miniatuur|Romeinen bekijken de Twaalftafelenwet (ets) De Twaalftafelenwet, ook wel de Wet der Twaalf Tafelen genoemd (Latijn: Leges of Lex duodecim Tabularum, Lex XII Tabularum, Duodecim Tabulæ), werd vermoedelijk uitgevaardigd in 451–450 v.Chr. en geldt als het oudste geschreven recht van het Romeinse Rijk.'Vermoedelijk': Als wordt uitgegaan van het bestaan van de Wet van de Twaalf Tafelen, blijkt uit de bepaling dat de Tiber als grens van Rome wordt aangeduid, maar ook uit opbouw, taalgebruik, gebruikte begrippen e.d., dat de teksten rond deze jaren tot stand moeten zijn gekomen. De wet werd opgesteld tijdens de Romeinse Republiek door een speciaal hiervoor aangesteld tienmanschap, de decemviri legibus scribundis. De inhoud werd bekendgemaakt op twaalf bronzen platen die op het Forum Romanum werden geplaatst.
Met deze wet begon de overgang van mondeling overgeleverd gewoonterecht, dat slechts bekend was bij een bevoorrechte groep juristen, naar geschreven wetgeving die voor alle burgers kenbaar was. De Twaalftafelenwet vormde gedurende meer dan duizend jaar de basis van het Romeinse recht. Sommige beginselen en rechtsfiguren uit deze wet zijn zelfs nog terug te vinden in het hedendaagse Belgische en Nederlandse recht.Steinberg, S. 'The Twelve Tables and Their Origins: An Eighteenth-Century Debate' Journal of the History of Ideas deel 43, nr. 3 (1982) 379–396, 381
De volgende omvangrijke codificatie van het Romeinse recht vond pas plaats in de 6e eeuw, in opdracht van de Byzantijnse keizer Justinianus I, en staat bekend als de Codex Justinianus.
Totstandkoming Volgens de historici Livius en Dionysius van Halicarnassus zijn de wetten vanaf 451 v.Chr. tot stand gekomen als gevolg van een lange sociale strijd tussen patriciërs en de plebejers, de standenstrijd genoemd. De laatsten vormden een belangrijke bron van arbeidskracht voor werk en leger en wilden niet langer onderworpen zijn aan een voor hen niet kenbaar gewoonterecht dat onder de hoede was van een kleine groep magistraten, de hogepriesters. Ze gebruikten het dreigement om uit Rome te vertrekken en zich elders te vestigen als drukmiddel en voegden meerdere keren de daad bij het woord, door zich massaal uit de stad terug te trekken (secessio plebis). Een van de grootste concessies die de elite deed was het opstellen van de Twaalftafelenwet met rechten om te kunnen procederen voor alle Romeinse burgers.Daarbij moet bedacht worden dat lang niet alle bewoners als burger werden gezien, daaronder vrouwen, slaven en vreemdelingen. Moderne historici nemen aan dat het initiatief ook, of vooral, van de elite kwam, die interne conflicten op deze manier beter wilde beheersen.Crawford, M.H. 'Twelve Tables' in Simon Hornblower, Antony Spawforth, en Esther Eidinow (red.) Oxford Classical Dictionary (4e uitgave)M.T. Fögen, Römische Rechtsgeschichten. Über Ursprung und Evolution eines sozialen Systems (Göttingen 2002) 76 noot 92.
Volgens de geschiedschrijving van Livius en Dionysius probeerde in 462 v.Chr. de volkstribuun Gaius Terentilius Harsa een wet door te voeren die een omschrijving van de macht van de consuls zou geven waarbij hun bevoegdheden zouden worden beperkt. Het lukte Gaius en zijn opvolgers niet om de wet behandeld te krijgen. Omstreeks 450 v.Chr. werd een college van tien patriciërs benoemd, de decemviri legibus scribundis, die consulaire macht kregen (imperium), om algemeen geldende wetgeving te ontwerpen. De leiding lag bij Appius Claudius. Ze stuurden een delegatie van drie man naar Griekenland om het juridische systeem van Athene te bestuderen, bekend als de wetgeving van Solon. Ook zouden ze de wetgeving van Griekse steden in het huidige Zuid-Italië hebben willen inventariseren. p. 23 p. 23 Het onderzoek duurde ongeveer twee jaar. Verder bouwden ze voort op de ongeschreven regels van het plaatselijk gewoonterecht.
