Lambik is een van de hoofdpersonages uit onder meer de Vlaamse stripreeks Suske en Wiske. Hij maakte zijn debuut in het derde verhaal, De sprietatoom (1946). Hij is een blanke man van middelbare leeftijd.

Lambik heeft naast zijn vaste rol in de Suske en Wiske-hoofdreeks ook een eigen stripreeks, De grappen van Lambik. Hij heeft daarnaast een belangrijke rol in twee spin-offreeksen, Amoras (2013-2015) en De Kronieken van Amoras (sinds 2017).

Oorsprong Willy Vandersteen tekende Lambik voor het eerst in de winter van 1944-1945 op een reeks losse tekenbladen. De figuur heette in eerste instantie Pukkel. Later kreeg hij zijn huidige naam, die is gebaseerd op de biersoort Gueuze Lambic, waar Vandersteen zelf dol op was.Florqui, J. Ten huize van... 13, 1977, p. 99. Gearchiveerd op 24 juni 2023. In oudere Nederlandse uitgaven heet hij Lambiek.

Er is wel geopperd dat Vandersteen Lambik heeft gebaseerd op de Franse acteur Fernand Charpin. Een andere genoemde mogelijkheid is dat Vandersteen zich voor Lambik liet inspireren door de film Hellzapoppin', met daarin de malle detective Quimby (gespeeld door Hugh Herbert). Vandersteen heeft hier zelf nooit publiekelijk iets over losgelaten.Versus, nummer 131, 2020

Rollen in de serie In zijn debuutverhaal De sprietatoom is Lambik een loodgieter. Hij is daarnaast door professor Barabas ingehuurd als privédetective, naar eigen zeggen omdat hij heel goed verloren dingen kan terugvinden.De Sprietatoom : ontmoeting Lambik 2, Comic Art Fans In de rest van dit verhaal helpt Lambik – ondanks zijn alcoholisme en zijn ook hier al erg grote onhandigheid – Suske, Wiske en de professor in hun strijd tegen de kwaadaardige geleerde Savantas.

Het eerstvolgende verhaal dat in de Vlaamse ongekleurde reeks uitkwam na De sprietatoom, De koning drinkt, is het enige in de serie waarin Lambik weer geheel uit beeld is verdwenen en ook anderszins geen rol speelt (vermoedelijk was Vandersteen in deze tijd aan het experimenteren welke personages zich het best leenden als extra hoofdpersonages in de serie).

In tientallen verhalen heeft Lambik zelf min of meer de hoofdrol in plaats van de naamgevers van de strip, Suske en Wiske. Sterrenrood (2015) is een van de zeer weinige verhalen na De sprietatoom waarin Lambik zelf niet te zien is. Inspecteur Lambique doet hier in Lambiks plaats onderzoek naar een diamantdiefstal.

Kenmerken in de hoofdreeks (rode reeks) thumb|Lambik heeft zich verstopt in een regenton in De sprietatoom, standbeeld gemaakt door Monique Mol (Stripstandbeelden Middelkerke)

Volledige naam In Bolhoed Bik (2024) wordt duidelijk dat zijn volledige naam Lambik Geuze is.

Uiterlijk Vandersteen besloot na een paar verhalen het uiterlijk van Lambik vrij drastisch aan te passen. Zo had Lambik in het allereerste begin nog niet zijn typische ronde hoofd. Ook lijkt het met name in De sprietatoom alsof hij hier op zijn achterhoofd nog wat meer haar heeft. Verder is duidelijk dat Lambik hier nog een echte snor heeft, die in latere verhalen niet goed meer herkenbaar is. Lezers van de latere verhalen twijfelen vaak of de zwarte streep onder Lambiks neus gewoon zijn bovenlip, dan wel een snor is. Volgens Studio Vandersteen is de zwarte streep onder de neus van Lambik inderdaad een snor. In enkelverhalen wordt dit expliciet bevestigd, bijvoorbeeld in De apekermis, Het drijvende dorp (waar Lambik door iemand wordt omschreven als "die dikke madam met haar snor"), De blote Belg en Jeanne Panne .

