De National Football League (NFL) is de grootste, professionele Americanfootballcompetitie van de Verenigde Staten. De competitie bestaat uit 32 teams, verspreid over Amerikaanse steden en regio's.
De NFL bestaat uit twee competities, namelijk de American Football Conference (AFC) en de National Football Conference (NFC). Elke competitie is verder onderverdeeld in vier divisies (Oost, Noord, West en Zuid), die elk vertegenwoordigd worden door vier teams. Gedurende het reguliere seizoen, meestal van september tot december, speelt elk team 17 wedstrijden. Aan het eind van het seizoen spelen de beste zeven teams van elke competitie tegen elkaar, in de vorm van een toernooi, namelijk de play-offs. Per divisie is er één winnaar. De beste drie teams buiten deze vier gaan ook door naar de playoffs op een zogenoemde wild-card. Eerst is er het wild-cardweekend, de nummer één heeft dan geen wedstrijd en is automatisch door. Dan spelen de wild-cardwinnaars tegen elkaar en stroomt de nummer één ook in. De winnaars van deze wedstrijd spelen tegen elkaar voor het kampioenschap van de NFC dan wel AFC.
De winnaar van de AFC speelt vervolgens tegen de winnaar van de NFC in de NFL-kampioenswedstrijd: de Super Bowl. Deze wedstrijd wordt gespeeld op een van tevoren bepaalde locatie, gewoonlijk een stad waar een NFL-team gehuisvest is. De week ervoor speelt een aantal uit de AFC en NFC geselecteerde spelers de Pro Bowl, die sinds 1979 in Honolulu (Hawaï) gespeeld wordt.
Ook in Europa was er een NFL-competitie: NFL Europa. In deze competitie speelden de Europese Americanfootballclubs, waaronder de Amsterdam Admirals. Op 29 juni 2007 werd de NFL Europa opgeheven.
Geschiedenis Een vergadering tussen vertegenwoordigers van enkele Americanfootballploegen in augustus 1920 mondde uit in de oprichting van de American Professional Football Conference (APFC), een organisatie die onder meer als doelen had om het niveau van de professionele ploegen te verhogen en om te zoeken naar samenwerking in de samenstelling van de wedstrijdschema's van de clubs. In een meeting die een maand later plaatsvond, werd besloten dat de competitie de American Professional Football Association (APFA) zou heten. In het eerste seizoen waren er veertien ploegen, die echter geen evenwichtig schema speelde. De wedstrijden werden onderling afgesproken en een aantal wedstrijden tegen teams die geen lid waren van de APFA werden ook meegenomen in de stand. De meeste ploegen speelden tussen de zeven en dertien wedstrijden en de titel werd niet beslist op basis van de stand, maar vergeven aan het team dat een stemming onder de leden van de APFA had gewonnen. Dit bleken uiteindelijk de Akron Pros, tevens het enige team dat geen enkele wedstrijd had verloren. Het tweede seizoen zag de APFA een groei naar 21 ploegen in competitie. Een belangrijke wijziging was dat enkel wedstrijden tegen andere APFA-leden mee zouden tellen voor de titel. De betere teams die lid waren van andere competities werden zo aangemoedigd om lid te worden, ook omdat APFA-teams vaak niet tegen ze wilden spelen (het resultaat telde immers niet mee).
