Katia Mann (geboortenaam Katharina Hedwig Pringsheim; Feldafing, 24 juli 1883 – Kilchberg, 25 april 1980) was de echtgenote van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zij had eerst de Duitse nationaliteit, vanaf 1962 de Zwitserse.
Thomas Mann schreef verschillende boeken waarin personages voorkomen die geïnspireerd zijn op Katia Mann. Zo lag haar verblijf in een kuuroord in Davos ten grondslag aan zijn roman De Toverberg (1924) en het verhaal Die Betrogene (1953). In 1974 werkte Katia Mann mee aan een lang interview, dat gepubliceerd werd met de titel Meine ungeschriebenen Memoiren.
Het huwelijk van Thomas en Katia was gelukkig, ondanks de homo-erotische neigingen van Thomas Mann, die af en toe verliefd werd op jongens. Katia accepteerde hem zoals hij was. Thomas Mann was haar daarvoor dankbaar. Ook vervulde Katia allerlei functies rondom het werk van haar man. Zo was zij redacteur, uitgever, vertaler, manager en verzorgde zij de PR.
Biografie links|miniatuur|Katia's ouderlijk huis, het Pringsheimpaleis in München miniatuur|Friedrich August von Kaulbach: Kindercarnaval uit 1888, links Katia Pringsheim
Vroege jaren Katia werd geboren in Feldafing in de buurt van München, als telg van een van de rijkste Duitse families. Zij groeide op in uiterst voorspoedige en liberale omstandigheden. Het gezin woonde vanaf 1890 in een villa in de Arcisstraße 12 in München. De villa had een oppervlakte van 1500 vierkante meter, een aparte route voor de dienstbodes, een muziekzaal en een bibliotheek. Bovendien was er elektriciteit, wat toen zeldzaam was voor particuliere woningen. In 1888 werd zij afgebeeld op een schilderij van Friedrich August von Kaulbach. In 1892 werd haar portret geschilderd door Franz von Lenbach. miniatuur|Portret van Katia Pringsheim als kind (1892) door Franz von LenbachDe ouders van Katia stelden hoge eisen aan de schoolopleiding van hun kinderen, en streefden voor allen een academische opleiding na. Terwijl haar broers naar een middelbare school gingen, kreeg Katia vanaf zevenjarige leeftijd privélessen en deed ze in 1901 als eerste vrouw examen aan een middelbare school in München, het Wilhelmsgymnasium - op aanraden van haar grootmoeder, de feministe Hedwig Dohm. Omdat vrouwen waren uitgesloten van het staatsexamen moest Katia als een zogenoemde privé-student een pre-examen afleggen om te kunnen deelnemen aan het examen. Vervolgens kreeg ze toestemming om colleges bij te wonen aan de universiteit van München, waar haar vader les gaf. Pas enkele jaren later, in 1903, werd het in Beieren voor vrouwen mogelijk om een reguliere studie te volgens. Katia Pringsheim was een van de eerste zogenaamde actieve studentes en was vooral geïnteresseerd in natuurwetenschappen en wiskunde, maar woonde ook colleges filosofie bij.
Thomas Mann In het voorjaar van 1904 leerde ze de zeven jaar oudere Thomas Mann kennen via een gemeenschappelijke kennis, de schrijfster Elsa Bernstein. Katia en haar familie waren in eerste instantie niet zo enthousiast over Mann, mogelijk omdat Mann haar ook uitkoos vanwege haar familie-achtergrond, zoals de grote rijkdom en het culturele milieu. Katia vond hem een houten klaas en van verkeerde afkomst. Thomas schreef echter hartstochtelijke liefdesbrieven aan Katia. In zijn autobiografisch gekleurde roman Koninklijke Hoogheid van 1909 beschrijft Thomas Mann deze fase van zijn leven. In de herfst van 1904 brak Katia haar studie natuurkunde en wiskunde af om met Thomas Mann te trouwen. Het huwelijk vond plaats op 11 februari 1905 in München. Ze vervolgde haar studie nog vier semesters als extraneus.
Katia en Thomas Mann gingen wonen in een appartement dat haar vader voor hen had ingericht. In 1907 konden ze door het gegroeide inkomen van Thomas Mann een weekendhuis laten bouwen in de buurt van Bad Tölz. Vanaf 1910 woonde het gezin met inmiddels vier kinderen in de Mauerkircherstrasse 13, in twee onderling verbonden appartementen met vier slaapkamers. In 1914 verhuisden ze samen met het personeel (kok, kamermeisje, kindermeisje - later ook chauffeur) naar hun statige, villa aan de Poschingerstrasse 1.