Het resultaat werd bekendgemaakt op tien tafelen, het volgende jaar aangevuld met nog twee tafelen. De Romeinen waardeerden over het algemeen deze manier om rust en orde in de stad te bewaren.
Inhoud De tekst van de oorspronkelijke Twaalftafelenwet is verloren gegaan maar valt deels te reconstrueren aan de hand van losse citaten uit andere, latere werken, zij het dat de volgorde onzeker blijft en de tekst hiaten bevat. De eerste bekende publicaties van de tekst kwamen van Romeinse juristen. Sextus Aelius Paetus Catus (consul in 198 v.Chr.) nam een versie op in zijn werk over jurisprudentie, genaamd Tripartita, met zijn commentaar en de juridische formuleringen om ze in rechtszaken te kunnen gebruiken (legis actiones). De historici Livius en Dionysius van Halicarnassus gaven gedetailleerde verslagen van de totstandkoming van de wetten, daarnaast is het verhaal bekend uit werken van de Griekse historicus Diodorus van Sicilië.
Volgens Livius vormde de Twaalftafelenwet de bron van alle publiekrecht en privaatrecht, maar die indeling werd ten tijde van totstandkoming van de wet nog niet gemaakt en is een anachronisme. Vooral burgerlijk recht, burgerlijk procesrecht en strafrecht kwamen aan bod. De inhoud is typerend voor een agrarische gemeenschap en voor een republiek waarin het leger centraal stond. Hij omvatte zowel civiele rechten van de ciues (wapenbroeders) als de te volgen civiele procedures. Sommige regels volgden het oog om oog, tand om tand principe (ius talionis), maar alleen als partijen het niet eens konden worden over betaling van schadevergoeding.
Net als de meeste andere vroege wetboeken waren de Twaalf tafelen grotendeels procedureel, met korte zinnen en duidelijke regels. Sommige bepalingen zijn formeel van aard en bevatten bijvoorbeeld wat later civiel procesrecht zou gaan heten, om gelijkheid voor alle Romeinen bij een proces voor de rechters te borgen. Andere bepalingen legden de juridische omschrijvingen vast voor halsmisdaden als moord, verraad, meineed, gerechtelijke corruptie en het schrijven van lasterlijke teksten. De wet gaat uit van het bestaan van magie, voor het betoveren van veldvruchten moet bijvoorbeeld schadevergoeding worden betaald. Het woordgebruik is archaïsch, wat al snel tot interpretatievragen leidde.Bijvoorbeeld bij Cicero. Vertaling van Niall Rudd in Cicero, The Republic and The Laws (1998), heruitgave 2008, Oxford, New York: Oxford University Press, p. 146. Beginselen uit deze wetten als de verjaring van vorderingen, de 300 dagen regel voor de aanname van vaderschap na scheiding (België) of dat een vrouw onder voogdij is gesteld van haar vader of echtgenoot, gelden (in verschillende landen en culturen) tot op heden.
Een van de regels in de Twaalftafelenwet was de mogelijkheid voor de pater familias om een pasgeboren nakomeling met een zichtbaar gebrek voor de tiende levensdag te doden (Cicero, De legibus, 3.8.19). Dit was een onderdeel van het ius vitae necisque, vaak vertaald als het recht om te oordelen over leven en dood van zijn kinderen.
Opmerkelijk was de regel dat men bij het beschuldigen van diefstal de intentie diende te bewijzen.
Indeling De gebruikelijke manier waarop de tafelen worden ingedeeld is als volgt:Constant de Koninck, Beknopte encyclopedie van het Romeinse recht, 2000, p. 317 Tafel 1Procedure voor rechtbanken en rechtszaken (civielprocesrecht)Tafel 2Nadere bepalingen voor rechtszakenTafel 3Tenuitvoerlegging van vonnissen (executierecht)Tafel 4Rechten van familiehoofden (familierecht)Tafel 5Wettelijke voogdij en nalatenschapsrechtTafel 6Verkrijging en bezitTafel 7Landrechten en misdrijvenTafel 8Overtredingen en onrechtmatig handelenTafel 9PubliekrechtTafel 10LijkbezorgingTafel 11Supplement ITafel 12Supplement II
Tafels I en II Procedure voor rechtbanken en rechtszaken, nadere bepalingen Deze twee tafels hebben betrekking op de Romeinse rechtszaken. Tafel I behandelt de procedures tussen de gedaagde en de eiser, met reacties op potentiële situaties, zoals wanneer leeftijd of ziekte de gedaagde verhindert te verschijnen, en er dan vervoer moet worden geregeld om hen te helpen. Het behandelt ook het niet verschijnen van de verdachte. Indien een van beide partijen niet verschijnt, moet de rechter na de middag een oordeel vellen in het voordeel van degene die aanwezig is. Geeft een tijdschema voor het proces (eindigt bij zonsondergang). Tafel II bepaalt bij procesvoering voor de magistraat en de niet-ambtelijke rechter het bedrag van de financiële inzet voor elke partij, afhankelijk van de bron van de rechtszaak, wat te doen in geval van aantasting van de rechter en de regels over wie bewijs moet overleggen.