Dubieuze kampioenschappen De titelstrijd van 1921 was echter veel controversiëler dan het voorgaande seizoen: de Buffalo All-Americans en de Chicago Staleys waren beide ongeslagen toen ze elkaar troffen. Buffalo won de wedstrijd, maar de Staleys vroegen om een herkansing. De All-Americans gingen akkoord, maar enkel als het om een oefenwedstrijd zou gaan (die niet mee zou tellen in de stand). De APFA besliste echter om het resultaat toch mee te tellen en Chicago won. Uiteindelijk hadden beide teams negen keer gewonnen en één keer verloren en werd de titel, tot woede van de fans in Buffalo, aan de Staleys gegeven. Bij een gelijke stand gold in die tijd namelijk de meest recente onderlinge wedstrijd als beslissende factor en de zege van de Staleys was recenter dan die van de All-Americans. In 1922 werd de APFA omgedoopt naar de huidige naam, maar het bleef het een komen en gaan van teams; tussen 1921 en 1926 had de competitie telkens rond de twintig deelnemers, maar slechts acht teams hebben daadwerkelijk elk seizoen in die periode meegedaan. Ook de titelstrijd was nog eens dubieus: in 1925 speelden de Pottsville Maroons (een van de kanshebbers op de titel) een oefenwedstrijd tegen het team van de Universiteit van Notre Dame. Deze wedstrijd was echter in Philadelphia, de thuisstad van de Frankford Yellow Jackets, die op dezelfde dag een thuisduel speelden. De Yellow Jackets claimden dat dit een schending was van de regels, aangezien de Maroons geen toestemming hadden gekregen van de NFL om in Philadelphia te spelen. Volgens de Maroons hadden ze die toestemming echter wel, dus ze speelden (en wonnen) de wedstrijd. Hierop werden de Maroons geschorst en mochten ze dat seizoen geen wedstrijden meer spelen. Ook de Chicago Cardinals waren kanshebber op de titel, maar ook zij waren niet geheel schoon: hun op een na laatste wedstrijd was tegen de Milwaukee Badgers, maar die ploeg kon geen complete selectie krijgen voor de wedstrijd. Om deze toch rond te krijgen, werden vier spelers van een highschool gevraagd om mee te doen, iets wat ook tegen de regels was. Uiteindelijk eindigden de Cardinals met elf zeges en twee nederlagen (gelijke spelen telden toen nog niet mee voor de stand) en de Maroons met tien zeges en twee nederlagen. De Cardinals werd de titel toegewezen, maar de eigenaar weigerde, omdat ze zelf van de Maroons hadden verloren dat seizoen. Toen de Cardinals in 1933 echter een andere eigenaar kregen, maakte die nieuwe eigenaar wel aanspraak op de titel van 1925. Tegenwoordig worden de Cardinals ook beschouwd als kampioen van dat seizoen.
Eastern en Western Conference De titelstrijd van 1932 bleek de spannendste tot dan toe: aan het eind van het seizoen hadden zowel de Chicago Bears als de Portsmouth Spartans zes duels gewonnen en eentje verloren. Om de titel te beslechten werd er een beslissende wedstrijd georganiseerd in Chicago. De thuisploeg won met 9-0 en pakte de titel.De wedstrijd telde wel gewoon mee voor de stand en door dit verlies zakte de Spartans nog naar de derde plaats. Deze wedstrijd was zo'n succes dat men besloot om elk jaar een beslissingswedstrijd om de titel te spelen. Vanaf het daaropvolgende seizoen werd de competitie verdeeld in twee divisies, de Eastern en de Western Division (later Eastern en Western Conference). Het beste team uit elke divisie zou zich plaatsen voor deze finale (het thuisvoordeel was om en om voor de westelijke, dan wel de oostelijke kampioen); mochten twee teams gedeeld eerste van hun divisie staan, dan werd er een beslissingswedstrijd gespeeld. 1936 was een mijlpaal in de geschiedenis van de NFL, want voor het eerst bleef de indeling gelijk aan die van vorig seizoen; er kwam dus geen nieuw team bij, noch werd er een team opgeheven. Daarnaast was 1936 ook het eerste jaar waarin alle ploegen een gelijk aantal wedstrijden speelden. Dit was vorig seizoen eigenlijk al het plan, maar dankzij het slechte weer werd er toen één wedstrijd afgelast en niet meer ingehaald. Acht van de negen teams die in 1936 aan de competitie deelnamen, zijn nu nog altijd NFL-lid. Dit waren de Boston Redskins, de Chicago Bears, de Chicago Cardinals, de Detroit Lions, de Green Bay Packers, de New York Giants, de Philadelphia Eagles en de Pittsburgh Pirates. Enkel de Brooklyn Dodgers, die in 1944 werden opgeheven, wisten het niet te redden.