Katia bekeerde zich naar de religie van haar man, het lutheranisme.
Kinderen miniatuur|Katia Mann met haar zes kinderen in 1919 Katia en Thomas Mann kregen zes kinderen in vijftien jaar. NaamGeboortedatumSterfdatumErika9 november 190527 augustus 1969Klaus18 november 190621 mei 1949Golo Mann27 maart 19097 april 1994Monika7 juni 191017 maart 1992Elisabeth24 april 19188 februari 2002Michael21 april 19191 januari 1977
De schoolprestaties van de kinderen voldeden niet aan de verwachtingen. Behalve Elisabeth voltooide geen enkel kind de middelbare school en verhuisden ze naar privéscholen, vaak kostscholen.
Ziekte Katia Mann werd ziek in de herfst van 1911, een jaar na de geboorte van haar vierde kind Monika. De ziekte werd eerst aangezien voor (gesloten) tuberculose, maar bij een later uitgevoerd röntgenonderzoek bleken er geen resten van tuberculose in haar longen zichtbaar te zijn. Haar moeder, Hedwig, meende dat de ziekte veroorzaakt werd door uitputting. Katia had het leven geschonken aan vier kinderen en kreeg daarnaast nog twee miskramen in minder dan vijf jaar. Bovendien typte ze voor haar man en regelde zij zijn afspraken, bovenop de zorg voor een groot gezin. Hedwig realiseerde zich dat haar dochter rust nodig had. In januari 1912 werd Katia als een van de eerste patiënten toegelaten tot het Wald Sanatorium in Davos, Zwitserland. Thomas Mann bracht haar daar een lang bezoek en ook ontving hij vele brieven van haar, waarin zij de hele en halve gekken die er woonden beschreef. Deze inspireerden hem voor zijn roman De Toverberg. Katia verbleef tot mei 1914 in diverse sanatoria, die haar volgens eigen zeggen kracht gaven, zodat ze er weer tegen kon.
Ondertussen bleven haar kinderen in München en werden verzorgd door kindermeisjes. Klaus Mann zegt over deze tijd: "In zulke maanden en halve jaren regeerden humeurige dames bijna volledig over ons". Mann bekommerde zich meestal niet om de kinderen, en als ze thuis was moest Katia voor de nodige stilte in huis zorgen. Voor de middag mocht Mann niet gestoord worden.
Eerste Wereldoorlog en interbellum Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam het inkomen van Mann af en moest het personeel ontslagen worden. Het weekendhuis moest verkocht worden.
Dochter Erika begon in 1924 na haar eindexamen middelbare school een acteeropleiding. In 1926 trouwde ze met een andere acteur, Gustaf Gründgens, maar het huwelijk duurde slechts tot 1929.
Katia Mann vergezelde Thomas Mann regelmatig tijdens officiële reizen gedurende deze periode. Al in 1920 ontving hij een eredoctoraat van de universiteit van Bonn, in 1926 benoemde de senaat van Lübeck hem tot hoogleraar en in 1929 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur voor zijn werk Buddenbrooks. Een deel van het prijzengeld gebruikte het paar om de schulden van hun kinderen Klaus en Erika na hun reis rond de wereld af te betalen. Daarnaast lieten zij een zomerhuis in Nida bouwen.
Ballingschap in Zwitserland Thomas Mann toonde zich rond 1930 nadrukkelijk tegenstander van het opkomende nationaalsocialisme en antisemitisme, niet alleen vanwege het feit dat Katia half-Joods was; een etiket dat haar nauwelijks minder kwetsbaar maakte voor het nazi-fascisme. Dochter Erika en zoon Klaus werden in januari 1933 bij de première van hun politieke cabaret Die Pfeffermühle als "Anti-Duits" bestempeld. Om te ontsnappen aan arrestatie gingen de leden van dit cabaretgezelschap ondergronds. Erika en Klaus Mann waarschuwden hun ouders, die op dat moment in het buitenland waren, per brief en telefoon.