Vanaf De zwarte madam, het vijfde verhaal in de serie, is Lambik op zes hoofdharen na helemaal kaal.In de blinkende boemerang zeggen pygmeeën echter tegen Lambik dat hij zulk fijn haar heeft dat men het niet ziet. Lambik is hier niet altijd even tevreden over.Zie bijv. De kale kapper Onduidelijk is wat zijn oorspronkelijke haarkleur is geweest. In Het zingende nijlpaard is een jeugdportret van Lambik met zwart stekelhaar te zien, maar in De sterrenplukkers blijkt de jonge Lambik hoogblond haar te hebben en in De 7 schaken is hij als jongetje met rood haar te zien. In de eerste albumuitgave van De zwarte madam heeft Lambik per hoofdzijde afwisselend drie of vier haren, wat erop lijkt te duiden dat oorspronkelijk geen sprake was van een specifiek aantal haren.

Lambiks postuur is tamelijk gezet, hoewel dit door zijn kleding meestal niet opvalt. Ook hierom is hij soms het mikpunt van spot, vooral als zijn bovenlichaam ontbloot is.

Kleding Lambik draagt meestal een zwarte broek en een wit overhemd met een zwart strikje. Tot en met het begin van De tuf-tuf-club (1951) droeg hij in de oorspronkelijke ongekleurde albums regelmatig een stropdas. Als hij dan zijn kleding voor een negentiende-eeuws kostuum verruilt, verschijnt voor het eerst de vlinderdas. Vanaf dat moment is Lambiks strikje door alle verhalen heen een vast onderdeel van zijn verschijning. Bij het hertekenen van de oudste verhalen waarin Lambik meedeed is de oorspronkelijke stropdas soms vervangen door het strikje. In sommige verhalen is Lambik te zien met een zwarte bolhoed (waarvan hij een hele verzameling heeft) en een bruine of grijze jas.Zie bijv. Lambiks debuutverhaal De sprietatoom, De sterrenplukkers en Het Bretoense broertje

Vanaf Het bevroren vuur is Lambik vaak te zien in zijn kenmerkende zwarte broek in combinatie met het witte overhemd.

Karakter Lambik is van de vaste hoofdpersonen degene die veruit het vaakst zorgt voor absurde en veelal lachwekkende situaties. Hij is vaak erg onnozel, en bijzonder traag van begrip. Een heel vaak terugkomende running gagDeze grap is soms ook bij andere personages gebruikt. in de strip is dat Lambik met grote vertraging op iets abnormaals reageert. Als hij bijvoorbeeld van een vijand een harde klap op zijn hoofd krijgt, komt hij vaak pas een aantal plaatjes later tot het besef dat hij bewusteloos moet neervallen. Een andere eigenaardigheid is het soms achterlaten van vreemde teksten op zijn deur, zoals "niet thuis uit hoofde van afwezigheid".Zie De bokkerijders In sommige verhalen blijkt hij daarentegen ineens juist zeer sterk, dapper en heldhaftig te zijn, en soms ook even heel slim.

Tegelijkertijd vertoont hij allerlei voor menigeen zeer herkenbare, typisch menselijke eigenschappen en gebreken. Hij is in essentie een zeer goed en nobel iemand. Hij zet zich vaak in voor slachtoffers van onrecht en voor onderdrukten, en toont zich uiteindelijk altijd bezorgd over hoe het met zijn vrienden gaat. Lambiks persoonlijke karakter kent anderzijds allerlei aspecten en varieert soms nogal per individueel verhaal, waarbij ook bepaalde uitgesproken negatieve kanten nu en dan de kop opsteken. Hij kan dan bijvoorbeeld ineens erg laf en egoïstisch zijn en de schuld van alles wat er veelal door zijn eigen toedoen misgaat aan anderen geven. Hij reageert in bepaalde situaties soms onverwacht erg vijandig en agressief, ook naar zijn beste vrienden.

In met name de oudste verhalen lijkt hij enigszins een alcoholverslaving te hebben. Hij lijdt soms aan behoorlijk zware depressies en toont zich dan geregeld erg teleurgesteld in de overheid of zelfs de maatschappij als geheel, waarin de normale, hardwerkende man (met wie hij zichzelf identificeert) altijd maar onbelangrijk lijkt te zijn.Zie bijv. De ruige regen Op onverwachte momenten reageert hij soms naar iedereen heel lomp en onbehouwen. Soms wordt hij van buitenaf beïnvloed, bijvoorbeeld door magie.Zie bijvoorbeeld De poppenpakker Als Lambiks hebzuchtige kant de kop opsteekt is hij uit op rijkdomDit wordt bijvoorbeeld erg duidelijk in De poenschepper en De gekke gokker, macht, vleierij of een hogere status, desnoods zelfs ten koste van zijn vrienden.