NFL tijdens de Tweede Wereldoorlog Met het toetreden van de Cleveland Rams in 1937 had de NFL de tien teams die komende zeven seizoenen (tot en met 1942) de competitie zouden vormen. De Tweede Wereldoorlog eiste echter ook zijn tol in de NFL; op spelers die dienden in het leger kon immers geen beroep worden gedaan. Het zwaarst getroffen waren de Rams, de Eagles en de Pittsburgh Steelers (de nieuw naam van de Pirates sinds 1940) en de NFL gaf de Rams permissie om zich voor één seizoen terug te trekken uit de competitie. De Eagles en de Steelers besloten om voor dit seizoen te fuseren tot één team. In de officiële statistieken gebruikte men de naam Phil-Pitt Combine, maar in de volksmond sprak men van de Steagles, een porte-manteau van Steelers en Eagles. Het combinatieteam speelde vier thuisduels in Philadelphia en twee in Pittsburgh en als ze de laatste wedstrijd niet verloren hadden, waren ze zelfs gedeeld eerste geweest in hun divisie. In 1944 kwamen de Rams terug en werd er ook voor het eerst sinds 1937 een nieuw team toegelaten tot de competitie; de Boston Yanks. Daarnaast begonnen de Eagles weer voor zich alleen te spelen, wat resulteerde in een oneven aantal teams. Dit werd niet gezien als wenselijk, dus vroeg men de Steelers om nogmaals te fuseren met een ander team. Op voorwaarde dat de meeste wedstrijden werden gespeeld in Pittsburgh, vormden ze samen met de Chicago Cardinals de zogenaamde Card-Pitt. Dit was echter geen succes, want alle wedstrijden eindigden in een nederlaag. Als men dit seizoen meetelt als duels van de Cardinals, waren dit tien van de 29 wedstrijden die de Cardinals tussen 1942 en 1945 allemaal verloren. In 1945 vond ten slotte voor de laatste keer een fusie plaats: de Boston Yanks vormden één team met de Brooklyn Dodgers (eerder de Brooklyn Tigers). Hoewel het team officieel meedeed als the Yanks, zonder de naam van een stad ervoor, werden toch vier van de vijf thuisduels gewoon in Boston gespeeld. Met slechts drie zeges was dit jaar echter geen succes voor beide teams en volgend seizoen keerden de Dodgers ook niet terug in de NFL. Uiteindelijk bleken de Chicago Bears in deze oorlogsperiode het sterkste team, met drie titels in zes seizoenen.
Verhuizing naar het westen en de AAFC In 1946 trad er een nieuwe speler aan op het Americanfootballtoneel, de All-America Football Conference (AAFC). Deze nieuwe competitie wilde professioneel de strijd aangaan met de NFL en was de eerste competitie die daar behoorlijk in slaagde. Een voordeel voor de AAFC was dat de NFL nog herstellende was van de perikelen tijdens de oorlog. Daarnaast waren de teameigenaren van de (oorspronkelijk acht) AAFC-teams over het algemeen rijker dan de eigenaren van de NFL-teams. Ook probeerde de AAFC nieuwe markten aan te boren. De NFL was begonnen in het noordoosten van het land, maar had nooit echt verder gekeken. De AAFC begon echter, nu reizen steeds makkelijker werd, met een team in Florida en twee in Californië. Toch begon ook de NFL haar horizon te verbreden; de eigenaar van de Rams wilde zijn team verhuizen naar Los Angeles en hoewel de NFL daar eerst niet erg blij mee was, wist hij de verhuizing toch door te drukken. Zo werden de Rams het eerste NFL-team dat aan de West Coast begon te spelen. De AAFC bleek uiteindelijk de competitie niet lang vol te houden. Een groot probleem was ook het verschil in kwaliteit tussen de teams. Elk jaar werden de Cleveland Browns kampioen en in 1948 deden ze dat zelfs met een perfect season (ze wonnen alle wedstrijden). Dit was de eerste keer dat een dergelijke prestatie in professioneel American football voorkwam en enkel de Miami Dolphins wisten die later nog te herhalen.De Los Angeles Bulldogs werden in het tweede seizoen van de American Football League van 1936 (niet te verwarren met de American Football League van 1960) ook kampioen met alleen maar zeges. Dit was tevens het laatste seizoen van die AFL en de vraag is of de Bulldogs gezien moeten worden als een volwaardig professioneel team, zoals de Browns en de Dolphins. Na 1949 besloten de AAFC en de NFL te fuseren en drie teams (de Browns, de San Francisco 49ers en de Baltimore Colts) werden volwaardig NFL-lid. Dat de dominantie van de Browns niet alleen kwam door de weinige tegenstand in de AAFC, bewezen ze het eerste seizoen al, door direct de NFL-titel te grijpen (en tot en met 1955 wonnen ze zelfs elk jaar de Eastern Conference).
'Old line' en de AFL