In mei 1933 kwam ook werk van haar zwager, Heinrich Mann, en haar zoon Klaus op de brandstapels van de nationaalsocialisten terecht. Thomas Mann en Katia durfden niet meer terug te keren naar Duitsland Zij waren bang om gearresteerd te worden en gingen vrijwillig in ballingschap. Zij gingen in Zwitserland wonen. Dochter Erika trouwde in 1935 voor de tweede keer, nu met de Engelse dichter WH Auden om aan een Brits paspoort te komen.
In 1938 vertrok het hele gezin naar de Verenigde Staten. In de periode van ballingschap nam Katia de zorg van haar zes kinderen op zich. Katia wordt gezien als de goede geest van het gezin, en was ook de verbindende factor die hen allemaal samenhield. Ze onderwees haar kinderen, was manager van haar man, en zorgde voor alle behoeften van het gezin.
Thomas en Katia Mann kozen eerst Sanary-sur-Mer in Zuid-Frankrijk als toevluchtsoord, maar vestigden zich uiteindelijk in de Zwitserse stad Küsnacht. Behalve Klaus - die in Amsterdam werkte aan de oprichting van het tijdschrift Die Sammlung, gefinancierd door Annemarie Schwarzenbach - woonde het hele gezin daar. Een deel van haar huisraad was via omwegen naar Zwitserland gebracht. Dankzij investeringen in activa in het buitenland konden zij in hun levensonderhoud voorzien. Thomas Mann begon in 1934 weer met reizen om lezingen te geven. Katia Mann vergezelde hem verschillende keren naar de Verenigde Staten. In 1936 werd hen het Duits staatsburgerschap ontnomen. Met uitzondering van Erika (die inmiddels met de Britse dichter W.H. Auden was getrouwd), kreeg de hele familie Mann nu het Tsjechoslowaakse staatsburgerschap, dankzij een goede relatie met toenmalig president Edvard Beneš. Door deze problemen en doordat drie van de kinderen drank- en drugsproblemen hadden, schreef Katia "fatale" brieven, zoals Thomas Mann noteerde in zijn dagboek.
Tweede Wereldoorlog en daarna – Verenigde Staten miniatuur|Thomas Man House, Pacific Palisades (2006) In maart 1938 vielen Duitse troepen Oostenrijk binnen en verslechterde de situatie van joodse vluchtelingen in Zwitserland. Op 17 september 1938 vertrokken Katia en Thomas Mann met hun dochter Elisabeth van Southampton naar de VS, waar ze enthousiast werden ontvangen. In de VS sloot Katia vriendschap met Molly Shenstone, de echtgenote van natuurkundige Allen G. Shenstone. In de VS sloten ze ook vriendschappen met interessante persoonlijkheden, zoals Charlie Chaplin en Albert Einstein.
Katia Mann was erg bezorgd om haar ouders, die nog in Duitsland waren en pas op 31 oktober 1939, een dag voordat de grenzen gesloten werden, in Zürich arriveerden. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog probeerde Katia Mann alle gezinsleden naar Amerika te halen. miniatuur|Klaus Mann als Amerikaanse sergeant in Italië, 1944 Katia Manns vader stierf in 1941 en haar moeder een jaar later in Zürich. De berichten over hun dood ontving ze in Californië, waarheen ze in april 1941 was verhuisd. Thomas Mann had daar een contract getekend met het filmbedrijf Warner Brothers. Het echtpaar kon wonen in een groot pand op San Remo Drive 1150 in Pacific Palisades. Het interieur werd ingericht door door Katia Mann, samen met interieurontwerper Paul Huldschinsky. Katia Mann was ook verantwoordelijk voor het aannemen van het personeel. Katia Mann kreeg in deze periode verschillende kleinkinderen. Katia en Thomas Mann ontvingen pas in juni 1944 het Amerikaanse staatsburgerschap.
In april 1946 werd Thomas Mann geopereerd aan zijn longen, waarbij een tumor werd verwijderd. Katia Mann schreef: "Zo'n longoperatie is onder alle omstandigheden een ernstige ingreep en twee keer zo ernstig op oudere leeftijd." Toen Mann hersteld was konden ze een jaar later op reis naar Europa. Hun dochter Erika keerde terug naar het ouderlijk huis in 1948 om haar vader te ondersteunen "als secretaresse, biograaf en erfgename". Zij vergezelde haar ouders ook op een andere reis naar Europa in 1949. Tijdens die reis kwam het bericht dat haar zoon Klaus zelfmoord had gepleegd.