Als alle verhalen chronologisch worden geordend, is vrij duidelijk te zien hoe Lambiks karakter geleidelijk aan evolueert. In zijn allereerste verhalen is Lambik, hoewel hij vanaf het begin uitsluitend goede bedoelingen heeft gehad, vooral oerdom, onhandig, verstrooid en mede daardoor vaak erg onbetrouwbaar. Hij loopt de andere hoofdpersonages over het algemeen meer in de weg dan dat hij een nuttige hulp is. In de eerste verhalen daarna wordt Lambik duidelijk slimmer, maar ook veel ijdeler en soms dominanter. Hij lijdt vaak aan een enorme zelfoverschatting en brengt daardoor zowel zichzelf als de personen in zijn omgeving geregeld flink in de problemen. Hij laat zich daarnaast vrij makkelijk voor de gek houden en heeft dit meestal pas als laatste of enige niet door. Hij blijkt ook nogal vatbaar voor verleidingen, bijvoorbeeld van een aantrekkelijke vrouw, die hij dan meestal gelijk ook weer keihard dumpt zodra blijkt dat ze een bedriegster is.

Hoewel Lambik lichamelijk niet zwak lijkt, moet hij het qua lichaamskracht steevast volkomen afleggen tegen Jerom, die mede daarom een grote concurrent van hem is. Met name in de verhalen waar Jerom niet meedoet, is Lambik ondanks zijn onnozelheid vaak juist uiteindelijk de sterke held van het verhaal (dit geldt met name voor de blauwe reeks). Vanaf midden jaren 60 weet Lambik zich veelal geen raad meer met zijn emoties, en is het vooral Jerom die dankzij zijn enorme spierkracht de meeste moeilijke situaties oplost, waar de vrienden eerder op elkaar en dan vaak vooral ook op Lambik waren aangewezen. Wanneer Paul Geerts in 1972 de reeks definitief van Vandersteen overneemt, zet deze trend zich voort. Lambik ontwikkelt zich meer en meer tot de nar in het verhaal, die nog maar weinig aan de belangrijke ontwikkelingen toevoegt.Het statige standbeeld (1979) draait bijvoorbeeld bijna helemaal om Lambiks enorme ijdelheid en blindheid. Vanaf eind jaren 80 (de tijd dat Marc Verhaegen steeds meer bijdragen aan de strip ging leveren) krijgt hij soms weer iets serieuzere rollen toebedeeld.

Lambiks goede en slechte geweten worden soms verbeeld door respectievelijk een engel en een duivel.Zie bijv. Het zingende nijlpaard In sommige latere verhalen vervult Wiske de rol van Lambiks goede geweten. Ook de andere vrienden spannen zich in om hem indien nodig te behoeden voor grote vergissingen en domheden. Lambik heeft zijn vrienden meermaals verraden, al komt hij uiteindelijk wel altijd weer tot inkeer.

Willy Vandersteen verwerkte naar eigen zeggen flink wat eigenschappen van hemzelf in Lambiks karakter, vermoedelijk zowel de goede als de minder aangename. Tijdens een interview met het tijdschrift Elsevier in 1973 typeerde hij Lambik als volgt;

Vandersteens oudste dochter Helena Vandersteen (die als kind model had gestaan voor Wiske) verklaarde hierover: "Pluis Lambik uit en je komt mijn vaders goede en minder goede karaktertrekken tegen".

Persoonlijke achtergrond thumb|Lambik, hier uitgebeeld in attractiepark Bellewaerde Over Lambiks eigen verleden en jeugd wordt in de verhalen vrij vrij weinig bekend. In De laatste vloek (2003) blijkt dat hij jarig is op de 14e. Volgens het − niet in de reguliere hoofdreeks gepubliceerde − verhaal De bloedbroeder (2013) is zijn sterrenbeeld Maagd; hieruit zou dus volgen dat zijn geboortedatum 14 september is.

In enkele verhalen – Het zingende nijlpaard, De sterrenplukkers, De 7 schaken en Bolhoed Bik – wordt een beeld geschetst van hoe Lambik er als kind moet hebben uitgezien. In Het hondenhart wordt Lambik als jongeman getoond.

Vooral in de eerste paar jaar van de strip wordt duidelijk dat Lambik een katholieke opvoeding gehad moet hebben; zo verwijst hij bijvoorbeeld in het al genoemde verhaal Het zingende nijlpaard en in De tuf-tuf-club naar zijn eerste communie.

Diverse beroepen