en geleerden en bezat het beroemde Mouseion, de grootste bibliotheek en studiecentrum van de oudheid. Ook al lag het culturele zwaartepunt nu in Alexandrië en andere hellenistische hoofdsteden, voor de beoefening van de wijsbegeerte bleef Athene hét centrum. In het Romeinse wereldrijk werd het hellenisme een hoofdbestanddeel van de Romeinse cultuur. Men hoorde pas bij de Romeinse elite, en toonde zich beschaafd, als men een grote kennis van de Griekse beschaving had, en naast Latijn ook Grieks sprak.
Hellenistische invloed en kenmerken Hellenistische invloeden strekten zich uit tot handel en verkeer, literatuur, wetenschap, filosofie en de kunst, waaronder bouwkunst en beeldhouwkunst. Kenmerken van het hellenisme waren, naast syncretisme, de internationalisering van handel en verkeer, systematisering in de stedenbouw, realisme in de beeldende kunsten, veel expressie, veel beweging via diagonale lijnen, en individualisme dat zich uitte in een toename van de portretkunst. De hellenistische wereldbeschouwing wordt meer gekenmerkt door antropocentrisme dan door theocentrisme.
Wetenschappers en filosofen Grote namen en instituten uit het hellenisme zijn de wetenschappers Eratosthenes, Archimedes, Aristarchus van Samothrace, Aristarchus van Samos en Euclides, filosofische scholen als die van de epicuristen, de stoïcijnen en de neoplatonici, en de grote en belangrijke bibliotheken van Alexandrië en Pergamum.
Kunst en architectuur
Het hellenisme veranderde het raamwerk voor de Griekse kunst en architectuur. Alexander de Grote en zijn hellenistische opvolgers stichtten een groot aantal nieuwe steden die, voor hun te bouwen tempels, gymnasia, theaters en pleinen, rijke ontwikkelingsmogelijkheden boden aan architecten en ambachtslieden. De residenties werden tot centra van hofkunst, in het middelpunt waarvan de heerser zelf stond. Pergamon is een treffend voorbeeld van zo'n residentiestad. Maar ook de stedelijke hogere klassen streefden naar roem bij het nageslacht, en lieten hun werken door erestandbeelden documenteren.
De hellenistische kunstperiode verschilde van zijn voorgangers vooral door de intensieve confrontatie met de Oriënt en de barbaren. Er ontstonden hybride kunstvormen van Griekse en oriëntaalse kunst, zoals in het oosten van het huidige Iran. Tezelfdertijd vertoonde de beeldhouwkunst een versterkt streven naar realisme, met inbegrip van (soms groteske) afbeeldingen van de in de klassieke kunstperiode verwaarloosde lagere sociale klassen. Belangrijke hellenistische kunstkenmerken zijn expressionistische stijlelementen en pathetische motieven, zoals in de De dronken oude vrouw en de Barberinische Faun, beide in de Glyptotheek in München, én het uitbeelden van de personages in de ruimte. Daarnaast ondersteunde de hellenistisch kunst de zelfrepresentatie van de heersers: met de afbeelding van goddelijke attributen, werden de prominente positie en het triomfalisme van de vorst benadrukt.
Hoogtepunten uit de hellenistische kunst zijn achtereenvolgens: de Galliër-anathemen van Attalos I, die bewaard zijn gebleven dankzij Romeinse kopieën (bekend zijn vooral de stervende Galliër en de Galliër die zijn vrouw doodt), het Pergamon-altaar in Berlijn, de Nikè van Samothrake, de Aphrodite van Milos (of Melus, ook Venus van Milo, beide in het Louvre) en de Laocoön-groep in Rome. Burckhardt bedacht voor de emotionele stijl van deze beelden de term Pergamenische barok.
Literatuur De hellenistische literatuur heeft enkele opmerkelijke werken voortgebracht. In het bijzonder de geschriften van Kallimachos, de belangrijkste Alexandrijnse dichter, en zijn leerlingen, waaronder Apollonius van Rhodos moeten worden genoemd. Apollonius' beroemdste werk was de (Ἀργοναυτικά Argonautica) over de Argonauten. In de hellenistische tijd ontstond ook de geromantiseerde Alexanderroman, die tot in de moderne tijd een grote populariteit genoot. In de middeleeuwen was dit, na de bijbel, zelfs het meest verspreide boektype. Alexanderromans werden van Europa tot in Zuidoost-Azië gelezen. Ook werken van historici over Alexander de Grote en zijn daden waren zeer geliefd.
De hellenistische literaire genres waren die van het eerder ontwikkelde drama, de elegie, het epigram, het epos, hymnen en lyriek. Alleen de roman, in de vorm van avonturen- en liefdesromans, het eerste literaire genre dat in proza werd geschreven, wordt als een oorspronkelijke, hellenistische ontwikkeling gezien. De publicatie van deze romans wijst op een lezerspubliek, en op het ontstaan van een boekcultuur in de hellenistische steden, naast de luistercultuur die de publieke opvoeringen van oudere literaire genres kenmerkte.
Dit hellenistische transformatieproces in de literatuur werd bevorderd door een nieuwe vorm van openbare beschaving, zoals belichaamd door openbare scholen en vooral door het uitgebreide bibliotheekwezen. Deze bibliotheken maakten het wetenschappers en literatoren voor het eerst mogelijk om zich op grote schaal op reeds eerder geanalyseerd materiaal te verlaten, en hun relatie daartoe te bepalen.
Wetenschap en onderzoek