Tafel III Tenuitvoerlegging van vonnissen Deze tafel bevat vijf regels over hoe vonnissen moeten worden uitgevoerd, gekaderd in termen van debiteuren en crediteuren. Deze regels laten zien hoe de oude Romeinen de openbare orde handhaafden door de economie te reguleren.
Voor erkende schulden en voor zaken die (in iure) door de rechtbank worden berecht, wordt door de wet dertig dagen toegestaan [voor betaling of voor voldoening]. Daarna zal na [verstrijken van dertig dagen zonder betaling] de hand worden gelegd op (Manusinfectie) [de schuldenaar]. Hij zal voor de rechter worden gebracht (in ius). Tenzij hij (de schuldenaar) de schuldenaar ontslaat, tenzij iemand (in iure) voor de rechtbank verschijnt om de betaling voor hem te garanderen, zal hij (de schuldeiser) [de schuldenaar] meenemen. Hij zal [hem] binden met een riem of met boeien, waarvan het gewicht niet minder dan vijftien pond zal zijn, of meer zal zijn als hij (de schuldeiser) dat wenst. Indien hij (de schuldenaar) ervoor kiest, zal hij op eigen [middelen] wonen. Als hij niet alleen woont [middelen], zal [de schuldeiser] die hem in obligaties zal houden, [hem] dagelijks een pond brood geven; als hij (de schuldeiser) dat wenst, zal hij [hem] meer geven. Tenzij zij (de schuldenaars) een compromis sluiten, worden zij (de schuldenaars) gedurende zestig dagen in obligaties vastgehouden. Gedurende die dagen zullen ze naar [de magistraat] worden gebracht in de comitia (ontmoetingsplaats) op drie opeenvolgende markten […]
Tafel IV Rechten van familiehoofden De vierde tafel gaat over de specifieke rechten van de pater familias, het mannelijke hoofd van een familie. Een van de eerste regels is dat ‘vreselijk misvormde’ kinderen snel geëuthanaseerd moeten worden. Er wordt ook uitgelegd dat zonen worden geboren als erfenis van hun familie. Baby's met lichamelijke en geestelijke ziekten moeten door de vader zelf worden gedood. Als een man niet langer met zijn vrouw gehuwd wil zijn, kan hij haar uit hun huishouden verstoten en "haar opdragen zich met haar eigen zaken te bemoeien". Niet alle regels in deze tafel zijn alleen in het voordeel van de patriarch. Als een vader drie keer probeert zijn zoon te verkopen, verdient de zoon zijn vrijheid van de vader.
Tafel V Wettelijke voogdij en erfrecht Naast delen van het familierecht regelde Tafel V het erfrecht. Onderdelen waren het voogdijrecht, erfverboden, beginselen voor testamenten, wettelijke erfrechtregelingen, vermogensbeheer in geval van geestesziekte, het erfrecht van vrijgelatenen en claims op de nalatenschap.
Fragmenten:
“Uti legassit super pecunia tutelave suae rei, ita ius esto.” Hoe [iemand] heeft beslist over zijn rijkdom en de voogdij over zijn spullen, dus het zou wettig moeten zijn. Als u intestato moritur, cui suus heres nec escit, adgnatus proximus familiam habeto. Si adgnatus nec escit, gentiles familiam [habento].” Als iemand overlijdt zonder eerst zijn testament bekend te maken en die ook geen erfgenaam heeft, moet het volgende familielid van vaderskant [Agnat] de eigendom krijgen. Als er geen familielid aan vaderskant is, moeten de gezinsleden de eigendom hebben. “Si furiosus escit, adgnatum gentiliumque in eo pecuniaque eius potestas esto.” Als [iemand] gek [geestesziek] is, zal de macht over hem en zijn bezittingen berusten bij zijn vaderlijke familieleden en zijn mede-gezinsleden.
Tafel VI Verkrijging en bezit